Menu

Filter op
content
PONT Data&Privacy

0

ECLI:NL:RBDHA:2026:14831

BNT asiel

Rechtbank Den Haag 3 June 2026

Jurisprudentie – Uitspraken

ECLI:NL:RBDHA:2026:14831
text/xml
public
2026-06-03T14:59:21
2026-06-03
Raad voor de Rechtspraak
nl
Rechtbank Den Haag
2026-06-03
NL26.23304
Uitspraak
Vereenvoudigde behandeling
NL
Groningen
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht

Rechtspraak.nl

http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:14831
text/html
public
2026-06-03T14:58:24
2026-06-03
Raad voor de Rechtspraak
nl
ECLI:NL:RBDHA:2026:14831 Rechtbank Den Haag , 03-06-2026 / NL26.23304

BNT asiel


RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen

Bestuursrecht

zaaknummer: NL26.23304

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

</p> <p> [naam], eiseres,

V-nummer: [nummer],

(gemachtigde: mr. E. Ebes),

en

1. Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiseres heeft ingediend, omdat de minister niet op tijd zou hebben beslist op de asielaanvraag van 18 december 2024.

1.1.

De rechtbank doet uitspraak zonder zitting.

Is het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond?

2. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn om op de aanvraag te beslissen is verstreken.Eiseres heeft de minister, na het verstrijken van de termijn, gevraagd om alsnog binnen twee weken te beslissen. Dat heeft de minister niet gedaan en eiseres heeft vervolgens beroep ingesteld.

3. Het beroep is ontvankelijk en kennelijk gegrond.
Welke beslistermijn legt de rechtbank de minister op?

De minister moet alsnog een besluit nemen op de aanvraag. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) heeft geoordeeld dat bij het bepalen van een nieuwe beslistermijn rekening moet worden gehouden met het ‘8+8 wekenmodel’. Dit betekent dat de minister binnen een termijn van zestien weken een besluit moet nemen. De termijn begint op de dag na het bekendmaken van deze uitspraak.

Welke dwangsom legt de rechtbank op?

4. De rechtbank legt alleen een rechterlijke dwangsom op.

5. De rechtbank bepaalt dat de minister een dwangsom van € 100,- per dag moet betalen als hij de door de rechtbank opgelegde beslistermijn overschrijdt. Hierbij geldt een maximum van € 15.000,-.

6. Het beroep is kennelijk gegrond. Dat betekent dat eiseres gelijk krijgt en de minister zestien weken de tijd krijgt om alsnog een besluit te nemen. Doet de minister dat niet, dan is hij aan eiseres een dwangsom verschuldigd.

7. De minister moet de door eiseres gemaakte proceskosten vergoeden. Deze kosten stelt de rechtbank vast op €467,-.

De rechtbank:

verklaart het beroep gegrond;

vernietigt het, met een besluit gelijk te stellen, niet tijdig nemen van een besluit;

draagt de minister op om binnen zestien weken na de dag van het bekendmaken van deze uitspraak alsnog een besluit op de aanvraag bekend te maken;

bepaalt dat de minister aan eiseres een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag waarmee hij de hiervoor genoemde termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-;

veroordeelt de minister in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van €467,-.

Deze uitspraak is gedaan door mr. H. Hanssen-Telman, rechter, in aanwezigheid van

A.W. Landman, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.

Deze uitspraak is bekendgemaakt op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

Artikel 42 van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw).

Artikel 6:12, tweede lid aanhef en onder a, van de Awb.

Artikel 6:12, tweede lid aanhef en onder b, van de Awb.

Artikel 8:72, vierde lid, aanhef en onder b, van de Awb.

ECLI:NL:RVS:2020:1560.

ECLI:NL:RVS:2022:3352 en ECLI:NL:RVS:2022:3353.

Artikel 8:55d, tweede lid, van de Awb.

Op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door de gemachtigde verleende rechtsbijstand, waarbij 1 punt is gerekend voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 934,- en een wegingsfactor van 0,5.

Artikel delen