Menu

Filter op
content
PONT | Data&Privacy

0

ECLI:NL:RBDHA:2026:21919

De afwijzing van de asielaanvraag kan niet in stand blijven. De minister heeft zich voldoende gemotiveerd op het standpunt heeft gesteld dat de identiteit van eiseres en haar problemen met Eguntobi en Madam ongeloofwaardig zijn. De minister heeft echter ten onrechte geen risicoanalyse als bedoeld in de Country Guidance Nigeria 2021 gemaakt. Ook heeft de minister onvoldoende gemotiveerd waarom e...

Rechtbank Den Haag 6 August 2026

Jurisprudentie – Uitspraken

ECLI:NL:RBDHA:2026:21919
text/xml
public
2026-08-06T08:53:25
2026-08-06
Raad voor de Rechtspraak
nl
Rechtbank Den Haag
2026-07-01
NL25.25676
Uitspraak
Eerste aanleg – enkelvoudig
NL
Utrecht
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht

Rechtspraak.nl

http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:21919
text/html
public
2026-08-06T08:51:56
2026-08-06
Raad voor de Rechtspraak
nl
ECLI:NL:RBDHA:2026:21919 Rechtbank Den Haag , 01-07-2026 / NL25.25676

De afwijzing van de asielaanvraag kan niet in stand blijven. De minister heeft zich voldoende gemotiveerd op het standpunt heeft gesteld dat de identiteit van eiseres en haar problemen met Eguntobi en Madam ongeloofwaardig zijn. De minister heeft echter ten onrechte geen risicoanalyse als bedoeld in de Country Guidance Nigeria 2021 gemaakt. Ook heeft de minister onvoldoende gemotiveerd waarom eiseres zich – net als voorheen – elders in Nigeria zou kunnen handhaven.

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: NL25.25676

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres] , eiseres,

geboren op [geboortedatum 1] 1989,

v-nummer: [V-nummer] ,

mede namens haar minderjarige kinderen,

[minderjarige 1] en [minderjarige 2] ,

geboren op [geboortedatum 2] 2018 en [geboortedatum 3] 2017,

v-nummers: [V-nummer] en [V-nummer] ,

allen van Nigeriaanse nationaliteit

(gemachtigde: mr. K. Mohasselzadeh),

en

de minister van Asiel en Migratie, de minister

(gemachtigde: M. Janssen).

Samenvatting

1.1

Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvraag van eiseres. Eiseres is het daar niet mee eens. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvraag.

1.2

De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de aanvraag niet in stand kan blijven. De rechtbank oordeelt dat de minister zich voldoende gemotiveerd op het standpunt heeft gesteld dat de identiteit van eiseres en haar problemen met [persoon1] en [persoon2] ongeloofwaardig zijn. De minister heeft echter ten onrechte geen risicoanalyse als bedoeld in de Country Guidance Nigeria 2021 gemaakt. Ook heeft de minister onvoldoende gemotiveerd waarom eiseres zich – net als voorheen – elders in Nigeria zou kunnen handhaven. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

2.1

Eiseres heeft op 25 augustus 2022 een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. De minister heeft met het bestreden besluit van 15 mei 2025 deze aanvraag in de verlengde asielprocedure afgewezen als ongegrond.

2.2

Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. De minister heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.

2.3

De rechtbank heeft het beroep op 5 februari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, haar gemachtigde, D.K. Ehigiene (tolk) en de gemachtigde van de minister.

