Medeplegen van, poging tot, handelen in strijd met artikel 31, eerste lid, van de wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III. Opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod.
Medeplegen van, poging tot, handelen in strijd met artikel 31, eerste lid, van de wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III.
Opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod.
Uitspraak : 15 februari 2024
TEGENSPRAAK
gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Zeeland-West-Brabant, zittingsplaats Breda, van 23 februari 2022, in de strafzaak met parketnummer 02-277915-20 tegen:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats 1] op [geboortedag 1] 1992,
wonende te [adres 1] .
De rechtbank heeft bij vonnis waarvan beroep de onder 1 en 2 tenlastegelegde feiten bewezenverklaard en deze gekwalificeerd als:
De rechtbank heeft de verdachte daarvoor veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden, met aftrek van de tijd doorgebracht in voorarrest.
Voorts heeft de rechtbank de onttrekking aan het verkeer bevolen van de inbeslaggenomen drugs.
Van de zijde van de verdachte is tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.
De rechtbank heeft de verdachte partieel vrijgesproken van het onder 1 tenlastegelegde, voor zover betrekking hebbend op het ‘overgedragen te krijgen’ en/of ‘voorhanden te krijgen’, waarmee naar het hof begrijpt bedoeld is om hetgeen in artikel 26 WWM strafbaar is gesteld ten laste te leggen. Het hof is met de advocaat-generaal en de verdediging van oordeel dat deze partiële vrijspraak als beschermde vrijspraak moet worden beschouwd.
Tegen het vonnis is bij akte van 24 februari 2022 namens de verdachte onbeperkt hoger beroep ingesteld.
Ingevolge artikel 404, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering staat voor de verdachte geen hoger beroep open tegen het vonnis voor zover hij van het tenlastegelegde is vrijgesproken.
Het hof zal de verdachte daarom niet-ontvankelijk verklaren in het hoger beroep, voor zover dat is gericht tegen de beschermde deelvrijspraken van het onder 1 tenlastegelegde.
Al hetgeen hierna wordt overwogen en beslist heeft uitsluitend betrekking op dat gedeelte van het bestreden vonnis dat aan het oordeel van het hof is onderworpen.
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep en in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen namens de verdachte naar voren is gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal vernietigen en, opnieuw rechtdoende:
de onder 1 en 2 tenlastegelegde feiten bewezen zal verklaren;
de verdachte daarvoor zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden, met aftrek van de tijd doorgebracht in voorarrest;
de onttrekking aan het verkeer zal bevelen van de inbeslaggenomen goederen.
De raadsman heeft primair integrale vrijspraak bepleit en subsidiair een strafmaatverweer gevoerd.
Het beroepen vonnis zal worden vernietigd omdat het hof tot een andere bewezenverklaring komt dan de rechtbank.
Aan de verdachte is, voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen, tenlastegelegd dat:
1.hij in of omstreeks de periode van 5 augustus 2020 tot en met 6 augustus 2020 te Enschede en/of Westerhaar -Vriezenveensewijk en/of Tilburg, in elk geval op een of meer plaats(en) in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door hem, verdachte, en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om een of meer vuurwapen(s) en/of de bijbehorende munitie (zoals bedoeld in artikel 2 categorie III van de Wet Wapens en Munitie) over te dragen (al dan niet door tussenkomst van een of meer ander(en)) afspraken heeft gemaakt over het bekijken en/of de aankoop daarvan en/of op 6 augustus 2020 te Tilburg op een daartoe strekkende afspraak tussen partijen is verschenen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een 1, veroordeling mocht of zou kunnen
leiden:
[medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of [medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4] en/of [medeverdachte 5] op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 5 augustus 2020 tot en met 6 augustus 2020 te Enschede en/of Westerhaar-Vriezenveensewijk en/of Tilburg, in elk geval op een of meer plaats(en) in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, ter uitvoering van het voornoemde perso(o)n(en) voorgenomen misdrijf om een of meer vuurwapen(s) en/of de bijbehorende munitie (zoals bedoeld in artikel 2 categorie III van de Wet Wapens en Munitie) over te dragen (al dan niet door tussenkomst van een of meer ander(en)) afspraken heeft/hebben gemaakt over het bekijken en/of de aankoop daarvan en/of op 6 augustus 2020 te Tilburg op een daartoe strekkende afspraak tussen partijen is/zijn verschenen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid,
tot en/of bij het plegen van welk misdrijf hij, verdachte, tezamen en in vereniging met een of meer ander(en), althans alleen, in of omstreeks de periode van 5 augustus 2020 tot en met 2 augustus te Tilburg, in elk geval in Nederland, opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is/zijn geweest door
– informatie over wapens en prijzen van wapens in te winnen en/of
– informatie in te winnen waar wapens kunnen worden gekocht dan wel wie wapens kan leveren en/of
– een afspraak tussen de verkopende en kopende partij te regelen en partijen aldus bij elkaar te brengen en/of
– bij de tot stand gekomen afspraak tussen partijen aanwezig te zijn;
2.hij op of omstreeks 3 november 2020 te Berkel-Enschot, gemeente Tilburg, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 21 gram, in elk geval een hoeveelheid, van een materiaal bevattende cocaïne en/of ongeveer 376 pillen, in elk geval een hoeveelheid, van een materiaal bevattende MDMA, zijnde cocaïne en/of MDMA (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.
De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 primair en 2 tenlastegelegde heeft begaan, met dien verstande, dat:
1.primairhij in de periode van 5 augustus 2020 tot en met 6 augustus 2020 in Nederland tezamen en in vereniging met anderen, ter uitvoering van het door hem, verdachte, en zijn mededaders voorgenomen misdrijf om een of meer vuurwapen(s) over te dragen
– ( al dan niet door tussenkomst van een of meer ander(en)) afspraken heeft gemaakt over de aankoop daarvan en
– op 6 augustus 2020 te Tilburg op een daartoe strekkende afspraak tussen partijen is verschenen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.
2.hij op 3 november 2020 te Berkel-Enschot, gemeente Tilburg, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 21 gram van een materiaal bevattende cocaïne en ongeveer 376 pillen van een materiaal bevattende MDMA, zijnde cocaïne en MDMA telkens een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I.
Het hof acht niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hierboven bewezen is verklaard, zodat hij daarvan zal worden vrijgesproken.
1.
Melding
Om 19.23 uur gaf de centralist van de meldkamer een melding uit dat er op de parkeerplaats aan de Umberstraat in Tilburg bij de [bedrijf 1] geschoten zou zijn.
Ik hoorde de meldkamer zeggen dat er meerdere personen bij betrokken zouden zijn en dat er een zilverkleurige polo zou zijn weggereden.
2.
Wij hoorden van de politieambtenaar van de eenheid 0044 dat hij een bloedspoor had aangetroffen in de flat aan de [adres 2] . Dit is om de hoek van de plaats delict. (…) Wij zijn vervolgens met de trap naar de achtste etage gelopen.
Rond 19.45 uur werd de voordeur van [adres 2] – [adres 3] geopend door een persoon. In overleg met [verbalisant 1] , hulpofficier van justitie, is besloten om
Ik, [verbalisant 3] , zag dat de telefoon van de verdachte op een tafel in de woonkamer lag. Tijdens onze aanwezigheid in de woning zag ik dat hij driemaal werd gebeld. De derde en laatste keer zag ik de naam ” [naam 1] ” op display van de telefoon staan.
De aangehouden verdachte bleek genaamd: [medeverdachte 4] , geboren op [geboortedag 2] 1990 te [geboorteplaats 2] .
3 .
V: Van wie is het telefoonnummer [telefoonnummer 1] ?A: Dat is het telefoonnummer dat ik heb.
V: Wat kun je ons vertellen over wat er zich die dag 6 augustus 2020 heeft afgespeeld?A: Op 5 augustus, de dag ervoor, kwam er een jongen. Hij heet [medeverdachte 6] . Een zwarte jongen. Hij zei tegen mij: “Ken jij iemand waar ik een wapen kan kopen?”
Een maatje van [medeverdachte 6] zoekt een wapen om te kopen.
Ik ken [medeverdachte 2] . Ik vertelde hem over [medeverdachte 6] dat hij vraagt over het kopen van wapens. [medeverdachte 2] zei toen dat hij dacht wel mensen te kennen. [medeverdachte 6] en [medeverdachte 2] hebben elkaars Snapchat gekregen. Ik heb die accounts uitgewisseld. Toen konden zij praten.
