BNT, asiel, beslissing op aanvraag, beroep ingetrokken, pkv.
ECLI:NL:RBDHA:2026:21011
text/xml
public
2026-07-28T17:00:21
2026-07-27
Raad voor de Rechtspraak
nl
Rechtbank Den Haag
2026-07-23
NL25.23350
Uitspraak
Eerste aanleg – enkelvoudig
NL
Middelburg
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Rechtspraak.nl
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:21011
text/html
public
2026-07-27T09:44:19
2026-07-28
Raad voor de Rechtspraak
nl
ECLI:NL:RBDHA:2026:21011 Rechtbank Den Haag , 23-07-2026 / NL25.23350
BNT, asiel, beslissing op aanvraag, beroep ingetrokken, pkv.
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.23350
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[verzoeker] Vandi, verzoeker,
V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. B.J. Manspeaker),
en
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Verzoeker heeft op 22 mei 2025 beroep ingesteld tegen het niet-tijdig beslissen op zijn asielaanvraag van 1 september 2022.
Bij besluit van 26 februari 2026 heeft verweerder beslist op de asielaanvraag van eiser.
Verzoeker heeft het beroep ingetrokken en daarbij verzocht om verweerder te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten.
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Awb uitspraak zonder zitting.
1. De veroordeling van een partij in de proceskosten is geregeld in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Bpb. Als een beroep wordt ingetrokken, omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoet gekomen, kan de rechtbank op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. Dit is geregeld in artikel 8:75a van de Awb.
2. Nu verweerder niet binnen de hiervoor geldende termijn op de aanvraag van verzoeker heeft besloten maar alsnog op deze aanvraag hangende een beroep tegen het niet tijdig beslissen heeft besloten, is verweerder geheel aan het beroep van verzoeker tegemoetgekomen.
3. Het verzoek wordt als kennelijk gegrond toegewezen. De rechtbank veroordeelt verweerder in de door verzoeker gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Bpb voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 467 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 934 met een wegingsfactor 0,5). De rechtbank is van oordeel dat de wegingsfactor ‘licht’ van toepassing is aangezien het beroep alleen ziet op het niet tijdig nemen van een besluit.
De rechtbank:
veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 467 (vierhonderdzesenzeventig euro).
Deze uitspraak is gedaan op 23 juli 2026 door mr. W.H. Bel, rechter, in aanwezigheid van mr. A.S.J.I. Hendrickx, griffier, openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.
Voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Algemene wet bestuursrecht.
Besluit proceskosten bestuursrecht.