Menu

Filter op
content
PONT | Data&Privacy

0

ECLI:NL:RBDHA:2026:20248

Tussentijdse beëindiging schuldsaneringsregeling. Tekortkomingen in de informatie- en sollicitatieverplichting. Eerder gemaakte afspraken zijn niet nagekomen. Geen aanleiding te veronderstellen dat deze verplichtingen in een vervolgde schuldsaneringsregelnig wel zullen (kunnen) worden nagekomen, al dan niet met behulp van derden.

Rechtbank Den Haag 5 August 2026

Jurisprudentie – Uitspraken

ECLI:NL:RBDHA:2026:20248
text/xml
public
2026-08-05T08:53:57
2026-07-21
Raad voor de Rechtspraak
nl
Rechtbank Den Haag
2026-07-17
R.09/25/1031
Uitspraak
Eerste aanleg – enkelvoudig
NL
Den Haag
Civiel recht; Insolventierecht

Rechtspraak.nl

http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:20248
text/html
public
2026-08-05T08:53:25
2026-08-05
Raad voor de Rechtspraak
nl
ECLI:NL:RBDHA:2026:20248 Rechtbank Den Haag , 17-07-2026 / R.09/25/1031

Tussentijdse beëindiging schuldsaneringsregeling. Tekortkomingen in de informatie- en sollicitatieverplichting. Eerder gemaakte afspraken zijn niet nagekomen. Geen aanleiding te veronderstellen dat deze verplichtingen in een vervolgde schuldsaneringsregelnig wel zullen (kunnen) worden nagekomen, al dan niet met behulp van derden.

vonnis

RECHTBANK
DEN HAAG

Team Toezicht

insolventienummer: R.09/25/1031

vonnis van 17 juli 2026 (bij vervroeging)

in de schuldsaneringsregeling van:

[persoon]
,

geboren op [geboortedatum] 1963 te [geboorteplaats] ( [land] ),

wonende te [woonplaats] .

Waar deze zaak over gaat

[persoon] zit in de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP). De bewindvoerder heeft een verzoek tot tussentijdse beëindiging gedaan. De rechtbank beoordeelt nu of dat verzoek moet worden toegewezen. Als dat gebeurt wordt de WSNP zonder schone lei beëindigd voor de oorspronkelijke einddatum van die regeling. Dat betekent dat schuldeisers hun vorderingen weer op [persoon] kunnen verhalen.

De rechtbank zal het verzoek van de bewindvoerder toewijzen. Zij legt hierna uit waarom zij zo beslist.

<br /> 1<br /> 1. Verloop van de procedure

1.1.

[persoon] is op 14 juli 2025 toegelaten tot de WSNP. Daarbij is mr. L. Mundt tot rechter-commissaris en N. Pavljašević te Barendrecht tot bewindvoerder benoemd.

1.2.

De looptijd van de regeling eindigt op 14 januari 2027.

1.3.

De bewindvoerder heeft op 27 mei 2026 een verzoek tot tussentijdse beëindiging van de regeling gedaan. Volgens de bewindvoerder komt [persoon] de informatieverplichting en de sollicitatieverplichting sinds de aanvang van de schuldsaneringsregeling niet (voldoende) na.

1.4.

De bewindvoerder heeft in aanloop naar de zitting de rechtbank bij brief van 6 juli 2026 geïnformeerd over de laatste stand van zaken. De informatieverplichting en de sollicitatieverplichting zijn nog steeds niet (voldoende) nagekomen.

1.5.

Het verzoek is op de zitting van 13 juli 2026 behandeld. Op die zitting verschenen:

– [persoon] (hierna: [persoon] ), vergezeld door zijn zoon, [naam] ,- de bewindvoerder.

1.6.

De uitspraak is bepaald op 20 juli 2026 met mededeling dat zo mogelijk bij vervroeging uitspraak zal worden gedaan.

<br /> 2De beoordeling

2.1.

Van personen die zijn toegelaten tot de WSNP wordt verwacht dat zij zich maximaal inspannen om te voldoen aan de daaraan verbonden verplichtingen. Deze verplichtingen bestaan (samengevat) uit het verstrekken van voldoende informatie aan de bewindvoerder, de inspanning om fulltime betaald te werken of aantoonbaar te solliciteren naar betaald fulltime werk, het niet laten ontstaan van nieuwe schulden en het afdragen van een bepaald deel van het inkomen aan de boedel.