O: We laten je een foto zien om te kijken of je hiermee [medeverdachte 2] bedoelt (foto van [medeverdachte 2] getoond, bijlage 1).
A: Ja dit is hem.
Ik kwam bij het Spoorpark ergens aan het begin van de middag op donderdag 6 augustus 2020, met een paar boys daar. Ik ken die jongens goed. Ik zag een auto komen. Ik zag een grijze Polo aan komen rijden. Ik herkende de auto al wel. Dit was [medeverdachte 2] . Ik stapte bij hem in de auto. Hij vertelde dat die jongen van de Snap, [medeverdachte 6] , er nu aankomt. Ik reed met [medeverdachte 2] naar de achterkant van het Spoorpark. Daar was [medeverdachte 6] met een paar andere boys.
Ineens kwam daar een blauwe Golf aan rijden. [medeverdachte 6] ging praten met de bestuurder van de Golf. [medeverdachte 6] zei dat we moesten gaan naar Westermarkt. [medeverdachte 6] reed voorop, toen de blauwe Golf, toen wij met de grijze Polo. [medeverdachte 6] zat in een kleine blauwe auto met een kale man, een andere man met een staartje en muts. [medeverdachte 2] reed in de Polo toen we reden naar Westermarkt.
Toen zei [medeverdachte 2] dat we [medeverdachte 6] moesten volgen naar de Universiteit. [medeverdachte 6] reed voorop, de blauwe Golf daarachter en toen wij.
Bij de Universiteit ging de kofferbak open van de blauwe Golf. Ik zag [medeverdachte 2] , de bestuurder van de Golf en [medeverdachte 6] en nog een andere jongen uit de auto van [medeverdachte 6] bij de kofferbak van de blauwe Golf staan. Ik zag dat ze naar iets in de kofferbak aan het kijken waren en aan het wijzen waren. De kofferbak van de auto van [medeverdachte 6] ging ook open. [medeverdachte 6] was in totaal met vier jongens.
Ineens zag ik [medeverdachte 6] zwaaien dat we weer ergens anders naartoe moesten. [medeverdachte 2] stapte in de auto, hij zei dat we naar het Paletplein moesten. We hebben hem gewoon gevolgd toen hij zwaaide dat we hem moesten volgen.
V: Wat is er gebeurd op het Paletplein?A: Ik zag een gele auto geparkeerd staan. Toen parkeerde [medeverdachte 2] daarnaast, vervolgens de blauwe Golf.
De bestuurder van de Golf ging praten met [medeverdachte 6] en die jongens uit de auto van [medeverdachte 6] .
V: Weet je wie het wapen daadwerkelijk wilde kopen?A: Degene die op mij heeft geschoten, die kwam daadwerkelijk een wapen kopen .
V: Herken je hem (foto [medeverdachte 4] , bijlage 2)?A: Ja. Hij is degene die een wapen kwam kopen.
V: We laten je een foto zien. Herken je hem? (foto [verdachte] , bijlage 3)
A: Ja, dit is hem. Deze jongen regelde alles met zijn praatjes.
V: We willen je nog een foto tonen. Herken je hem? ( [medeverdachte 6] , bijlage
4)
A: Ja, dit is [medeverdachte 6] . Het hele plan is van [medeverdachte 6] .
V: Herken je hem (foto [medeverdachte 1] , bijlage 5)?
A: Ik denk dat dit de bestuurder is van de blauwe Golf.
V: Je had het net over een soort worsteling. Vertel daar eens over.
A: De bestuurder van de Golf had een worsteling met [medeverdachte 4] .
V: Wat gebeurde er tijdens die worsteling?A: Ze hadden allebei een wapen vast.
(…)
[medeverdachte 6] rende weg naar de auto. Ook [verdachte] rende met [medeverdachte 6] naar de geparkeerde auto’s.
V: Binnen het onderzoek werd [medeverdachte 6] aangehouden. Wij weten dat jij hem kent. In zijn telefoon zagen wij dat er een gesprek over koop en/verkoop van Glocks plaats vond op 5 en 6 augustus 2020. Je hebt net aangegeven dat het telefoonnummer [telefoonnummer 1] door jou in gebruik was. Dit is het telefoonnummer waarmee dat chatgesprek plaats vonden. Wat kun je daar over verklaren?
A: Ja, dat klopt. Hij praat met mij daarover. Toen heb ik die Snap uitgewisseld met hem.
V: Dat [telefoonnummer 2] nummer beweegt samen met jouw nummer mee naar Den Bosch. (…)
A: Dat telefoonnummer hoort bij [medeverdachte 2] .
4.
Ik liep richting de auto en had geld. Er waren meerdere donkere jongens, een van die jongens stond naast me en liet zijn auto aan mij zien.
5.
V: Wat is je telefoonnummer?A: [telefoonnummer 3] .
V: Wie maken er gebruik van je iPhone 11?
A: Alleen ikzelf.
6.
[medeverdachte 1] antwoordde dat hij de verkoper was. Hij vroeg mij of ik geld bij me had.
7.
Ik zat samen met mijn schoonbroer [medeverdachte 6] en een lichtgetinte jongen met een staartje en de Nederlandse bestuurder in de Hyundai. Mijn schoonbroer zei dat wij even moesten stoppen bij Paletplein.
Iets verderop staan twee jongens. Die twee stappen uit naar die jongens toe. Ik stapte uit de auto. Ik zag een donkerblauwe Golf en ik zag een grijze Polo. Die twee komen en die gaan achter die parkeerplaats parkeren. Twee jongens stappen uit de auto. Eén uit de donkerblauwe auto en één uit de grijze auto. Zij liepen naar de twee jongens die er al stonden. Die twee uit de Golf en Polo liepen met twee licht getinte jongens terug naar hun auto’s.
[medeverdachte 6] en die jongen met staartje waren buiten de auto aan het praten met twee getinte jongens.
8 .
V: We willen je nog een aantal foto’s laten zien. Dit is de eerste foto die we je willen tonen ( [medeverdachte 3] ). Wie is dit?
A: Die komt mij wel bekend voor. Ik ken hem van gezicht. Ik ken hem uit Tilburg. Hij was tijdens het incident ook op het Paletplein. Ik herken hem aan zijn haren en aan zijn gezicht.
V: Wie is deze man? ( [medeverdachte 2] )
A: Ja hem herken ik sowieso, zeker.
V: Wat was zijn rol?
A: Hij was met hem (verdachte wijst naar de foto van [medeverdachte 3] ) en een donkere gast. Hij ( [medeverdachte 2] ) reed in de grijze Golf (het hof begrijpt: grijze Polo).
V: Wie is deze man? ( [medeverdachte 1] )
A: Dat is hem. Die dag droeg hij een bril en hij had geen baard, dat herinner ik mij nog. Ik herken hem zeker.
V: Wat was zijn rol?
A: Hij zat in een blauwe Golf, samen met een Nederlands meisje. Hij stapte uit en uit de andere auto stapte die gast van de vorige foto.
9.
O: We gaan terug naar de dag van 6 augustus 2020, de dag van het (schiet) incident op het Paletplein te Tilburg. (…)
V: Wie is [verdachte] ?
A: Die ken ik. Die zou ik afzetten. Ik had een afspraak met [verdachte] .
V: Waar heb je die jongens opgehaald?A: Bij [verdachte] thuis.
Ik denk dat [verdachte] voorin is gestapt, omdat hij mijn maat is.
V: Met wat voor auto was je toen?
A: Dat hebben jullie op beeld staan volgens mij. Een Hyundai Matrix, donkerblauw van kleur.
V: Wie is op het Paletplein met hem meegelopen?
A: (…) [verdachte] liep met die donkere jongen naar die twee jongens die daar al stonden. Ik zag op een afstand een grijze en een blauwe auto, een Golf en een Polo.
Ik hoorde een hoop knallen. (…) [verdachte] en die andere jongen kwamen naar de auto gerend. De portieren stonden nog open tijdens het rijden.
10.
Ik ken [medeverdachte 4] en [medeverdachte 6] in dit verhaal. Zodra er geschoten werd, waren wij de eerste die weggegaan zijn daar.