Het asielrelaas

3. Eiseres stelt dat zij is geboren in [geboorteplaats] . Toen eiseres ongeveer elf jaar oud was, is zij vertrokken naar [plaats 1] om daar te werken als [functie] . Rond 16-/17-jarige leeftijd, in 2005/2006, begon eiseres te twijfelen aan de islam. In [plaats 1] is eiseres verkracht en zwanger geworden van haar eerste dochter, [minderjarige 3] , die is geboren in 2010. Eiseres mocht niet terugkeren naar haar familie omdat zij zwanger was. Zij is toen naar een vriend in [plaats 2] gegaan. Op een gegeven moment heeft eiseres [persoon1] ontmoet. Hij is de vader van haar tweede dochter, [minderjarige 4] , die is geboren in 2012. [persoon1] sloeg eiseres. Eiseres heeft daarom aangifte van mishandeling gedaan bij de politie. [persoon1] is in 2013 opgepakt en in de gevangenis beland omdat hij crimineel is. Eiseres is hiervoor verantwoordelijk gehouden en zij is bedreigd en mishandeld door compagnons van [persoon1] , die samen een criminele bende vormen. Eiseres is daarop met haar twee dochters gevlucht naar haar moeder in [geboorteplaats] . Toen zij daar drie dagen was, hebben de bendeleden haar gelokaliseerd en hebben zij de vader van eiseres met een stok tegen zijn hoofd geslagen, waardoor hij is overleden. De dochters van eiseres bleven bij de moeder van eiseres in [geboorteplaats] en eiseres is gevlucht naar een vriend in [plaats 3] . Daar ging eiseres werken in een restaurant en heeft zij [persoon2] ontmoet. [persoon2] bood haar aan om naar Groot-Brittannië te reizen voor een beter leven. Eiseres is in 2014 of 2015 met de bus vertrokken naar Libië. Eenmaal in Libië aangekomen bleek dat eiseres gedwongen moest werken als sekswerker bij “ [bedrijf] ” om de kosten voor haar reis af te betalen. Een klant genaamd [persoon3] heeft eiseres uiteindelijk geholpen om weg te komen van het sekswerk. De eigenaar van [bedrijf] bleek daarna op zoek te zijn naar eiseres. Eiseres is daarom met [persoon3] naar een andere plek verhuisd, maar daar werden zij lastig gevallen door een Libische groep genaamd de [groepering] . Mensen begonnen te vloeken en rennen en eiseres en [persoon3] gingen ook mee en zijn op een boot naar Italië gezet. Zij zijn in 2015 in Italië gearriveerd. In Italië is in 2017 [minderjarige 2] , de zoon van eiseres en [persoon3] , geboren. Na een verblijf in Italië is eiseres met [persoon3] en hun zoon vertrokken naar Frankrijk. In Frankrijk is in 2018 [minderjarige 1] , de tweede zoon van eiseres en [persoon3] , geboren. Tijdens het verblijf in Frankrijk is eiseres helemaal losgekomen van de islam en ging eiseres voor het eerst naar de kerk. Toen eiseres in Frankrijk was, is haar verteld dat [persoon2] bij haar moeder in Nigeria langs is geweest en naar eiseres heeft gevraagd en heeft gedreigd om de dochters van eiseres mee te nemen om te werken. De moeder en dochters van eiseres zijn daarom gevlucht. Tijdens het verblijf in Frankrijk zijn eiseres en [persoon3] ieder hun eigen weg gegaan. In 2022 is eiseres met haar twee zoons naar Nederland vertrokken. Eenmaal in Nederland, is eiseres bekeerd tot het christendom. Bij terugkeer naar Nigeria vreest eiseres voor de bendeleden, want die komen nog steeds naar de familie van eiseres om te vragen of zij al terug is, omdat zij ervoor zou hebben gezorgd dat [persoon1] in de gevangenis is gekomen, waar hij nog steeds gevangen zit. Eind 2024/begin 2025 zijn de bendeleden nog bij haar familie aan de deur geweest. De moeder en dochters van eiseres verstoppen zich als de bendeleden komen. Verder vreest eiseres voor [persoon2] , omdat zij nog een schuld bij haar heeft. [persoon2] heeft lichaamseigen materialen (haar en nagels) van eiseres afgenomen om voodoorituelen mee te doen. Deze heeft zij nog steeds in haar bezit. Eiseres vreest daarom door [persoon2] te worden gedood of dat zij gek zal worden gemaakt door middel van voodoo. Ook vreest eiseres voor moslims in het algemeen en voor haar familieleden in het bijzonder, omdat zij afvallig is en bekeerd is tot het christendom. Eiseres vreest dat zij zal worden onterfd, weggestuurd van huis of dat zij zal worden gedood. Tot slot vreest eiser voor besnijdenis door haar familie/stam. Eiseres heeft hieraan in het verleden kunnen ontkomen, maar dit zal bij terugkeer naar Nigeria niet meer kunnen. Ook de dochters van eiseres, die nog in Nigeria wonen, zullen dan moeten worden besneden.

Het bestreden besluit

4. Het asielrelaas van eiseres bevat volgens de minister de volgende asielmotieven:

1. identiteit, nationaliteit en herkomst;

2. eiseres heeft problemen met [persoon1] , de vader van haar dochters;

3. eiseres heeft problemen met [persoon2] waar voodoo uit voortgekomen is;

4. eiseres is afvallig van de islam;

5. eiseres is bekeerd tot het christendom;

6. eiseres is niet besneden.

5.1.1

De minister heeft de nationaliteit en herkomst van eiseres, dat zij door [persoon2] is meegenomen naar Libië en daar voor haar als sekswerker heeft gewerkt, de afvalligheid van de islam, de bekering tot het christendom en dat eiseres niet is besneden, geloofwaardig geacht.

