Menu

Filter op
content
PONT Data&Privacy

0

ECLI:NL:RBDHA:2026:13536

Twee vriendinnen. MOB. Spanje.

Rechtbank Den Haag 28 May 2026

Jurisprudentie – Uitspraken

ECLI:NL:RBDHA:2026:13536 text/xml public 2026-05-28T18:00:36 2026-05-26 Raad voor de Rechtspraak nl Rechtbank Den Haag 2026-05-21 NL26.3876 Uitspraak Eerste aanleg - enkelvoudig NL Zwolle Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht Rechtspraak.nl http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:13536 text/html public 2026-05-26T11:14:57 2026-05-28 Raad voor de Rechtspraak nl ECLI:NL:RBDHA:2026:13536 Rechtbank Den Haag , 21-05-2026 / NL26.3876
Twee vriendinnen. MOB. Spanje.

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Zwolle

Bestuursrecht

zaaknummer: NL26.3876
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres], V-nummer: [V-nummer], eiseres,
(gemachtigde: mr. J. Oosterhof),

en

(gemachtigde: mr. C.R. Stoute).

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen het niet in behandeling nemen van de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister heeft de aanvraag met het bestreden besluit van 22 januari 2026 niet in behandeling genomen, omdat Spanje verantwoordelijk is voor de aanvraag.
1.1.
De rechtbank heeft het beroep, tezamen met de zaak NL26.3877, op 19 mei 2026 op zitting behandeld. Hieraan heeft deelgenomen: de gemachtigde van de minister. Eiseres is niet verschenen. De gemachtigde van eiseres is met een bericht van verhindering niet verschenen.

Heeft eiseres procesbelang?

2. De rechtbank beantwoordt allereerst ambtshalve de vraag of eiseres procesbelang heeft bij het beroep. De minister heeft op 9 april 2026 (dagtekening brief: 24 maart 2026) meegedeeld dat eiseres volgens meldingen van de vreemdelingenpolitie en het Centraal Orgaan opvang asielzoekers op 18 maart 2026 met onbekende bestemming is vertrokken. Op 10 april 2026 heeft de gemachtigde van eiseres meegedeeld geen contact meer te hebben (kunnen krijgen) met eiseres.
2.1.
Uit vaste rechtspraak volgt dat, als de vreemdeling met onbekende bestemming vertrekt zonder aan verweerder te laten weten waar hij verblijft, er in beginsel van dient te worden uitgegaan dat hij kennelijk geen prijs meer stelt op de door hem gezochte bescherming in Nederland.Dit is slechts anders als een vreemdeling laat weten dat hij contact met zijn gemachtigde onderhoudt en dus nog prijs stelt op deze bescherming. Dit houdt in dat de gemachtigde weet dat een vreemdeling nog in Nederland verblijft, waar hij verblijft en met de vreemdeling contact heeft over de verdere voortgang van de procedure en de keuzes die in dit kader moeten worden gemaakt.
2.2.
Gezien de hiervoor genoemde omstandigheden en gezien de informatie van de gemachtigde van eiseres neemt de rechtbank aan dat eiseres met onbekende bestemming is vertrokken en dat zij geen prijs meer stelt op de door haar aanvankelijk gezochte bescherming in Nederland. Eiseres heeft daarom geen rechtens te beschermen belang meer bij een beoordeling van de rechtmatigheid van het bestreden besluit.

3. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk.

4. Het beroep is niet-ontvankelijk. De rechtbank beoordeelt dus de zaak niet inhoudelijk. Eiseres krijgt geen vergoeding van haar proceskosten.

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.W.M. Bunt, rechter, in aanwezigheid van F.E. Siblesz, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van22 februari 2019, ECLI:NL:RVS:2019:579.

Artikel delen