Menu

Filter op
content
PONT | Data&Privacy

0

ECLI:NL:RBGEL:2026:6738

Kort geding. Rechtsmacht en toepasselijk recht verhuurders in VS. Gedaagde 1 verstek. Huurachterstand woonruimte.

Rechtbank Gelderland 3 September 2026

Jurisprudentie – Uitspraken

ECLI:NL:RBGEL:2026:6738
text/xml
public
2026-09-03T11:58:54
2026-08-28
Raad voor de Rechtspraak
nl
Rechtbank Gelderland
2026-06-11
12215083
Uitspraak
Eerste aanleg – enkelvoudig
Kort geding
NL
Arnhem
Civiel recht; Verbintenissenrecht

Rechtspraak.nl

http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:6738
text/html
public
2026-09-02T15:35:47
2026-09-03
Raad voor de Rechtspraak
nl
ECLI:NL:RBGEL:2026:6738 Rechtbank Gelderland , 11-06-2026 / 12215083

Kort geding. Rechtsmacht en toepasselijk recht verhuurders in VS. Gedaagde 1 verstek. Huurachterstand woonruimte.


RECHTBANK
GELDERLAND

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Arnhem

Zaaknummer: 12215083 VV EXPL 26-64

Vonnis in kort geding van 11 juni 2026

in de zaak van

<br /> 1 [eiser 1]

2. [eiser 2]

die beide wonen in [woonplaats 1] ( [land] )

eisende partijen

hierna afzonderlijk te noemen: [eiser 1] en [eiser 2] en gezamenlijk [eisers]

gemachtigde: mr. T.R. Dicke

tegen

<br /> 1 [gedaagde 1]

die woont in [woonplaats 2] ,

niet verschenen2. [gedaagde 2]

die woont in [woonplaats 2]

procederend in persoon

gedaagde partijen

hierna te noemen: afzonderlijk te noemen [gedaagde 1] en [gedaagde 2] .

<br /> 1De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

– de dagvaarding van 16 mei 2026;

– de verstekverlening ter zitting tegen de niet verschenen gedaagde [gedaagde 1] .

1.2.

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 28 mei 2026. [eisers] zijn niet ter zitting verschenen. Wel is verschenen de heer [vertegenwoordiger] die op basis van een volmacht [eiser 1] heeft vertegenwoordigd. Ook is gemachtigde van [eisers] verschenen. Verder is [gedaagde 2] verschenen, bijgestaan door haar moeder en twee begeleiders van [instantie] . [gedaagde 1] is niet verschenen. Door de griffier zijn aantekeningen gemaakt van hetgeen ter zitting is besproken.

1.3.

Vervolgens is vonnis bepaald.

<br /> 2Het geschil

2.1.

[eisers] vorderen, na vermindering van eis en samengevat:

[gedaagde 1] te veroordelen om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis de woning gelegen te [woonplaats 2] aan de [instantie] met al degenen dit zich daar bevinden en al datgene dat zich daarin bevindt te verlaten, te ontruimen en in oorspronkelijke, onbeschadigde en schone staat op te leveren, onder afgifte van de sleutels aan [eisers] , met verbod de ruimte na de ontruiming opnieuw te betrekken dan wel te gebruiken;

[gedaagde 1] te veroordelen, voor het geval hij niet vrijwillig en volledig voldoet aan het hiervoor gevorderde, om binnen drie dagen na toezending van en conform het proces-verbaal van ontruiming van de deurwaarder, tot betaling van de kosten van de ontruiming, zulks vermeerderd met de wettelijke rente;

[gedaagde 1] en [gedaagde 2] te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 6.800,00, te vermeerderen met de wettelijke rente;

[gedaagde 1] en [gedaagde 2] te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 1.700,00 voor iedere maand ter zake huurtermijnen/schadevergoedingstermijnen vanaf 1 juni 2026 gedurende welke [gedaagde 1] en [gedaagde 2] de onroerende zaak in gebruik houden;

[gedaagde 1] en [gedaagde 2] te veroordelen in de kosten van de procedure, te vermeerderen met de wettelijke rente en de nakosten.

2.2.

[eisers] leggen aan de vorderingen ten grondslag dat [gedaagde 1] en [gedaagde 2] de huur over de maanden februari tot en met mei 2026 (van in totaal € 6.800,00) onbetaald hebben gelaten. Dit rechtvaardigt de gevorderde ontruiming, aldus [eisers]

2.3.

Op het door [gedaagde 2] ter zitting gevoerde verweer wordt hierna, voor zover relevant, nader ingegaan.

<br /> 3De beoordeling

Rechtsmacht en toepasselijk recht

3.1.