5.1.2

De minister heeft de identiteit van eiseres niet geloofwaardig geacht, omdat zij verschillende namen heeft opgegeven. Op haar asielaanvraag in Nederland staat de naam

[eiseres] vermeld, op de geboorteaktes van haar zoons staat zij vermeld als [naam 1] en op de geboorteaktes van haar dochters staat zij vermeld als [naam 2] . Eiseres heeft geen documenten overgelegd om haar identiteit mee aan te tonen. De kopieën van de geboorteaktes van haar kinderen en haar schooldiploma zijn daarvoor onvoldoende, want dat zijn slechts indicatieve documenten. De omstandigheid dat er in Nigeria geen identificatieplicht is en dat er geen boetes worden uitgedeeld voor het niet hebben van identificerende documenten, laat onverlet dat er wisselende verklaringen zijn over de daadwerkelijke naam van eiseres, aldus de minister. Daarom is eiseres niet het voordeel van de twijfel gegund wat betreft de geloofwaardigheid van haar identiteit.

5.1.3

De minister heeft de problemen met [persoon1] deels geloofwaardig geacht. De minister vindt het wel geloofwaardig dat eiseres problemen met [persoon1] zelf heeft, maar volgens de minister is het niet geloofwaardig dat [persoon1] lid is van een bende en dat eiseres tot op de dag van vandaag door die bende wordt gezocht. De verklaringen van eiseres hierover vormen namelijk geen samenhangend en aannemelijk geheel. Volgens de minister zijn de verklaringen over het uiterlijk van de bendeleden en hun herkenbaarheid, hoe eiseres weet dat [persoon1] tot de bende behoort en de verklaringen over de bezoeken van de bendeleden aan de familie van eiseres te summier.

5.1.4

De minister vindt het niet geloofwaardig dat [persoon2] voodoo heeft gebruikt waardoor eiseres problemen heeft of in de toekomst problemen zal krijgen, omdat de verklaringen van eiseres daarover geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen. Ten eerste heeft eiseres weinig gedetailleerd over voodoo verklaard. Zo weet zij niet wat er met de door [persoon2] afgenomen lichaamseigen materialen is gedaan. Ten tweede spreekt de verklaring dat eiseres is weggekomen van [persoon2] de verklaring dat dit vanwege voodoo niet zou moeten kunnen, tegen. Ten derde zijn de verklaringen over de voodoopriester summier en algemeen. Ten vierde heeft eiseres de stelling dat zij en haar kinderen ziek zijn als gevolg van voodoo en represailles niet onderbouwd met documenten of nadere verklaringen.

5.2.1

Verder blijkt volgens de minister uit de verklaringen van eiseres niet dat zij een gegronde vrees voor vervolging heeft. Uit de verklaringen en de individuele omstandigheden van eiseres is niet gebleken dat eiseres als alleenstaande vrouw problemen verwacht bij terugkeer naar Nigeria. Verder heeft eiseres volgens de minister niet aannemelijk gemaakt dat zij heeft te vrezen in het kader van haar afvalligheid van de islam, omdat niet te verwachten valt dat zij bij terugkeer naar Nigeria haar twijfels over de islam zal uiten. Wat betreft haar bekering tot het christendom heeft eiseres volgens de minister niet aannemelijk gemaakt dat zij bij terugkeer zou willen evangeliseren. Ook is het niet aannemelijk dat kerkgang onmogelijk is in Nigeria of dat eiseres persoonlijk slachtoffer zal worden van geweld tegen christenen. Tot slot vindt de minister het niet aannemelijk dat eiseres bij terugkeer naar Nigeria besneden zal worden.

5.2.2

De minister stelt zich op het standpunt dat eiseres bij terugkeer naar Nigeria geen reëel risico op ernstige schade loopt. Eiseres heeft haar vrees met betrekking tot problemen met [persoon1] en [persoon2] namelijk niet aannemelijk gemaakt. Eiseres heeft niet concreet gemaakt waarom zij na meer dan tien jaar stelt nog steeds te vrezen dat zij bij terugkeer naar Nigeria door [persoon1] gevonden zal worden. Ook stelt eiseres nog steeds te vrezen voor [persoon2] , omdat zij haar nog geld moet betalen, maar is dit volgens de minister niet aannemelijk omdat eiseres heeft verklaard dat zij en haar moeder sinds 2018 niets meer hebben vernomen van [persoon2] of de eigenaar van [bedrijf] . Eiseres kan daarom naar haar familie terugkeren of zich elders in Nigeria vestigen. Eerder heeft zij immers ook als alleenstaande vrouw met haar twee dochters elders in Nigeria gewoond en gewerkt.

De beroepsgronden van eiseres over de geloofwaardigheid en het oordeel van de rechtbank daarover

Over de identiteit van eiseres

6.1

Eiseres voert aan dat de minister haar ten aanzien van haar identiteit het voordeel van de twijfel had moeten gunnen. Het is lastig om officiële staatsdocumenten op te vragen uit Nigeria, omdat de bureaucratie daar niet sterk is. Ook is het normaal dat vluchtelingen soms inconsistent verklaren, omdat ze onder grote druk staan. Dit is ook het geval voor eiseres: zij vreest namelijk voor de besnijdenis van haar dochters en voor haar eigen leven. Verder stelt eiseres dat haar overige verklaringen wel coherent en plausibel zijn. Zij heeft moeite gedaan om de documenten te verkrijgen en voor de documenten die ontbreken heeft eiseres een goede reden. Tijdens de zitting heeft eiseres gezegd dat haar naam

[eiseres] is. Dit blijkt ook uit de in beroep overgelegde brief van de kerk. Eerder heeft eiseres de achternaam gedragen van haar ouders en daarna van de vaders van haar kinderen.

