Menu

Filter op
content
PONT Data&Privacy

0

ECLI:NL:RBGEL:2026:4234

Rijnvaartzaak. Aanvaring op de Waal. Aansprakelijkheid voor schade op grond van art. 8:544 / art. 8:1005 BW. Handelen in strijd met art. 6.03 leden 1 en 3, 6.09 lid 1 en 1.04 aanhef en sub b RPR

Rechtbank Gelderland 3 June 2026

Jurisprudentie – Uitspraken

ECLI:NL:RBGEL:2026:4234
text/xml
public
2026-06-03T09:00:15
2026-05-28
Raad voor de Rechtspraak
nl
Rechtbank Gelderland
2026-05-27
444678
Uitspraak
Bodemzaak
Eerste aanleg – enkelvoudig
NL
Arnhem
Civiel recht; Verbintenissenrecht

Rechtspraak.nl

http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:4234
text/html
public
2026-05-28T13:00:14
2026-06-03
Raad voor de Rechtspraak
nl
ECLI:NL:RBGEL:2026:4234 Rechtbank Gelderland , 27-05-2026 / 444678

Rijnvaartzaak. Aanvaring op de Waal. Aansprakelijkheid voor schade op grond van art. 8:544 / art. 8:1005 BW. Handelen in strijd met art. 6.03 leden 1 en 3, 6.09 lid 1 en 1.04 aanhef en sub b RPR

RECHTBANK Gelderland

Civiel recht

Zittingsplaats Arnhem

Zaaknummer: C/05/444678 / HA ZA 24-588

Vonnis van 27 mei 2026

in de zaak van

de rechtspersoon naar Duits recht

BECA TANKSCHIFF GMBH & CO KG,

gevestigd te (47495) Rheinberg (Duitsland),

eisende partij,

hierna te noemen: Beca,

advocaat: mr. A.R. de Graaf te Breda,

tegen

de rechtspersoon naar Engels recht

WISDOM SHIPPING LIMITED,

gevestigd te (TQ12 4AA) Newton Abbot (Verenigd Koninkrijk),

gedaagde partij,

hierna te noemen: Wisdom,

advocaat: mr. J. Blussé van Oud-Alblas te Rotterdam.

<br /> 1De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

– het tussenvonnis van 5 november 2025,

– het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 16 februari 2026.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

<br /> 2De feiten

2.1.

Beca is eigenaresse van het tankmotorschip ‘Carolin’. Dat schip is 109,88 meter lang, 11,04 meter breed en heeft een diepgang van 3,3 meter.

2.2.

Wisdom is eigenaresse van de kustvaarder ‘H&S Wisdom’. Dat schip is 82,19 meter lang, 11,30 meter breed en heeft een diepgang van 2,55 meter.

2.3.

Op 31 januari 2023 zijn de Carolin en de H&S Wisdom tegen elkaar aan gevaren op de Waal bij kilometerraai 923. Dat is bij Varik, boven de bocht van Sint Andries. Het vaarwater is daar 240 meter breed.

2.4.

Aan het roer van de H&S Wisdom stond een loods, de heer [de loodsman van de H&S Wisdom] . Hij navigeerde zowel op zicht als op de radar en hij luisterde de marifoons uit op het ter plaatse verplichte blokkanaal 68 en op kanaal 10.

2.5.

De schipper van de Carolin is de heer [de schipper van de Carolin] . Hij luisterde de marifoon op het kanaal 68 niet uit.

2.6.

Het verloop van de gebeurtenissen is te volgen op radarbeelden. Hieronder worden fragmenten daarvan opgenomen. Op die beelden is het noorden onder en het zuiden boven. De rivier stroomt dus als het ware van linksonder naar rechtsboven. Op deze beelden zijn de kilometeraanduidingen te zien (922, 923 en 924 van linksonder naar rechtsboven). De linkeroever en de rechteroever worden aangeduid met ‘LO’ en ‘RO’. De Carolin en de H&S Wisdom zijn zichtbaar, aangeduid met hun namen en met vermelding van hun snelheden.

2.6.1.

Op 31 januari 2023 om 23:54:07 uur voer de Carolin met een snelheid van 22,7 km/u aan de bakboordzijde achter de Cascade in de afvaart. De naam van de Cascade is op de radarbeelden geblurd. De H&S Wisdom voer met een snelheid van 14,2 km/u achter het duwverband Veerhaven III in de opvaart. Ook de naam van het duwverband is op de radarbeelden geblurd.

23:54:07

2.6.2.

Om 23:55:41 uur passeerde de Cascade de H&S Wisdom. Op dat moment heeft de H&S Wisdom de Carolin opgeroepen via kanaal 68 en gezegd: ‘Carolin, du hast mich doch gesehen, oder?’ De snelheid van de Carolin was toen 23,8 km/u en die van de H&S Wisdom 9,7 km/u.

23:55:41

2.6.3.

Om 23:56:23 uur zijn de Carolin en de H&S Wisdom met de boegen, bakboord op bakboord, tegen elkaar aan gevaren.

23:56:23

2.7.

Op 1 februari 2023 heeft de politie [de loodsman van de H&S Wisdom] (de loods aan boord van de H&S Wisdom) gehoord als verdachte. In het proces-verbaal staat:

V: Wat is er volgens u precies gebeurd

A: Ik had voor me veerhaven drie. Wij gingen behoorlijk sneller. (…) Toen moet ik kiezen of ik over ging of ik aan de linker oever bleef. Ik heb nooit de intentie gehad om verkeerde wal te gaan varen. Ik heb wel het idee gehad, maar omdat ze te snel doorkwamen ik dat niet gaan doen. Ik heb gewacht achter de veerhaven, snelheid verminderd omdat de afvaart in het midden zat. Voor een goede oploopmanoeuvre heb ik meer ruimte nodig door de zuigende werking van mijn schip. Ik heb gewacht tot de twee afvarende schepen mij gepasseerd waren. Dit waren de Cascade en Carolina. De Cascade zat voorop. Daarmee heb ik bakboord bakboord gedaan. Dit was met een onderlinge tussenafstand van ongeveer 20 meter aan bakboord. Ik verbaasde mij dat de Carolina op mij afgestuurd kwam. De Caroline zat volgens mij al over het midden. Als afvaart ga je normaal al naar de rechter oever. Daarom was mijn besluit: Gas terug en ik blijf even achter de veerhaven. De Cascade is gepasseerd, toen heb ik weer gas bij gegeven. Ik schatte de afstand op twee scheepsbreedtes, dusdanig in dat dit kon. Dit had ook gekund als de Caroline de vaart van de Cascade had gevolgd. De Caroline bleef aan de bakboord kant van de Cascade varen. Het leek er bijna op met zijn koers alsof de Caroline de Cascade wou later voorbij wou varen, zo was zijn positie wel, heel erg naar het midden. Toen de Cascade was gepasseerd gaf ik gas en kwam ik dicht langs het duwconvooi, veerhaven III. Daarom wou ik niet verder uitwijken naar de veerhaven in verband met het radarbeeld/golfecho’s.

