Wvggz; Toewijzing aansluitende zorgmachtiging voor de duur van 12 maanden in plaats van de verzochte 24 maanden.
ECLI:NL:RBDHA:2026:12015
text/xml
public
2026-05-29T14:53:39
2026-05-16
Raad voor de Rechtspraak
nl
Rechtbank Den Haag
2026-04-15
C/09/702595 / FA RK 26-3253
Uitspraak
Eerste aanleg – enkelvoudig
Beschikking
NL
Den Haag
Civiel recht; Personen- en familierecht
Rechtspraak.nl
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:12015
text/html
public
2026-05-29T14:53:16
2026-05-29
Raad voor de Rechtspraak
nl
ECLI:NL:RBDHA:2026:12015 Rechtbank Den Haag , 15-04-2026 / C/09/702595 / FA RK 26-3253
Wvggz; Toewijzing aansluitende zorgmachtiging voor de duur van 12 maanden in plaats van de verzochte 24 maanden.
Zaak-/rekestnr.: C/09/702595 / FA RK 26-3253
Datum beschikking: 15 april 2026
Aansluitende machtiging tot het verlenen van verplichte zorg
Beschikking naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een aansluitende zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
[betrokkene],
hierna te noemen: betrokkene,
geboren op [geboortedatum] 1990 te [geboorteplaats] ,
wonende te [woonplaats] ,
thans verblijvende in de accommodatie [accommodatie] te [plaats] ,
advocaat: mr. M.S.C. Leistra te Zoetermeer.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
– een op 29 maart 2026 ondertekende medische verklaring van [naam 1] , psychiater, die betrokkene heeft onderzocht maar niet bij de behandeling betrokken was;
– een blanco zorgkaart;
– een zorgplan van 31 maart 2026;
– de bevindingen van de geneesheer-directeur van 1 april 2026;
– een uittreksel uit de justitiële documentatie;
– een brief van de officier van justitie van 5 maart 2026, waaruit blijkt dat er ten aanzien van betrokkene geen recente politiemutaties zijn;
– een uittreksel uit het curateleregister.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 15 april 2026. Daarbij zijn gehoord:
– betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
– de psychiater, [naam 2] ;
– de waarnemend casemanager, [naam 3] .
Omdat door de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig werd geacht en het de rechtbank ter zitting is gebleken dat diens aanwezigheid ook niet noodzakelijk was om tot een inhoudelijke beslissing te kunnen komen, is de officier van justitie niet gehoord.
Betrokkene heeft naar voren gebracht dat hij het eens is met het verzoek. Hij voert geen verweer. Hij krijgt depotmedicatie, maar hij heeft geen last van bijwerkingen.
De advocaat heeft een verkorte toewijzing van het verzoek bepleit, twaalf maanden in plaats van de verzochte vierentwintig maanden. Het is belangrijk dat er op kortere termijn een toetsingsmoment is, mede gelet op de aangekondigde mogelijke wisseling in medicatie. Betrokkene neemt zijn huidige medicatie en hij wil niet met ontslag.
De psychiater heeft naar voren gebracht dat betrokkene sociaal wenselijk gedrag laat zien.
De waarnemend casemanager heeft naar voren gebracht dat er sprake is van een chronisch psychotisch beeld. Betrokkene staat sinds kort open voor de medicatie, dit is nog in een prille fase. Er wordt gekeken naar een mogelijke wisseling in de medicatie zodat betrokkene minder last heeft van de symptomen van schizofrenie. Dit zal worden besproken met betrokkene, de curator en de ouders van betrokkene. In het verleden is er sprake geweest van verzet jegens de medicatie. Er wordt ook gekeken naar een gepaste woonvorm voor betrokkene.
Uit de overgelegde stukken is gebleken dat betrokkene lijdt aan psychische stoornissen, te weten schizofrenie, autismespectrumstoornis. Er is ook sprake van een licht verstandelijke beperking.
Deze stoornissen leiden tot ernstig nadeel, gelegen in:
– ernstig lichamelijk letsel;
– ernstige psychische schade;
– ernstige immateriële schade;
– ernstige verwaarlozing;
– maatschappelijke teloorgang;
– de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept.
Betrokkene is chronisch psychotisch. Betrokkene is in het verleden regelmatig dreigend en agressief geweest jegens zijn familie. Er is sprake van desorganisatie en negatieve symptomen waardoor betrokkene nauwelijks tot doelmatige activiteiten komt en veel sturing en motivatie nodig heeft. Zonder deze sturing en motivatie zal waarschijnlijk snel sprake zijn van maatschappelijke teloorgang en verwaarlozing. De kans dat betrokkene in het vrijwillige kader medicatie zal weigeren en zal terugvallen in het gebruik van drugs, is zeer groot. In het verleden is dit voorgekomen. Zonder toezicht is er risico op slechte zelfzorg, ondervoeding en vervuiling van zijn omgeving.
Om het ernstig nadeel af te wenden, heeft betrokkene zorg nodig.
Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. Betrokkene is wisselend in zijn bereidheid met betrekking tot de medicatie. Om die reden is verplichte zorg nodig.
De in het verzoekschrift genoemde vormen van zorg zijn gebaseerd op de medische verklaring, het zorgplan en het advies van de geneesheer-directeur. Deze vormen van verplichte zorg zijn door de rechtbank tijdens de mondelinge behandeling besproken.
Gelet op het voorgaande acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk om het ernstig nadeel af te wenden:
– toedienen van medicatie;
– verrichten medische controles;
– aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten;
– opnemen in een accommodatie.
Conform art. 6:4 lid 2 Wvggz is de rechtbank bevoegd om – afwijkend van het verzoek van de officier van justitie – vormen van verplichte zorg toe te voegen om het ernstig nadeel af te wenden. De rechtbank is van oordeel dat de vorm van verplichte zorg ‘beperken van de bewegingsvrijheid’ noodzakelijk is om het ernstig nadeel af te wenden, aangezien betrokkene wegens het toestandsbeeld opgenomen moet blijven.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De verplichte zorg is bovendien evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt verder dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De rechtbank ziet evenwel aanleiding om de zorgmachtiging in duur te beperken tot een periode van twaalf maanden gelet op de eventuele wisseling in medicatie en woonvorm van betrokkene.
verleent een zorgmachtiging ten aanzien van:
[betrokkene] ,
geboren op [geboortedatum] 1990 te [geboorteplaats] ,
inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg de volgende maatregelen kunnen worden getroffen:
– toedienen van medicatie;
– verrichten medische controles;
– beperken van de bewegingsvrijheid;
– aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten;
– opnemen in een accommodatie;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 15 april 2027;
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mr. J.C. van den Dries, rechter, bijgestaan door mr. F.H. Lüchinger als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 15 april 2026.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 22 april 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.