Menu

Filter op
content
PONT | Data&Privacy

0

ECLI:NL:OGEAC:2026:112

Bodemzaak. Gebruiksvergoeding woning. Vraag of er sprake is van een huurovereenkomst.

Gerecht in eerste aanleg van Curaçao 27 July 2026

Jurisprudentie – Uitspraken

ECLI:NL:OGEAC:2026:112
text/xml
public
2026-07-27T17:54:51
2026-07-27
Raad voor de Rechtspraak
nl
Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
2026-01-12
CUR202500973
Uitspraak
Eerste aanleg – enkelvoudig
NL
Civiel recht

Rechtspraak.nl

http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGEAC:2026:112
text/html
public
2026-07-27T17:51:16
2026-07-27
Raad voor de Rechtspraak
nl
ECLI:NL:OGEAC:2026:112 Gerecht in eerste aanleg van Curaçao , 12-01-2026 / CUR202500973

Bodemzaak. Gebruiksvergoeding woning. Vraag of er sprake is van een huurovereenkomst.

GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO

Zaaknummer: CUR202500973

Vonnis van 12 januari 2026

in de zaak van

[Eiseres]

wonende in [woonplaats],

eiseres,

hierna: [eiseres], gemachtigde: mr. S.N. Zahedi,

tegen

[Gedaagde],

wonende in [woonplaats], gedaagde,

hierna: [gedaagde], gemachtigde mr. S.I. Da Costa Gomez.

<br /> 1Het procesverloop

1.1.

Het procesverloop blijkt uit:

het verzoekschrift van 25 maart 2025, met producties,

de conclusie van antwoord tevens van eis in reconventie van 7 juli 2025, met producties,

de mondelinge behandeling van 6 november 2025.

1.2.

Vonnis is bepaald op vandaag.

<br /> 2De feiten

2.1

In een vonnis van 26 februari 2024 in een eerdere zaak tussen partijen (CUR202302185) is [gedaagde] veroordeeld tot betaling van Cg 800 aan [eiseres] ter zake achterstallige huurpenningen voor de woning [woning] te Curaçao (hierna: de woning) tot en met januari 2024.

2.2

In voormeld vonnis staat in overweging 4.5 dat [gedaagde] stelt dat zij de woning huurt van haar moeder ([belanghebbende 1]) en dat zij daarvoor Cg 200 per maand betaald, waarvan Cg 100 voor haar moeder en Cg 100 voor [eiseres].

3. De vorderingen in conventie en in reconventie

3.1 [

eiseres] vordert in conventie dat [gedaagde] wordt veroordeeld tot betaling aan haar van Cg 1.400 en dat het Gerecht voor recht zal verklaren dat [gedaagde] een huurbedrag van Cg 100 per maand is verschuldigd voor opstallen, welk bedrag jaarlijks dient te worden geïndexeerd.

3.2 [

gedaagde] vordert in reconventie dat [eiseres] op straffe van verbeurte van een dwangsom wordt veroordeeld tot deugdelijk onderhoud van de woning in het bijzonder het vervangen van het plafond en het aanleggen van de beerput.

<br /> 4De beoordeling in conventie en in reconventie

Kosteloos procederen

4.1

Uit het overgelegde bewijs van onvermogen blijkt voldoende van het onvermogen van [eiseres], zodat haar toestemming zal worden verleend om kosteloos te procederen.

4.2 [

eiseres] legt aan haar vordering ten grondslag dat [gedaagde] in de eerdere zaak heeft erkend dat zij Cg 100 per maand aan huur is verschuldigd voor het gebruik van de opstal op [woning]. [gedaagde] heeft aan het eerdere vonnis voldaan, maar is, ondanks sommatie daartoe, sinds maart 2024 in gebreke met voldoening van het maandelijkse bedrag. Zij vordert daarom betaling.

4.3 [

gedaagde] heeft aangevoerd dat de woning onderdeel uitmaakt van een langdurig onverdeelde boedel “[boedel]” in Curaçao. De woning wordt sedert 1999 niet door de erfgenamen/verhuurders onderhouden. Het dak lekt en de beerput dient opnieuw te worden aangelegd. De woning voldoet niet aan de minimale eisen van veiligheid en bewoonbaarheid. Totdat de woning op een deugdelijke wijze is onderhouden schort ze de huur/gebruiksvergoeding op.

