Menu

Filter by
content
PONT Data&Privacy

0

Hof dwingt RET tot inzage in geheim onderzoeksrapport na ontslag van manager

Het Gerechtshof Den Haag heeft geoordeeld dat de Rotterdamse Electrische Tram (RET) een oud-leidinggevende inzage moet verlenen in het volledige onderzoeksrapport dat ten grondslag lag aan zijn ontslag. Volgens het hof weegt het recht op een eerlijk proces zwaarder dan het privacybelang van collega's die anoniem zijn gehoord, mits het rapport wordt geanonimiseerd.

Redactie PONT | Data & Privacy 5 May 2026

Case law summary

Case law summary
a group of people walking next to a train

De zaak draait om een oud-leidinggevende die sinds 1985 in dienst was bij de RET. Nadat er signalen en e-mails van collega's waren binnengekomen over de werksfeer en zijn gedrag, werd de werknemer begin 2024 geschorst. De RET gaf vervolgens een extern onderzoeksbureau de opdracht om de werkcultuur en de rol van de leidinggevenden te onderzoeken.

Het onderzoek resulteerde in een rapport waarin conclusies werden getrokken over onder meer 'ongewenst gedrag' en een 'verziekte werkcultuur'. Op basis van deze conclusies werd de arbeidsovereenkomst door de kantonrechter ontbonden. De RET had echter slechts een deel van het rapport – namelijk de conclusies en aanbevelingen – ingebracht in de procedure. De werknemer verlangde inzage in het volledige rapport om zich in hoger beroep adequaat te kunnen verdedigen, maar de RET weigerde dit om de privacy van de geïnterviewde medewerkers te beschermen.

Balance of interests

In de tussenuitspraak stelt het Gerechtshof de werknemer in het gelijk. Het hof oordeelt dat het recht op gelijke kansen in de procedure (equality of arms) vereist dat de werknemer kennis kan nemen van de feiten en omstandigheden waarop de conclusies en zijn ontslag zijn gebaseerd. Zonder het volledige rapport is de werknemer onvoldoende in staat om zijn verweer in hoger beroep en zijn verzoek om een billijke vergoeding te onderbouwen.

De RET voerde aan dat het delen van het rapport de veiligheid en anonimiteit van de medewerkers zou schaden en dat er sprake was van een vertrouwelijkheidsovereenkomst met het onderzoeksbureau. Het hof veegt dit argument grotendeels van tafel. Het is volgens het hof onvoldoende gebleken dat er concrete, harde toezeggingen over absolute anonimiteit zijn gedaan aan alle geïnterviewden. Bovendien is de RET zelf degene die de conclusies uit het rapport actief heeft gebruikt om het ontslag te rechtvaardigen.

Streng gecontroleerde inzage

Om de privacy van de betrokken collega's en de vertrouwelijkheid van het cultuuronderzoek te waarborgen, verbindt het hof wel twee voorwaarden aan de inzage:

  1. Anonimisering: De RET mag de namen en persoonsgegevens van de geïnterviewde medewerkers in het rapport onleesbaar maken.
  2. Geheimhoudingsplicht: Het is de werknemer streng verboden om mededelingen te doen over de inhoud van het rapport aan derden.

Met deze voorwaarden wordt tegemoetgekomen aan het recht op bescherming van de persoonsgegevens, terwijl de werknemer toch voldoende inzicht krijgt in de onderbouwing van zijn ontslag.

Share article