Ik zag dat de Caroline nog steeds op mij afstuurde. Ik ben buiten gaan kijken of mijn radar beelden klopte, met het werkelijke beeld. Ik ben van de oude school en kijk dan naar de lichten. Ik zag dat de Caroline inderdaad nog steeds recht op mij afstuurde. Toen ik 500 meter achter de veerhaven voer, voer ik 14 km/h en dit heb ik toen verminderd naar 8 km/h. Het verminderen van de snelheid duurt ongeveer 5 minuten. (…) Er was totaal geen contact te krijgen met de Caroline. (…) Ik zag zijn navigatie lichten op mij afkomen en toen heeft iemand op de marifoon nog geroepen “Zie je hem niet”. Ik zat op dat moment stokstijf. De Caroline veranderde niet van koers, vaart, of snelheid. Ik zag hem recht op mij afkomen. Ik zag hem geen stuurbewegingen maken. Ik zag het toplicht zo op mij afkomen. Ik dacht op dat moment, dat wordt knallen.

2.8.

Op 1 februari 2023 heeft de politie [de schipper van de Carolin] (de schipper van de Carolin) gehoord als verdachte. In het proces-verbaal staat:

V: Wilt u kort verklaren wat er gisteren is gebeurt?

A: (…) Toen ik bij Adries in de buurt kwam zat ik op kanaal 64, 10 en 69. Ik ben bij Tiel vergeten om te schakelen naar 68. Ik heb drie marifoons aan boord. Ik hoorde op kanaal 10 hoorde ik toen ‘Carolien waar vaar jij?’. Ik reageerde ‘ik vaar mijn normale vaarweg’. 500 meter voor mij voer de Cascade. Ik wou achter de Cascade blijven. Op de linker oever voer de veerhaven III met zes bakken. Hij voer 20 meter uit de Krib en had water voldoende. Wanneer de H&S Wisdom achter de Veerhaven was gebleven was er geen probleem. Ik voer ten opzichte van de Cascade, 5 meter bakboord. Toen hoorde ik op kanaal 10 “Caroline, Waar vaar je”. Als hij stuurboord was gebleven was er ruimte voldoende. Ik heb op mijn hoorn gedrukt. Echter hoor je die niet omdat deze tegen het stuurhuis staat en geen vrije klank heeft daardoor.

Als er iets gebeurt heb ik geleerd direct naar stuurboord te gaan. Dit heb ik ook gedaan. Ik geef toe dat ik een fout heb gemaakt, maar die hebben we dan beide gemaakt. De fout die ik heb gemaakt is niet kanaal 68 uitluisteren. Ik weet niet of ik teveel in het midden van het water heb gevaren. Als ik in de zelfde lijn als de Cascade zou varen, had hij mij misschien op een andere plaats geraakt, of niet, maar ik kan en wil daar niet over speculeren.

(…)

V: Had u de gedachte dat het andere schip aan de kant moest gaan voor mij?

A: Nee, hij hoeft niet op zij te gaan, maar hij moest zijn eigen richting volgens, want er was ruimte genoeg. Zoals hij voer, vaar je normaal niet.

V: Wat deed hij in uw ogen dan fout?

A: Als er genoeg plaats is en ik niemand hinder dan is er niets aan de hand. Als er iemand aan komt maak ik ruimte.

2.9.

Op 1 februari 2023 heeft de politie [de schipper van de Cascade] telefonisch gehoord. Zij was ten tijde van het ongeval de schipper op de Cascade en heeft de aanvaring zien gebeuren. Zij heeft verklaard:

De Cascade had al gezien dat door het snelheid verschil de HS Wisdom zeer waarschijnlijk wilde gaan oplopen. Daardoor had de Cascade al wat meer de rechter oever aangehouden om ruimte te laten voor de oplopende opvaart. Op een gegeven moment zag de Cascade dat de HS Wisdom een sterke stuurbeweging maakte achter de Veerhaven 3 vandaan om te gaan oplopen. Hierdoor kwam de HS Wisdom al akelig kort bij de afvarende Cascade. Ze voelde al meteen aan dat het schip Caroline achter de Cascade deze niet meer kon ontwijken. De Caroline voer namelijk wat verder uit de rechter oever als de Cascade. Het gevolg is dat de HS Wisdom en de Cascade kop op kop zijn gevaren.

2.10.

Op 14 juni 2023 heeft de politie een proces-verbaal van aanvaring opgemaakt. Daar staat in:

Toedracht

Beide schepen voeren op constante snelheid naar elkaar toe en naderden elkaar op tegengestelde koersen. Het motortankschip Carolin voer een rechte koers met een snelheid van ongeveer 23 a 24 kilometer per uur. Het zeeschip de H&S Wisdom wilde een oploop manouvre op zijn voorligger uitvoeren, een type duwboot genaamd Veerhaven III met zes (3×2=6) bakken in de opvaart die een snelheid voer van ongeveer 8 kilometer per uur. De eigen snelheid van de H&S Wisdom was ten tijde van deze manouvre 9.7 kilometer per uur. Het tijdstip van het ongeval lag gelegen tussen zonsondergang en zonsopgang net voor middernacht. De aanvaring vond plaats net boven de bocht van Sint Andries, welke bekend staat als een zijnde een bocht in de rivier de Waal waar de scheepvaart met de nodige extra aandacht moet varen en manouvreren.

2.11.

Op 18 januari 2024 heeft Schiffssachverständigenbüro Petermann GmbH op verzoek van Beca een schaderapport opgesteld. Deze expert heeft het herstel van de schade van de Carolin getaxeerd op € 46.794,38 en een toeslag voor overuren op € 7.990,00 exclusief btw. Voorts heeft hij in zijn rapport opgenomen dat de schade is ontstaan op 31 januari 2023 rond 23:55 uur en dat de reparatiewerkzaamheden zijn beëindigd op 11 februari 2023 om 18:00 uur.