V; Hoe is het half uur voor het incident verlopen?
A: Ik heb contact met [medeverdachte 4] gehad en met meneer [medeverdachte 6] . En we zijn samengekomen. De andere partij ken ik niet, heb ik ook nooit contact mee gehad.
V: [medeverdachte 6] verklaarde aan ons hoe jullie in contact zijn gekomen met [medeverdachte 4] . En dan vertelt hij over een dag ervoor, dat er iets afgesproken is om naar het Paletplein te gaan. (…)
A; Dat zou kunnen kloppen ja. Ik, [medeverdachte 6] , de chauffeur, die andere jongen, die [medeverdachte 7] .
V: Hoe is die afspraak dan gemaakt?
A: Allemaal samen weetje. Onderling contact en zo.
V; Wie zijn die buiten mensen?
A: Die ons komen beschieten en beroven. Dan praten we over de grijze Polo en de blauwe Golf 7.
V; Wat kun je zeggen over die blauwe Golf?
A: In die blauwe Golf zat een man en een vrouw. En in die grijze Polo twee mannen.
V: Heb jij enig idee waar die mensen vandaan komen?
A; Ik dacht Nijmegen, maar ze kunnen ook liegen toch?
V: Je wist dat zij zouden gaan komen?
A: Ja, we hadden een afspraak toch?
(…)
A: Hun kwamen niet van Tilburg. Ze zeiden zelf dat ze van Nijmegen komen.
V: Dat heb jij ook geappt naar [medeverdachte 4] ?
A: Ja, omdat ik ervan uitging dat ze vandaar moesten komen.
11.
V: Er zijn verklaringen dat ervoor het incident was afgesproken op het Spoorpark en dat jij en [medeverdachte 6] daar ook waren en dat zijn jullie in colonne weg gereden zijn?
A: Het zou kunnen dat we van tevoren hebben afgesproken op het Spoorpark. We hebben elkaar van tevoren wel gezien.
V: [medeverdachte 3] verklaarde dat de ontmoeting op het Spoorpark is geweest. Jouw telefoon straalde om 18.15 uur aan op de Professor Cobbenhagenlaan in Tilburg. Dat is dicht bij het Spoorpark.
A: Ja, ja.
V: Dit geldt ook voor de telefoon van de jongen uit de grijze polo (verb. [medeverdachte 2] ). Hij straalde om 18.03 uur aan op de Spoorlaan te Tilburg. Ook die mast kan het Spoorpark aanstralen.
A: We zullen sowieso samen zijn geweest.
V: Wie waren daar?
A: Die mensen van buiten de stad. Ik weet niet hoe ze heten.
Ik, [medeverdachte 6] en [medeverdachte 8] .
V: Die jongens van buiten de stad. In welke auto’s reden die?
A: Een donkerblauwe Golf 7 en een grijze polo.
V: Je bent wel op de hoogte van de afspraak want je stelt wel [medeverdachte 4] op de hoogte. Ze komen nu uit Nijmegen.
A: Ja dat was de afspraak. Dat ontken ik ook niet.
V: Wie waren er allemaal op het Spoorpark aanwezig toen jullie daar afgesproken hadden?
A: Ik, [medeverdachte 6] , [medeverdachte 8] , Polo, Golf.
V: En wie zaten er in de Golf.
A: Die donkere.
V: Wie zaten er in de Polo:
A: Die lichtere.
12.
V: Hoe komen jullie daar aan?
A: In een blauwe auto. De chauffeur was [medeverdachte 8] .
Ik zat achterin toen we aankwamen. Naast mij zat “de grote”.
V: Je bedoelt [medeverdachte 7] ?A: Ja. Ik noem hem zo omdat hij groot is.
V: (…)
A: Ze hadden mij benaderd om erbij te zijn op het Paletplein. [naam 2] en [medeverdachte 4] hadden ons benaderd.
(…) Dat was een dag ervoor.
Ik ken [medeverdachte 4] al heel lang.
13 .
V: Hoe hadden jullie afgesproken?
A: Telefonisch contact dat hebben jullie ook gezien in mijn telefoon.
V: Welke telefonisch contact is dat geweest?
A: Van mij telefonisch contact.
V: Hoe heet hij dan?
A: [medeverdachte 3] .
V: Wat kun je ons over [medeverdachte 3] vertellen?
A: Licht getinte jongen met dreads. Hij is een beetje klein en skinny (smal).
V: Hoe ken je hem?A: Van de straat. Ik heb hem een paar keer gezien.
V: En waar spreken jullie dan af die dag.
A: Bij het park hier tegenover.
O: Verdachte legt uit waar het was. De advocaat van de verdachte geeft aan Spoorpark. De verdachte zegt: ja Spoorpark.
V: Is die [medeverdachte 3] waar jij die dag eerder 5 augustus 2020 een afspraak mee had, is die daar ook op het Paletplein?
A: Ja. Hij was in die grijze Polo.
V: En welke auto was daar nog meer bij betrokken?
A: Een blauwe Golf.
V: Wie is de bestuurder dan van die auto?
A: Een grote zwarte jongen.
V: Ok, dus [medeverdachte 3] zit in die grijze auto, de grijze Volkswagen kunnen we dat wel noemen, waar zat hij in de auto?
A: Hij zat net als die vrouw rechts als bijrijder.
V: Ok, als bijrijder. Wie zat er achter het stuur?
A: Een licht getinte jongen met een staartje ook, hij had een beetje haar net als [verdachte] .
Verbalisanten tonen de verdachte een foto welke als bijlage 1 bij het verhoor gevoegd wordt.
A: Ja dat is [medeverdachte 3] . Dat is hem.
V: Dit is [medeverdachte 3] . Jij kent hem als [medeverdachte 3] ?A: Ja.
V : Wij willen jou de gelegenheid geven om twee foto’s te bekijken. En mag jij zeggen of je die gasten herkent ? (bijlage 2 foto [medeverdachte 2] )
A: Ja.
V: Waar plaats je hem?
A: In de grijze auto.
V: Dus hij zit dan, even terughalend, hij zit samen in de auto met [medeverdachte 3] ?
A: Ja, aan het rijden.
14.
Ik was naar Tilburg gekomen. Ik heb mensen bij elkaar gebracht om die dingen te dealen. We waren eerst bij Spoorpark. Daar hadden we eerst afgesproken. Daarna zijn we uiteindelijk naar Paletplein gegaan.
V: Hoe ben je daar gekomen?
A: Met die Volkswagen Polo, grijs van kleur.
V: Maar jij hebt die deal toch opgezet?A: Ik heb ze wel samengebracht om tot een deal te komen. Het gaat om iets illegaals.
V: We koppelen het telefoonnummer [telefoonnummer 2] aan jou. We denken dit omdat jij bemiddeld hebt en dat die [telefoonnummer 2] ook degene is die het contact heeft met [medeverdachte 6] . We zien [medeverdachte 6] zijn telefoonnummer ook op dat Spoorpark. Heb jij contact met hem gehad?A: Ja.
V: Komt [medeverdachte 6] jou bekend voor?A: Ja dat wel.
V: Wil je de foto nog eens zien voor de zekerheid? (Bijlage 5, hof: foto van [medeverdachte 6] )
A: Ja dit is hem.
V: Hoe zit die relatie dan?A: Iemand heeft mij met [medeverdachte 6] in contact gebracht. En ik heb weer iemand in contact gebracht met [medeverdachte 6] .
15.
V: Van welke telefoon maak jij op dit moment gebruik?
A: Ik gebruik een IPhone. Telefoonnummer is een abonnement van Tele2 met [telefoonnummer 4] .
16.
Ik had 6 augustus 2020 afgesproken met [medeverdachte 2] .
Ik ben aangekomen met [betrokkene 1] bij het Paletplein. Er stonden een paar groepjes jongens. Ik ben toen de auto uitgegaan.
Ik weet dat [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] bij elkaar in de auto zaten, omdat zij met zijn tweeën voor ons reden in een grijze Polo toen we bij het Paletplein kwamen.
Ik reed die dag in een blauwe Volkswagen Golf.
17.
Op 13 november 2020 was ik belast met het uitkijken van de telefoon die werd inbeslaggenomen aan [adres 4] . Het goed werd inbeslaggenomen onder verdachte [medeverdachte 6] geboren op [geboortedag 3]
1994 te [geboorteplaats 3] .
