Diefstal.
Diefstal.
Uitspraak : 15 juni 2022
TEGENSPRAAK (ex art. 279 Sv)
gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Oost-Brabant, locatie ’s-Hertogenbosch, van 1 november 2021, in de strafzaak met parketnummer 01-245633-21 tegen:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1984,
wonende te [adres 1] .
De verdachte is bij vonnis waarvan beroep door de politierechter ter zake van het onder feit 1 en feit 2 tenlastegelegde, telkens ‘diefstal’, veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 2 weken.
Van de zijde van de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen namens de verdachte naar voren is gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep integraal zal bevestigen.
Namens de verdachte is een strafmaatverweer gevoerd.
Het hof verenigt zich met het beroepen vonnis, behalve voor wat betreft de bewijsvoering ten aanzien van feit 2 en met aanvulling van de strafmaatoverwegingen. Voorts is het hof van oordeel dat de toepasselijke wettelijke voorschriften in hoger beroep aanvulling behoeven, in die zin dat in hoger beroep artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht van toepassing is.
De rechtbank heeft volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen met betrekking tot het bewezenverklaarde van het onder feit 1 en feit 2 tenlastegelegde. Op grond van het bepaalde in artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering kan worden volstaan met een opsomming van de bewijsmiddelen indien de verdachte het bewezenverklaarde heeft bekend en nadien geen vrijspraak is bepleit. In onderhavige zaak heeft de verdachte geen bekennende verklaring afgelegd met betrekking tot het onder feit 2 tenlastegelegde. Derhalve kan met een opsomming van de bewijsmiddelen met betrekking tot het onder feit 2 tenlastegelegde niet worden volstaan en zal het hof de bewijsvoering ten aanzien van dit feit hieronder opnieuw opzetten.
De beslissing dat het bewezenverklaarde door de verdachte is begaan berust op de feiten en omstandigheden als vervat de navolgende bewijsmiddelen, in onderlinge samenhang beschouwd.
De paginanummers die in onderstaande bewijsmiddelen zijn genoemd verwijzen naar pagina’s van het dossier van de politie dossiernummer PL2100-2021159279, gesloten d.d. 19 juli 2021 (doorgenummerde pagina’s 1 tot en met 56), nader te noemen: het politiedossier.
Alle te noemen processen-verbaal zijn in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde verbalisanten. Alle verklaringen zijn, voor zover nodig, zakelijk weergegeven.
1.
(pg. 8)
Op donderdag 27 mei 2021 had ik mijn fiets gestald op [adres 2] tegenover de winkel waar ik werk. Ik zag een man naast mijn fiets staan. Ik werd even afgeleid. Na nog geen 10 tellen keek ik op en zag dat mijn fiets verdwenen was. De man droeg een dikke groenkleurige jas met kraag.
(pg. 11)
Bijlage goederen
Voertuig : Fiets
Eigenaar : [benadeelde] ,
[adres 2]
2.
(pg. 5)
Op donderdag 27 mei 2021 omstreeks 11.12 uur werd er melding gedaan van een zojuist gepleegde fietsendiefstal. De fiets was weggenomen in het centrum van Deurne.
De meldster gaf door dat zij had gezien dat er een man bij haar fiets stond. Op dat moment werd ze even afgeleid door een klant en toen ze opkeek was de man, alsmede haar fiets verdwenen. De meldster gaf door dat de man die bij haar fiets had gestaan een dikke groenkleurige jas met bontkraag droeg.
Omstreeks 11.25 uur kwam ik, verbalisant [verbalisant] , op het station in Deurne. Op perron 1 van het station in Deurne troffen wij de man aan welke door de meldster werd aangewezen.
Hij bleek te zijn:
[verdachte] , geboren op [geboortedag] 1984.
Ik zag dat hij alleen op het bankje zat. Ik zag dat hij een dikke groenkleurige jas droeg voorzien van capuchon. Ik zag dat hij voor zich een fiets had staan, de fiets stond als het ware tegen zijn knieën aan. Ik zag dat de fiets van het merk Gazelle was, type omafiets, kleur matzwart.
De meldster gaf aan dat haar fiets een omafiets betrof van het merk Gazelle puur, kleur matzwart.
De raadsman heeft ter terechtzitting in hoger beroep verzocht om de duur van de op te leggen onvoorwaardelijke gevangenisstraf te beperken. Daartoe is aangevoerd dat het hof rekening dient te houden met de toepassing van artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht. Daarnaast zal het opleggen van een langdurige onvoorwaardelijke gevangenisstraf leiden tot verschillende problemen voor de verdachte, zoals het verliezen van zijn uitkering en problemen rond het vervolgen van de gestarte medische behandeling wegens kanker.
Het hof overweegt als volgt.
Het hof is van oordeel dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van twee weken, gelet op de ernst van de feiten en de veelvuldige recidive die ondanks het meermalen doorlopen van een ISD-traject onverminderd blijft, passend en geboden is. Het hof sluit zich volledig aan bij de overwegingen van de rechtbank en ziet in hetgeen overigens in hoger beroep ten aanzien van de persoonlijke omstandigheden van de verdachte naar voren is gebracht geen aanleiding anders te overwegen en te beslissen en zal het vonnis waarvan beroep ook ten aanzien van de opgelegde straf bevestigen.
Het hof:
Bevestigt het vonnis waarvan beroep, met inachtneming van het hiervoor overwogene.
Aldus gewezen door:
mr. F.C.J.E. Meeuwis, voorzitter,
mr. K.J. van Dijk en mr. E.E. van der Bijl, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. M.B. Mobach, griffier,
en op 15 juni 2022 ter openbare terechtzitting uitgesproken.