2.12.

Bij vonnis van 21 mei 2025, gewezen in een strafzaak, heeft de kantonrechter van deze rechtbank bewezen verklaard dat [de loodsman van de H&S Wisdom] als roerganger of loods van de H&S Wisdom zich onvoldoende ervan heeft vergewist dat sprake was van vrij vaarwater, waardoor de H&S Wisdom tegen de Carolin is aangevaren. Daarvoor heeft de kantonrechter hem een voorwaardelijke geldboete opgelegd. In het vonnis staat:

8. Overwegingen ten aanzien van het bewijs12 [in noot 12 verwijst de kantonrechter naar een proces-verbaal met nummer PL0600-2023291420, gesloten op 1 juli 2023; rechtbank]

(…)

De aanvaring

8.3

Het door de politie opgemaakte proces-verbaal vermeldt als samenvatting van de gebeurtenissen het volgende:

Op dinsdag 31 januari 2023 omstreeks 23:00 uur heeft een aanvaring plaatsgevonden op de Waal, ter hoogte van Sint-Andries kilometerraai 924.0. Hierbij waren motortankschip Carolin en het zeeschip (coaster) H&S Wisdom betrokken.

De H&S Wisdom (…) voer achter het duwbakstel Veerhaven III met zes geladen duwbakken. Deze schepen waren in opvaart (stroomopwaarts).

De Carolin (…) voer achter de Cascade. Deze schepen waren dus in afvaart (stroomafwaarts).

De H&S Wisdom en de Veerhaven III voeren wat meer tegen de as van het vaarwater. De Cascade en de Carolin voeren ook wat meer in het midden tegen de as van het vaarwater. De reden hiervoor is dat het gebruikelijk is om in de bocht van Andries wat meer naar het midden te gaan varen om eventuele schepen in de opvaart de mogelijkheid te bieden middels volgens de regel 6.04 van het RPR een geschikte weg vrij te laten.13 [in noot 13 verwijst de kantonrechter naar het relaas in het proces-verbaal op blz. 15; rechtbank]

2.13.

[de loodsman van de H&S Wisdom] is op 4 juni 2025 in hoger beroep gegaan van het vonnis van de kantonrechter.

2.14.

Op 7 juli 2025 heeft Schiffssachverständigenbüro Petermann GmbH ( dhr. M. König ) op verzoek van Beca een aanvullend rapport uitgebracht. Daar staat in:

Zum Hergang der Havarie lässt sich die nachfolgende Stellungnahme abgeben. Wie auf der Abbildung 1, dem Screenshot der Tresco Aufzeichnung von Bord des TMS “Carolin”, der nachfolgenden Seite zu erkennen ist, bewegt sich das vorg. Fahrzeug rechtsrheinisch zwischen km 922 und 923 zu Tal und hat das GMS “Cascade” vor sich. Die nach vorn verlaufende Linie vom vorg. Fahrzeug stellt hierbei die Kurslinie dar.

Entsprechend im weiteren Verlauf taucht auf dem Tresco Monitor das MS “H&S Wisdom” zu Berg gehend auf, wie auf der Abbildung 2 der nachfolgenden Seite dargestellt. Hier ist insbesondere zu vermerken, dass das MS “H&S Wisdom” bereits über die Fahrwassermitte in der Hälfte der Talfahrzeuge mit einer angegebenen Geschwindigkeit von 9,3 km/h fährt.

Auf Abbildung 3 ist zu sehen, wie das zu Berg fahrende “H&S Wisdom” die zu Tal fahrende Cascade mit sehr kurzem Abstand begegnet.

[Abbildung 1]

[Abbildung 2]

[Abbildung 3]

Ebenfalls in der Abbildung 3 erkennbar is eigene Kurslinie des TMS “Carolin”, welche hier einen Kurs nach Steuerbord und in Richting Land zeigt.

(…)

Behauptungen der Gegenseite zum Kollisionshergang

Position vom MS “H&S Wisdom” und vom TMS “Carolin” im Verhältnis zur Fahrwassermitte

Ausweislich der TRESCO-Bilder war das TMS “Carolin” ausschlieꞵlich in der rechtsrheinischen Fahrwasserhälfte unterwegs. Im Rahmen der Begegnung ist das MS “H&S Wisdom” bei der Annäherung von der rechtsrheinischen in die linksrheinischen Fahrwasserhälfte gefahren, was auf den Abbildungen 2 und 3 gut sichtbar ist.

Kurs und Geschwindigkeit

Ausweislich sämtlicher Abbildungen, insbesondere Abbildung 3 mit Markierung der Kurslinie, ist das TMS “Carolin” nach Steuerbord ausgewichen. Das MS “H&S Wisdom” hingegen steuerte im Rahmen der Annäherung nach backbord auf das TMS “Carolin” zu. Hierzu ist in der Abbildung 3 die Kurslinie vom MS “H&S Wisdom” ebenfalls dargestellt und untermauert die obige Aussage.

Geschwindigkeit TMS “Carolin” vor der Kollision

Das TMS “Carolin” hat seine Geschwindigkeit ausweislich der vorbezeichneten Grafik kurz vor der Kollision erkennbar vermindert.

Beeinflussung Manövrierfähigkeit MS “H&S Wisdom” durch Schubverband “Veerhaven III”

Das MS “H&S Wisdom” fuhr im Rahmen der Begegnung in einem Abstand von etwa 2 bis 3 Schiffslängen hinter dem Schubverband “Veerhaven III”. Bei diesem Abstand wurde der Kurs vom MS “H&S Wisdom” vom Schraubenwasser und/oder dem Sog des Schubboots “Veerhaven III” in keiner Weise beeinflusst. Das MS “H&S Wisdom” hätte ohne jegliche Probleme hinter dem Schubverband “Veerhaven III” bleiben können.

2.15.

