Asiel – veilig derde land – ongegrond – geen pkv.
ECLI:NL:RBDHA:2026:24917
text/xml
public
2026-08-31T11:47:15
2026-08-31
Raad voor de Rechtspraak
nl
Rechtbank Den Haag
2026-08-28
NL26.43334
Uitspraak
Eerste aanleg – enkelvoudig
NL
Middelburg
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Rechtspraak.nl
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:24917
text/html
public
2026-08-31T11:46:39
2026-08-31
Raad voor de Rechtspraak
nl
ECLI:NL:RBDHA:2026:24917 Rechtbank Den Haag , 28-08-2026 / NL26.43334
Asiel – veilig derde land – ongegrond – geen pkv.
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL26.43334
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres], eiseresV-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. A. Kortrijk),
en
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
(gemachtigde: mr. C.H.H.P.M. Kelderman).
Bij besluit van 28 juli 2026 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van eiseres niet-ontvankelijk verklaard.
Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De rechtbank heeft het beroep op 27 augustus 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van verweerder. Als tolk is verschenen [tolk].
De asielaanvraag
Eiseres stelt te zijn geboren op [datum] 1993 en de Eritrese nationaliteit te hebben. Zij is samen met haar minderjarige zoon met een nareis-visum Nederland ingereisd voor verblijf bij haar partner, die de Nederlandse nationaliteit heeft.
Eiseres heeft op 24 juni 2026 een asielaanvraag ingediend. Zij heeft verklaard na aankomst in Nederland, weg te zijn gegaan bij haar partner en kort hierna een asielaanvraag te hebben ingediend. Hieraan heeft zij ten grondslag gelegd dat zij in Eritrea haar werk niet langer kon verrichten omdat zij niet beschikte over een identiteitskaart. Verder is eiseres bekeerd tot de Pinkstergemeente en worden aanhangers hiervan in Eritrea gearresteerd. Ook is de militaire dienstplicht een reden geweest voor het vertrek van eiseres uit Eritrea. Eiseres is Eritrea illegaal uitgereisd en naar Ethiopië gevlucht, waar zij acht jaar als vluchteling heeft gewoond. Eiseres vreest bij terugkeer naar Eritrea het regime, de overheid en de dreiging om te worden gearresteerd. Het bestreden besluit
Bij het bestreden besluit heeft verweerder de asielaanvraag van eiseres niet-ontvankelijk verklaard, omdat Ethiopië voor haar een veilig derde land is. Verweerder neemt aan dat eiseres langere tijd een band met Ethiopië heeft opgebouwd. Verder is aannemelijk dat zij opnieuw zal worden toegelaten tot Ethiopië, omdat haar Ethiopische identiteitskaart voor vluchtelingen geldig is tot 22 april 2029. Aan eiseres wordt nog geen terugkeerbesluit opgelegd vanwege een lopende Chavez-Vilchez aanvraag (Chavez-aanvraag) voor haar minderjarige zoon. De beroepsgronden
Eiseres is het niet eens met het bestreden besluit en voert daartoe het volgende aan. Allereerst is onduidelijk wat de status is van de Chavez-aanvraag. Verweerder heeft de asielaanvraag van eiseres ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard op de grond dat zij in Ethiopië internationale bescherming geniet. Eiseres is uit Ethiopië vertrokken met een visum en betwist dat haar verblijfsrecht nog geldig is. Zij vreest bij terugkeer niet opnieuw te worden toegelaten en te worden overgedragen aan Eritrea. Eiseres voorzag in Ethiopië in haar levensonderhoud door de ondersteuning van haar partner. Nu die banden verbroken zijn, zal hij haar niet langer financieel ondersteunen en kan zij zich niet op dezelfde wijze staande houden als voorheen. Zij zal aangewezen zijn op verblijf in een vluchtelingenkamp en goodwill van de Ethiopische autoriteiten. Het is onduidelijk of eiseres een vluchtelingenstatus had. Dat eiseres eerder in Ethiopië heeft gewoond, is getrouwd en een kind heeft betekent niet zonder meer dat zij banden met Ethiopië heeft. Zij is immers volledig afhankelijk van haar echtgenoot. Ook blijkt uit het Algemeen Ambtsbericht over Ethiopië dat de omstandigheden aldaar slecht zijn. Gelet hierop heeft verweerder onvoldoende gemotiveerd beoordeeld dat Ethiopië als veilig derde land kan worden beschouwd voor eiseres. De rechtbank oordeelt als volgt. Chavez-aanvraag