6.2

De rechtbank kan het standpunt van de minister volgen dat de identiteit van eiseres niet geloofwaardig is. Eiseres heeft geen officiële documenten overgelegd om haar identiteit mee aan te tonen. Op de geboorteaktes van haar zoons en dochters staat zij vermeld met twee verschillende namen. Bovendien komen deze namen niet overeen met de naam die eiseres bij haar asielaanvraag heeft opgegeven en de naam die op haar schooldiploma staat. Het is niet duidelijk op welke manieren eiseres heeft geprobeerd om documenten te verkrijgen om haar identiteit aannemelijk te maken. Daar komt nog bij dat eiseres wisselend en niet eenduidig heeft verklaard over de stukken die zij heeft overgelegd. De rechtbank kan daarom volgen dat de minister eiseres ten aanzien van haar identiteit niet het voordeel van de twijfel heeft gegund. De beroepsgrond slaagt niet.

Over de problemen met [persoon1]

7.1

Eiseres voert aan dat de minister het ten onrechte ongeloofwaardig heeft geacht dat [persoon1] lid is van een bende en dat zij tot op heden te vrezen heeft voor deze bende. Eiseres kan niet verklaren over het uiterlijk van de bendeleden, omdat zij onopvallende veranderingen aan hun uiterlijk maken om zo alsnog lid te kunnen zijn van de bende. Bovendien zijn de bendeleden niet aan hun uiterlijk, maar aan de manier waarop zij zich presenteren en groeten te herkennen, en dat is niet gemakkelijk voor mensen die geen lid zijn. Verder verstoppen de dochters en moeder van eiseres zich als de bendeleden hen bezoeken, omdat het voor hen gevaarlijk kan zijn dat eiseres asiel heeft aangevraagd in Nederland. Omdat de dochters van eiseres verbonden zijn met de bende door hun vader [persoon1] , zal eiseres ook gestraft worden.

7.2

De rechtbank is van oordeel dat de minister zich niet ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat de verklaringen van eiseres over het uiterlijk van de bendeleden en de bezoeken aan de familieleden van eiseres te summier zijn. Met haar stelling dat de bendeleden onopvallend veranderingen in hun uiterlijk aanbrengen, maakt eiseres nog steeds niet duidelijk wat voor uiterlijk de bendeleden dan hebben en hoe eiseres ze überhaupt herkent. De minister heeft ook het standpunt mogen innemen dat uit de verklaringen van eiseres niet anderszins blijkt hoe zij weet dat [persoon1] lid is van een bende. Ook heeft eiseres de connectie tussen haar aangifte van huiselijk geweld tegen [persoon1] en de bedreigingen door de bende niet duidelijk gemaakt. De beroepsgrond slaagt niet.

Over de problemen met [persoon2]

8.1

Eiseres voert aan dat de minister ten onrechte ongeloofwaardig heeft geacht dat voodoo is gebruikt door [persoon2] . De omstandigheid dat eiseres geen details kan geven over voodoo is gebruikelijk, want voodoo werkt juist via psychologische druk en angst. Uit het Algemeen Ambtsbericht Nigeria van januari 2023 (het Ambtsbericht) blijkt dat veel slachtoffers geloven dat het breken van een eed ernstige gevolgen heeft. Dat eiseres gelooft dat ziektes door voodoo komen is subjectief en cultureel verklaarbaar en daarmee geloofwaardig, aldus eiseres.

8.2

De rechtbank is van oordeel dat de minister zich niet ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat het niet geloofwaardig is dat eiseres door voodoo problemen heeft of in de toekomst zal krijgen. Eiseres heeft verklaard dat [persoon2] lichaamseigen materiaal van haar heeft afgenomen en dat zij door voodoo niet weg kon bij [persoon2] . Toch is het eiseres gelukt om weg te komen. Zij heeft hier geen verklaring voor gegeven en de minister heeft dan ook het standpunt mogen innemen dat zij hiermee haar eigen verklaringen over voodoo tegenspreekt. Ten aanzien van de vrees van eiseres voor represailles in de toekomst heeft de minister aan eiseres kunnen tegenwerpen dat zij deze vrees onvoldoende heeft geconcretiseerd. De beroepsgrond slaagt niet.

De beroepsgronden van eiseres over de zwaarwegendheid en het oordeel van de rechtbank daarover

Over de afvalligheid en bekering

9. Eiseres heeft geen beroepsgronden aangevoerd die zien op afvalligheid. Tijdens de zitting heeft de gemachtigde van eiseres medegedeeld dat de beroepsgrond inhoudende dat evangelisatie vaak gepaard gaat met besnijdenis niet langer wordt gehandhaafd.