Bij brief van 6 februari 2026 heeft de deskundige P. Kluijtenaar vragen van Wisdom beantwoord. In die brief staat:

In antwoord op vraag a., gezien radarbeelden van Sector St. Andries, is er geen twijfel over dat de opvarende H&S Wisdom de afvarende Carolin een geschikte weg heeft (vrij)gelaten zoals voorgeschreven in artikel 6.04 lid 1 van het Rijnvaartpolitiereglement. Naast dat dit door de eerdere ontmoeting met het ms Cascade gedemonstreerd werd, laten de radarbeelden zien dat er ook ter plaatse van de aanvaring nog voldoende ruimte is voor een eventueel ander schip om te passeren. De Carolin heeft deze geschikte weg anders dan de Cascade eerder, niet gevolgd en is zonder haar koers of snelheid te wijzigen domweg verder gevaren waardoor een aanvaring volgde. Het feit dat de Carolin ook niet gereageerd heeft op de marifoonoproepen van H&S Wisdom op het blokkanaal en van de Verkeerspost op kanaal 10 en zelfs niet op de lichtsignalen van de H&S Wisdom, geeft aan dat er sprake is van grove nalatigheid ten aanzien van art. 1.04 van het RPR aan de zijde van de Carolin.

(…)

Het expertiserapport van Petermann GmbH kan niet behoorlijk worden beoordeeld aangezien de onderliggende Tresco recordings niet ter beschikking staan. Een enkele opmerking kan wel worden gemaakt. Daar waar het rapport aan de hand van een grafiek met de snelheid van de Carolin stelt dat deze haar snelheid wel heeft verminderd – overigens slechts luttele seconden voor de aanvaring – suggereert de grafiek anderzijds dat de Carolin hieraan voorafgaand haar snelheid juist verhoogd zou hebben van 24 km/u naar 25 km/u. Ook geven de radarbeelden aan dat er geen sprake is van een snelheidstoename van de H&S Wisdom kort voor de aanvaring. Verder is er op de afstand waarop de H&S Wisdom achter de Veerhaven III voer wel degelijk sprake van schroefwaterhinder van de duweenheid.

(…)

Tot slot, de opmerking dat de H&S Wisdom zich over de “as van het vaarwater” zou hebben bevonden, is niet relevant. het RPR kent geen vaarweghelften. Alleen het laten van een geschikte weg is relevant.

<br /> 3De vorderingen in conventie en in reconventie

3.1.

Beca vordert in conventie bij dagvaarding dat de rechtbank bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, Wisdom veroordeelt tot betaling aan haar van € 129.837,65 te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 31 januari 2023 en te vermeerderen met buitengerechtelijke incassokosten ter hoogte van € 2.073,38, met veroordeling van Wisdom in de proceskosten. Zij heeft haar eis vermeerderd met een vordering tot vergoeding van € 930,00 aan expertisekosten. Volgens Beca heeft de H&S Wisdom schuld aan de aanvaring en moet Wisdom, als eigenaar van dat schip, daarom aan haar de schade vergoeden die zij lijdt als gevolg van die aanvaring.

3.2.

Wisdom vordert in reconventie dat de rechtbank bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, Beca veroordeelt tot betaling aan haar van € 187.955,68 als vergoeding van schade aan het casco en € 102.726,00 als vergoeding van tijdverlet en brandstofconsumptie, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 1 februari 2023 respectievelijk 14 maart 2023, met veroordeling van Beca in de proceskosten. Volgens Wisdom heeft de Carolin schuld aan de aanvaring en moet Beca, als eigenaar van dat schip, daarom aan haar de schade vergoeden die zij lijdt als gevolg van die aanvaring.

<br /> 4De beoordeling

4.1.

De vorderingen in conventie en in reconventie gaan over dezelfde gebeurtenis. De rechtbank zal deze vorderingen daarom gezamenlijk beoordelen.

Bevoegdheid en toepasselijk recht

4.2.

Partijen zijn vennootschappen naar Duits en Engels recht. De zaak heeft daarmee internationale aspecten.

4.3.

De rechtbank Gelderland, locatie Arnhem, is bevoegd om kennis te nemen van het onderhavige geschil omdat het gaat over schade die is veroorzaakt door een aanvaring op de Waal (te beschouwen als onderdeel van de Rijn) in het rechtsgebied van deze rechtbank.

4.4.

Op dit geschil is Nederlands recht van toepassing omdat de schepen tegen elkaar aan zijn gevaren in Nederland op de Waal en de schade daar dus is opgelopen. Het Rijnvaartpolitiereglement (RPR) maakt deel uit van het Nederlandse recht.

Het Rijnvaartpolitiereglement

4.5.

In het RPR is onder meer het volgende bepaald:

Artikel 1.04

Algemene plicht tot waakzaamheid

De schipper moet, ook bij ontbreken van uitdrukkelijke voorschriften in dit reglement, alle voorzorgsmaatregelen nemen die door de algemene plicht tot waakzaamheid en door goede zeemanschap worden gevorderd, teneinde met name te voorkomen dat:

(…)

schade wordt veroorzaakt aan andere schepen (…)

(…)

(…)

Artikel 1.05

Gedrag onder bijzondere omstandigheden

De schipper moet bij dreigend gevaar alle maatregelen nemen die de omstandigheden vorderen, zelfs indien deze ertoe zouden nopen af te wijken van dit reglement.

Artikel 6.03

Algemene beginselen

1. Ontmoeten of voorbijlopen is slechts geoorloofd, indien het vaarwater voldoende ruimte biedt voor gelijktijdige doorvaart, de plaatselijke omstandigheden en de bewegingen van andere schepen daarbij in aanmerking genomen.

2. (…)

3. Bij ontmoeten of voorbijlopen mogen de schepen waarvan de koers elk gevaar voor aanvaring uitsluit hun koers noch hun snelheid zodanig wijzigen, dat daaruit gevaar voor aanvaring kan ontstaan.

Artikel 6.04

Ontmoeten: Hoofdregels (…)

1. Bij het ontmoeten moet een opvarend schip aan een afvarend schip een geschikte weg vrijlaten, de plaatselijke omstandigheden en de bewegingen van andere schepen daarbij in aanmerking genomen.

2. Het opvarende schip dat daartoe aan bakboord voor het afvarende schip de weg vrijlaat toont geen teken.

3. (…)

4. (…)

5. Onverminderd artikel 6.05 moet het afvarende schip de weg volgen die door het opvarende schip overeenkomstig bovenstaande bepalingen wordt aangewezen. (…)

Aansprakelijkheid

4.6.

