Menu

Filter by
content
PONT Data&Privacy

0

Rechter: Belastingdienst hoeft screenprints uit fraudesysteem niet te delen

De Rechtbank Limburg heeft op 1 mei 2026 uitspraak gedaan in drie samenhangende zaken over de Fraude Signalering Voorziening (FSV) van de Belastingdienst. Hoewel de rechtbank de inhoudelijke beroepen ongegrond verklaarde, kreeg de eiser vanwege de trage rechtspraak wel een schadevergoeding toegekend.

Redactie PONT | Data & Privacy 19 May 2026

Case law summary

Case law summary

Geen recht op screenprints

De FSV was een omstreden systeem waarmee de Belastingdienst burgers registreerde die als frauderisico werden aangemerkt. Een inwoner van Limburg verzocht de Belastingdienst om volledige inzage in zijn registratie, inclusief de onderliggende schermafdrukken (screenprints) van het systeem. Daarnaast wilde hij weten of zijn gegevens waren gedeeld met de gemeente Sittard-Geleen, en eiste hij schadevergoeding voor de registratie zelf.

De kern van het geschil draaide om de vraag of de man recht had op de letterlijke schermafdrukken van zijn FSV-dossier. De Belastingdienst had hem al een overzicht verstrekt van zijn persoonsgegevens, maar weigerde de screenprints zelf te overleggen.

De rechtbank stelde de Belastingdienst in het gelijk. Op grond van artikel 15 van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) heeft een burger recht op inzage in zijn persoonsgegevens, maar niet op kopieën van de documenten of systemen waarin die gegevens voorkomen. De verwerkingsverantwoordelijke mag zelf kiezen hoe hij de gegevens verstrekt, bijvoorbeeld via een overzicht, zolang de betrokkene daarmee zijn rechten kan uitoefenen. Ook via het bestuursrecht — de artikelen 7:4 en 8:42 van de Awb — bestaat geen aanspraak op de screenprints, nu deze niet zijn aan te merken als stukken die op de zaak betrekking hebben.

Gegevensdeling met de gemeente

De man stelde ook dat zijn FSV-gegevens met de gemeente waren gedeeld, mede omdat de gemeente zijn bankgegevens had opgevraagd nóg voordat hij een bijstandsaanvraag had ingediend.

De rechtbank volgde dit betoog niet. Uit de stukken bleek dat de gemeente de gegevens had opgevraagd op basis van de Participatiewet, op de dag dat de man zich meldde voor een uitkering. Dat is niet hetzelfde als een formele aanvraag, maar de rechtbank zag daarin onvoldoende reden om aan te nemen dat er daadwerkelijk FSV-gegevens waren gedeeld of dat de inzage door de Belastingdienst onvolledig was geweest.

Schadevergoeding via civiele rechter

Het verzoek om schadevergoeding voor de FSV-registratie zelf liep stuk op een ontvankelijkheidsvraag. De rechtbank bevestigde het oordeel van de minister dat de bestuursrechtelijke weg hiervoor niet openstaat. Wie schade wil verhalen als gevolg van een FSV-registratie, moet naar de civiele rechter. Dit volgt uit een eerdere uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 17 juli 2024.

Wel schadevergoeding voor trage rechtspraak

Hoewel de man inhoudelijk dus bot ving, kreeg hij op één procedureel punt wel gelijk. De rechtbank stelde vast dat twee van de drie zaken langer hadden geduurd dan de redelijke termijn van twee jaar. De vertraging was volledig toe te schrijven aan de rechtbank zelf, niet aan de Belastingdienst. De man ontvangt daarom € 2.500 aan immateriële schadevergoeding, te betalen door de Staat, plus € 467 aan proceskosten voor dit deel van de procedure.

Tegen de uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Share article