Tussentijdse beëindiging schuldsaneringsregeling. Tekortkomingen in de informatieverplichting, Onduidelijkheid over de inspanningsverplichting en de afdrachtverplichting. Zonder opgave van redenen niet verschenen op zitting. Eerder gemaakte afspraken zijn niet nagekomen.
ECLI:NL:RBDHA:2026:20245
text/xml
public
2026-08-05T08:45:57
2026-07-21
Raad voor de Rechtspraak
nl
Rechtbank Den Haag
2026-07-20
R.09/26/1023
Uitspraak
Eerste aanleg – enkelvoudig
NL
Den Haag
Civiel recht; Insolventierecht
Rechtspraak.nl
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:20245
text/html
public
2026-08-05T08:45:09
2026-08-05
Raad voor de Rechtspraak
nl
ECLI:NL:RBDHA:2026:20245 Rechtbank Den Haag , 20-07-2026 / R.09/26/1023
Tussentijdse beëindiging schuldsaneringsregeling. Tekortkomingen in de informatieverplichting, Onduidelijkheid over de inspanningsverplichting en de afdrachtverplichting. Zonder opgave van redenen niet verschenen op zitting. Eerder gemaakte afspraken zijn niet nagekomen.
vonnis
RECHTBANK
DEN HAAG
Team Toezicht
insolventienummer: R.09/26/1023
vonnis van 20 juli 2026
in de schuldsaneringsregeling van:
[persoon] ,
geboren op [geboortedatum] 1995 te [geboorteplaats] ,
wonende te [woonplaats] .
Waar deze zaak over gaat
[persoon] zit in de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP). De bewindvoerder heeft een verzoek tot tussentijdse beëindiging gedaan. De rechtbank beoordeelt nu of dat verzoek moet worden toegewezen. Als dat gebeurt wordt de WSNP zonder schone lei beëindigd voor de oorspronkelijke einddatum van die regeling. Dat betekent dat schuldeisers hun vorderingen weer op [persoon] kunnen verhalen.
De rechtbank zal het verzoek van de bewindvoerder toewijzen. Zij legt hierna uit waarom zij zo beslist.
1.1.
[persoon] is op 20 februari 2026 toegelaten tot de WSNP. Daarbij is
mr. L. Mundt tot rechter-commissaris en [naam] (Sociaal.nl Schuldsanering) te [plaats] tot bewindvoerder benoemd.
1.2.
De looptijd van de regeling eindigt op 20 augustus 2027.
1.3.
De bewindvoerder heeft op 16 mei 2026 een verzoek tot tussentijdse beëindiging van de regeling gedaan. Volgens de bewindvoerder komt [persoon] de informatieverplichting niet na. Als gevolg van het niet nakomen van de informatieverplichting kan geen berekening van het vrij te laten bedrag worden gemaakt en is de omvang van de afdrachtverplichting niet duidelijk.
1.4.
Het verzoek is op de zitting van 13 juli 2026 behandeld. Bij die gelegenheid is [persoon] , zonder opgave van redenen en ondanks deugdelijke oproeping, niet verschenen. Wel is verschenen: de bewindvoerder.
1.5.
De rechtbank heeft hierna vonnis bepaald op heden.
2.1.
[persoon] is zonder opgave van reden(en) niet ter zitting verschenen, hoewel zij behoorlijk is opgeroepen. Daarmee heeft zij de rechtbank geen reden gegeven de inhoudelijke behandeling uit te stellen of op een nader te bepalen tijdstip voort te zetten.
2.2.
Van personen die zijn toegelaten tot de WSNP wordt verwacht dat zij zich maximaal inspannen om te voldoen aan de daaraan verbonden verplichtingen. Deze verplichtingen bestaan (samengevat) uit het verstrekken van voldoende informatie aan de bewindvoerder, de inspanning om fulltime betaald te werken of aantoonbaar te solliciteren naar betaald fulltime werk, het niet laten ontstaan van nieuwe schulden en het afdragen van een bepaald deel van het inkomen aan de boedel.
2.3.
De rechtbank moet beoordelen of het verwijt dat [persoon] niet aan (een of meer van) deze verplichtingen voldoet gegrond is en als dat zo is, of dat dan ook moet leiden tot tussentijdse beëindiging van de regeling.
2.4.
De tekortkoming in de informatieverplichting is eerder reden geweest voor een verhoor van [persoon] op 30 april 2026. In het kader van het verhoor is afgesproken dat [persoon] in het vervolg de bewindvoerder tijdig, volledig en spontaan zal informeren. Deze afspraak is ook opgenomen in een brief van 26 mei 2026 die naar aanleiding van het verhoor (mede) namens de rechter-commissaris aan [persoon] is verstuurd.
2.5.
[persoon] is, zonder opgave van redenen, niet op zitting verschenen. Zij heeft
derhalve géén gebruik gemaakt van haar recht op hoor en wederhoor. Hetgeen
[persoon] wordt tegengeworpen heeft zij mondeling noch schriftelijk
tegengesproken of weerlegd. De rechtbank dient daarom op grond van de overgelegde stukken en het ter terechtzitting verhandelde er van uit te gaan dat [persoon] de bewindvoerder niet of onvoldoende van informatie heeft voorzien. Gelet op de tekortkoming in de informatieplicht is niet duidelijk of [persoon] (voldoende) heeft gewerkt en/of (aanvullend) heeft gesolliciteerd en aan haar afdrachtverplichting heeft voldaan. De bewindvoerder heeft geen sollicitaties ontvangen en [persoon] heeft niets aan de boedel afgedragen.
De rechtbank is van oordeel dat [persoon] toerekenbaar tekort is geschoten in de nakoming van (in ieder geval) de op haar rustende informatieverplichting.
2.6.
Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat het niet nakomen van de verplichting aan [persoon] te verwijten is en zo ernstig is dat de regeling
tussentijds moet worden beëindigd. De rechtbank zal het verzoek van de bewindvoerder daarom toewijzen.
2.7.
De rechtbank zal de vergoeding van de bewindvoerder vaststellen en de
bewindvoerder opdracht geven een eventueel resterend boedelsaldo te verdelen onder
de schuldeisers.
– beëindigt de schuldsaneringsregeling tussentijds;
– stelt de vergoeding van de bewindvoerder vast op € 3.310,- (inclusief de verschuldigde omzetbelasting), voor zover de boedel toereikend is;
– geeft opdracht aan de bewindvoerder om een eventueel resterend boedelsaldo -na voldoening van de vergoeding van de bewindvoerder en de kosten- te verdelen onder de schuldeisers.
Dit is een beslissing van mr. J.R. Hagendoorn, rechter, in samenwerking met F.J. Knaap LL.B., griffier. Deze beslissing is in het openbaar uitgesproken op 20 juli 2026.
Wat kunt u doen als u het niet eens bent met deze uitspraak?
Tegen deze uitspraak kan degene die dat volgens de Faillissementswet mag gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak hoger beroep instellen. Dat kan door een advocaat een verzoekschrift in te laten dienen bij de griffie van het gerechtshof in Den Haag.