De kantonrechter stelt vast dat deze zaak een internationaal karakter heeft aangezien [eisers] in de Verenigde Staten van Amerika woonachtig zijn en [gedaagde 1] en [gedaagde 2] in Nederland. Dit betekent dat ambtshalve beoordeeld moet worden of de kantonrechter rechtsmacht heeft en welk recht op dit geschil van toepassing is.

3.2.

Voor de rechtsmacht is Verordening (EU) nr. 1215/2012 (Brussel I-bis) bepalend. Op grond van artikel 24 lid 1 van deze verordening is bij zaken over de (ver)huur van onroerende goederen, de gerechten van de lidstaat waar dit onroerend goed gelegen is exclusief bevoegd. Het gehuurde in de onderhavige zaak ligt in [woonplaats 2] . Dit brengt met zich mee dat in dit geval de kantonrechter van de rechtbank Gelderland, locatie Arnhem, rechtsmacht toekomt.

3.3.

Hoewel partijen geen expliciete rechtskeuze hebben gemaakt, volgt uit de stellingen van partijen dat zij steeds ervan uit zijn gegaan dat Nederlands recht van toepassing is zodat de kantonrechter daar ook van uit gaat. Dit is tevens in lijn met Verordening (EG) nr. 593/2008 (Rome I) op grond waarvan de rechtskeuze kan blijken uit de omstandigheden van het geval (artikel 3 lid 1) dan wel bij gebreke daarvan, het recht van het land waar het onroerend goed is gelegen (artikel 4 lid 1 sub c).

Vonnis op tegenspraak

3.4.

[gedaagde 1] is niet verschenen op de mondelinge behandeling. Bij de dagvaarding zijn de bij de wet voorgeschreven formaliteiten in acht genomen zodat tegen hem verstek is verleend. Nu [gedaagde 2] wel in de procedure is verschenen, wordt op grond van artikel 140 lid 3 Rv één vonnis gewezen dat voor alle partijen als een vonnis op tegenspraak geldt. De verstekverlening jegens [gedaagde 1] betekent dat binnen het bestek van dit kort geding dient te worden beoordeeld of de door [eisers] tegen hem ingestelde vorderingen de kantonrechter onrechtmatig of ongegrond voorkomen.

Voorlopige voorziening

3.5.

De kantonrechter stelt verder voorop dat een bij voorlopige voorziening bevolen ontruiming een maatregel is, die diep ingrijpt in het gebruiksrecht en de daarmee verbonden huurbescherming van de huurder. Bij de beoordeling van een dergelijke vordering moet – volgens vaste jurisprudentie – grote terughoudendheid worden betracht, gelet op de omstandigheid dat in een kortgedingprocedure geen plaats is voor een – diepgaand – onderzoek naar bestreden feiten en gezien de vergaande, veelal onomkeerbare gevolgen van een ontruiming in kort geding, zoals in deze zaak aan de orde is.

3.6.

Het spoedeisend belang vloeit voort uit de aard van de hoofdvordering (ontruiming). Vanwege de nauwe verwevenheid neemt de kantonrechter ook een voldoende spoedeisend belang aan bij de verschillende nevenvorderingen.

Huurachterstand

3.7.

[gedaagde 2] heeft niet betwist dat sprake is van een huurachterstand van in ieder geval vier maanden van € 6.800,00. [gedaagde 2] heeft nog wel aangevoerd dat zij niet meer in de woning woont en dat zij in februari 2026 met [gedaagde 1] – onder voorwaarde – is overeengekomen dat [gedaagde 1] de huurovereenkomst overneemt tot het einde van de huurovereenkomst. Ter onderbouwing hiervan heeft [gedaagde 2] tijdens de mondelinge behandeling de door [gedaagde 1] en [gedaagde 2] ondertekende schriftelijke afspraken overgelegd. De kantonrechter overweegt hierover dat deze afspraken [gedaagde 1] en [gedaagde 2] onderling verbinden, maar niet inroepbaar zijn jegens [eisers] De huurovereenkomst tussen [eisers] en [gedaagde 2] is immers niet geëindigd en dat betekent dat ook [gedaagde 2] aangesproken kan worden tot betaling van de huurachterstand. Op grond van de tussen [gedaagde 1] en [gedaagde 2] gemaakte afspraken, kan het zijn dat [gedaagde 2] een vordering op [gedaagde 1] krijgt (een regresvordering), indien zij een bedrag aan [eisers] betaalt. Namens [eisers] is ter zitting toegelicht dat zij de vordering tot veroordeling ten aanzien van de huurachterstand jegens zowel [gedaagde 1] en [gedaagde 2] weliswaar handhaven, maar dat [gedaagde 1] het primaire aanspreekpunt blijft voor de voldoening van de huurachterstand, zonder dat zij afstand doen van het standpunt dat ook [gedaagde 2] daarvoor aansprakelijk is. De kantonrechter begrijpt deze toelichting aldus dat de feitelijke afwikkeling in eerste instantie op [gedaagde 1] gericht zal zijn.

