Menu

Filter op
content
PONT | Data&Privacy

0

ECLI:NL:OGHACMB:2026:248

Curacao; Online gaming. Vergunninghouder en onlinecasino als ‘sublicenseholder’. Vergunninghouder staat in voor betalingsverplichting van onlinecasino. Verstekverlening in eerste aanleg tegen onlinecasino. Afwijzing vordering tegen vergunninghouder betekent dat de vordering tegen niet-verschenen onlinecasino de rechter onrechtmatig of ongegrond voorkomt.

Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba 1 September 2026

Jurisprudentie – Uitspraken

ECLI:NL:OGHACMB:2026:248
text/xml
public
2026-09-01T16:50:29
2026-09-01
Raad voor de Rechtspraak
nl
Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
2026-08-18
CUR2023H00275
Uitspraak
Hoger beroep
NL
Civiel recht

Rechtspraak.nl

http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:OGHACMB:2026:248
text/html
public
2026-09-01T16:49:14
2026-09-01
Raad voor de Rechtspraak
nl
ECLI:NL:OGHACMB:2026:248 Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba , 18-08-2026 / CUR2023H00275

Curacao; Online gaming.

Vergunninghouder en onlinecasino als ‘sublicenseholder’. Vergunninghouder staat in voor betalingsverplichting van onlinecasino.

Verstekverlening in eerste aanleg tegen onlinecasino. Afwijzing vordering tegen vergunninghouder betekent dat de vordering tegen niet-verschenen onlinecasino de rechter onrechtmatig of ongegrond voorkomt.

GEMEENSCHAPPELIJK HOF VAN JUSTITIE VAN

ARUBA, CURAÇAO, SINT MAARTEN EN VAN

BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA

Eindvonnis in de zaak:

de naamloze vennootschap VEGA WORLD SOLUTIONS N.V.,

gevestigd in Curaçao,

hierna: Vega,

oorspronkelijk medegedaagde, thans appellante,

gemachtigden: mrs. S.N. Zahedi en J.S.T. Felida,

tegen

de stichting STICHTING BELANGENBEHARTIGING GEDUPEERDEN

ONLINE KANSSPELEN (SBGOK),

gevestigd in Curaçao,

hierna SBGOK,

oorspronkelijk eiseres, thans geïntimeerde,

gemachtigde: mr. R.E.F.A. Bijkerk.

<br /> 1Verder procesverloop

1.1.

Het Hof verwijst naar zijn tussenvonnissen van 25 maart 2025, 17 juni 2025 en 24 maart 2026.

1.2.

Op 21 april 2026 hebben zowel Vega als SBGOK een akte genomen, SBGOK met producties.

1.3.

Op 19 mei 2026 hebben beide partijen een antwoordakte genomen.

1.4.

Vonnis is bepaald op heden.

<br /> 2Verdere beoordeling

2.1.

Vega is in eerste aanleg niet verschenen. Tegen haar is verstek verleend.

2.2.

In het tussenvonnis van 24 maart 2026, rov. 2.7-2.8, heeft het Hof overwogen:

2.7.

Wel is er nauw verband tussen de vorderingen jegens Vega en GSP. Blijkens HR 20 december 2024, ECLI:NL:HR:2024:1910, rov. 3.5 kan GSP als vergunninghouder uit onrechtmatige daad aansprakelijk zijn jegens de speler als Vega ten onrechte niet uitbetaalt. GSP staat dus in voor een betalingsverplichting van Vega.

2.8.

Naar het voorlopig oordeel van het Hof is het hoger beroep in zoverre gegrond dat als de afwijzing van de vordering jegens GSP in hoger beroep overeind blijft, de vordering jegens Vega moet worden afgewezen omdat deze de rechter (nu: het Hof) onrechtmatig of ongegrond voorkomt.

2.3.

Vandaag heeft het Hof in de zaak SBGOK v. GSP (CUR2023H00282) het bestreden vonnis bevestigd. Aldus is de afwijzing van de vordering jegens GSP in hoger beroep overeind gebleven.

2.4.

Het Hof maakt zijn voorlopige beslissing in rov. 2.8 van het tussenvonnis van 24 maart 2026 (zie hiervóór rov. 2.2.) tot eindbeslissing. De vordering jegens Vega moet worden afgewezen omdat deze het Hof onrechtmatig of ongegrond voorkomt.

2.5.

De uitkomst is dat het bestreden vonnis moet worden vernietigd en dat de vordering moet worden afgewezen. SBGOK dient de kosten van deze procedure in beide instanties te dragen.

<br /> 3Beslissing

Het Hof:

– vernietigt het bestreden vonnis en opnieuw rechtdoende;

– wijst de vordering af;

– veroordeelt SBGOK in de kosten van deze procedure aan de zijde van Vega gevallen en tot op heden begroot voor de eerste aanleg op nihil en voor het hoger beroep op Cg 6.000 aan gemachtigdensalaris, Cg 1.500 aan griffierecht en Cg 354,73 aan verschotten.

– verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mrs. C.G. ter Veer, E.W.A. Vonk en J. de Boer, leden van het Hof en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 18 augustus 2026 in Curaçao, in tegenwoordigheid van de griffier.

Artikel delen