10.1

Wat betreft de bekering heeft eiseres aangevoerd dat het Ambtsbericht bevestigt dat bekeerlingen ernstige sociale gevolgen kunnen ondervinden, niet alleen binnen het gezin, maar in de hele gemeenschap. Bekering kan in delen van Nigeria tot sociale uitsluiting, geweld of moord leiden. Christenvervolging komt voor in Nigeria en dit wordt door de staat onvoldoende bestreden. Straffeloosheid maakt dat lokale gemeenschappen en zelfs familieleden geweld tegen bekeerlingen zoals eiseres gebruiken, zonder dat daar enige consequenties aan zitten. Daardoor moet eiseres vrezen voor haar leven. Volgens eiseres is haar geloofsgroei een individueel intern proces, dat niet uitsluitend gemeten kan worden aan publieke evangelisatie. Bovendien zit het risico op vervolging niet alleen in het praktiseren zelf, maar ook in publiekelijke schaamte en uitsluiting door het volk en haar eigen familie.

10.2

De rechtbank is van oordeel dat eiseres haar vrees voor de autoriteiten, burgers en haar familie niet heeft geïndividualiseerd. Wat betreft de algemene situatie van christenen in Nigeria, is de rechtbank van oordeel dat de minister zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat het niet mogelijk is om in Nigeria naar de kerk te gaan. Uit pagina 46 van het Ambtsbericht blijkt namelijk dat ongeveer 48% van de Nigerianen zich als christen identificeert. Ook blijkt uit pagina 49 van het Ambtsbericht dat de toename in het aantal christelijke slachtoffers sinds 2020 moet worden gezien als deel van de toename van het geweld tegen alle burgers, ongeacht hun religie. Eiseres heeft in beroep geen concrete informatie aangevoerd, waaruit blijkt dat dit anders is. De rechtbank volgt het standpunt van de minister dat eiseres haar vrees om gedood te worden door haar familie en moslims in de maatschappij niet concreet of persoonlijk heeft gemaakt. Zo heeft eiseres niet onderbouwd waarom zij heeft te vrezen voor haar familie, die overigens bestaat uit moslims én christenen. De rechtbank is van oordeel dat de minister zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat de enkele omstandigheden dat (een deel van) de familie van eiseres moslim is, onvoldoende is om aan te nemen dat eiseres bij terugkeer naar Nigeria problemen met hen zal ondervinden. Ook kan de rechtbank het standpunt van de minister tijdens de zitting dat eiseres bij terugkeer naar Nigeria niet perse terug hoeft naar haar familie, maar zich ook elders in Nigeria kan vestigen, volgen. Dat eiseres heeft gesteld dat dat nu niet meer kan, onder andere omdat zij nu twee buitenechtelijke kinderen heeft, maakt dat niet anders. Eiseres kon zich voor haar vertrek uit Nigeria immers ook zonder haar familie, als alleenstaande vrouw met twee dochters die voorkwamen uit buitenechtelijke relaties, staande houden. De beroepsgrond slaagt niet.

Over de vrees voor vrouwenbesnijdenis

11.1

Eiseres voert aan dat de minister ten onrechte het standpunt heeft ingenomen dat zij zich bij terugkeer naar Nigeria aan besnijdenis kan onttrekken. Zij zal bij terugkeer naar Nigeria namelijk volledig afhankelijk zijn van haar familie en dit verhoogt het risico op vrouwenbesnijdenis. In het verleden heeft eiseres zich aan besnijdenis kunnen onttrekken, omdat zij toen zelfstandiger was. Eiseres verwijst naar de UNHCR richtlijnen, waaruit blijkt dat het enkele feit dat een vrouw niet eerder besneden is, niet automatisch maakt dat zij bij terugkeer geen risico loopt op besnijdenis. Volgens eiseres heeft de minister ten onrechte aan haar tegengeworpen dat binnen de [groep] een relatief laag percentage van 33,7% van de vrouwen wordt besneden. Dit betekent niet dat het risico voor eiseres laag is. Ook heeft de minister volgens eiseres ten onrechte aan haar tegengeworpen dat het onduidelijk is hoe haar stam erachter zal komen dat eiseres terug is. In veel Nigeriaanse dorpen en regio’s, zeker in traditionele gemeenschappen zoals die van eiseres, verspreidt informatie zich zeer snel.

