Vovo. Voorzieningenrechter is onbevoegd. Geen besluit maar informatieve mededeling.
ECLI:NL:RBGEL:2026:7165
text/xml
public
2026-09-29T14:47:45
2026-09-17
Raad voor de Rechtspraak
nl
Rechtbank Gelderland
2026-09-17
ARN 26/4693
Uitspraak
Eerste aanleg – enkelvoudig
Voorlopige voorziening
NL
Arnhem
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Rechtspraak.nl
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2026:7165
text/html
public
2026-09-17T14:55:37
2026-09-29
Raad voor de Rechtspraak
nl
ECLI:NL:RBGEL:2026:7165 Rechtbank Gelderland , 17-09-2026 / ARN 26/4693
Vovo. Voorzieningenrechter is onbevoegd. Geen besluit maar informatieve mededeling.
Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummer: ARN 26/4693
in de zaak tussen
[verzoeker] , uit [woonplaats] , verzoeker
en
1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker.
1.1.
Omdat de voorzieningenrechter kennelijk onbevoegd is, doet hij uitspraak zonder zitting. De voorzieningenrechter legt hierna uit waarom hij niet bevoegd is om uitspraak te doen op het verzoek om een voorlopige voorziening
2. De voorzieningenrechter is alleen bevoegd om een voorlopige voorziening te treffen als sprake is van een besluit. In artikel 1:3, eerste lid, van de Awb is bepaald dat een besluit een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan is, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling.
2.1.
De voorzieningenrechter heeft geworsteld met de vraag of het verzoek om een voorlopige voorziening zich richt tegen een besluit als hier bedoeld. Verzoeker leidt uit een email van 14 september 2026 van verzoeker af dat hij de e-mail van 9 september 2026 17.31 uur van het bestuurssecretariaat van het college als een besluit ziet, omdat in deze e-mail zijn aanvraag op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz) is afgewezen.
2.2.
Dit standpunt volgt de voorzieningenrechter niet. Hij ziet in de e-mail van 9 september 2026 geen besluit in de zin van artikel 1:3 van de Awb. De e-mail bevat de mededeling dat verzoeker voor zorg en ondersteuning een Wlz-aanvraag kan doen en met wie hij daarover contact kan opnemen. De voorzieningenrechter is, anders dan verzoeker, van mening dat deze e-mail geen afwijzing is. Deze e-mail is een informatief bericht en is niet gericht op enig rechtsgevolg. Dat kan ook niet anders, want het college heeft niet de bevoegdheid om besluiten op grond van de Wlz te nemen.
2.3.
De voorzieningenrechter is gelet op het voorgaande niet bevoegd om te beslissen op het verzoek om een voorlopige voorziening.
3. De voorzieningenrechter is kennelijk onbevoegd om te beslissen op het verzoek om voorlopige voorziening. Om die reden hoeft verzoeker voor de behandeling van het verzoek om een voorlopige voorziening geen griffierecht te betalen. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
De voorzieningenrechter:
– verklaart zich onbevoegd;
– bepaalt dat de griffier van de rechtbank aan verzoeker het griffierecht terugbetaalt.
Deze uitspraak is gedaan door mr. W.P.C.G. Derksen, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. C. Ebbers, griffier, en wordt openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.
Dit volgt uit artikel 8:81, eerste lid, gelezen in samenhang met artikel 8:1 en artikel 7:1 van de Awb.