3.8.

Gelet op het voorgaande wordt de vordering tot betaling van de achterstallige huur toegewezen. De gevorderde rente wordt als onweersproken eveneens toegewezen.

3.9.

De vordering tot betaling van de toekomstige huurtermijnen vanaf 1 juni 2026 van € 1.700,00 per maand tot en met de dag van daadwerkelijke ontruiming wordt eveneens toegewezen. Gelet op het verhandelde ter zitting en de omstandigheid dat [gedaagde 2] niet meer verblijft in de woning, ziet de kantonrechter aanleiding om – als voorlopige voorziening – enkel [gedaagde 1] hiertoe te veroordelen.

Ontruiming

3.10.

[eisers] hebben aanvankelijk de gevorderde ontruiming gericht aan zowel [gedaagde 1] als [gedaagde 2] . Tijdens de mondelinge behandeling is gebleken dat [gedaagde 2] al geruime tijd feitelijk het gehuurde heeft verlaten. Om die reden hebben [eisers] de eis verminderd in die zin dat alleen nog de ontruiming van [gedaagde 1] wordt gevorderd. De huurachterstand rechtvaardigt de ontbinding van de huurovereenkomst in een bodemprocedure en daarmee de ontruiming van het gehuurde in deze kort geding procedure. De gevorderde ontruiming jegens [gedaagde 1] wordt daarom toegewezen waarbij de termijn tot ontruiming wordt vastgesteld op veertien dagen na betekening van dit vonnis.

3.11.

De gevorderde ontruimingskosten, voor het geval [gedaagde 1] niet vrijwillig de woning ontruimt, zullen worden afgewezen. Deze kosten zijn nu nog niet begroot. De vordering is in zoverre dan ook te onbepaald om te kunnen worden toegewezen.

Proceskosten

3.12.

[gedaagde 1] en [gedaagde 2] zijn grotendeels in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eisers] worden begroot op:

– kosten van de dagvaarding

151,94

– griffierecht

265,00

– salaris gemachtigde

577,00

– nakosten

144,00

(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

1.137,94

3.13.

De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

Hoofdelijkheid

3.14.

Verschillende veroordelingen worden hoofdelijk uitgesproken. Dat betekent dat iedere veroordeelde kan worden gedwongen het hele bedrag te betalen. Als de één (een deel) betaalt, hoeft de ander dat (deel van het) bedrag niet meer te betalen.

Uitvoerbaar bij voorraad

3.15.

Dit vonnis zal uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard (artikel 233 Rv). Dit betekent dat deze uitspraak geldt, totdat in een eventueel hoger beroep anders is beslist.

<br /> 4De beslissing

De kantonrechter

rechtdoende als voorzieningenrechter

4.1.

veroordeelt [gedaagde 1] om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis het pand aan [instantie] te [woonplaats 2] te ontruimen met alle daarin aanwezige personen en zaken, tenzij deze zaken van [eisers] zijn, en de sleutels af te geven aan [eisers] ;

4.2.

veroordeelt [gedaagde 1] en [gedaagde 2] hoofdelijk om te betalen aan [eisers] € 6.800,00 aan achterstallige huur tot en met mei 2026, te vermeerderen met de wettelijke rente over de verschuldigde huurtermijnen, telkens te rekenen vanaf de vervaldata van die huurtermijnen tot de dag van voldoening;

4.3.

veroordeelt [gedaagde 1] om te betalen aan [eisers] € 1.700,00 per maand vanaf 1 juni 2026 tot en met het eind van de maand waarin de daadwerkelijke ontruiming heeft plaatsgevonden;

4.4.

veroordeelt [gedaagde 1] en [gedaagde 2] hoofdelijk in de proceskosten van € 1.137,94, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde 1] en [gedaagde 2] niet tijdig aan de veroordelingen voldoen en het vonnis daarna wordt betekend;

4.5.

veroordeelt [gedaagde 1] en [gedaagde 2] hoofdelijk tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald;

4.6.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

4.7.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.D.R. Joppe en in het openbaar uitgesproken op 11 juni 2026.

!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING SECRETARIS!

!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING RECHTER!

!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR STEMPELS!

Artikel delen