Beca licht haar vordering in conventie als volgt toe. De H&S Wisdom werd bestuurd door de rivierloods [de loodsman van de H&S Wisdom] . Deze heeft voorafgaand aan de aanvaring besloten de Veerhaven III voorbij te lopen. Daarbij heeft hij er geen rekening mee gehouden dat de Carolin zich achter de Cascade in de opvaart bevond. De H&S Wisdom had de Veerhaven III pas voorbij mogen lopen nadat de Carolin was gepasseerd. De H&S Wisdom heeft de Carolin weliswaar opgeroepen via de marifoon, maar zij heeft daarop geen reactie gekregen. Zij heeft zich er dus niet van kunnen vergewissen of zij de Veerhaven III veilig voorbij kon lopen. De H&S Wisdom heeft bij haar inhaalmanoeuvre een koers ingezet naar bakboord, waardoor het gevaar ontstond voor een aanvaring met de Carolin. Zij heeft geen maatregelen getroffen om een aanvaring te voorkomen door de inhaalmanoeuvre af te breken, naar stuurboord te koersen en achter de Veerhaven III te blijven. Ten slotte heeft de H&S Wisdom (in de opvaart) de Carolin (in de afvaart) niet laten weten dat zij een andere weg vrijliet dan de weg aan bakboord. Door vervolgens naar bakboord te sturen, liet de H&S Wisdom die weg echter niet vrij. Volgens Beca heeft de H&S Wisdom met het voorgaande gehandeld in strijd met de art. 1.04, 1.05, 6.03 leden 1 en 3, 6.04 en 6.09 lid 1 RPR.

4.7.

Wisdom licht haar vordering in reconventie als volgt toe. De Carolin voer in de afvaart achter de Cascade, op of over de as van het vaarwater. Mogelijk was zij van plan om de Cascade op te lopen en voorbij te lopen. De H&S Wisdom voer in de opvaart. Zij heeft de Carolin een voldoende en geschikte weg vrijgelaten voor een passage via bakboord (art. 6.04 RPR). De Carolin lette echter niet goed op. Zij heeft de oproepen op de marifoonkanalen 68 en 10 niet beantwoord. Zij heeft de aangewezen weg niet correct gevolgd. Zij is niet achter de Cascade gebleven maar is aan bakboord daarvan op de autopilot met onverminderde snelheid doorgevaren in de richting van de opvaart. Zij is niet uitgeweken naar stuurboord, hoewel zij daarvoor voldoende ruimte had. Dat de weg die de H&S Wisdom wees, geschikt was, blijkt eruit dat de Cascade de H&S Wisdom wel zonder problemen heeft gepasseerd. Wisdom concludeert uit het voorgaande dat de aanvaring de schuld is van de Carolin.

4.8.

Als door de schuld van één schip een aanvaring is veroorzaakt, dan is de eigenaar van dat schip verplicht de schade te vergoeden (art. 8:544 / art. 8:1005 BW). De Hoge Raad heeft overwogen dat een schip onder meer schuld heeft aan een aanvaring als de schade het gevolg is van een fout van een persoon voor wie de eigenaar van het schip aansprakelijk is volgens de art. 6:169 – 6:171 BW. De rechtbank zal de vorderingen tot schadevergoeding binnen dit kader beoordelen. Zij zal zich daarbij baseren op de radarbeelden die in het geding zijn gebracht en op de verklaringen die zijn afgelegd tegenover de politie door [de loodsman van de H&S Wisdom] , [de schipper van de Carolin] en [de schipper van de Cascade] .

4.9.

Op grond van de eigen verklaring van [de loodsman van de H&S Wisdom] tegenover de politie stelt de rechtbank het volgende vast. [de loodsman van de H&S Wisdom] wilde, varend in de opvaart, het duwverband Veerhaven III voorbijvaren omdat hij met de H&S Wisdom behoorlijk sneller voer dan dat duwverband. Omdat hij ( [de loodsman van de H&S Wisdom] ) zag dat de Cascade en de Carolin in de afvaart in het midden van het vaarwater zaten, heeft hij aanvankelijk met voorbijvaren gewacht totdat zij gepasseerd waren. Nadat hij de Cascade aan bakboord had gepasseerd, verbaasde hij zich erover dat de Carolin op hem afgestuurd kwam en constateerde hij dat de Carolin al over het midden van het vaarwater zat. Dat was voor hem reden om gas terug te nemen en even achter de Veerhaven III te blijven. Toen de Cascade was gepasseerd, heeft hij echter gas gegeven. Hiermee zette hij dus een manoeuvre in om de Veerhaven III voorbij te varen voordat de Carolin was gepasseerd. Dat dit zo is gegaan, wordt bevestigd door de verklaring van de schipper van de Cascade, afgelegd tegenover de politie, dat de H&S Wisdom een sterke stuurbeweging maakte achter de Veerhaven III vandaan om te gaan oplopen, waardoor zij akelig kort bij de afvarende Cascade kwam. De vaststelling dat dit zo is gegaan wordt niet anders doordat de aanvaring plaatsvond nog achter de Veerhaven III. De H&S Wisdom had immers voor een goede oploopmanoeuvre ruimte nodig door de zuigende werking van het schip, naar [de loodsman van de H&S Wisdom] tegenover de politie heeft verklaard. De aanvaring vond plaats kort nadat de H&S Wisdom haar oploopmanoeuvre had ingezet.

4.10.

[de loodsman van de H&S Wisdom] heeft aldus gas gegeven om met de H&S Wisdom achter de Veerhaven III vandaan te komen om haar voorbij te varen terwijl hij zich ervan bewust was dat de Carolin meer naar het midden van het vaarwater in de afvaart voer en de Veerhaven III al wel maar de H&S Wisdom nog niet was gepasseerd. [de loodsman van de H&S Wisdom] heeft deze manoeuvre ingezet voordat hij marifooncontact met de Carolin tot stand had gebracht. De H&S Wisdom is met deze manoeuvre terechtgekomen in het vaarwater van de Carolin. Weliswaar kon [de loodsman van de H&S Wisdom] volgens zijn inschatting gas bij geven als de Carolin de vaart van de Cascade had gevolgd, maar de rechtbank leidt uit de radarbeelden af dat de H&S Wisdom, nadat zij achter de Veerhaven III vandaan was gekomen, tussen de Cascade en de Carolin in voer, zodat deze inschatting van [de loodsman van de H&S Wisdom] niet juist was. De Carolin volgde de vaart van de Cascade niet maar voer meer richting het midden van het vaarwater. Door deze inhaalmanoeuvre onder deze omstandigheden zo uit te voeren, heeft [de loodsman van de H&S Wisdom] naar het oordeel van de rechtbank een manoeuvre ingezet om de Veerhaven III voorbij te varen zonder dat het vaarwater daarvoor voldoende ruimte bood, en daarbij haar koers en snelheid zodanig gewijzigd dat daaruit het gevaar voor de aanvaring heeft kunnen ontstaan. [de loodsman van de H&S Wisdom] heeft hiermee gehandeld in strijd met art. 6.03 leden 1 en 3 en art. 6.09 lid 1 RPR. Bovendien heeft hij niet alle maatregelen genomen om schade aan de Carolin te voorkomen door deze manoeuvre uit te stellen totdat de Carolin was gepasseerd. Daarmee heeft hij ook gehandeld in strijd met art. 1.04 aanhef en sub b RPR.