Gebruiker telefoon:
Ik kon stellen dat deze telefoon in gebruik was bij [medeverdachte 6] was om meerdere redenen, een paar hiervan werden hieronder vermeld:
– Het is mij bekend dat deze telefoon werd aangetroffen op de slaapkamer waar [medeverdachte 6] werd aangehouden. De telefoon werd aangetroffen aan de kant van het bed waar [medeverdachte 6] sliep toen hij werd aangehouden.
– Ik zag op de telefoon een aanzienlijke hoeveelheid met selfies en of videobel-screenshots waarin ik met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid de “front facing camera” op de gebruiker gericht stond. Ik herkende de persoon met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid als gebruiker. Deze persoon herkende ik als [medeverdachte 6] .
– In de veiliggestelde gegevens zag ik dat het eigen nummer [telefoonnummer 5] was.
Er werd in het onderzoek middels een tapidentificatie vastgesteld dat [medeverdachte 6] de gebruiker was van telefoonnummer [telefoonnummer 5] .
-Ik zag dat het Googleaccount [medeverdachte 6] en het e-mailadres [e-mailadres 1] waren ingesteld op de telefoon.
[telefoonnummer 1]
Op 5-8-2020 vond er een gesprek plaats met telefoonnummer [telefoonnummer 1] en [medeverdachte 6] . In dit gesprek werd er gedeeltelijk in het Papiaments gesproken en deels in het Nederlands. In dit gesprek zaten meerdere audioberichten welke werden vertaald door een tolk. Hieronder werd de uitwerking geschreven.
Alle onderstaande berichten dateren van 5 en 6 augustus 2020.
PTT-20200805-WA0007.opus
NN-man: ja broeder, die gast stuurt mij al de foto’s, ik ga screenshots ervan maken.
Ik maak screenshots van alles wat hij naar mij toe heeft gestuurd, met de prijzen en alles. Ik maak screenshots zodat jij het allemaal zelf kan zien, dat ik via die man zelf aan het praten ben.Snap jij, dat niks verder ergens anders vandaan komt of zo.
Deze mannen hebben deze dingen in hun macht/beheer. Goed zo?
PTT-20200805-WA0008.opus
Audio in de Nederlandse taal.
NN-man: ja is goed man, kijk maar even, kijk maar even. Want ik ga zo direct naar euh, ik heb om 2 uur een afspraak bij iemand anders al. Dus als jij om 3 of zo kan, dan zou het goed zijn. Snap je dat ze dan van kunnen kiezen gewoon of zo, je weet toch. Want deze man hier heeft ook goeie dingen maar beter met jou!
PTT-20200805-WA0011.opus
Audio gedeeltelijk in Papiamento en de Nederlandse taal.
NN-man: no man djie (fon.= maat), dit is veels te dure dingen in het leven man.
Dit is niet serieus maat. Die schorpioen, je weet toch. Normaal is dat euh iets van 13 of zo, je weet wat ik bedoel. Dus dit is veel te duur man!
PTT-20200805-WA0013.opus
NN-man: ja broeder, maar die man heeft mij verkeerd begrepen, ik heb verkeerd met die man gesproken. Die man heeft mij uitgelegd dat als je één wapen koopt, maar als je meer koopt dan zakt de prijs.
PTT-20200805-WA0014.opus
NN-man: oké oké
Wat geeft hij nu dan aan precies?
Wat is de prijs?
Wat heeft ie?
Wat heeft ie?
PTT-20200806-WA0010.opus
NNman: wel er zijn twee van de GLOCK 17 en twee van de GLOCK 19.
Er zijn er twee. Het zijn er vier (4) 2 van de GLOCK 17 en 2 van de GLOCK 19.
Ook werd er buiten deze audiobestanden gechat over het aankopen van wapens. Een aantal berichten werd hieronder geciteerd.
“ze hebben een GLOCK 16 splinter nieuw in verpakking 3500€” (hof: [telefoonnummer 1] stuurt dit bericht op 5 augustus 2020 om 10.16 uur, zie bijlage pag. 1250).
”ze hebben zoveel dingen, het is wat jij wilt” (hof: [telefoonnummer 1] stuurt dit bericht op 5 augustus 2020 om 10.18 uur, zie bijlage pag. 1251).
“4 glock” (hof: [telefoonnummer 1] stuurt dit bericht op 6 augustus 2020 om 10.06 uur, zie bijlage pag. 1253).
“ik heb die gasten met hun prijs laten zakken” (hof: [telefoonnummer 1] stuurt dit bericht op 6 augustus 2020 om 8.37 uur, zie bijlage pag. 1252).
18.
Op dinsdag 17 november 2020 deed ik, verbalisant [verbalisant 5] , onderzoek naar het telefoonnummer [telefoonnummer 1] . Dit telefoonnummer had vóór de dag van het incident en op de dag van het incident, 5 en 6 augustus 2020, meerdere malen contact met het telefoonnummer van [medeverdachte 6] , [telefoonnummer 5] .
Onderzoek telefoon Asus Zenfone 4
In dit toestel werden meerdere audiobestanden in een chat over en weer gestuurd tussen deze twee telefoonnummers. De audiobestanden werden woordelijk als volgt uitgewerkt:
[medeverdachte 6] : En djie (fon.= maat) probeer, probeer, jij, je weet toch, en die ‘niggers’, zo min mogelijk mensen. Want dan kan ik jou echt euh.. Dan kunnen we beetje goed verdienen, snap je?
NN-man: ja broeder, die gast stuurt mij al de foto’s, ik ga screenshots ervan maken.
Ik maak screenshots van alles wat hij naar mij toe heeft gestuurd, met de prijzen en alles. Ik maak screenshots zodat jij het allemaal zelf kan zien (…)
[medeverdachte 6] : Ja, is goed man, is goed man. Kijk maar even jongen, kijk maar even.
(werd vertaald van Papiaments naar Nederlands)
[medeverdachte 6] : No man djie (fon. = maat), dit is veels te dure dingen in het leven man. Dit is niet serieus maat. Die schorpioen, je weet toch. Normaal is dat euh iets van 13 of zo, je weet wat ik bedoel. Dus dit is veel te duur man!
(werd vertaald van Papiaments naar Nederlands)
NNM: Ja broeder, maar die man heeft mij verkeerd begrepen, ik heb verkeerd met die man gesproken. Die man heeft mij uitgelegd dat als je één wapen koopt, maar als je meer koopt dan zakt de prijs.
[medeverdachte 6] : Oké, oké. Wat geeft hij nu dan aan precies? Wat is de prijs? Wat heeft ie? Wat heeft ie?
(werd vertaald van Papiaments naar Nederlands)
NNM: wel er zijn twee van de GLOCK 17 en twee van de GLOCK 19. Er zijn er twee. Het zijn er vier (4). 2 van de GLOCK 17 en 2 van de GLOCK 19.
Uit het onderzoek in de telefoon met goednummer 1736813 bleek dat het telefoonnummer [telefoonnummer 1] stond opgeslagen in de contactenlijst onder de naam [medeverdachte 3] .
19.
Op 26 november 2020 ben ik begonnen met het uitkijken van de mobiele telefoon, een Apple iPhone 8 plus, die werd inbeslaggenomen in de woning aan [adres 5] . Het goed werd inbeslaggenomen onder verdachte [verdachte] , geboren op [geboortedag 1] 1992 te [geboorteplaats 1] .
Ik kon stellen dat deze telefoon in gebruik was c.q. is geweest bij [verdachte] om meerdere redenen, namelijk:
– Ik zag bij ‘Documents’ een document van de asn-bank met betrekking tot ‘Bepalen fiscaal woonland’ en zag daarin de gegevens van verdachte [verdachte] .
– Ik zag bij ‘User Accounts’ veelvuldig de accounts ‘ [e-mailadres 2] ’ en het telefoonnummer [telefoonnummer 6] staan. Ook zie ik ‘ [e-mailadres 3] of
‘ [accountnaam] ’ staan.
De 2e voornaam van verdachte [verdachte] is ‘ [verdachte] ’.