11.2

De rechtbank kan het standpunt van de minister volgen. Eiseres heeft 25 jaar in Nigeria gewoond. Een groot deel daarvan heeft zij bij haar familie gewoond en in deze periode is zij niet besneden. Daaruit blijkt dat eiseres de besnijdenis eerder ook altijd heeft kunnen ontlopen. In het Ambtsbericht staat dat vrouwenbesnijdenis voorkomt in Nigeria, maar ook dat het strafbaar is en zeker niet bij alle Nigeriaanse vrouwen voorkomt. Daarom is het aan eiseres om met haar verklaringen aannemelijk te maken waarom zij bij terugkeer naar Nigeria alsnog besneden zal worden. De rechtbank is met de minister van oordeel dat eiseres daar niet in is geslaagd. Ook heeft eiseres niet concreet gemaakt hoe zij de besnijdenis eerder altijd heeft kunnen ontlopen. Wat betreft de verwijzing naar het Ambtsbericht over het percentage vrouwen dat wordt besneden binnen de [groep] en dat dat niet betekent dat het risico voor eiseres laag is, is de rechtbank van oordeel dat eiseres ook niet aannemelijk heeft gemaakt dat het risico voor haar hoog is. De beroepsgrond slaagt niet.

11.3

Eiseres voert aan dat zij vreest dat haar dochters zullen worden besneden. Verder heeft de minister volgens eiseres ten onrechte niet haar vrees beoordeeld om te worden gedood, omdat zij de besnijdenis van haar dochters zal weigeren en om die reden door anderen als verwesterd of ongehoorzaam zal worden gezien en een schande wordt voor haar familie.

11.4

De rechtbank is van oordeel dat de minister zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat de vrees voor de besnijdenis van haar dochters niet binnen de reikwijdte van de asielaanvraag van eiseres valt, omdat haar dochters nog in Nigeria verblijven. Voor wat betreft de vrees van eiseres om te worden gedood als zij weigert om haar dochters te laten besnijden en dat de minister dit ten onrechte niet heeft betrokken, is de rechtbank van oordeel dat deze vrees niet uit de verklaringen tijdens het nader gehoor en het aanvullend gehoor blijkt. Hieruit blijkt enkel de vrees van eiseres om zelf besneden te worden en de vrees dat haar dochters besneden zullen worden. In de zienswijze van 25 april 2025 heeft eiseres voor het eerst aangevoerd dat “wanneer [zij] zou willen voorkomen dat haar dochters worden besneden, zij om die reden te vrezen heeft voor haar eigen leven”. De rechtbank is van oordeel dat de minister in het bestreden besluit terecht heeft gesteld dat eiseres in die zienswijze voor het eerst met deze stelling komt en dat zij die stelling niet nader heeft toegelicht. Ook in beroep heeft eiseres dit niet nader onderbouwd. De minister heeft deze vrees daarom terecht niet beoordeeld. De beroepsgrond slaagt niet.

Over problemen met [persoon2]

12.1

Eiseres voert aan dat de minister haar vrees voor [persoon2] ten onrechte niet aannemelijk heeft geacht. De minister heeft onvoldoende gemotiveerd dat het jarenlang uitblijven van contact maakt dat eiseres niet meer te vrezen heeft. Vrouwenhandelnetwerken kunnen jarenlang afwachten of later toeslaan. Uit het Ambtsbericht blijkt dat slachtoffers risico lopen op vergelding, ook jaren later en zeker wanneer de schuld niet is afbetaald. De verklaringen van eiseres over het bezoek van [persoon2] aan haar moeder is persoonlijk en concreet en laat zien dat [persoon2] daadwerkelijk met represailles heeft gedreigd. Ook het feit dat de moeder van eiseres moest vluchten laat de concrete dreiging zien. Eiseres stelt dat zij het voordeel van de twijfel moet krijgen gelet op de algemene informatie over slachtoffers van mensenhandel in Nigeria. Op grond van het EHRM mag van slachtoffers van mensenhandel geen volledige bewijslast geëist worden. Eiseres vindt dat de minister ten onrechte aan haar heeft tegengeworpen dat zij bescherming zou kunnen krijgen van de autoriteiten. Uit het Ambtsbericht en rapporten van internationale organisaties blijkt namelijk dat de Nigeriaanse autoriteiten onvoldoende bescherming kunnen bieden aan slachtoffers van mensenhandel.

12.2

De rechtbank stelt vast dat de minister in het bestreden besluit geloofwaardig heeft geacht dat eiseres door [persoon2] is meegenomen naar Libië en gedwongen voor haar in de prostitutie heeft gewerkt. Dit betekent dat eiseres slachtoffer van mensenhandel is. De gemachtigde van de minister heeft dit tijdens de zitting ook erkend.

