ECLI:NL:RBDHA:2026:12004
Wvggz; Toewijzing zorgmachtiging aansluitend op een VCM voor de duur van zes maanden.
Rechtbank Den Haag 29 May 2026
ECLI:NL:RBDHA:2026:12004
text/xml
public
2026-05-29T15:03:44
2026-05-16
Raad voor de Rechtspraak
nl
Rechtbank Den Haag
2026-04-15
C/09/702411 / FA RK 26-3146
Uitspraak
Eerste aanleg - enkelvoudig
Beschikking
NL
Den Haag
Civiel recht; Personen- en familierecht
Rechtspraak.nl
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:12004
text/html
public
2026-05-29T15:03:14
2026-05-29
Raad voor de Rechtspraak
nl
ECLI:NL:RBDHA:2026:12004 Rechtbank Den Haag , 15-04-2026 / C/09/702411 / FA RK 26-3146
Wvggz; Toewijzing zorgmachtiging aansluitend op een VCM voor de duur van zes maanden.
RECHTBANK DEN HAAG
Team Jeugd- en Zorgrecht
Zaak-/rekestnr.: C/09/702411 / FA RK 26-3146
Datum beschikking: 15 april 2026
Machtiging tot het verlenen van verplichte zorg
Beschikking naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 7:11 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
[betrokkene] ,
hierna te noemen: betrokkene,
geboren op [geboortedatum] 1999 te [geboorteplaats] ,
wonende te [woonplaats] ,
[verblijfplaats] ,
advocaat: mr. K.J. Kerdel te Den Haag.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
- een op 29 maart 2026 ondertekende medische verklaring van W.W.H. de Wever, psychiater, die betrokkene heeft onderzocht maar niet bij de behandeling betrokken was;
- een blanco zorgkaart;
- een zorgplan van 30 maart 2026;
- de bevindingen van de geneesheer-directeur van 30 maart 2026;
- een uittreksel uit de justitiële documentatie;
- een afschrift van de politiemutaties.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 15 april 2026. Daarbij zijn gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door haar advocaat;
- de psychiater, [naam 1] ;
- de verpleegkundige, [naam 2] ;
- de coassistent [naam 3] .
Omdat door de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig werd geacht en het de rechtbank ter zitting is gebleken dat diens aanwezigheid ook niet noodzakelijk was om tot een inhoudelijke beslissing te kunnen komen, is de officier van justitie niet gehoord.
Betrokkene heeft naar voren gebracht dat zij het niet eens is met het verzoek. Zij is liever thuis en het is lastig om terug te komen naar de afdeling als zij met verlof naar huis is geweest. Zij woont begeleid, maar het contact met de begeleiders van de woonvorm is niet goed. Er is sprake van veel miscommunicatie.
De advocaat heeft afwijzing van het verzoek bepleit. Betrokkene heeft geen last meer van de stemmen, er is ook geen sprake meer van geschreeuw door haar op de afdeling. Betrokkene neemt de medicatie, maar zij geeft wel aan dit niet meer te zullen doen als er geen zorgmachtiging is. Over de vermeende conflicten in de thuissituatie in de BW is geen informatie bekend. Het ernstig nadeel heeft vooral betrekking op de situatie dat betrokkene stopt met haar medicatie. Betrokkene heeft het gevoel dat haar verhaal niet serieus wordt genomen.
Namens GGZ Rivierduinen is naar voren gebracht dat het ziektebeeld onveranderd is, betrokkene is nog niet adequaat ingesteld op de medicatie. Zij neemt de medicatie op de afdeling vrijwillig, maar er is sprake van achterdocht. Het duurt nog minimaal zes tot acht weken voordat duidelijk wordt of de huidige medicatie aanslaat en wat de juiste dosering is.
Betrokkene komt afspraken niet na op de afdeling, zij komt niet bijtijds terug van haar verlof en dan wordt de politie ingeschakeld.
Zij ontkent dat er sprake is van stemmen in haar hoofd, dit maakt het evalueren van eventuele vooruitgang lastig meetbaar.
Het risico is aanwezig dat er misbruik wordt gemaakt van betrokkene, daarover zijn vermoedens geuit.
In het ambulante kader is het lastiger om betrokkene te monitoren met betrekking tot de werking van de medicatie. Goed instellen van de medicatie en stabilisatie zijn noodzakelijk.
De verpleegkundige heeft naar voren gebracht dat betrokkene nog tegen zichzelf praat en geen inzicht geeft in haar belevingswereld.
Op 12 maart 2026 is door de rechtbank een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel verleend tot en met 2 april 2026.
Uit de overgelegde stukken is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, te weten een ongespecificeerde schizofreniespectrum- of andere psychotische stoornis. Ook is er sprake van een licht verstandelijke beperking.
Deze stoornis leidt tot ernstig nadeel, gelegen in:
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
- ernstige immateriële schade;
- maatschappelijke teloorgang;
- de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept.
Er is sprake van wanen en auditieve hallucinaties. In de thuissituatie in het BW veroorzaakte betrokkene de afgelopen maanden regelmatig overlast en was sprake van verbale en fysieke agressie. Ook tijdens recente verlofmomenten ontstonden in de thuissituatie nog conflicten. Het risico bestaat dat betrokkene haar woonvorm kwijtraakt als de conflicten met de begeleiding en de overlast blijven aanhouden.
Om het ernstig nadeel af te wenden, de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren, de geestelijke gezondheid van betrokkene te herstellen zodanig dat zij haar autonomie zoveel mogelijk herwint, heeft betrokkene zorg nodig.
Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. Betrokkene verzet zich tegen het verlenen van zorg die noodzakelijk is om ernstig nadeel af te wenden. Betrokkene vindt de opname niet nodig, zij kan meteen met ontslag.
Betrokkene geeft aan dat zij de medicatie alleen maar inneemt omdat dit verplicht is. Om die reden is verplichte zorg nodig.
De in het verzoekschrift genoemde vormen van zorg zijn gebaseerd op de medische verklaring, het zorgplan en het advies van de geneesheer-directeur. Deze vormen van verplichte zorg zijn door de rechtbank tijdens de mondelinge behandeling besproken.
Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk om het ernstig nadeel af te wenden:
- toedienen van medicatie;
- verrichten medische controles;
- beperken van de bewegingsvrijheid;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten;
- opnemen in een accommodatie.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De verplichte zorg is bovendien evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt verder dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend.
Het is belangrijk dat betrokkene klinisch goed is ingesteld op haar medicatie voordat zij met ontslag gaat zodat er geen conflicten en overlast meer ontstaan bij haar woonvorm. Ook dient nog een herstelgesprek plaats te vinden tussen betrokkene en de ambulant begeleiders, nu deze relatie verstoord is geraakt. Het is van groot belang voor betrokkene dat zij haar woonplek niet kwijtraakt. Daarvoor is stabilisatie noodzakelijk, dat is nog niet in voldoende mate bereikt.
De rechtbank:
verleent een zorgmachtiging ten aanzien van:
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedatum] 1999 te [geboorteplaats] ,
inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg de volgende maatregelen kunnen worden getroffen:
- toedienen van medicatie;
- verrichten medische controles;
- beperken van de bewegingsvrijheid;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten;
- opnemen in een accommodatie;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 15 oktober 2026;
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. J.C. van den Dries, rechter, bijgestaan door mr. F.H. Lüchinger als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 15 april 2026.