Het telefoonnummer [telefoonnummer 6] is een telefoonnummer dat bij verdachte
[verdachte] in gebruik is. Mij is bekend dat verdachte [verdachte] een relatie heeft met [medeverdachte 9] , geboren op [geboortedag 4] 1989 te [geboorteplaats 4] , en dat hij samen met haar op het adres [adres 6] woont.
Uit verder onderzoek is gebleken dat verdachte [verdachte] en [medeverdachte 9] een dochter hebben met de naam [betrokkene 3] ( [betrokkene 3] ). Zij is geboren op [geboortedatum] ( [geboortedatum] ). Dit kan het getal verklaren in
‘ [accountnaam] ’.
20.
Op dinsdag 16 februari 2021 onderzocht ik de veiliggestelde digitale gegevens van de in beslag genomen telefoon van verdachte [medeverdachte 2] .
Naam van het toestel: [medeverdachte 2]
Merk: Samsung
Type: S10
Telefoonnummer: [telefoonnummer 7]
De telefoon werd onder verdachte [medeverdachte 2] in beslag genomen. Hij verklaarde dat hij deze telefoon in gebruik heeft. Uit onderzoek in de telefoon blijkt dat er verschillende usernames werden gebruik met de naam [medeverdachte 2] . Ik zag ook dat één van de usernames betrof “ [medeverdachte 2] “.
Ik zag dat er een contact stond opgeslagen in de telefoon onder de naam [medeverdachte 3] met het telefoonnummer [telefoonnummer 1] . Ik zag een profielfoto onder dit contact en ik zag dat dit medeverdachte [medeverdachte 3] betrof.
Ik zag dat er binnen de contacten op 05-08 een contact was opgeslagen van Snapchat. Ik zag dat dit Snapchat account was genaamd “ [medeverdachte 6] “. Ambtshalve is mij bekend dat deze letters staan voor “ [medeverdachte 6] ”, van [medeverdachte 6] , medeverdachte binnen dit onderzoek. Ik zag dat het contact geblokkeerd werd.
21.
Door het onderzoeksteam werden navolgende 8 objecten aangedragen en weergegeven in onderstaand tabel.
No.
Telefoonnummer
CIOT
Gebruiker
1
[telefoonnummer 8]
[medeverdachte 4]
[medeverdachte 4]
2
[telefoonnummer 9]
No hit
[medeverdachte 5]
3
[telefoonnummer 6]
[verdachte]
[verdachte]
4
[telefoonnummer 5]
No hit
NN 1 ( [medeverdachte 6] app)
5
[telefoonnummer 10]
No hit
NN2 ( [betrokkene 2] )
6
[telefoonnummer 11]
[medeverdachte 7]
[medeverdachte 7]
7
[telefoonnummer 12]
No hit
[betrokkene 4]
8
[telefoonnummer 13]
[betrokkene 5]
[betrokkene 5]
Er is die dag (hof begrijpt: 6 augustus 2020) onderling contact tussen de telecomtoestellen van alle objecten. De objecten met de telefoonnummers [telefoonnummer 8] , [telefoonnummer 10] en [telefoonnummer 6] hebben alleen op deze dag onderling contact gehad.
De telecomtoestellen met de nummers [telefoonnummer 5] , [telefoonnummer 11] en [telefoonnummer 6] stralen vóór het schietincident, tussen 18.43 en 18.47 uur, dezelfde zendmast aan: Prof. Cobbenhagelaan te Tilburg.
De telecomtoestellen van alle objecten behalve object 7 ( [telefoonnummer 12] ) bevinden zich die dag rond het tijdstip van het schietincident in het zendgebied van de ‘serving cell’ van de Plaats Delict.
Die dag blijken de telecomapparaten van de objecten tussen 19.10 en 19.21 uur niet actief te zijn.
Uit onderzoek in telecomapparaat van [medeverdachte 4] met telefoonnummer [telefoonnummer 8] werd het volgende sms bericht, afkomstig van telefoonnummer [telefoonnummer 6] inkomend op 06-08-20 te 15.04 uur, aangetroffen:
“Yo komt van nimijgen, daar hij is alle 4 regele, hoor ik hoelaat hij kan kome, hoop nog vandaag”.
22.
Dit proces-verbaal bevat het onderzoek naar de onderlinge contacten en bijbehorende mastgegevens van het telefoonnummer [telefoonnummer 1] welke volgens het onderzoek in gebruik is bij [medeverdachte 3] .
Door mij verbalisant werden op 18 november 2020 de printgegevens van het mobiele telefoonnummer [telefoonnummer 1] opgevraagd.
Op de printlijst is te zien dat de gebruiker van het [telefoonnummer 1] nummer zich vanaf 8.13 uur in de ochtend verplaatst vanuit Hulten naar Tilburg.
Uit het onderzoek kwam verder naar voren dat de gebruiker van het [telefoonnummer 1] nummer op 6 augustus 2020 op onderstaande tijdstippen de volgende mastlocaties aanstraalt.
• 11.11 uur mast [adres 7]
• 12.28 uur mast [adres 7]
• 14.39 uur mast [adres 8]
• 17.15 uur mast [adres 9]
• 18.25 uur mast [adres 7]
23.
(pagina 1470)
Dit proces-verbaal bevat het onderzoek naar de onderlinge contacten en bijbehorende mastgegevens van het telefoonnummer [telefoonnummer 2] .
Het toestel waar het [telefoonnummer 2] nummer gebruik van maakt betreft na bevraging in de politiesystemen een iPhone 8.
(pagina 1471)
Uit de analyse van de mastgegevens van 5 augustus 2020 zit de gebruiker van het [telefoonnummer 2] nummer de gehele woensdag in de omgeving van Hengelo en Almelo.
In het onderstaande tabel staan de telefonische contacten weergegeven van de datum donderdag 6 augustus 2020 tussen de gebruiker van het [telefoonnummer 2] nummer.
Spoorlaan Proff. Cobbenhagenlaan Hugo Verrietsstraat
MSISDN
Other party number
Start Date
Start Time
[telefoonnummer 2]
[telefoonnummer 5]
20200806
180342
[telefoonnummer 2]
[telefoonnummer 5]
20200806
185038
[telefoonnummer 2]
[telefoonnummer 1]
20200806
192132
(pagina 1475)
Aan de hand van de mastgegevens is vast komen te staan dat de telefoon vanuit Hengelo naar Tilburg verplaatst waar deze omstreeks 18.03 uur de mast op de Spoorlaan in Tilburg aanstraalt.
24.
Op 20 januari 2021 werden de historische vastgelegde gegevens telefonie gevorderd van het telefoonnummer [telefoonnummer 4] . Na onderzoek van de opgevraagde historische gegevens blijkt dat het simkaartje voorzien van het mobiele telefoonnummer binnen de opgevraagde periode in 3 verschillende telefoons wordt gebruikt. Het betreffen een Galaxy S7, een Alcatel en een iPhone 11.
De Apple IPhone 11 betreft tevens het laatste telefoontoestel wat met dit simkaartje in gebruik is bij de verdachte, [medeverdachte 1] . Dit telefoontoestel werd tijdens de aanhouding onder de verdachte, [medeverdachte 1] , aangetroffen en in beslag genomen.
Door mij verbalisant werd gekeken naar de mastgegevens met betrekking tot de datum 6 augustus 2020. Het simkaartje voorzien van het mobiele nummer [telefoonnummer 4] maakte op die dag gebruik van onderstaande telefoon:
• Samsung Galaxy S7 Edge SM-G935F met IMEI-nummer [IMEI-nummer] .
Uit de mastgegevens blijkt dat het toestel (op 6 augustus 2020) de volgende masten in Hengelo aanstraalt voordat het toestel met bijbehorend simkaartje zich verplaatst richting Tilburg.
• 13.28 uur Schildsweg Hengelo
• 15.07 uur Sluiskade Zuidzijde Westerhaar-Vriezenveensewijk
• 16.07 uur [adres 10]
• 16.12 uur [adres 10]
• 18.12 uur [adres 11]
• 19.16 uur [adres 12] t/m [adres 13]
• Tussen 20.13 uur en 22.13 uur [adres 14]
Belangrijke mastlocaties:
De mast Hart van Brabantlaan is gelegen in de omgeving van het Spoorpark te Tilburg.
Dit betreft de omgeving waar de overige telefoonnummers uit het onderzoek in gebruik bij de verdachten aanstralen.