12.3

In een uitspraak van 7 mei 2025 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) geoordeeld dat de minister, bij de beoordeling van de asielaanvragen van vreemdelingen die het slachtoffer zijn van Nigeriaanse mensenhandelaren, een risicoanalyse moet maken als bedoeld in de Country Guidance Nigeria 2021 (Country Guidance) van het European Asylum Support Office (nu het European Union Agency for Asylum, EUAA). In de Country Guidance wordt door de EUAA een aantal factoren geformuleerd die bij de risicoanalyse betrokken moet worden, zoals het bedrag van de ‘schuld’ aan de mensenhandelaar, het machtsniveau/de capaciteit van de mensenhandelaar, kennis van de mensenhandelaar over de familie en de achtergrond van het slachtoffer, de gezinsstatus van het slachtoffer, alsmede diens sociaaleconomische en financiële positie, het opleidingsniveau van het slachtoffer, en de beschikbaarheid van een ondersteunend familiaal of ander netwerk of de betrokkenheid van de familie van het slachtoffer bij de mensenhandel.

12.4

Tijdens de zitting heeft de rechtbank aan de gemachtigde van de minister gevraagd of in het geval van eiseres een risicoanalyse zoals bedoeld in de Country Guidance gemaakt had moeten worden. De gemachtigde van de minister heeft zich op het standpunt gesteld dat dit niet hoeft, omdat de minister het niet geloofwaardig vindt dat eiseres een schuld heeft bij [persoon2] en dat zij bovendien sinds 2018 niets meer van [persoon2] heeft gehoord. Daarom loopt eiseres bij terugkeer naar Nigeria volgens de minister geen risico.

12.5

De rechtbank volgt het standpunt van de minister niet. Uit de in 12.3 genoemde uitspraak van de Afdeling volgt dat er veel meer elementen bij moeten worden betrokken in het kader van de door eiseres gestelde vrees. De rechtbank stelt vast dat de minister ten onrechte geen risicoanalyse heeft gemaakt ten aanzien van de terugkeer van eiseres naar Nigeria en eventueel daaropvolgende represailles door [persoon2] . Het bestreden besluit berust derhalve op een gebrekkige motivering. Dit is in strijd met artikel 3:46 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De minister dient een nieuwe beoordeling te maken en overeenkomstig de Afdelingsjurisprudentie daarbij te betrekken of eiseres een schuld heeft bij [persoon2] , of er sinds 2018 inderdaad geen contact meer is geweest met [persoon2] , en de overige in de uitspraak genoemde elementen.

Over problemen met [persoon1]

13.1

Eiseres voert aan dat de minister haar vrees voor [persoon1] ten onrechte niet aannemelijk heeft geacht. De detentie van [persoon1] is tijdelijk en onzeker, terwijl het conflict tussen eiseres en [persoon1] structureel is vanwege hun kinderen. Het feit dat [persoon1] ooit is opgepakt door de politie, toont nog geen bescherming aan. Uit het Ambtsbericht blijkt namelijk dat de politie vaak niet optreedt tegen huiselijk geweld. Er is geen bewijs dat de arrestatie van [persoon1] voortkwam uit de klacht van eiseres over huiselijk geweld.

13.2

De rechtbank is van oordeel dat de minister zich niet ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat eiseres haar vrees voor problemen met [persoon1] niet aannemelijk heeft gemaakt. Het incident vond plaats in 2013 en volgens eiseres zit [persoon1] sindsdien in detentie. Eiseres heeft de stelling dat de detentie tijdelijk en onzeker is niet onderbouwd. Ook heeft eiseres naar het oordeel van de rechtbank niet onderbouwd waarom zij bij terugkeer naar Nigeria te vrezen heeft voor [persoon1] vanwege haar dochters. Zij wonen immers al jarenlang bij de moeder van eiseres en niet bij eiseres zelf. De beroepsgrond slaagt niet.

Over problemen als alleenstaande vrouw

14.1

Eiseres voert aan dat zij sekswerker is geweest. Uit het Ambtsbericht blijkt dat er structurele sociale uitsluiting, psychologische druk en reëel risico op uitsluiting en geweld bij terugkeer van ex-sekswerkers heerst. Volgens eiseres heeft de minister de omstandigheid dat haar dochters bij haar moeder verblijven en dat haar familie haar dus helpt, ten onrechte zo uitgelegd dat zij nog een sociaal netwerk heeft in Nigeria. Het tijdelijk onderbrengen van kleinkinderen is niet gelijk aan het bieden van een sociaal vangnet aan een gestigmatiseerde vrouw. Wat betreft het elders in Nigeria vestigen, voert eiseres aan dat haar situatie nu anders is en dat de omstandigheden zijn veranderd, gelet op haar schulden bij een crimineel netwerk, haar bekering, het feit dat zij buitenechtelijke kinderen heeft, slachtoffer is van mensenhandel en het stigma van een ex-sekswerker heeft. Volgens eiseres heeft de minister onvoldoende gemotiveerd waarom zij zich net als voorheen zelfstandig elders in Nigeria zou kunnen handhaven, en dat de minister daar ten onrechte de hiervoor genoemde elementen niet bij heeft betrokken.