Ten aanzien van de Chavez-aanvraag heeft verweerder toegelicht dat dit een ambtshalve door verweerder opgevoerde zaak betreft, omdat tijdens de asielprocedure is geconstateerd dat eiseres een minderjarig kind met de Nederlandse nationaliteit heeft. Het is onbekend wanneer hierover een beslissing zal worden genomen, maar indien nadere informatie nodig is zal dit bij eiseres worden opgevraagd. Juridisch kader
De voorwaarden voor het aanmerken van een land als veilig derde land staan opgenomen in artikel 59 van de Procedureverordening. Ethiopië is echter niet opgenomen op de lijst met veilig derde landen. Op grond van artikel 59, vierde lid, onder b, van de Procedureverordening mag het begrip veilig derde land worden toegepast indien, met betrekking tot een specifieke verzoeker, het land niet op het niveau van de Unie of nationaal niveau als veilig derde land is aangewezen, mits met betrekking tot die verzoeker aan de voorwaarden van artikel 59, eerste lid, van de Procedureverordening is voldaan. Daarbij staan in artikel 59, vijfde lid, van de Procedureverordening de voorwaarden opgenomen om in een dergelijk geval het begrip ‘veilig derde land’ toe te mogen passen.
Bandencriterium
7. Artikel 59, vijfde lid, onder b, sub i, van de Procedureverordening regelt het bandencriterium. Het gaat daarbij om een band tussen de verzoeker en het betrokken derde land op grond waarvan het redelijk is dat hij of zij naar dat land teruggaat.
8. De rechtbank is van oordeel dat verweerder zich op het standpunt heeft kunnen stellen dat eiseres een zodanige band met Ethiopië heeft dat van haar kan worden verlangd dat zij zich naar Ethiopië begeeft. Uit het bestreden besluit blijkt dat verweerder de relevante, individuele omstandigheden heeft betrokken bij de besluitvorming. Verweerder heeft het van belang kunnen achten dat eiseres in de periode van 10 januari 2018 tot 30 mei 2026 in Ethiopië heeft gewoond, aldaar een woning huurde, een kind heeft gekregen, over een geregistreerde vluchtelingenstatus beschikt en een vreemdelingenidentiteitsdocument heeft dat geldig is tot 22 april 2029. Het is in dat geval aan eiseres om deze gestelde banden met Ethiopië te weerleggen. Hierin is eiseres niet geslaagd. Toelatingscriterium
9. Op grond van artikel 38, eerste lid, onder b, van de Procedureverordening kan een asielaanvraag niet-ontvankelijk worden verklaard indien een land kan worden beschouwd als een veilig derde land voor de verzoeker, tenzij het duidelijk is dat hij niet tot dat land zal worden toegelaten of opnieuw zal worden toegelaten. Volgens vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) moet verweerder, indien hij tegenwerpt dat een land voor een vreemdeling een veilig derde land is, aannemelijk maken dat die vreemdeling wordt toegelaten tot dat land en moet hij daarvoor aan de hand van informatie uit algemene bronnen, of op basis van de verklaringen van die vreemdeling, redenen aandragen waarom toelating in beginsel mogelijk moet zijn. Het is vervolgens aan de vreemdeling om met tegenbewijs te komen waarmee hij aannemelijk maakt dat de door verweerder geschetste mogelijkheden om toegang te krijgen tot dat land in zijn geval niet aanwezig zijn.