De mast [adres 12] t/m [adres 13] , betreft de mast van de plaats delict direct gelegen naast het Paletplein te Tilburg.
25.
Op dinsdag 25 augustus 2020, werden bij “ [bedrijf 2] ”, gelegen aan [adres 15] , camerabeelden gevorderd. De gevorderde beelden betroffen de beelden van alle beveiligingscamera’s die zicht hadden op de openbare weg op donderdag 6 augustus 2020 tussen 18.00 uur en 20.00 uur.
Het bleek dat van de aanwezige camera’s alleen camera 4 zicht had op de openbare weg. Ik zag bij het uitkijken van deze beelden dat deze camera zicht had op de ingang van [bedrijf 2] en hierbij in de [adres 15] in de richting van de Lage Witsiebaan gericht stond.
Ik wist dat de schietpartij plaats had gevonden nabij de hoek [adres 15] en de parkeerplaats tegenover [bedrijf 3] en de [bedrijf 1] aldaar.
De camerabeelden namen enkel op bij beweging, waardoor de camerabeelden op sommige momenten ineens versprongen.
Ik zag dat om 18.57 uur een personenauto, komende uit de richting van de Baden
Powellaan en gaande in de richting van de Lage Witsiebaan, langs kwam rijden. Ik zag dat deze personenauto parkeerde op/nabij de plek waar later de schietpartij plaatsvond.
Ik zag dat om 19.02 uur twee personenauto’s vanaf de Lage Witsiebaan de [adres 15] in kwamen rijden. Ik zag dat beide auto’s, achteruit parkerend, naast elkaar parkeerden op/nabij de plek waar later de schietpartij plaatsvond. Ik zag dat dit een blauwe en een zilverkleurige personenauto betroffen.
Ik zag, terwijl de zilverkleurige auto nog aan het parkeren was, dat een persoon vanaf de blauwe personenauto de straat over stak en in de richting liep van de persoon die eerder de straat overgestoken was. Hierna is op de beelden te zien dat een persoon in een wit T-shirt vanaf de geparkeerde auto’s ook de straat oversteekt in de richting waar de andere personen eerder opliepen.
Te zien is dat een van de personen die overgestoken was om 19.03 uur de weg weer terug oversteekt in de richting van de geparkeerd staande auto’s.
Te zien is dat om 19.05 uur een persoon vanuit de geparkeerd staande personenauto’s de straat oversteekt in de richting van de personen die eerder overgestoken waren.
Te zien is dat een 5-tal personen om 19.17 uur en een twee-/drietal personen om 19.18 uur de straat in de richting van de geparkeerd staande auto’s weer oversteken.
Te zien is dat hierna “rumoer” ontstaat (…).
Te zien is dat de twee eerder geparkeerde auto’s om 19.19 uur wegrijden in de richting van de Baden Powellaan. Hierbij opgemerkt dat deze hard reden en dat hierbij het portier aan de bestuurderskant van de voorste auto nog openstond.
Te zien is dat één van de wegrijdende auto’s de eerdergenoemde personenauto is die om 18.57 uur aan kwam rijden en parkeerde.
26.
Op 3 november 2020, omstreeks 7.32 uur, werd voor een doorzoeking ter inbeslagneming binnengetreden in de woning aan [adres 5] . Tijdens de doorzoeking werd het volgende in beslag genomen:
– verdovende middelen (376 pillen (vermoedelijk indicatie MDM, 22 gram wit poeder (indicatie positief op cocaïne)
630301
In de witte zak zaten 376 XTC pillen (indicatief getest).
In de bruine zak zat 21,82 gram wit poeder cocaïne (indicatief getest) en 2,34 gram versnijdingsmiddel.
3,92 gram cocaïne (indicatief getest).
27.
Op dinsdag 3 november 2020 te 7.08 uur hebben wij aangehouden [verdachte] .
De verdachte is aangehouden in de woning gelegen aan [adres 5]
.
28.
Op 3 november 2020 werd een onderzoek ingesteld in verband met een vermoedelijke overtreding van de Opiumwet. Deze partij was in beslag genomen in de woning [adres 5] .
376 grijze pillen, rechthoek met afbeelding van een stier (goednummer 630301)
Sporenlijst
Goednummer: 630962
SIN: AALE1492NL
Inhoud: 2.13 gram monster van totaalpartij 21.82 gram.
Sporenlijst
Goednummer: 630958
SIN: AALE1493NL
Inhoud: Xtc pillen monster van 5 stuks uit totale hoeveelheid van 376 stuks
Opmerking Betreft 5 pillen afkomstig zijn uit totaal van goednummer (630301)
29.
Kenmerk Omschrijving FO Conclusie
AALE1492NL poeder en brokjes, wit, uit 21,83 gram; bevat cocaïne
30.
Kenmerk Omschrijving FO Conclusie
AALE1493NL gleuftablet, grijs, uit 142,9 gram; bevat MDMA
31.
Op 3 november 2020 vond er doorzoeking plaats in het pand aan [adres 5] . De verdachte [verdachte] werd in het woongedeelte, de slaapkamer, van het pand aangehouden. Er was op het moment van de aanhouding niemand anders in de woning of het pand aanwezig. Bij binnenkomst in de slaapkamer stond een kinderledikant rechtop, op de zijkant. Op dit ledikant werd een doorzichtige zak aangetroffen waarin, naar later bleek, 376 XTC-pillen verpakt zaten in een witkleurige zak en 21,82 gram cocaïne verpakt in een bruine zak.
32.
Mijn vriendin heet [medeverdachte 9] .
V. Dat adres waar je vanochtend bent aangehouden, dat is van jouw schoonmoeder Hoe kom je aan die sleutel?
A. Die heeft iedereen van de familie. Ik mag daar gewoon aanwezig zijn.
33.
Het vermoeden bestond dat [medeverdachte 9] op bezoek zou gaan bij [verdachte] op 27 november 2020. Hiervoor werd er een mondeling bevel na verkregen machtiging van de rechter-commissaris voor het opnemen van de vertrouwelijke communicatie.
Ik herkende de vrouwelijke stem als de stem van [medeverdachte 9] op basis van de intonatie, het “straats achtige accentje” door het veranderen van de s in een z. De woordkeuze en de inhoud van de gesprekken die aantoonbaar gingen over gebeurtenissen tussen [verdachte] en [medeverdachte 9] . Deze zijn gebaseerd op het feit dat ik de telefoons heb bekeken, de tap heb uitgeluisterd en ik op de hoogte ben van de gebeurtenissen in het onderzoek.
Ik herkende de mannelijke stem, die het meest aanwezig was in het gesprek als de stem van [verdachte] . Ik herkende deze aan de woordkeuze, de intonatie, het “straats accent”, de woordkeuze en de inhoud van de gesprekken die aantoonbaar gingen over gebeurtenissen tussen [verdachte] en [medeverdachte 9] . Deze overeenkomsten zijn gebaseerd op het feit dat ik de telefoons heb bekeken, de tap heb uitgeluisterd en op de hoogte ben van de gebeurtenissen in het onderzoek. Tevens noemde [medeverdachte 9] de naam [verdachte] meerdere malen tijdens het gesprek.
[medeverdachte 9] : Was je geschrokken?
[verdachte] : Wanneer?
[medeverdachte 9] : Was je geschrokken [verdachte] ?
[verdachte] : Wanneer?
[medeverdachte 9] : Toen ze jouw kwamen van het bed aflichten
[verdachte] : Kijk, ja ik zeg eerlijk, ik had het niet verwacht. Dat ze die dag zouden komen snapje, want
[medeverdachte 9] : Ja
[verdachte] : Ik had toevallig die dag had ik alles bij en zo weetje ook. Ja al die spulletjes en zo had ik allemaal bij toch dus. Ja ik ging er echt niet vanuit dat ze zouden komen die dag. Want ja, want, normaal ligt alles gewoon een beetje verstopt toch en zo.
De beslissing dat het bewezenverklaarde door de verdachte is begaan, berust op de feiten en omstandigheden als vervat in de hierboven bedoelde bewijsmiddelen in onderlinge samenhang beschouwd.
Elk bewijsmiddel wordt – ook in zijn onderdelen – slechts gebruikt tot bewijs van dat bewezenverklaarde feit, of die bewezenverklaarde feiten, waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft.
