Menu

Filter op
content
PONT Data&Privacy

0

ECLI:NL:RBDHA:2026:12003

Wvggz; Afwijzing machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel.

Rechtbank Den Haag 1 June 2026

Jurisprudentie – Uitspraken

ECLI:NL:RBDHA:2026:12003
text/xml
public
2026-06-01T08:45:31
2026-05-16
Raad voor de Rechtspraak
nl
Rechtbank Den Haag
2026-04-15
C/09/703140 / FA RK 26-3601
Uitspraak
Eerste aanleg – enkelvoudig
Beschikking
NL
Den Haag
Civiel recht; Personen- en familierecht

Rechtspraak.nl

http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:12003
text/html
public
2026-06-01T08:45:07
2026-06-01
Raad voor de Rechtspraak
nl
ECLI:NL:RBDHA:2026:12003 Rechtbank Den Haag , 15-04-2026 / C/09/703140 / FA RK 26-3601

Wvggz; Afwijzing machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel.

RECHTBANK DEN HAAG

Team Jeugd- en Zorgrecht

Zaak-/rekestnr.: C/09/703140 / FA RK 26-3601

Datum beschikking: 15 april 2026

Afwijzing machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel

Beschikking naar aanleiding van het op 13 april 2026 door de officier van justitie ingediende verzoek tot voortzetting van een crisismaatregel, als bedoeld in artikel 7:7 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:

[betrokkene] ,

hierna te noemen: betrokkene,

geboren op [geboortedatum] 1994 te [plaats 1] , [land] ,

wonende te [plaats 2] ,

thans verblijvende in [zorginstelling] te [plaats 3] ,

advocaat: mr. N.J. Batelaan te Den Haag.



Bij verzoekschrift heeft de officier van justitie verzocht om voortzetting van de op 10 april 2026 genomen crisismaatregel.

Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:

een afschrift van de beschikking van de burgemeester van de gemeente Leiden tot het nemen van de crisismaatregel;

een op 10 april 2026 ondertekende medische verklaring van [naam 1] , psychiater, die betrokkene heeft onderzocht maar niet bij de behandeling betrokken was;

– een uittreksel uit de justitiële documentatie;

– een afschrift van de politiemutaties.

De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 15 april 2026. Daarbij zijn de volgende personen gehoord:

– de advocaat van betrokkene;

– de afdelingsarts, [naam 2] .

Ten tijde van de mondelinge behandeling is gebleken dat betrokkene niet in staat was aanwezig te zijn bij de zitting wegens medische redenen. Betrokkene is voorafgaand aan de zitting door de rechter kort gehoord, in aanwezigheid van de griffier en de advocaat van betrokkene. Betrokkene gaf aan dat hij ermee akkoord is dat zijn advocaat verder namens hem het woord zal voeren op de zitting. De verdere mondelinge behandeling heeft vervolgens buiten aanwezigheid van betrokkene plaatsgevonden.

Omdat door de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig werd geacht en het de rechtbank ter zitting is gebleken dat diens aanwezigheid ook niet noodzakelijk was om tot een inhoudelijke beslissing te kunnen komen, is de officier van justitie niet gehoord.



De advocaat van betrokkene heeft namens betrokkene afwijzing van het verzoek bepleit. Betrokkene beschouwt de crisismaatregel als een incident. Hij wil af van zijn middelengebruik en hij wil contact opbouwen met zijn dochter. Betrokkene staat open voor hulp en neemt zijn medicatie. Betrokkene is wilsbekwaam, hij is zich bewust van zijn stoornis. Het ernstig nadeel is niet meer aan de orde. Daarnaast is er geen sprake van verzet.

De afdelingsarts heeft naar voren gebracht dat het toestandsbeeld van betrokkene is gestabiliseerd sinds de opname. Betrokkene is niet meer verward of psychotisch op de afdeling, de toegediende medicatie slaat aan. Het gevoel heerst wel dat betrokkene sociaal wenselijke antwoorden geeft. De broer van betrokkene maakt zich zorgen om het middelengebruik. Betrokkene heeft in een gesprek met de behandelaar aangegeven opgenomen te willen blijven in het vrijwillige kader. Betrokkene staat open voor verslavingshulp.



Ter zitting is gebleken dat het toestandsbeeld van betrokkene in de afgelopen dagen gestabiliseerd is. Betrokkene wil vrijwillig in zorg blijven en de afdelingsarts heeft hier voldoende vertrouwen in. Er is voldoende bereidwilligheid van betrokkene om met verslavingsbehandeling te starten. Het ernstig nadeel is niet meer aanwezig. Nu zorg op vrijwillige basis mogelijk is, is er niet voldaan aan de wettelijke vereisten voor het voortzetten van de crisismaatregel en zal de rechtbank het verzoek afwijzen.



De rechtbank:

wijst het verzoek af.

Deze beschikking is gegeven door mr. J.C. van den Dries, rechter, bijgestaan door mr. F.H. Lüchinger als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 15 april 2026.

De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 22 april 2026.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Artikel delen