10. Verweerder heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat eiseres tot Ethiopië zal worden toegelaten en daar kan verblijven, omdat zij een erkende vluchteling is en beschikt over een vluchtelingenkaart die geldig is tot 22 april 2029. Daarnaast beschikt eiseres over een bewijs van inschrijving bij de RRS. Eiseres heeft daarmee rechtmatig verblijf. Uit hetgeen eiseres heeft aangevoerd is niet gebleken dat deze vluchtelingenstatus vanwege haar legale vertrek uit Ethiopië zou zijn ingetrokken. Daarbij heeft verweerder, onder verwijzing naar landeninformatie, voldoende toegelicht dat het vertrek van eiseres uit Ethiopië geen invloed heeft op haar vluchtelingenstatus en dat zij nog altijd rechtmatig verblijf geniet in Ethiopië. Eiseres is er niet in geslaagd om middels tegenbewijs aannemelijk te maken dat hier niet van kan worden uitgegaan. Is Ethiopië voor eiseres een veilig derde land?
11. De rechtbank is van oordeel dat verweerder zich niet ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat Ethiopië in algemene zin voor Eritreeërs niet kan worden beschouwd als veilig derde land, maar dat daarop voor wat eiseres betreft een uitzondering kan worden gemaakt. Daartoe heeft verweerder van belang kunnen achten dat eiseres beschikt over een identiteitskaart voor vluchtelingen en een registratie als vluchteling in Ethiopië, waarmee zij aanspraak kan maken op de daaruit vloeiende rechten. Verder beschikte eiseres over een verblijfplaats, had zij toegang tot onderdak en bescherming, is haar zoon daar geboren en heeft zij hiervan een geboorteakte. Ook voorzag eiseres in levensonderhoud en is niet gebleken dat zij problemen heeft ondervonden gedurende haar verblijf in Ethiopië.
12. Eiseres heeft ook op individuele gronden niet aannemelijk gemaakt dat zij bij terugkeer naar Ethiopië een reëel risico loopt op ernstige schade. De stelling van eiseres dat zij mogelijk door de Ethiopische autoriteiten zal worden teruggestuurd naar Eritrea is niet nader geconcretiseerd. Verweerder heeft onder verwijzing naar het Algemeen Ambtsbericht Ethiopië van augustus 2026 voldoende gemotiveerd dat de uitzetting van Eritreeërs uit Ethiopië in de verslagperiode zag op Eritreeërs zonder rechtmatig verblijf, en dat dit voor eiseres daarom niet aan de orde is.
13. Voor zover eiseres aanvoert dat zij niet langer met haar partner samen is en zonder zijn ondersteuning niet langer in haar levensonderhoud kan voorzien, heeft zij dit niet nader onderbouwd. Daarbij heeft verweerder voldoende gemotiveerd dat, indien eiseres als alleenstaande vrouw terugkeert naar Ethiopië, van haar mag worden verwacht dat zij zich als volwassen vrouw staande kan houden. In dit kader heeft verweerder kunnen betrekken dat mannen en vrouwen in Ethiopië gelijke rechten hebben en dat eiseres anderhalf jaar in Ethiopië heeft gewoond voordat zij haar echtgenoot leerde kennen en ook toen zichzelf staande heeft weten te houden. Ook heeft verweerder voldoende gemotiveerd dat eiseres, gelet op de in 2019 inwerking getreden vluchtelingenwet in Ethiopië, het recht heeft om te werken en de mogelijkheid voor eiseres aanwezig is om vrijwillig een fayda-registratie te verkrijgen waarmee zij toegang krijgt tot verschillende diensten in de publieke en private sector. Eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat het verkrijgen van een fayda-registratie in haar geval niet mogelijk is. Daarbij heeft eiseres niet nader gemotiveerd waarom zij als Eritrese vluchteling, ondanks haar jarenlange verblijf in Ethiopië, zal worden uitgesloten van overheidshulp in Ethiopië. Conclusie
13. Verweerder heeft gelet op het voorgaande de asielaanvraag van eiseres terecht niet-ontvankelijk verklaard. Het beroep is ongegrond.
13. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan op 28 augustus 2026 door mr. A.J. de Danschutter, rechter, in aanwezigheid van mr. Y. Chakur, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
Deze uitspraak is bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden of na de dag van plaatsing daarvan in het digitale dossier. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Zie bijvoorbeeld de uitspraak van 22 april 2025, ECLI:NL:RVS:2025:1781.
Refugees en Returnees Service.
Zoals volgt uit het Informatiebericht 2024/43.
Paragraaf 7.5.4.