Het hof stelt op grond van de gebezigde bewijsmiddelen de volgende feiten vast.
Het hof merkt daarbij, evenals de rechtbank, op dat zowel door getuigen als verdachten een groot aantal verklaringen is afgelegd in deze zaak en dat met name de verklaringen van de verdachten sterk uiteenlopen. Daarbij laat het hof niet onbesproken dat deze verdachten ook allen zelf een rol hebben vervuld in hetgeen op 6 augustus 2020 is gebeurd en dus belang kunnen hebben gehad om op een bepaalde manier te verklaren. Het hof zal de verklaringen van de verdachten daarom, net als de rechtbank, met behoedzaamheid beoordelen en slechts voor het bewijs gebruiken voor zover zij steun vinden in een of meerdere andere (objectieve) bewijsmiddelen.
Op 6 augustus 2020 kwamen rond 19.21 uur de eerste meldingen binnen bij de politie dat er was geschoten op het parkeerterrein voor de [bedrijf 1] aan de [adres 15] bij het
Paletplein in Tilburg. Uit het onderzoek kwamen acht verdachten naar voren die alle, hetgeen niet (meer) ter discussie staat, ten tijde van het schietincident aanwezig waren op het Paletplein: [verdachte] , [medeverdachte 6] , [medeverdachte 7] , [medeverdachte 1] , [medeverdachte 3] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 4] en [medeverdachte 5] . De eerstgenoemde drie personen kwamen om 18.57 uur aanrijden in een blauwe Hyundai Matrix, [medeverdachte 1] arriveerde om 19.02 uur in een blauwe Volkswagen Golf, direct gevolgd door een zilvergrijze Volkswagen Polo met daarin als inzittenden [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] .
Aanleiding voor de ontmoeting op het Paletplein was een tussen verschillende hiervoor genoemde verdachten gemaakte afspraak tot het (ver)kopen van vuurwapens. [medeverdachte 3] heeft kort gezegd verklaard dat [medeverdachte 6] hem een dag eerder, 5 augustus 2020, had gevraagd of hij aan een wapen kon komen voor een vriend van [medeverdachte 6] . [medeverdachte 3] heeft [medeverdachte 6] vervolgens in contact gebracht met [medeverdachte 2] door hun Snapchat-accounts met elkaar uit te wisselen. Deze verklaring vindt steun in audio-/ en chatberichten tussen [medeverdachte 6] en [medeverdachte 3] op 5 augustus 2020, waarin zij onder meer spreken over prijzen en [medeverdachte 3] desgevraagd aangeeft om welke vuurwapens het gaat: “vier Glocks, twee Glock 17 en twee Glock 19”. Verder is in de telefoon van [medeverdachte 2] een Snapchatcontact aangetroffen met de naam “ [medeverdachte 6] ” (afkorting van [medeverdachte 6] , de voornaam van [medeverdachte 6] ) en heeft [medeverdachte 2] bevestigd dat iemand hem in contact heeft gebracht met [medeverdachte 6] en dat hij op zijn beurt [medeverdachte 6] weer in contact heeft gebracht met iemand. [medeverdachte 2] heeft verder verklaard dat hij mensen had samengebracht om een illegale deal te sluiten.
Uit de bewijsmiddelen blijkt verder dat voorafgaande aan de afspraak op het Paletplein, een ontmoeting tussen verschillende verdachten heeft plaatsgevonden in het Spoorpark te Tilburg en later bij de universiteit. Het hof stelt vast dat daarbij in elk geval [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] , maar ook [medeverdachte 1] , [verdachte] en [medeverdachte 6] aanwezig waren. [medeverdachte 3] heeft verklaard dat hij met [medeverdachte 2] in de Polo in het Spoorpark aankwam, dat [medeverdachte 6] daar was ‘met een paar boys’ en dat [medeverdachte 6] ging praten met de bestuurder van de blauwe Golf. [medeverdachte 6] en [medeverdachte 2] hebben hun aanwezigheid in het Spoorpark bevestigd en ook [verdachte] heeft bevestigd dat er van tevoren een ontmoeting heeft plaatsgevonden waar [medeverdachte 6] , [getuige] en de personen van buiten de stad (uit de Golf en de Polo) bij aanwezig waren en dat het zou kunnen dat dit in het Spoorpark was. Voorts hebben de telefoons van [medeverdachte 6] , [verdachte] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] en [medeverdachte 1] die avond voorafgaand aan het treffen op het Paletplein een zendmast in de nabije omgeving van het Spoorpark als ook de universiteit aangestraald.
Vervolgens hebben de verdachten [medeverdachte 6] , [verdachte] en uiteindelijk ook [medeverdachte 7] (in de Matrix), [medeverdachte 1] (in de Golf) en [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] (in de Polo) zich verplaatst naar het Paletplein. Daar waren [medeverdachte 5] en [medeverdachte 4] ook (reeds) aanwezig.
[medeverdachte 3] heeft verklaard dat [medeverdachte 4] de potentiële koper van de vuurwapens was en dat [verdachte] ‘alles regelde’. Ook dit onderdeel van de verklaring van [medeverdachte 3] vindt steun in andere bewijsmiddelen. In de telefoon van [medeverdachte 4] is een bericht aangetroffen van [verdachte] aan [medeverdachte 4] van 6 augustus 2020 te 15.04 uur met als inhoud:
Het hof concludeert uit het voorgaande dat het bovengenoemde bericht van [verdachte] aan de koper [medeverdachte 4] – zo kort voor de ontmoeting – zag op de aankoop van (4) wapens.
Dat [medeverdachte 4] in deze afspraak de koper was van het/de vuurwapen(s) en [medeverdachte 1] de verkoper/leverancier, blijkt ook uit het feit dat [medeverdachte 1] al eerder aanwezig was in het Spoorpark, [medeverdachte 4] vervolgens op het Paletplein aanwezig is met het geld en [medeverdachte 4] en [medeverdachte 1] uiteindelijk samen bij de achterkant van de Golf en/of Polo zijn aangekomen waar een worsteling tussen hen is ontstaan. Verder heeft [medeverdachte 1] verklaard dat hij die dag een afspraak had met [medeverdachte 2] en heeft [medeverdachte 2] verklaard dat hij ‘ze’ had samengebracht om tot de ‘illegale deal’ te komen. Overigens heeft [medeverdachte 4] zichzelf ook steeds als koper gepresenteerd (al verklaarde hij in eerste instantie dat het om een auto ging, waaraan het hof geen geloof hecht omdat dit zijn weerlegging vindt in de bewijsmiddelen) en heeft hij bij de rechter-commissaris d.d. 15 oktober 2021 verklaard dat [medeverdachte 1] de verkoper was.
Op grond van het voorgaande stelt het hof vast dat iedere verdachte zijn eigen rol heeft gespeeld in het tot stand brengen van de afspraak op het Paletplein, waarbij er over en weer is gecommuniceerd, informatie is doorgespeeld en er verschillende afspraken hebben plaatsgevonden. De rol van iedere verdachte vormde een essentiële schakel in de keten die heeft geleid tot de afspraak. Dat geldt ook voor [verdachte] . Hij heeft contact onderhouden met medeverdachten (in elk geval [medeverdachte 6] en [medeverdachte 4] ), hij heeft de koper [medeverdachte 4] informatie doorgespeeld over de stand van zaken aan de zijde van de verkopende partij die hij op zijn beurt van iemand anders had vernomen en hij was fysiek aanwezig bij zowel de afspraken in het Spoorpark als op het Paletplein. [verdachte] is daar samen met [medeverdachte 7] en [medeverdachte 6] als eerste van de drie auto’s gearriveerd en is samen met [medeverdachte 6] uitgestapt en naar personen toe gelopen die daar al stonden (waarvan één in elk geval [medeverdachte 4] ). Kort daarna arriveerden ook de auto’s van [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] en [medeverdachte 1] . Pas ongeveer 20 minuten later is het conflict ontstaan. [verdachte] is dus geruime tijd samen met diverse medeverdachten aanwezig geweest met het kennelijke doel om de wapendeal te voltooien. Gelet op al het voorgaande is de bijdrage van [verdachte] van dusdanig gewicht geweest dat er kan worden gesproken van een nauwe en bewuste samenwerking. Ook waren alle handelingen naar uiterlijke verschijningsvorm gericht op voltooiing van het misdrijf.
