Asiel. Gambia. Geloofwaardigheid van het asielrelaas. Beroep ongegrond. Mondelinge uitspraak.
ECLI:NL:RBDHA:2026:21656
text/xml
public
2026-08-04T17:00:07
2026-08-03
Raad voor de Rechtspraak
nl
Rechtbank Den Haag
2026-07-30
NL25.59381
Uitspraak
Eerste aanleg – enkelvoudig
Mondelinge uitspraak
Proces-verbaal
NL
Middelburg
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Rechtspraak.nl
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:21656
text/html
public
2026-08-03T15:16:41
2026-08-04
Raad voor de Rechtspraak
nl
ECLI:NL:RBDHA:2026:21656 Rechtbank Den Haag , 30-07-2026 / NL25.59381
Asiel. Gambia. Geloofwaardigheid van het asielrelaas. Beroep ongegrond. Mondelinge uitspraak.
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.59381
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser
V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. C.T.W. van Dijk),
en
de minister van Asiel en Migratie, voorheen de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
(gemachtigde: mr. D. Koevoets).
In het besluit van 27 november 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder de aanvraag van eiser om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in de algemene procedure afgewezen als ongegrond.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
De rechtbank heeft het beroep op 30 juli 2026 op een zitting behandeld in Breda. Eiser is verschenen, bijgestaan door mr. D.W.M. van Erp als waarnemer van zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen [tolk] . Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank onmiddellijk mondeling uitspraak gedaan.
1. Verweerder heeft terecht overwogen dat eiser niet inzichtelijk heeft gemaakt voor wie hij nu precies vreest. Zijn dat de personen uit zijn dorp die Marabu (wijsgeer) zijn, of de hele oudere generatie in het dorp? Dat is in eisers relaas niet helder geworden, terwijl dat wel noodzakelijk is. Verweerder heeft dan ook terecht overwogen dat eiser geen persoonlijke vrees aannemelijk heeft gemaakt dat hij bij de Marabu of de oudere generatie in de negatieve aandacht staat. Het enkele feit dat hij jong is, eiser is nu 28 jaar oud, is te weinig.
2. Anders dan eiser heeft aangevoerd, mag bij het indienen van correcties en aanvullingen worden verwacht dat wordt uitgelegd waarom in eerste instantie niet juist is verklaard. Correcties en aanvullingen zijn niet bedoeld om tegenstrijdigheden achteraf weg te poetsen. Verweerder houdt dan ook terecht vast aan de tegenstrijdigheid dat de Marabu enerzijds altijd iets tegen eiser zouden kunnen doen, en anderzijds dat dit alleen mogelijk is als zij zich eiser actief herinneren.
3. Ter zitting is aangevoerd dat deze tegenstrijdigheid wellicht te maken heeft met het feit dat er tijdens het nader gehoor een niet-beëdigde tolk aanwezig was. Eiser heeft toegelicht dat hij hem niet goed kon verstaan en dat hij niet weet wat hij in het Nederlands heeft overgebracht. Maar tijdens het nader gehoor heeft eiser meermaals verteld dat hij de tolk goed kon verstaan. Zowel vooraf als aan het einde. Uit de tekst van het rapport van het gehoor kan niet worden opgemaakt dat er communicatieproblemen waren met de tolk. In de correcties en aanvullingen is ook niets te vinden over het disfunctioneren van de tolk of een communicatieprobleem. In de zienswijze is ook niets aangevoerd over de niet-beëdigde tolk die zijn werk wellicht niet goed zou hebben gedaan. Dit is dan ook geen deugdelijke verklaring voor het verschil in eisers relaas tijdens het nader gehoor en de correcties en aanvullingen daarop.
4. Verder heeft verweerder terecht tegengeworpen dat eiser het verband niet aannemelijk heeft gemaakt tussen de dood van zijn vriend en het advies van zijn moeder om te vluchten enerzijds, en anderzijds de tegenstrijdigheid in de verklaringen over de vrees voor de Marabu dan wel de oudere generatie. Eiser kan niet worden gevolgd in zijn stelling dat hij daarover te weinig is bevraagd. Het bevragen tijdens het nader gehoor strekt niet zo ver dat alleen tegenstrijdigheden die expliciet zijn voorgehouden kunnen worden tegengeworpen. Het ligt op de weg van eiser om een consistent relaas naar voren te brengen. Daartoe is hij voldoende in de gelegenheid gesteld.
5. Eisers asielaanvraag is terecht afgewezen omdat zijn asielrelaas ongeloofwaardig is. Dat betekent ook dat er terecht een terugkeerbesluit is uitgevaardigd.
6. Het beroep is ongegrond.
7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 30 juli 2026 door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in aanwezigheid van mr. A.S. Hamans, griffier. Dit proces-verbaal zal geanonimiseerd worden gepubliceerd op www.rechtspraak.nl.
Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen een week na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Op grond van artikel 31, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 zoals die luidde tot 12 juni 2026.