4.4

Het Gerecht overweegt als volgt. Niet is gebleken dat er een opstalrecht is gevestigd, zodat er vanuit kan worden gegaan dat de woning door natrekking eigendom is geworden van de eigenaar van de grond. De grond maakt onderdeel uit van een onverdeelde boedel. Zolang de boedel niet is verdeeld en/of de aanspraken zijn vastgesteld kan er geen eigenaar worden aangewezen van de woning.

Huurovereenkomst?

4.5

Niet is gesteld of gebleken dat partijen bij het overeenkomen van een gebruiksvergoeding een huurovereenkomst hebben willen aangaan. Daarbij speelt een rol dat [eiseres] (en [gedaagde]’s moeder die immers ook een deel van de gebruiksvergoeding ontving) geen eigenaar waren van de woning, maar zij op zijn hoogst als zaakwaarnemers van een deel van de onverdeelde boedel zijn opgetreden. Gesteld noch gebleken is dat afspraken zijn gemaakt welke tegenprestatie tegenover de gebruiksvergoeding was verschuldigd, zoals voor wiens rekening het onderhoud van de woning komt. Dat ook [gedaagde] niet de mening was toegedaan dat [eiseres] en haar moeder verantwoordelijk zijn voor het onderhoud kan volgen uit het feit dat de woning volgens [gedaagde] al sinds 1999 door haar wordt bewoond, maar [eiseres] (of [gedaagde]’s moeder) blijkbaar niet eerder op het (achterstallig) onderhoud door [gedaagde] zijn aangesproken. Het Gerecht gaat dan ook niet uit van een huurovereenkomst tussen partijen, maar van een afspraak die niet meer inhield dan dat [gedaagde] gebruik mocht (blijven) maken van een woning waarvoor zij een bedrag van Cg 200, waarvan Cg 100 aan [eiseres] is verschuldigd en Cg 100 aan haar moeder, zonder dat daarvoor een verdere tegenprestatie is verschuldigd in de zin van onderhoud van de woning door [eiseres] (en/of [gedaagde]’s moeder).

4.6

Dit leidt ertoe dat [gedaagde] de door haar verschuldigde betalingen niet kan opschorten, omdat er geen onderhoud wordt verricht en zij aan haar betalingsverplichting ter zake de gebruiksvergoeding dient te voldoen. Het gaat immers niet om tegenover elkaar staande verplichtingen. Haar reconventionele vordering tot herstel van de woning zal worden afgewezen, nu een grondslag om [eiseres] daarvoor aan te spreken ontbreekt. Voor de door [eiseres] gevorderde indexering van de gebruiksvergoeding is evenmin plaats, nu partijen die niet zijn overeengekomen en er geen andere grondslag is aangevoerd.

Proceskostenveroordeling

4.7

Omdat [gedaagde] in conventie en in reconventie in het ongelijk wordt gesteld, wordt zij veroordeeld in de proceskosten. De kosten worden slechts een keer in conventie berekend. De kosten van [eiseres] worden tot aan deze uitspraak begroot op Cg 210 aan griffierecht, Cg 360,93 aan oproepingskosten en Cg 500 voor gemachtigdensalaris (2 punten tarief II).

Uitvoerbaar bij voorraad

4.8

De veroordelingen in deze uitspraak gaan meteen in en kunnen ook ten uitvoer worden gelegd als er beroep wordt ingesteld tegen deze beslissing.

<br /> 5De beslissing

Het gerecht:

5.1

verleent [eiseres] toestemming om kosteloos te mogen procederen,

5.2

verklaart voor recht dat [gedaagde] een gebruiksvergoeding aan [eiseres] verschuldigd is van Cg 100 per maand,

5.3.

veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan [eiseres] van Cg 1.400 ter zake van achterstallige gebruiksvergoeding tot en met 24 maart 2025,

5.4

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van [eiseres] van Cg 210 aan griffierecht, Cg 360,93 aan oproepingskosten en Cg 500 voor gemachtigdensalaris,

5.5

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

5.6

wijst af wat verder is gevorderd.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.E.B. de Haseth, rechter, bijgestaan door

de griffier, en in het openbaar uitgesproken.

Artikel delen