4.11.

Wisdom verwijt Beca dat de Carolin de aangewezen, geschikte weg in het 240 meter brede vaarwater niet heeft gevolgd en in plaats daarvan heeft volhard in haar koers aan bakboord van de Cascade richting de H&S Wisdom. Het is in de bocht van Andries evenwel gebruikelijk dat de afvaart meer naar het midden vaart om schepen in de opvaart de mogelijkheid te bieden een geschikte weg vrij te laten. Dat wordt bevestigd door het proces-verbaal van de politie zoals de kantonrechter dat aanhaalt in zijn vonnis en ook door de deskundige van Wisdom ter zitting. De Carolin heeft volgens dat gebruik gehandeld door in het midden van de rivier te varen en had de H&S Wisdom langs de door haar aangewezen route aan bakboord kunnen passeren als de H&S Wisdom niet achter de Veerhaven III vandaan was gekomen. Het verwijt dat de Carolin de aangewezen, geschikte weg niet heeft gevolgd en daarmee art. 6.04 lid 5 RPR heeft overtreden, is daarom niet terecht.

4.12.

Wisdom stelt verder dat de H&S Wisdom de Carolin heeft opgeroepen via de marifoon, zowel op het ter plaatse verplichte kanaal 68 (23:55:41) als op kanaal 10 (23:56:09), en dat de H&S Wisdom in aanvulling daarop nog signalen heeft gegeven met het zoeklicht. Ook stelt zij dat de verkeerspost de Carolin heeft opgeroepen via de marifoon (23:56:06). Zij verwijt Beca dat de Carolin daarop niet heeft gereageerd.

4.13.

[de schipper van de Carolin] erkent in zijn verklaring bij de politie dat hij bij Tiel was vergeten om naar kanaal 68 om te schakelen. Beca voert echter aan dat de H&S Wisdom 46 seconden voor de aanvaring via de marifoon contact heeft gezocht met de Carolin. De afstand tussen beide schepen was op dat moment nog ongeveer 300 meter. De H&S Wisdom naderde met een snelheid van 150 meter per minuut, de Carolin met een snelheid van 383,3 meter per minuut, zodat de naderingssnelheid 533,3 meter per minuut bedroeg. Bovendien had de Carolin uit de oproep van de H&S Wisdom niet kunnen afleiden dat de H&S Wisdom niet achter de Veerhaven III zou blijven varen. De schipper had immers alleen gevraagd of de Carolin de H&S Wisdom had gezien. Beca concludeert dat de marifooncommunicatie van de H&S Wisdom onduidelijk en laattijdig was. Dat de Carolin het juiste marifoonkanaal niet bij had staan, heeft dus volgens Beca niet tot de aanvaring geleid.

4.14.

De eerste oproep van de H&S Wisdom via kanaal 68 is gedaan om 23:55:41 uur. Dat is 42 seconden voor de aanvaring van 23:56:23 uur. De oproep houdt niet meer in dan de vraag of de Carolin de H&S Wisdom heeft gezien. Op grond van wat Wisdom stelt tegenover het standpunt dat Beca daarover heeft ingenomen, kan niet worden geoordeeld dat de schade mede is veroorzaakt doordat de Carolin niet heeft gereageerd op deze oproep op dat moment gedaan. Nog minder kan dan worden geoordeeld dat die schade mede is veroorzaakt doordat de Carolin niet heeft gereageerd op oproepen die later zijn gedaan en op lichtsignalen die in aanvulling op de oproepen zijn gegeven. Hoewel Wisdom Beca dus terecht verwijt dat de Carolin het verplichte marifoonkanaal niet had bijstaan en niet reageerde op oproepen via de marifoon, houdt dat naar het oordeel van de rechtbank geen verband met de aanvaring en de schade. Ook anderszins heeft Wisdom onvoldoende toegelicht dat en, zo ja, op welk moment, uitwijken naar stuurboord door de Carolin de schade (nog) zou hebben voorkomen. Beca is daarom niet aansprakelijk voor de schade aan de H&S Wisdom (art. 8:1006 BW).

4.15.

De rechtbank is aldus van oordeel dat [de loodsman van de H&S Wisdom] heeft gehandeld in strijd met de art. 6.03 leden 1 en 3, 6.09 lid 1 en 1.04 aanhef en sub b RPR, met de aanvaring en de schade als gevolg, terwijl de schipper van de Carolin niet kan worden verweten dat hij iets heeft gedaan of gelaten dat heeft geleid tot de aanvaring en de schade. [de loodsman van de H&S Wisdom] voer als loods op de H&S Wisdom, die eigendom is van Wisdom. Daarom is Wisdom verplicht de schade die hierdoor is ontstaan aan de Carolin te vergoeden aan haar eigenaar Beca (Hoge Raad 30 november 2001, ECLI:NL:HR:2001:AD3922 (Casuele / De Toekomst)). De aansprakelijkheid van Wisdom wordt niet opgeheven doordat [de loodsman van de H&S Wisdom] als loods op de H&S Wisdom voer (art. 8:1007 BW). De rechtbank zal Wisdom daarom veroordelen de schade van Beca te vergoeden.

Schade

4.16.

Beca stelt dat zij van haar bevrachter en haar verzekeraars last en volmacht heeft gekregen om haar vorderingen tot schadevergoeding in te stellen. Wisdom heeft het bestaan van die last en volmacht aanvankelijk voorwaardelijk betwist, maar heeft ter zitting het standpunt ingenomen dat zij er niet moeilijk over doet. De rechtbank neemt daarom aan dat Beca vorderingsgerechtigd is.

