Menu

Filter by
content
PONT Data&Privacy

0

Van zorgkritiek naar digitale intimidatie: rechter trekt harde grens bij online naming-and-shaming

De voorzieningenrechter van de Rechtbank Gelderland oordeelt in deze verstekzaak dat een zoon van bewoners van een Arnhemse zorglocatie met zijn online uitingen de grenzen van de vrijheid van meningsuiting ruimschoots heeft overschreden. De man plaatste op Facebook en andere sociale mediakanalen gedurende langere tijd berichten, foto’s en video’s over vermeende misstanden in de ouderenzorg, gericht tegen Stichting Driegasthuizengroep, zorglocatie [zorglocatie], ParaGo en individuele medewerkers en bestuurders.

Redactie PONT | Data & Privacy 9 April 2026

Case law summary

Case law summary

De rechter maakt een klassieke afweging tussen enerzijds de vrijheid van meningsuiting van de gedaagde en anderzijds het recht van de Stichting en haar medewerkers op bescherming van eer, goede naam en persoonlijke levenssfeer. Dat iemand publiekelijk kritiek moet kunnen uiten op de kwaliteit van ouderenzorg staat volgens de voorzieningenrechter buiten kijf. Maar daarvan is hier geen sprake meer: de uitlatingen bestonden uit ernstige beledigingen, ongefundeerde beschuldigingen van mishandeling en criminaliteit, bedreigende teksten en oproepen om persoonsgegevens van medewerkers te verzamelen, waaronder namen en privéadressen. Ook werden foto’s, video’s en geluidsopnamen van medewerkers verspreid.

Juist dat digitale karakter weegt zwaar. De rechter benadrukt dat de berichten verder gingen dan scherpe kritiek en een intimiderend en opruiend karakter hadden. Medewerkers voelden zich onveilig, deden aangifte, meldden zich ziek of namen ontslag. De Stichting moest zelfs 24/7 beveiliging inzetten. Daarmee raakt de uitspraak direct aan actuele privacy- en veiligheidsvraagstukken: wat mogen betrokkenen online publiceren over zorginstellingen en hun personeel, en wanneer slaat digitaal klachtrecht om in onrechtmatige verwerking en verspreiding van persoonsgegevens?

De voorzieningenrechter wijst daarom vergaande maatregelen toe. Gedaagde moet alle onrechtmatige uitingen op zijn sociale media verwijderen, mag geen nieuwe vergelijkbare uitlatingen plaatsen, mag medewerkers en bestuurders niet benaderen of volgen en mag geen foto-, video- of geluidsopnamen van of over hen maken. Op overtreding staan dwangsommen. Opvallend is dat de rechter daarnaast, bij herhaalde overtreding, ook lijfsdwang toelaat voor het schenden van het contactverbod en het verbod op sociale-media-uitingen.

Voor de praktijk laat deze uitspraak zien dat civielrechtelijke bescherming tegen online intimidatie en digitale blootstelling van medewerkers krachtig kan zijn, zeker wanneer sociale media worden ingezet om personen herkenbaar in beeld te brengen, te beschuldigen en hun gegevens te achterhalen. Dat maakt de zaak relevant binnen het bredere PONT-domein van privacy, digitale veiligheid en verantwoord omgaan met persoonsgegevens in een online omgeving.

Share article