Civiel recht, personen- en familierecht
ECLI:NL:OGEABES:2026:49
text/xml
public
2026-05-28T19:36:35
2026-05-28
Raad voor de Rechtspraak
nl
Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
2026-02-25
BON202600045
Uitspraak
Eerste aanleg – enkelvoudig
NL
Civiel recht
Rechtspraak.nl
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEABES:2026:49
text/html
public
2026-05-28T19:35:26
2026-05-28
Raad voor de Rechtspraak
nl
ECLI:NL:OGEABES:2026:49 Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba , 25-02-2026 / BON202600045
Civiel recht, personen- en familierecht
Registratienummer: BON202600045
Datum uitspraak: 25 februari 2026
BESCHIKKING
op het gemeenschappelijk verzoek van:
2. [verzoeker 2],
beiden wonend te Bonaire,verzoekers,
gemachtigde: mr. A.T.C. Nicolaas.
1.1.
Het verzoekschrift met bijlagen is op 2 februari 2026 ter griffie ingediend.
1.2.
De rechter heeft bepaald dat een mondelinge behandeling van het verzoek achterwege kan blijven.
1.3.
De beschikking is bepaald op heden.
2.1.
Verzoekers zijn op [datum] 2022 te Bonaire met elkaar getrouwd.
2.2.
Verzoekers hebben op 29 mei 2025 een echtscheidingsconvenant met elkaar gesloten.
3.1.
Het verzoek strekt tot het uitspreken van de echtscheiding tussen partijen en tot opneming van het echtscheidingsconvenant door aanhechting aan deze beschikking.
3.2.
Als onbestreden tussen verzoekers staat vast dat hun huwelijk duurzaam is ontwricht. Het gezamenlijk verzoek tot echtscheiding zal als op de wet (artikel 1:151 BW BES) gegrond worden toegewezen.
3.3.
Het echtscheidingsconvenant zal aan deze beschikking worden gehecht en daarvan deel uitmaken (artikel 819 Rv BES).
Het gerecht:
4.1.
spreekt de echtscheiding uit tussen verzoekers, getrouwd op [datum] 2022 te Bonaire.
4.2.
bepaalt dat de getroffen onderlinge regelingen uit het aangehechte en door de griffier gewaarmerkte, door verzoekers op 29 mei 2025 ondertekende, echtscheidingsconvenant deel uitmaken van deze beschikking.
4.3.
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. R.P.P. Hoekstra, rechter, en op 25 februari 2026 uitgesproken ter openbare terechtzitting in aanwezigheid van de griffier.