Het UWV handelt binnen de wet wanneer het bij fraudeonderzoek pasfoto’s van uitkeringsgerechtigden opvraagt bij gemeenten. Dat schrijft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid in antwoorden op Kamervragen van de Kamerleden Moinat en Schilder (Groep Markuszower).

Aanleiding voor de vragen was berichtgeving van EenVandaag waarin werd gesteld dat het UWV jarenlang onrechtmatig pasfoto’s uit gemeentelijke administraties zou hebben opgevraagd voor fraudebestrijding.
Volgens de minister beschikt het UWV over een wettelijke grondslag om kopieën van foto’s op identiteitsbewijzen op te vragen. Die bevoegdheid volgt uit artikel 54 van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen (SUWI), dat uitvoeringsorganisaties toestaat gegevens op te vragen die nodig zijn voor hun toezichttaken.
Het middel wordt slechts beperkt ingezet. Het UWV voert jaarlijks ongeveer 2.000 toezichtonderzoeken uit naar mogelijke overtredingen bij uitkeringen. In ongeveer 100 gevallen per jaar wordt daarbij een kopie van een foto op een identiteitsbewijs opgevraagd bij gemeenten, wanneer andere onderzoeksmethoden onvoldoende duidelijkheid geven.
Het gebruik van pasfoto’s kan volgens de minister een ingrijpend middel zijn en roept begrijpelijke vragen op over privacy. Tegelijkertijd moet het UWV volgens hem misbruik van uitkeringen kunnen onderzoeken. In sommige gevallen kunnen uiterlijke kenmerken, kleding of loopgedrag relevant zijn om te bepalen of iemand daadwerkelijk aan de voorwaarden voor een uitkering voldoet.
Als voorbeeld noemt de minister een onderzoek naar een persoon met een arbeidsongeschiktheidsuitkering wegens mobiliteitsproblemen, die tijdens observaties een halve marathon bleek te lopen.
In de praktijk gaan gemeenten verschillend om met verzoeken van het UWV. Sommige gemeenten verstrekken pasfoto’s op verzoek, terwijl andere dat weigeren omdat zij twijfelen aan de juridische basis. Volgens de minister verandert dit niets aan de wettelijke bevoegdheid van het UWV, maar kan het wel de onderzoeksmogelijkheden beperken. Hij wil daarom met betrokken partijen in gesprek om tot een eenduidige werkwijze te komen.
De minister ziet geen reden om maatregelen te nemen tegen het UWV of het management van de organisatie. Volgens hem maakt het UWV een zorgvuldige afweging tussen privacybescherming en het opsporen van mogelijk misbruik van uitkeringen.