4.17.

Beca specificeert haar schade van € 129.837,65 als volgt:

Cascoschade

€ 46.794,38

Toeslag overuren

€ 7.990,00

Tijdverletschade 11 dagen maal € 5.870,27

€ 64.572,97

Expertisekosten

€ 10.480,30

Totaal

€ 129.837,65

Cascoschade (€ 46.794,38)

4.18.

Beca licht de hoogte van haar cascoschade van € 46.794,38 toe door te verwijzen naar het expertiserapport van Petermann van 18 januari 2024. Wisdom betwist de hoogte van die schade niet. De rechtbank zal Wisdom daarom veroordelen dat bedrag aan Beca te vergoeden.

Toeslag overuren (€ 7.990,00)

4.19.

Beca onderbouwt de vordering tot vergoeding van toeslag voor overuren eveneens door te verwijzen naar het expertiserapport van Petermann. Zij licht toe dat er overuren zijn gemaakt en in het weekend is gewerkt. Voor deze extra werkuren is een toeslag van € 7.990,00 verschuldigd geworden. Hierdoor duurde de reparatie vier dagen korter dan aanvankelijk gepland, waardoor de tijdverletschade is beperkt. Op verzoek van Wisdom heeft Beca als onderbouwing van deze post een factuur van 15 februari 2023 in het geding gebracht van de Neue Ruhrorter Schiffswerft GmbH. Daarop worden kosten in rekening gebracht voor de reparatie van schade aan de bakboordzijde van de Carolin. De post onder 9 bedraagt € 7.990,00 als vergoeding van ‘Zusatzkosten Wochenende’. Ter zitting heeft Wisdom kenbaar gemaakt dat zij hiermee genoegen neemt. De rechtbank zal deze post daarom toewijzen.

Tijdverletschade (€ 64.572,97)

4.20.

Beca licht haar vordering tot betaling van € 64.572,97 als vergoeding van tijdverletschade als volgt toe. Zij heeft haar schade per dag berekend op basis van het verschil tussen omzet en brandstofkosten over de periode van drie maanden voor de aanvaring (€ 530.089,01 over 92 kalenderdagen) en twee maanden na de reparatie (€ 215.233,23 over 36 kalenderdagen). Het schip is in april 2023 verkocht, waardoor het bedrag per dag niet over de maand april berekend kon worden. Het gemiddelde schadebedrag per dag op basis van de gegevens voor de aanvaring is dus € 5.761,84, het gemiddelde bedrag per dag op basis van de gegevens na de aanvaring € 5.978,70. Beca begroot haar gemiddelde verletschade per dag op het gemiddelde van die twee bedragen, dat is € 5.870,27. Petermann heeft gerapporteerd dat het verlet elf dagen heeft geduurd (31 januari 2023 tot en met 11 februari 2023). Het gevorderde bedrag is elf dagen × € 5.870,27.

4.21.

Wisdom betwist niet dat Beca gedurende elf dagen niet heeft kunnen varen. Wisdom betwist wel dat de gemiddelde tijdverletschade per dag € 5.870,27 bedraagt. Dat licht zij als volgt toe. Ten eerste ontbreken bij de berekening justificatoire bescheiden zoals charters en vrachtafrekeningen. Ten tweede zijn de verdiensten van februari 2023 niet in de berekening betrokken, terwijl in die maand nog zeventien vaardagen beschikbaar waren, en er in die dagen is gebunkerd en gevaren. De omzet in de maand januari was relatief gering. Daarom ligt het volgens Wisdom voor de hand dat de gemiddelde verletschade per dag op een hoger bedrag uitkomt als de omzet in de maand februari niet in de berekening wordt betrokken.

4.22.

Beca heeft hiertegen ingebracht dat een gemiddeld dagbedrag van € 5.870,00 voor een motortankschip als de Carolin in de onderhavige periode gangbaar is en dat Wisdom niet naar voren heeft gebracht dat dit bedrag ongebruikelijk is. Beca heeft de maand februari niet in de berekening betrokken omdat de Carolin in die maand is gerepareerd, waardoor de indeling van het schip is verstoord en extra wachttijd is ontstaan. Daarom is het restant van de maand februari niet representatief voor de normale gang van zaken.

4.23.

De rechtbank overweegt hierover het volgende. In gevallen als het onderhavige wordt in de praktijk tijdverletschade begroot door het aantal verletdagen te vermenigvuldigen met het gemiddelde resultaat per dag in de drie maanden voorafgaande aan de aanvaring en de drie maanden volgend op het voltooien van de reparatie. Voor zover deze methode evenwel niet met de aard van de schade in overeenstemming is (artikel 6:97 BW), zal daarvan worden afgeweken. Afwijking ligt in de rede als niet voldoende aannemelijk is dat de referentieperiodes representatief zijn voor de verletperiode.

4.24.

Wisdom heeft niet voldoende ingebracht tegen de standpunten van Beca dat het resterende deel van februari niet representatief is voor de verletperiode en dat de Carolin in april 2023 is verkocht, waardoor het bedrag per dag niet over de maand april berekend kon worden. Dat geeft de rechtbank voldoende grond om af te wijken van de gebruikelijke periodes en de schade te begroten zoals Beca dat doet. Wisdom heeft niet aangevoerd dat Beca daarmee op een ongebruikelijk bedrag is uitgekomen. De rechtbank zal de tijdverletschade van Beca daarom begroten op het gevorderde bedrag van € 64.572,97.

Expertisekosten (€ 10.480,30 + € 930,00)

4.25.

Beca onderbouwt het bij dagvaarding gevorderde bedrag van € 10.480,30 als vergoeding van expertisekosten door twee facturen van Petermann in het geding te brengen. Wisdom erkent deze kosten. De rechtbank zal Wisdom daarom veroordelen ze te vergoeden.

4.26.

Beca stelt dat zij bovendien € 930,00 aan kosten heeft gemaakt voor het aanvullende rapport van 7 juli 2025 van Petermann (de heer König ) en vermeerdert haar eis met een vordering tot vergoeding van dat bedrag. Beca heeft Petermann opgedragen het rapport op te stellen om de stellingen van Wisdom met betrekking tot nautische vraagstukken over de positie en de snelheid van de betrokken schepen te weerleggen.

