Menu

Filter op
content
PONT | Data&Privacy

0

ECLI:NL:RBLIM:2026:6010

Toewijzing zorgmachtiging voor vier weken; rest verzoek aangehouden tot nader te bepalen zitting. Behandeld ter zitting ondanks afwezigheid betrokkene, die diverse keren was geïnformeerd. Geen aangetekende brief; betrokkene woont niet meer op GBA-adres.

Rechtbank Limburg 24 July 2026

Jurisprudentie – Uitspraken

ECLI:NL:RBLIM:2026:6010
text/xml
public
2026-07-24T08:59:00
2026-06-24
Raad voor de Rechtspraak
nl
Rechtbank Limburg
2026-02-18
C/03/349183 / BZ RK 26-212
Uitspraak
Beschikking
NL
Maastricht
Civiel recht; Personen- en familierecht

Rechtspraak.nl

http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBLIM:2026:6010
text/html
public
2026-07-21T10:25:41
2026-07-24
Raad voor de Rechtspraak
nl
ECLI:NL:RBLIM:2026:6010 Rechtbank Limburg , 18-02-2026 / C/03/349183 / BZ RK 26-212

Toewijzing zorgmachtiging voor vier weken; rest verzoek aangehouden tot nader te bepalen zitting. Behandeld ter zitting ondanks afwezigheid betrokkene, die diverse keren was geïnformeerd. Geen aangetekende brief; betrokkene woont niet meer op GBA-adres.

RECHTBANK LIMBURG

Familie- en Jeugdrecht

Locatie Maastricht

Zaaknummer: C/03/349183 / BZ RK 26-212

Datum uitspraak: 18 februari 2026

Beschikking zorgmachtiging

op het verzoek van de officier van justitie voor

[betrokkene]
,

geboren op [geboortedag] 1984 in [geboorteplaats] ,

hierna te noemen betrokkene,

wonend in [woonplaats] ,

advocaat mr. F.W. Oehlen uit Geulle.

<br /> 1Het verloop van de procedure

1.1.

De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:

– het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 2 februari 2026.

1.2.

De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 18 februari 2026. Daarbij zijn gehoord:

mevrouw mr. F.W.Oehlen, advocaat van betrokkene;

de heer drs. [psychiater] , psychiater.

1.3.

De rechtbank heeft vastgesteld dat betrokkene niet ter zitting is verschenen. De oproeping voor de zitting is verzonden naar het adres waar betrokkene volgens de Basisregistratie Personen (BRP) staat ingeschreven. Een ander adres was niet bekend. De psychiater heeft ter zitting toegelicht dat betrokkene op de hoogte was van de zitting. Een collega van de psychiater heeft haar geïnformeerd dat de mondelinge behandeling van het verzoek om een zorgmachtiging zal plaatsvinden op woensdag 18 februari 2026. Daarnaast heeft [ggz-instelling] de stukken, waaronder de uitnodiging voor de zitting, per e-mail aan betrokkene toegezonden. Volgens de psychiater leest betrokkene haar e-mails en wist zij dat zij een kopie van de stukken bij [zorglocatie] kon ophalen.

De advocaat van betrokkene heeft haar eveneens per e-mail geïnformeerd, maar geen reactie ontvangen. Volgens vaste jurisprudentie kan de advocaat niet namens betrokkene afstand doen van haar recht om te worden gehoord. De advocaat heeft aangevoerd dat nog een poging moet worden ondernomen om betrokkene te horen, omdat zij het belangrijk vindt haar verhaal te doen.

De rechtbank stelt vast dat op allerlei manieren aan betrokkene bericht is dat de zitting zal plaatsvinden op 18 februari 2026. Het verzenden van een aangetekende brief van de rechtbank aan betrokkene is niet gebeurd, maar dat zou ook zinloos zijn, omdat bekend is dat betrokkene rondzwerft en niet meer op dat adres verblijft. Ondanks alle inspanningen is betrokkene niet verschenen en er is geen mogelijk om haar op een andere plek of op een andere manier te horen. De rechtbank zal de zaak daarom desondanks inhoudelijk behandelen.

<br /> 2Het verzoek

2.1.

De officier van justitie verzoekt de rechtbank een zorgmachtiging te verlenen voor de duur van zes maanden.

<br /> 3De beoordeling

3.1.

De rechtbank zal de gevraagde machtiging afgeven voor de duur van maximaal vier weken. Zij legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt.

3.2.

Op grond van artikel 5:17 Wvggz in samenhang gelezen met het bepaalde in artikel 6:4 Wvggz verleent de rechter een zorgmachtiging indien naar zijn oordeel is voldaan aan de criteria voor verplichte zorg, bedoeld in artikel 3:3 Wvggz en het doel van verplichte zorg, bedoeld in artikel 3:4 Wvggz, onderdelen b tot en met e. De rechter neemt hierbij de algemene uitgangspunten van artikel 2:1 Wvggz in acht.

3.3.

De rechtbank is van oordeel dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis in de vorm van een psychotische stoornis, ADHD, een borderlinepersoonlijkheidsstoornis en traumagerelateerde problematiek, in combinatie met cannabisgebruik.

3.4.

Deze stoornis veroorzaakt ernstig nadeel. Dit nadeel bestaat uit:

– levensgevaar;

– ernstig lichamelijk letsel;

– ernstige psychische schade;

– ernstige financiële schade;

– ernstige verwaarlozing;

– maatschappelijke teloorgang;

– bedreiging van de veiligheid van betrokkene al dan niet doordat betrokkene onder invloed van een ander raakt;

– het oproepen van agressie van een ander door het vertonen van hinderlijk gedrag.

