Menu

Filter op
content
PONT | Data&Privacy

0

ECLI:NL:RBDHA:2026:21920

VK – MOB – gem/ei heeft geen contact met eiser kunnen krijgen – rechtbank neemt aan dat eiser met onbekende bestemming is vertrokken en dat hij geen prijs meer stelt op de door hem aanvankelijk gezochte internationale bescherming in Nederland. Eiser heeft geen procesbelang meer. Beroep niet-ontvankelijk.

Rechtbank Den Haag 6 August 2026

Jurisprudentie – Uitspraken

ECLI:NL:RBDHA:2026:21920
text/xml
public
2026-08-06T08:57:55
2026-08-06
Raad voor de Rechtspraak
nl
Rechtbank Den Haag
2026-07-14
NL26.6268
Uitspraak
Eerste aanleg – enkelvoudig
NL
Utrecht
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht

Rechtspraak.nl

http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:21920
text/html
public
2026-08-06T08:57:11
2026-08-06
Raad voor de Rechtspraak
nl
ECLI:NL:RBDHA:2026:21920 Rechtbank Den Haag , 14-07-2026 / NL26.6268

VK – MOB – gem/ei heeft geen contact met eiser kunnen krijgen – rechtbank neemt aan dat eiser met onbekende bestemming is vertrokken en dat hij geen prijs meer stelt op de door hem aanvankelijk gezochte internationale bescherming in Nederland. Eiser heeft geen procesbelang meer. Beroep niet-ontvankelijk.

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: NL26.6268

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser

(gemachtigde: mr. J.I.T. Sopacua),

en

de minister van Asiel en Migratie, de minister

(gemachtigde: mr. E.G.M. Walraven).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvraag van eiser. Eiser is het hier niet mee eens en heeft beroep ingesteld. De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk, omdat eiser met onbekende bestemming is vertrokken en zijn gemachtigde heeft aangegeven dat hij geen contact met eiser heeft kunnen krijgen. Daarom heeft eiser geen procesbelang meer bij het beroep. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

2.1

Eiser heeft op 22 november 2025 een aanvraag ingediend tot het verlenen van een asielvergunning voor bepaalde tijd. Met het bestreden besluit van 28 januari 2026 heeft de minister de asielaanvraag van eiser afgewezen als ongegrond.

2.2

Eiser heeft daartegen beroep ingesteld.

2.3

De rechtbank heeft het beroep op 10 juni 2026 op zitting behandeld. De gemachtigde van eiser was, met bericht van verhindering, niet aanwezig. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

3. De rechtbank moet eerst beoordelen of eiser nog procesbelang heeft bij het beroep. De minister heeft de rechtbank namelijk op 2 juni 2026 laten weten dat eiser op

2 februari 2026 door het Centraal Orgaan opvang asielzoekers is geregistreerd als met onbekende bestemming vertrokken (MOB).

4. De rechtbank heeft aan de gemachtigde van eiser op 4 juni 2026 verzocht om (onder meer) aan te geven of hij nog contact onderhoudt met eiser na de MOB-melding. Daarop heeft de gemachtigde van eiser op 8 en 10 juni 2026 aangegeven dat hij geen contact met eiser heeft kunnen krijgen. De rechtbank is van oordeel dat de gemachtigde van de minister tijdens de zitting terecht heeft aangegeven dat de gemachtigde van eiser niet op alle vragen die in de brief van de rechtbank staan, heeft geantwoord. De rechtbank heeft kennis genomen van de mededeling van de gemachtigde van de minister tijdens de zitting, dat eiser op 17 april 2026 in Frankrijk is gesignaleerd.

5. Uit vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State volgt dat als een vreemdeling met onbekende bestemming is vertrokken zonder aan de minister te laten weten waar hij verblijft, er in beginsel van moet worden uitgegaan dat die vreemdeling geen prijs meer stelt op de door hem aanvankelijk gezochte bescherming in Nederland. Op basis van een MOB-melding mag het beroep dan in beginsel niet-ontvankelijk worden verklaard wegens gebrek aan procesbelang. Dit is anders als een vreemdeling na die melding nog contact met zijn gemachtigde onderhoudt. In dat geval wordt in beginsel aangenomen dat hij nog wel prijs stelt op bescherming in Nederland.

6. Gelet op de hiervoor genoemde omstandigheden en de mededeling van de gemachtigde van eiser dat hij geen contact met eiser heeft kunnen krijgen, neemt de rechtbank aan dat eiser met onbekende bestemming is vertrokken en dat hij geen prijs meer stelt op de door hem aanvankelijk gezochte internationale bescherming in Nederland. De rechtbank is daarom van oordeel dat eiser geen procesbelang meer heeft en zal het beroep om die reden niet inhoudelijk beoordelen.

7. Het beroep is niet-ontvankelijk. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Deze uitspraak is gedaan door mr. O. Veldman, rechter, in aanwezigheid van

mr. A.C. Hummel, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op 14 juli 2026.

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.

Zie bijvoorbeeld de uitspraak van 1 juli 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2662.

Artikel delen