4.27.

Wisdom meent dat de vordering tot vergoeding van € 930,00 moet worden afgewezen. Dat licht zij als volgt toe. König , die het rapport heeft opgesteld, baseert zich op bewerkte screenshots, die niet van tijdstippen zijn voorzien. Wisdom betwijfelt of König deze heeft ontleend aan trescobeelden van de Carolin. Deze trescobeelden zijn niet in het geding gebracht. De beelden die wel in het geding zijn gebracht, zijn radarbeelden. Verder is wat König schrijft, onder meer over de snelheid en de koersen van de schepen, niet juist, althans niet in lijn met de radarbeelden en de VHF-opnamen. Volgens Wisdom is König niet nautisch deskundig, zodat zijn brief geen rapport is dat kan bijdragen aan enig bewijs.

4.28.

Volgens Beca zijn de stellingen van Wisdom over de deskundigheid van König misplaatst. König beschikt over een vaarbewijs, is al jaren als deskundige in de binnenvaart werkzaam en dient in dit verband vaak nautische vragen te beoordelen.

4.29.

De bedenkingen die Wisdom tegen het rapport van König inbrengt, zijn niet voldoende als basis voor het oordeel dat König niet deskundig is. Dat Wisdom het niet met het rapport van König eens is, is daarvoor ook niet genoeg. Beca heeft naar het oordeel van de rechtbank in redelijkheid aan de deskundige opdracht kunnen geven om te rapporteren over de aansprakelijkheid. König heeft aan die opdracht voldaan en daarvoor redelijke kosten in rekening gebracht. Deze kosten komen daarom voor vergoeding in aanmerking (art. 6:96 lid 2 aanhef en sub b BW). De rechtbank zal deze schadepost daarom toewijzen.

Rente

4.30.

Wisdom heeft de vordering tot vergoeding van rente niet zelfstandig betwist. Deze zal worden toegewezen.

Buitengerechtelijke incassokosten (€ 2.073,38)

4.31.

Beca vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten conform de staffel. Zij stelt dat zij voorafgaande aan de procedure een omvangrijke correspondentie met Wisdom heeft gevoerd om haar vordering voldaan te krijgen.

4.32.

Wisdom meent dat zij geen buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd is omdat zij geen schuld aan de aanvaring heeft. Verder stelt zij dat overleg over afdoening in der minne niet is geslaagd en betwist zij dat er een omvangrijke correspondentie is gevoerd over de schuldvraag. Volgens Wisdom hebben beide partijen daarover hun standpunt ingenomen, waarna Beca Wisdom heeft gedagvaard.

4.33.

De rechtbank leidt uit het verweer van Wisdom af dat zij erkent dat partijen hebben overlegd over afdoening buiten rechte maar dat dit niet tot resultaat heeft geleid. Daarmee is er voldoende grond om de vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten toe te wijzen. Het gevorderde bedrag is conform de staffel. De rechtbank zal daarom de vordering tot vergoeding van € 2.073,38 toewijzen.

Proceskosten

4.34.

Wisdom zal zowel in conventie als in reconventie in het ongelijk worden gesteld. Zij zal daarom zowel in conventie als in reconventie in de proceskosten worden veroordeeld.

<br /> 5De beslissing

De rechtbank,

in conventie

5.1.

veroordeelt Wisdom tot betaling aan Beca van € 130.767,65 te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 31 januari 2023 tot aan de dag der algehele voldoening,

5.2.

veroordeelt Wisdom tot betaling aan Beca van € 2.073,38 als vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten,

5.3.

veroordeelt Wisdom in de proceskosten, tot aan dit vonnis aan de zijde van Beca begroot op € 112,37 aan kosten van dagvaarding, € 433,00 aan vertaalkosten en € 4.102,00 aan salaris voor de advocaat (2 punten, tarief V),

in reconventie

5.4.

wijst de vorderingen af,

5.5.

veroordeelt Wisdom in de proceskosten, tot aan dit vonnis aan de zijde van Beca begroot op € 2.885,00 aan salaris voor de advocaat (de helft van twee punten, tarief VI), te voldoen binnen veertien dagen na heden en te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf veertien dagen na heden,

voorts in conventie en in reconventie

5.6.

veroordeelt Wisdom in de nakosten, aan de zijde van Beca bepaald op € 296,00, verhoogd met € 98,00 voor het geval dat betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden en nodig is geweest,

5.7.

verklaart de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.A.L. van de Sande en in het openbaar uitgesproken op 27 mei 2026.

1906 / 560

Aangeleverd op usb-stick, productie 3 bij dagvaarding

Productie 4 (blz. 017) bij dagvaarding

Productie 4 (blz. 024-025) bij dagvaarding

Productie 4 (blz. 029) bij dagvaarding

Productie 4 (blz. 010) bij dagvaarding

Productie 5 bij dagvaarding

Rechtbank Gelderland 21 mei 2025, ECLI:NL:RBGEL:2025:3981

Productie 11 bij antwoordakte vermeerdering van eis in reconventie

Productie 8 bij conclusie van antwoord in reconventie

Productie 13 bij akte houdende producties ter comparitie

Artikel 34, aanhef en sub II, aanhef en sub c en art. 35 Herziene Rijnvaartakte van 17 oktober 1868 en artikel 1 lid 1 aanhef en sub 2 van de Uitvoeringswet der bepalingen van de artikelen 33, 36, 37 en 38 der herziene akte omtrent de Rijnvaart.

Artikel 4 lid 1 van de Verordening (EG) nr. 864/2007 van het Europees Parlement en de Raad van 11 juli 2007 betreffende het recht dat van toepassing is op niet-contractuele verbintenissen

Hoge Raad 30 november 2001, ECLI:NL:HR:2001:AD3922 (Casuele / De Toekomst), rov. 3.3.2

Conclusie van antwoord 20

Conclusie van antwoord 7 – 15

Conclusie van antwoord in reconventie 12

Dagvaarding 14

Conclusie van antwoord 23

Dagvaarding 14

Productie 11 bij akte houdende overlegging producties van 16 februari 2026

Dagvaarding 15 en productie 6

Conclusie van antwoord 24

Comparitie-aantekeningen blz. 7

Productie 9 bij akte vermeerdering van eis in conventie: factuur

Dagvaarding 28

Conclusie van antwoord 17 en 25

Artikel delen