Sinds juli 2024 is sprake van een duidelijke verergering van de psychotische symptomen. Het huidige toestandsbeeld wordt gekenmerkt door een uitgebreid paranoïde waansysteem, een gestoorde realiteitstoetsing, ernstige achterdocht, weigering om documenten te onder-tekenen en een volledig gebrek aan ziektebesef en -inzicht.

Betrokkene is dakloos, heeft schulden van circa € 30.000 en beschikt niet over een inkomen. Zij verwaarloost zichzelf, eet soms meerdere dagen niet, is uitgeput en overnacht buiten in winterse omstandigheden, hetgeen een reëel risico op onderkoeling meebrengt. Daarnaast bestaat een verhoogd risico dat zij slachtoffer wordt van uitbuiting of agressie door derden, bijvoorbeeld door verblijf bij onbekende personen in ruil voor diensten. Er zijn herhaalde politiecontacten geweest, waaronder een aanhouding op 27 januari 2026 wegens verbale agressie. Voorts is sprake van een verhoogd suïciderisico bij oplopende lijdensdruk. Hoewel nu geen sprake is van acute suïcidaliteit, heeft betrokkene in 2004 en 2022 ernstige suïcidepogingen ondernomen. Tevens is sprake van verlies van woon- en zorgstructuur, onder meer door ongeoorloofd binnentreden in instellingen, weigering te vertrekken en verblijf bij familie zonder toestemming.

3.5.

De psychiater heeft ter zitting toegelicht dat het doel van de verzochte zorgmachtiging is om betrokkene klinisch op te nemen en haar adequaat te behandelen voor de psychotische symptomen, zodat het ernstig nadeel kan worden weggenomen dan wel verminderd. Behandeling is noodzakelijk om te bewerkstelligen dat betrokkene weer in staat wordt geacht op oordeelsbekwame wijze beslissingen te nemen en samen te werken ten aanzien van financiën, huisvesting en verdere behandeling.

3.6.

De advocaat van betrokkene heeft primair verzocht het verzoek af te wijzen, nu betrokkene zich tegen de zorgmachtiging verzet. Subsidiair heeft de advocaat verzocht, indien het verzoek wordt toegewezen, de duur van de machtiging te beperken of voor een korte periode van bijvoorbeeld drie weken toe te wijzen, onder aanhouding van de resterende termijn, zodat betrokkene kan worden gehoord voordat op het restant wordt beslist.

3.7.

De rechtbank is van oordeel dat verplichte zorg noodzakelijk is om het ernstig nadeel af te wenden dan wel de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren en te herstellen.

3.8.

Er zijn geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis. Betrokkene heeft geen ziekte-inzicht en verzet zich tegen zorg. Vrijwillige zorg is aangeboden, maar geweigerd. Zonder behandeling zal het ernstig nadeel naar verwachting voortduren of toenemen. Daarom is verplichte zorg nodig.

3.9.

De rechtbank is op grond van het zorgplan, de medische verklaring, de visie van de geneesheer-directeur en de toelichting tijdens de zitting van oordeel dat in ieder geval de volgende vormen van verplichte zorg nodig zijn:

– het toedienen van medicatie;

– het verrichten van medische controles;

het verrichten van andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis.

het beperken van de bewegingsvrijheid;

– insluiten;

– uitoefenen van toezicht op betrokkene;

– onderzoek aan kleding of lichaam;

– onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;

– controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;

– opnemen in een accommodatie.

3.10.

Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De vormen van verplichte zorg die de rechtbank toewijst zijn evenredig en naar verwachting effectief. Bij het bepalen van de juiste vormen van zorg is rekening gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen en om te zorgen voor de veiligheid van betrokkene en haar omgeving. Gelet op de ernst en de duur van de problematiek, de dakloosheid, het geldgebrek, haar kwetsbare positie en het ontbreken van een stabiel netwerk, is ambulante zorg ontoereikend.

3.11.

Gelet op het voorgaande is naar het oordeel van de rechtbank voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg zoals bedoeld in de Wvggz. Nu de rechtbank betrokkene voorafgaand aan deze beslissing niet heeft kunnen horen, zal een zorgmachtiging worden verleend voor een beperkte duur van maximaal vier weken, tot en met uiterlijk 18 maart 2026. De rechtbank bepaalt dat de mondelinge behandeling van het verzoek zal worden voortgezet op een nader te bepalen datum en tijdstip, met oproeping van alle betrokkenen.

<br /> 4De beslissing

De rechtbank:

4.1.

verleent een zorgmachtiging voor [betrokkene] , geboren op [geboortedag] 1984 in [geboorteplaats] , wat inhoudt dat de maatregelen die in 3.9. staan kunnen worden toegepast;

4.2.

bepaalt dat deze machtiging geldt voor de duur van maximaal vier weken, tot en met uiterlijk 18 maart 2026;

4.3.

bepaalt dat de mondelinge behandeling wordt voortgezet op de wijze zoals opgenomen onder 3.11.;

4.4.

houdt iedere verdere beslissing aan.

Deze beschikking is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 18 februari 2026 door mr. dr. Van Binnebeke, rechter, in aanwezigheid van Gordijn-Özacar, griffier en op schrift gesteld op 2 maart 2026.

Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.

Artikel delen