Menu

Filter op
content
PONT | Data&Privacy

0

ECLI:NL:RBDHA:2026:24920

AMBV Roemenië – vovo afgewezen – pkv 1 punt.

Rechtbank Den Haag 31 August 2026

Jurisprudentie – Uitspraken

ECLI:NL:RBDHA:2026:24920
text/xml
public
2026-08-31T11:51:15
2026-08-31
Raad voor de Rechtspraak
nl
Rechtbank Den Haag
2026-08-18
NL26.39960
Uitspraak
Voorlopige voorziening
NL
Utrecht
Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht

Rechtspraak.nl

http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBDHA:2026:24920
text/html
public
2026-08-31T11:50:23
2026-08-31
Raad voor de Rechtspraak
nl
ECLI:NL:RBDHA:2026:24920 Rechtbank Den Haag , 18-08-2026 / NL26.39960

AMBV Roemenië – vovo afgewezen – pkv 1 punt.


uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummers: NL26.39960

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoeker 1] , [verzoeker 2] en [verzoeker 3] ,

V-nummers: [V-nummer] , [V-nummer] en [V-nummer] , verzoekers, (gemachtigde: mr. L.I. Siers),

en

de minister van Asiel en Migratie, (gemachtigde: mr. J.M. Sánchez Rhemrev).

Bij besluiten van 10 juli 2026 (de bestreden besluiten) heeft de minister de aanvragen van verzoekers tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen op de grond dat Roemenië verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan.

Verzoekers hebben tegen de bestreden besluiten beroep ingesteld. Zij hebben verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek, samen met de zaak NL26.39959, op 4 augustus 2026 op zitting behandeld. Verzoekers zijn verschenen, bijgestaan door mr. F. van Bussel, als waarnemer van hun gemachtigde. Als tolk is verschenen E. Taskin. De minister heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL26.39959, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.

2. Gelet op de uitkomst van de bodemzaak veroordeelt de voorzieningenrechter de minister wel in de door verzoekers gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de voorzieningenrechter op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 934,- (1 punt voor het indienen van het verzoekschrift met een waarde per punt van € 934,- en een wegingsfactor 1).

De voorzieningenrechter:

wijst het verzoek om voorlopige voorziening af;

veroordeelt de minister in de proceskosten van verzoekers tot een bedrag van € 934,-.

Deze uitspraak is gedaan door mr. G.P. Loman, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. K.L.H. Thomas, griffier.

De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:

18 augustus 2026

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Artikel delen