Vervangende toestemming verlening paspoort
ECLI:NL:RBDHA:2026:11778
text/xml
public
2026-05-28T12:04:11
2026-05-15
Raad voor de Rechtspraak
nl
Rechtbank Den Haag
2026-04-14
C/09/699929 / FA RK 26-1701
Uitspraak
Eerste aanleg – enkelvoudig
Beschikking
NL
Den Haag
Civiel recht; Personen- en familierecht
Rechtspraak.nl
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:11778
text/html
public
2026-05-28T12:04:01
2026-05-28
Raad voor de Rechtspraak
nl
ECLI:NL:RBDHA:2026:11778 Rechtbank Den Haag , 14-04-2026 / C/09/699929 / FA RK 26-1701
Vervangende toestemming verlening paspoort
Enkelvoudige Kamer
Rekestnummer: FA RK 26-1701
Zaaknummer: C/09/699929
Datum beschikking: 14 april 2026
de man,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
de vrouw,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres.
het verzoekschrift;
het bericht van 1 maart 2026 van de man, met bijlagen.
Op 7 april 2026 is de zaak ter terechtzitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de man en de vrouw.
De vrouw heeft op de zitting haar standpunt toegelicht, dat hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.
– [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum] 2019 te [geboorteplaats] ;
– [de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum] 2019 te [geboorteplaats] .
De vrouw heeft op de zitting toegelicht dat zij haar toestemming voor het verlengen van de paspoorten wil geven, maar dat zij dan graag samen met de man de aanvraag wil doen voor identiteitskaarten die zij dan onder haar houdt. Zo heeft de man de paspoorten en de vrouw de identiteitskaarten. De man gaat hier volgens haar niet in mee.
De rechtbank overweegt als volgt.
Ingevolge artikel 34, eerste lid, van de Paspoortwet wordt bij een aanvraag door of ten behoeve van een minderjarige een verklaring van toestemming overgelegd van iedere persoon die het gezag uitoefent. Blijkens het tweede lid van voormeld artikel kan, indien bij de gezamenlijke gezagsuitoefening één van de personen die het gezag uitoefent weigert een verklaring van toestemming als bedoeld in het eerste lid af te geven, deze op verzoek van de andere persoon die het gezag uitoefent, worden vervangen door een verklaring van de bevoegde rechter, die alvorens te beslissen een vergelijk tussen beide personen beproeft. Ingevolge het vijfde lid van artikel 34 van de Paspoortwet geeft de rechter onder meer in de in het tweede lid bedoelde gevallen een zodanige beslissing als hem in het belang van het kind wenselijk voorkomt.
De rechtbank zal de door de man verzochte vervangende toestemming op grond van artikel 34, tweede lid, Paspoortwet beoordelen. De rechtbank heeft hiertoe een vergelijk tussen beide partijen op de zitting beproeft. De man heeft hierbij aangegeven dat de paspoorten van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] sinds halverwege vorig jaar al verlopen zijn. De rechtbank acht het in het belang van de kinderen dat zij beschikken over geldige paspoorten en zal het verzoek van de man toewijzen. Omdat hetgeen de vrouw heeft aangegeven over identiteitskaarten van de kinderen niet voorligt in deze procedure, zal de rechtbank hierover niets beslissen. Partijen zullen hier in onderling overleg afspraken over moeten maken.
*
verleent toestemming aan de man – welke toestemming die van de vrouw vervangt – ten behoeve van de aanvraag van een paspoort voor de minderjarigen:
– [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum] 2019 te [geboorteplaats] ,
– [de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum] 2019 te [geboorteplaats] ,
*
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. P. Burgers, kinderrechter, bijgestaan door mr. L.E. Meisters als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 14 april 2026.