Het hof acht derhalve wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 primair tenlastegelegde heeft begaan, op de wijze zoals in de bewezenverklaring is vermeld.
De raadsman heeft vrijspraak bepleit wegens gebrek aan wettig en voldoende overtuigend bewijs. Daartoe is, op gronden zoals nader verwoord in de pleitnota, aangevoerd dat niet kan worden bewezen dat de verdachte wetenschap had van de aanwezigheid van de verdovende middelen en dat hij hierover beschikkingsmacht had
Het hof overweegt als volgt.
De verdachte is op 3 november 2020 aangehouden in de woonruimte (slaapkamer) waarin de verdovende middelen zijn aangetroffen. Hij was op dat moment de enige persoon die in de woning (van zijn schoonmoeder) aanwezig was. De (doorzichtige) tas waarin de verdovende middelen (verpakt in een witte en bruine zak) zaten, lag blijkens het aanvullend proces-verbaal direct in het zicht, namelijk boven op een op zijn kant gezet kinderledikant in de slaapkamer. Verder leidt het hof uit een OVC-gesprek tussen de verdachte en zijn vriendin [medeverdachte 9] enkele weken later af dat de verdachte op dat moment over de tenlastegelegde aangetroffen verdovende middelen spreekt op een wijze die doet vermoeden dat hij er niet alleen vanaf wist, maar er ook van baalt dat hij de spullen niet beter heeft verstopt. [medeverdachte 9] vraagt hem immers of hij geschrokken was toen hij van zijn bed werd afgelicht (het hof begrijpt gelicht/aangehouden). De verdachte zat op dat moment sinds 3 november 2020, de dag dat hij werd aangehouden, vast. De verdachte antwoordde bevestigend en zei dat hij niet had verwacht dat ‘ze’ (hof begrijpt: de politie) die dag zouden komen en hij ‘al die spulletjes’ bij zich had terwijl dat normaal ‘gewoon een beetje verstopt ligt’.
Het hof is op grond van het voorgaande dan ook van oordeel dat wettig en overtuigend kan worden bewezen dat de verdachte wetenschap had van de aanwezigheid van de verdovende middelen en dat hij hierover beschikkingsmacht had.
Het hof acht derhalve wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 2 tenlastegelegde heeft begaan, op de wijze zoals in de bewezenverklaring is vermeld.
Het onder 1 primair bewezenverklaarde wordt gekwalificeerd als:
Het onder 2 bewezenverklaarde wordt gekwalificeerd als:
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezenverklaarde uitsluiten. De feiten zijn strafbaar.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De verdachte is daarom strafbaar voor het hiervoor bewezenverklaarde.
Het hof heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezenverklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen. Daarnaast is gelet op de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komende in de hierop gestelde wettelijke strafmaxima en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd.
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan medeplegen van een poging tot het overdragen van (een) vuurwapen(s). De wapendeal is uiteindelijk niet voltooid, omdat het contact met de koper [medeverdachte 4] uitliep op een beroving, waarbij vuurwapens zijn getrokken en is geschoten. Dit alles vond plaats op klaarlichte dag tussen het winkelend publiek en toevallige passanten op het Paletplein. Er is in totaal minimaal elf keer geschoten en er zaten kogelgaten in ramen van een leegstaand pand aan de overkant van de straat en in een voertuig dat aldaar geparkeerd stond. Het is een geluk dat er geen doden of gewonden zijn gevallen. Wapenhandel zorgt ervoor dat dit soort gevaarlijke situaties in stand kunnen blijven en dient derhalve krachtig te worden bestreden. Zonder wapens immers geen schietpartijen. En als de wapendeal wel succesvol was voltooid, hadden de verhandelde vuurwapens bij andere strafbare feiten kunnen worden ingezet, waaronder levensdelicten. Het onbevoegd voorhanden hebben en verhandelen van vuurwapens brengt derhalve onaanvaardbare risico’s voor de veiligheid van personen en gevoelens van onveiligheid in de samenleving met zich en vormt een ernstige inbreuk op de rechtsorde.
Verder heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan het aanwezig hebben van 21 gram cocaïne en 376 pillen bevattende MDMA voorhanden gehad. Het is algemeen bekend dat harddrugs grote gezondheidsrisico’s met zich brengen voor de gebruikers ervan, dat deze drugs kunnen leiden tot een lichamelijke of geestelijke verslaving en dat verslaafde gebruikers misdrijven plegen om aan geld te komen om in hun verslaving te voorzien. Bovendien brengt de handel in verdovende middelen met zich dat er ook andere vaak gewelddadige delicten worden gepleegd, waar de samenleving veel last van heeft.
Het hof rekent het de verdachte derhalve zwaar aan dat hij zich aan deze ernstige feiten schuldig heeft gemaakt.
Naar het oordeel van het hof kan gelet op de ernst van het bewezenverklaarde dan ook niet worden volstaan met een andere of lichtere sanctie dan een die een onvoorwaardelijke gevangenisstraf met zich brengt.
Het hof heeft voorts acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie d.d. 6 november 2023 waaruit blijkt dat de verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld ter zake strafbare feiten. Dit betreffen veelal vermogensdelicten en eenmaal eerder is de verdachte veroordeeld ter zake overtreding van de Wet wapens en munitie en eenmaal heeft de verdachte hiervoor een strafbeschikking gekregen. Deze veroordelingen hebben de verdachte er kennelijk niet van weerhouden zich opnieuw aan strafbare feiten, waaronder een soortgelijk feit, schuldig te maken en dat rekent het hof hem aan.
Verder heeft het hof gelet op de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, voor zover daarvan ter terechtzitting is gebleken.
Alles afwegende acht het hof, met de rechtbank en in navolging van de vordering van de advocaat-generaal, oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden, met aftrek van de tijd doorgebracht in voorarrest, passend en geboden.
Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 van de Penitentiaire beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidsstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 van het Wetboek van Strafvordering, aan de orde is.
De inbeslaggenomen XTC-pillen en cocaïne (2,13 gram, pag. 469 en 19,51 gram) zijn voorwerpen met betrekking tot welke het onder 2 bewezenverklaarde is begaan. De 2,34 gram poeder (blijkens pagina 464 versnijdingsmiddel) en 1,17 gram hennep zijn voorwerpen die bij gelegenheid van het onderzoek is aangetroffen en kunnen dienen tot het begaan of de voorbereiding van soortgelijke feiten. Al deze inbeslaggenomen goederen dienen te worden onttrokken aan het verkeer, aangezien het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met het algemeen belang en de wet.
De beslissing is gegrond op de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet, de artikelen 45, 47, 57 en 63 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 31 en 55 van de Wet wapens en munitie, zoals deze ten tijde van het bewezenverklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van het wijzen van dit arrest rechtens gelden.
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart zoals hiervoor overwogen bewezen dat de verdachte het onder 1 primair en 2 tenlastegelegde heeft begaan.
Verklaart niet bewezen hetgeen de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezenverklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Verklaart het onder 1 primair en 2 bewezenverklaarde strafbaar, kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart de verdachte strafbaar.
Veroordeelt de verdachte tot een
Beveelt dat de tijd die door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in enige in artikel 27, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht bedoelde vorm van voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht.
Beveelt de
G630961 371 stuks Xtc;
G630958 2,34 gram poeder;
G630962 2,13 gram poeder;
G630954 19,51 gram cocaïne;
G630303 1,17 gram hennep.
Aldus gewezen door:
mr. G.C. Bos, voorzitter,
mr. A.M.G. Smit en mr. C.P.J. Scheele, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. J.E. van Dijk, griffier,
en op 15 februari 2024 ter openbare terechtzitting uitgesproken.
Hierna wordt, tenzij anders vermeld, verwezen naar het eindproces-verbaal van de politie, Eenheid Zeeland-West-Brabant, district Hart van Brabant, proces-verbaalnummer 2020204998, dossierpagina’s 1-1792, bevattende een verzameling op ambtseed dan wel ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal en daarin gerelateerde bijlagen, alsmede geschriften. Alle tot het bewijs gebezigde processen-verbaal zijn in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde verbalisanten en alle verklaringen zijn, voor zover nodig, zakelijk weergegeven.