Dublin – Cyprus – tijdens procedure opvang en juridische bijstand etc gekregen. Na afloop procedure alles geëindigd – motivering – medische klachten – interstatelijk vertrouwensbeginsel – non-refoulement – artikel 17 Dvo
Dublin – Cyprus – tijdens procedure opvang en juridische bijstand etc gekregen. Na afloop procedure alles geëindigd – motivering – medische klachten – interstatelijk vertrouwensbeginsel –
non-refoulement – artikel 17 Dvo
5. In dit geval heeft Nederland bij Cyprus een verzoek om terugname gedaan. Cyprus heeft dit verzoek aanvaard.
6. Eiser stelt dat de overweging van de minister dat hij niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij bij overdracht aan Cyprus terecht zal komen in omstandigheden die de bijzonder hoge drempel van zwaarwegendheid als bedoeld in het arrest Jawo
7. De rechtbank stelt voorop dat de minister in zijn algemeenheid ten aanzien van Cyprus mag uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Dat heeft de Afdeling in haar uitspraak van 26 maart 2025 bevestigd.
8. Eiser heeft verklaard dat hij vreest dat hij bij terugkeer naar Cyprus uiteindelijk zal worden uitgezet naar Afghanistan. De motivering in het bestreden besluit dat eiser bij eventuele klachten daarover zich kan wenden tot de Cypriotische autoriteiten is volgens eiser te summier. Eiser verwijst naar een briefing note van OHCHR van 18 juli 2025 waaruit volgt dat de sterke toename van gedwongen of feitelijk afgedwongen terugkeer van Afghanen een acute humanitaire en mensenrechtencrisis veroorzaakt. OHCHR roept staten expliciet op om onmiddellijk te stoppen met gedwongen terugkeer van Afghaanse vluchtelingen en asielzoekers, in het bijzonder waar risico bestaat op vervolging, willekeurige detentie of foltering.
9. De rechtbank overweegt dat uit de rechtspraak van het Hof volgt dat toetsing of indirect refoulement aannemelijk is, niet aan de orde is binnen de Dublinprocedure, als ten aanzien van de aangezochte lidstaat mag worden uitgegaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel.
10. Eiser heeft in het aanmeldgehoor verklaard dat hij stressklachten heeft, slaapproblemen kent en klachten aan zijn hand en vingers ondervindt, welke volgens hem zijn ontstaan of verergerd door de omstandigheden waarin hij op Cyprus heeft verkeerd. Ook in de zienswijze is daar op gewezen. Dat medische stukken ontbreken betekent volgens eiser niet zonder meer dat daarom aan zijn gestelde kwetsbaarheid voorbij kan worden gegaan. De verklaringen van eiser in samenhang met de eerdere ervaringen op Cyprus en het door eiser gestelde gebrek aan zorg aldaar, maken dat een zorgvuldigere en concretere beoordeling was vereist. De minister heeft nagelaten om inzichtelijk te maken waarom deze combinatie van factoren niet maakt dat overdracht voor eiser onevenredig ingrijpend is en tot een reëel risico leidt op schending van artikel 3 van het EVRM. De minister heeft ten onrechte in zijn geval voor wat betreft artikel 17 van de Dublinverordening verwezen naar de beoordeling van het interstatelijk vertrouwensbeginsel.
10. De rechtbank overweegt dat de minister in redelijkheid en genoegzaam gemotiveerd heeft kunnen beslissen dat er geen aanleiding is om de asielaanvraag van eiser onverplicht aan zich te trekken met toepassing van artikel 17, eerste lid, van de Dublinverordening. Daartoe overweegt de rechtbank dat eiser (ook in beroep) met zijn relaas niet aannemelijk heeft gemaakt dat er sprake is van bijzondere, individuele omstandigheden, die maken dat overdracht aan Cyprus van onevenredige hardheid getuigt. De rechtbank herhaalt dat eiser zijn gestelde medische kwetsbaarheid niet met medische stukken heeft onderbouwd. Ook anderszins is niet gebleken dat eiser (extra) kwetsbaar is. Deze beroepsgrond slaagt daarom niet.
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Dit staat ook in artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000.
het arrest van het Hof van Justitie van 19 maart 2019, ECLI:EU:C:2019:218 (Jawo).
Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Zie de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling), ECLI:NL:RVS:2026:1109.
Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM).
Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (Handvest).
Zie het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 30 november 2023 (ECLI:EU:C:2023:934) en de Afdelingsuitspraak van 12 juni 2024 (ECLI:NL:RVS:2024:2359).