14.2

De minister stelt zich op het standpunt dat eiseres zich elders in Nigeria kan vestigen. Zij heeft immers eerder zelfstandig met haar twee dochters uit een buitenechtelijke relatie in Nigeria gewoond en gewerkt. De rechtbank is van oordeel dat de minister onvoldoende heeft gemotiveerd waarom eiseres zich – net als voorheen – als alleenstaande vrouw elders zou kunnen handhaven in Nigeria. De minister heeft hier niet bij betrokken dat eiseres eerder slachtoffer van mensenhandel is geweest, hetgeen ook door de minister geloofwaardig is geacht. Ook heeft de minister het stigma op sekswerk hier niet bij betrokken. De beroepsgrond slaagt.

14.3

De rechtbank is van oordeel dat de minister zich niet ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij niet terug kan naar haar familie. De minister stelt zich op het standpunt dat eiseres heeft verklaard contact te hebben met haar familie en dat zij dus een sociaal netwerk in Nigeria heeft. De rechtbank kan dit volgen omdat eiseres heeft verklaard dat haar dochters worden opgevangen door haar moeder. Verder heeft de minister zich volgens de rechtbank niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat het niet aannemelijk is dat haar familie eiseres niet zal accepteren omdat zij is bekeerd. De rechtbank verwijst daarbij naar de motivering in overweging 10.2. Ook kan de rechtbank het standpunt van de minister volgen dat eiseres eerder elders in Nigeria heeft gewoond en toen ook in haar eigen onderhoud heeft voorzien. Eiseres heeft hier geen gronden tegen aangevoerd. Wat betreft de stelling van eiseres dat haar situatie nu anders is, omdat zij buitenechtelijke kinderen heeft, kan de rechtbank het standpunt van de minister volgen dat eiseres voor haar vertrek uit Nigeria ook al twee buitenechtelijke kinderen, namelijk haar dochters, had, en dat niet wordt ingezien dat de positie van de zonen van eiseres anders is dan de positie van haar dochters. Tot slot volgt de rechtbank het standpunt van de minister dat eiseres hulp kan krijgen bij terugkeer naar Nigeria. De beroepsgrond slaagt niet.

Belangen van het kind en artikel 8 van het EVRM

15.1

Eiseres voert aan dat de minister de belangen van haar kinderen onvoldoende heeft betrokken. De medische zorgbehoefte mag ook niet genegeerd worden zonder vastgesteld grondig onderzoek.

15.2

De rechtbank is van oordeel dat eiseres de medische zorgbehoefte niet heeft onderbouwd. De beroepsgrond slaagt niet.

16.1

Eiseres voert aan dat de minister het recht op gezinsleven onvoldoende heeft meegewogen. In Nigeria worden buitenechtelijke kinderen vaak niet geaccepteerd binnen familieverbanden en daarom is gezinshereniging moeilijk. De minister had dit risico actiever moeten onderzoeken. Het gezinsleven wordt volgens eiseres feitelijk onmogelijk gemaakt bij terugkeer.

16.2

De rechtbank overweegt als volgt. De minister heeft zich in het betreden besluit niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat niet valt in te zien dat eiseres haar zonen niet kan meenemen naar haar familie, omdat eiseres deze stelling niet heeft toegelicht. Ook de vrees dat eiseres haar gezinsleven niet kan uitoefenen, heeft zij niet nader onderbouwd. De beroepsgrond slaagt niet.

17.1

Gelet op de in overwegingen 12.5 en 14.2 geconstateerde motiveringsgebreken is het beroep gegrond. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit wegens strijd met artikel 3:46 van de Awb. De minister moet een nieuw besluit nemen. De rechtbank ziet geen reden om de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand te laten en ziet ook geen mogelijkheid om zelf een beslissing te nemen.

17.2

De rechtbank bepaalt met toepassing van artikel 8:71, vierde lid, van de Awb dat de minister een nieuw besluit moeten nemen met inachtneming van deze uitspraak. De rechtbank geeft de minister hiervoor een termijn van acht weken.

17.3

De rechtbank veroordeelt de minister in de door eiseres gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1.868,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 934,- en een wegingsfactor 1).

De rechtbank:

verklaart het beroep gegrond;

vernietigt het bestreden besluit;

draagt de minister op binnen acht weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op de aanvraag met inachtneming van deze uitspraak;

veroordeelt de minister in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 1.868,-.

Deze uitspraak is gedaan door mr. S.G.M. van Veen, rechter, in aanwezigheid van

mr. A.C. Hummel, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 1 juli 2026.

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.

Artikel 31, zesde lid en onder c, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw).

Artikel 31, zesde lid en onder c, van de Vw.

Zie pagina 15 van het nader gehoor en pagina’s 21 tot en met 23 van het aanvullend gehoor.

Zie pagina 24 van het nader gehoor.

Zie pagina 20 van het aanvullend gehoor.

Zie pagina 68 van het Ambtsbericht.

ECLI:NL:RVS:2025:1996.

Paragraaf 3.7.3.

Artikel delen