Menu

Filter op
content
PONT | Data&Privacy

0

ECLI:NL:RBDHA:2026:18540

Huurrecht woonruimte. Huurachterstand. Toewijzing van de gevorderde huurachterstand.

Rechtbank Den Haag 28 July 2026

Jurisprudentie – Uitspraken

ECLI:NL:RBDHA:2026:18540
text/xml
public
2026-07-28T14:44:20
2026-07-06
Raad voor de Rechtspraak
nl
Rechtbank Den Haag
2026-03-11
11919905
Uitspraak
Eerste aanleg – enkelvoudig
NL
Den Haag
Civiel recht; Verbintenissenrecht

Rechtspraak.nl

http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:18540
text/html
public
2026-07-28T14:44:03
2026-07-28
Raad voor de Rechtspraak
nl
ECLI:NL:RBDHA:2026:18540 Rechtbank Den Haag , 11-03-2026 / 11919905

Huurrecht woonruimte. Huurachterstand. Toewijzing van de gevorderde huurachterstand.


RECHTBANK
DEN HAAG

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Den Haag

MV+BV/b

Zaaknummer: 11919905 RL EXPL 25-18795

Vonnis van 11 maart 2026

in de zaak van

STICHTING VIDOMES,

te [vestigingsplaats] ,

eisende partij,

hierna te noemen: Vidomes,

gemachtigde: H.A.M. Over de Vest,

tegen

[gedaagde]

wonende te [woonplaats] ,

gedaagde partij,

hierna te noemen: [gedaagde] ,

procederend in persoon.

<br /> 1De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

– de dagvaarding met producties; – de mondelinge reactie van gedaagde op de dagvaarding op de rolzitting van 16 oktober 2025;

– de mondelinge behandeling van 29 januari 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

<br /> 2De feiten

2.1.

Vidomes verhuurt sinds 6 november 2017 aan [gedaagde] de woning aan de [adres] te [woonplaats] .

2.2.

In de huurovereenkomst staat dat de huurprijs vooruit moet worden betaald en uiterlijk op de eerste dag van de maand in het bezit moet zijn van de verhuurder.

2.3.

Op 27 mei 2025 heeft de gemachtigde van Vidomes een brief gestuurd aan [gedaagde] . In die brief staat dat [gedaagde] de huur voor de maand mei 2025 van € 531,17 niet heeft betaald. In die brief wordt [gedaagde] gesommeerd om dit openstaande bedrag binnen veertien dagen na de dag waarop de brief ontvangen is, te betalen.

2.4.

Op 18 juni 2025 heeft de gemachtigde van Vidomes nog een brief gestuurd, waarin [gedaagde] wordt gesommeerd om de huur voor de maand mei 2025 met incassokosten en rente te voldoen.

<br /> 3Het geschil

3.1.

Vidomes vordert – samengevat – om [gedaagde] te veroordelen, uitvoerbaar bij voorraad:

– tot betaling van de huurachterstand tot en met oktober 2025 van € 531,17, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 mei 2025 tot de dag van volledige betaling;

– tot vergoeding van de buitengerechtelijke incassokosten van € 96,41; en

– in de proceskosten.

3.2.

Vidomes legt aan haar vordering het volgende ten grondslag. Vidomes vordert nakoming door [gedaagde] van zijn betalingsverplichting op grond van de huurovereenkomst. Vidomes stelt dat de huur over de maand mei 2025, ondanks de sommatiebrieven, niet betaald is.

3.3.

[gedaagde] heeft als verweer aangevoerd dat hij de huur over de maand mei 2025 al (gedeeltelijk) betaald zou hebben.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

<br /> 4De beoordeling

4.1.

[gedaagde] heeft op de rolzitting verteld dat hij al vier keer een bedrag van € 100,– aan de gemachtigde van Vidomes heeft betaald en dat hij een laatste termijn van € 131,– vergeten is te betalen. Kennelijk bedoelt [gedaagde] dat er een betalingsregeling was afgesproken voor een bedrag van € 531,– in totaal, dus ter hoogte van één maand huur. [gedaagde] heeft op de zitting ook nog aangevoerd dat hij een bedrag van € 1.632,– heeft betaald in mei 2025. Daarom vindt [gedaagde] dat hij aan al zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan.

4.2.

Op de zitting heeft de gemachtigde van Vidomes toegelicht dat de betalingen, die [gedaagde] heeft gedaan, behoorden bij een betalingsregeling. Die betalingsregeling zag echter op een eerdere huurachterstand, namelijk tot en met april 2025. Volgens de gemachtigde van Vidomes is met die betalingen dus niet de huur van mei 2025 voldaan. [gedaagde] heeft op de zitting verteld dat hij de aflossingen van vier keer € 100,– al heeft betaald vóór mei 2025.

4.3.

De kantonrechter oordeelt dat niet is komen vast te staan dat [gedaagde] de huur over de maand mei 2025 al betaald heeft. [gedaagde] heeft aan de kantonrechter geen documenten laten zien waaruit blijkt dat hij daadwerkelijk betaald heeft. [gedaagde] heeft aan de kantonrechter ook geen documenten laten zien waaruit blijkt dat er een betalingsregeling zou zijn afgesproken voor de huur over de maand mei 2025. Gelet op de toelichting van de gemachtigde van Vidomes en het feit dat [gedaagde] al vóór mei 2025 aflossingen heeft gedaan, lijkt het er op dat de betalingen van [gedaagde] op een eerdere achterstand zagen en niet op de maand mei 2025.

4.4.

De kantonrechter veroordeelt [gedaagde] daarom om aan Vidomes de huur over de maand mei 2025 van € 531,17 te betalen.

4.5.

De huurprijs over de maand mei 2025 had uiterlijk op 1 mei 2025 aan Vidomes betaald moeten zijn. Daarom moet [gedaagde] ook de wettelijke rente betalen over het bedrag van € 531,17, vanaf 2 mei 2025 tot aan de dag van volledige betaling.

4.6.

Vidomes vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). Vidomes heeft het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten vermeerderd met btw. Omdat Vidomes een van btw vrijgestelde prestatie heeft verricht, wordt de vergoeding verhoogd met btw. Daarom zal een bedrag van € 96,41 worden toegewezen.

4.7.

[gedaagde] is in het ongelijk gesteld. Daarom moet [gedaagde] de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Vidomes worden begroot op:

– kosten van de dagvaarding

145,45

– griffierecht

340,00

– salaris gemachtigde

288,00

(2 punten x € 144,00)

– nakosten

72,00

(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

845,45

<br /> 5De beslissing

De kantonrechter

5.1.

veroordeelt [gedaagde] om aan Stichting Vidomes te betalen een bedrag van € 531,17, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het toegewezen bedrag, met ingang van 2 mei 2025, tot de dag van volledige betaling,

5.2.

veroordeelt [gedaagde] om aan Stichting Vidomes te betalen een bedrag van € 96,41 aan buitengerechtelijke kosten,

5.3.

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 845,45, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

5.4.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.5.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.E. Voorrips en in het openbaar uitgesproken op 11 maart 2026.

Artikel delen