2.2.

De rechtbank moet beoordelen of het verwijt dat [persoon] niet aan (een of meer van) deze verplichtingen voldoet gegrond is en als dat zo is, of dat dan ook moet leiden tot tussentijdse beëindiging van de regeling.

2.3.

De tekortkomingen in de informatie- en sollicitatieverplichting zijn eerder reden geweest voor een verhoor van de heer Lui op 11 februari 2026. Met het verhoor is afgesproken dat [persoon] in het vervolg de bewindvoerder tijdig, volledig en spontaan zal informeren en aantoonbaar en ‘breed’ dient te solliciteren. Deze afspraken zijn opgenomen in een brief van 11 februari 2026 die naar aanleiding van het verhoor aan [persoon] is verstuurd.

2.4.

[persoon] heeft sinds de aanvang van de schuldsaneringsregeling en tot heden niet aan zijn informatie- en sollicitatieverplichting voldaan. Hij is ook de concrete afspraken die in het kader van het verhoor van 11 februari 2026 hierover met hem zijn gemaakt niet nagekomen. Alle bankafschriften van zijn betaalrekening vanaf na het verhoor (althans vanaf 16 februari 2026) ontbreken, alsmede de bankafschriften van zijn beheerrekening vanaf 14 juli 2025. [persoon] werkt niet en is door de rechter-commissaris gedurende de looptijd van de schuldsaneringsregeling voor 12 uur per week van zijn sollicitatieplicht vrijgesteld, zodat hij op zoek diende te gaan naar een betaalde baan voor (tenminste) 24 uur per week. [persoon] heeft sinds de aanvang van de schuldsaneringsregeling tot en met december 2025 en vanaf maart 2026 tot en met juni 2026 niet (voldoende) aantoonbaar gesolliciteerd. Dat de tekortkomingen mogelijk (mede) het gevolg zijn van een taalbarrière waarvan sprake is, komt voor rekening en risico van [persoon] , die zo nodig hulp had kunnen inschakelen. De zoon van [persoon] heeft op de zitting te kennen gegeven dat hij niet (altijd) de hulp kon en kan bieden die nodig is. Waarom [persoon] de afspraken die in het kader van het verhoor gemaakt zijn niet is nagekomen heeft [persoon] desgevraagd niet toegelicht. Ook heeft [persoon] , ondanks herhaalde vragen van de rechtbank, op de zitting geen enkele toezegging gedaan of oplossing geboden die aanleiding geeft te veronderstellen dat hij de verplichtingen van de schuldsaneringsregeling in het vervolg, al dan niet met hulp van derden, wél zal nakomen. De enkele mededeling van [persoon] ter zitting dat vrijwilligers van het wijkteam wellicht kunnen helpen is onvoldoende.

2.5.

De rechtbank is van oordeel dat het niet (voldoende) nakomen van de verplichtingen aan [persoon] te verwijten is en zo ernstig is dat de regeling tussentijds moet worden beëindigd. De rechtbank zal het verzoek van de bewindvoerder daarom toewijzen.

2.6

De rechtbank zal de vergoeding van de bewindvoerder vaststellen en de bewindvoerder opdracht geven een eventueel resterend boedelsaldo te verdelen onder de schuldeisers.

<br /> 3De beslissing

De rechtbank:

– beëindigt de schuldsaneringsregeling tussentijds;

– stelt de vergoeding van de bewindvoerder vast op € 3.740,89 (inclusief de verschuldigde omzetbelasting), voor zover de boedel toereikend is;

– geeft opdracht aan de bewindvoerder om een eventueel resterend boedelsaldo -na voldoening van de vergoeding van de bewindvoerder en de kosten- te verdelen onder de schuldeisers.

Dit is een beslissing van mr. J. Hagendoorn, rechter, in samenwerking met F.J. Knaap LL.B., griffier. Deze beslissing is bij vervroeging uitgesproken op 17 juli 2026.

Wat kunt u doen als u het niet eens bent met deze uitspraak?

Tegen deze uitspraak kan degene die dat volgens de Faillissementswet mag gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak hoger beroep instellen. Dat kan door een advocaat een verzoekschrift in te laten dienen bij de griffie van het gerechtshof in Den Haag.

Artikel delen