Wht. Commissie Werkelijke Schade (CWS). Het beroep is gegrond, omdat Dienst Toeslagen de werkelijke schade niet juist heeft vastgesteld. Zo vindt de rechtbank dat er geen sprake is van overcompensatie, dus had aan eiseres een kilometervergoeding moeten worden toegekend. Ook heeft Dienst Toeslagen onvoldoende gemotiveerd waarom de inkomensschade van eiseres niet vergoed wordt tot de pensioengere...
ECLI:NL:RBMNE:2025:7984
text/xml
public
2026-08-06T11:55:51
2026-08-04
Raad voor de Rechtspraak
nl
Rechtbank Midden-Nederland
2025-08-08
UTR 23/6619
Uitspraak
Eerste aanleg – enkelvoudig
NL
Utrecht
Bestuursrecht
Rechtspraak.nl
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2025:7984
text/html
public
2026-08-06T11:55:20
2026-08-06
Raad voor de Rechtspraak
nl
ECLI:NL:RBMNE:2025:7984 Rechtbank Midden-Nederland , 08-08-2025 / UTR 23/6619
Wht. Commissie Werkelijke Schade (CWS). Het beroep is gegrond, omdat Dienst Toeslagen de werkelijke schade niet juist heeft vastgesteld. Zo vindt de rechtbank dat er geen sprake is van overcompensatie, dus had aan eiseres een kilometervergoeding moeten worden toegekend. Ook heeft Dienst Toeslagen onvoldoende gemotiveerd waarom de inkomensschade van eiseres niet vergoed wordt tot de pensioengerechtigde leeftijd.
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 23/6619
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 8 augustus 2025 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [plaats] , eiseres
en
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de hoogte van de aan haar toegekende aanvullende compensatie voor werkelijke geleden schade in het kader van de hersteloperatie kinderopvangtoeslag.
2. Eiseres heeft op 2 maart 2021 een verzoek gedaan om vaststelling van de door haar geleden werkelijke schade.
3. In het primaire besluit van 7 oktober 2021 heeft Dienst Toeslagen de hoogte van de aanvullende werkelijke schadevergoeding vastgesteld op een bedrag van € 37.545,84. Met het bestreden besluit van 24 november 2023 op het bezwaar van eiseres is Dienst Toeslagen bij dat besluit gebleven.
4. Dienst Toeslagen heeft op het beroepschrift van eiser gereageerd met een verweerschrift.
5. De rechtbank heeft het beroep op 26 juni 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van Dienst Toeslagen.
6. Eiseres is een alleenstaande ouder van twee kinderen. Eiseres heeft zich op 31 december 2019 als gedupeerde van de uitvoering rondom de kinderopvangtoeslag gemeld bij Dienst Toeslagen. Na beoordeling van de situatie van eiseres heeft Dienst Toeslagen vastgesteld dat in toeslagjaren 2008, 2009 en 2011 tot en met 2013 institutioneel vooringenomen is gehandeld door Dienst Toeslagen. Eiseres heeft een bedrag van € 53.695,- aan forfaitaire compensatie ontvangen.
7. Eiseres heeft op 2 maart 2021 een aanvraag ingediend bij de Commissie Werkelijke Schade (CWS), omdat zij vindt dat zij meer schade heeft dan het compensatiebedrag dat zij van Dienst Toeslagen heeft ontvangen.
8. De CWS heeft op 28 september 2021 advies uitgebracht en Dienst Toeslagen geadviseerd om aan eiseres een aanvullende vergoeding voor werkelijke schade toe te kennen van € 37.546,-. Bij besluit van 7 oktober 2021 (het primaire besluit) heeft Dienst Toeslagen het advies overgenomen en het verzoek van eiseres tot een bedrag van € 37.546,- toegewezen. Bij brief van 29 april 2022 heeft Dienst Toeslagen dit bedrag aangevuld met een aanvullende vergoeding van 1% over de werkelijke schade. In totaal heeft eiseres een bedrag van Dienst Toeslagen ontvangen van € 91.621,-.
9. Eiseres heeft op 10 november 2021 bezwaar gemaakt tegen het primaire besluit.
10. Het bezwaar van eiseres is voor advies voorgelegd aan de CWS. De CWS adviseert op 30 augustus 2022 om geen extra aanvullende schadevergoeding toe te kennen.
11. Op 26 oktober 2022 vindt een hoorzitting plaats.
12. De bezwaarschriftenadviescommissie (BAC) adviseert op 1 september 2023 om het bezwaar tegen de primaire beschikking gedeeltelijk gegrond te verklaren. De BAC adviseert om een deel van de geleden inkomensschade en de medische kosten te vergoeden voor een bedrag van € 23.942,-. In totaal bedraagt het compensatiebedrag € 115.563,-. Dienst Toeslagen heeft vervolgens het bestreden besluit genomen, waarin Dienst Toeslagen het advies van de BAC heeft overgenomen.
13. In deze zaak moet de rechtbank de vraag beantwoorden of Dienst Toeslagen de aanvullende compensatie voor werkelijk geleden schade niet te laag heeft vastgesteld. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiseres.
Omvang van het geschil
14. Eiseres heeft op 6 november 2023 een tweede verzoek om vergoeding van de werkelijke schade ingediend. De beroepsgronden ten aanzien van de nieuwe schadeposten die eiseres in het verzoek van 6 november 2023 heeft opgevoerd, vallen buiten de omvang van het geding. Dit omvat de volgende schadeposten: de gedwongen verkoop van haar woning, de verkoop van sieraden en nieuw opgevoerde medische kosten.
Leningen
15. Eiseres heeft een lening afgesloten bij Defam en bij haar vader om haar financiële problemen op te lossen die door de kinderopvangtoeslag zijn ontstaan. Eiseres heeft € 4.300,- geleend van haar vader. Bij Defam stond er op 12 juni 2025 een bedrag open van € 16.425,32. Volgens eiseres moet Dienst Toeslagen deze kosten vergoeden.
16. De rechtbank is van oordeel dat de hoofdsom van de persoonlijke leningen van eiseres geen schade is en daarom niet voor vergoeding in aanmerking komt. Eiseres heeft leningen afgesloten, omdat zij geld nodig had om schulden te betalen die als gevolg van de terugvorderingen zijn ontstaan. De rechtbank overweegt dat Dienst Toeslagen opnieuw heeft berekend op hoeveel kinderopvangtoeslag eiseres recht had en welke (inkomens)schade eiseres heeft geleden als gevolg van het institutioneel vooringenomen handelen door Dienst Toeslagen. Eiseres heeft hiervoor compensatie ontvangen. Deze compensatie is bedoeld om de kosten te betalen die als gevolg van de kinderopvangtoeslag zijn ontstaan. Omdat eiseres voor de individuele schadeposten is gecompenseerd, is de rechtbank van oordeel dat de persoonlijke lening geen schade is. Eiseres kan de lening aflossen met het compensatiebedrag. De persoonlijke lening komt niet voor vergoeding in aanmerking.
De kilometervergoeding
17. Eiseres heeft kilometervergoeding ontvangen voor de wegbrengen van haar kinderen in het weekend naar het internaat. Ten onrechte is geen kilometervergoeding voor het ophalen van haar kinderen toegekend. De kosten bedragen € 8.892,-.
18. Dienst Toeslagen stelt in het verweerschrift dat eiseres voor een bedrag van € 18.972,- is overgecompenseerd. Hoewel eiseres de aanvullende compensatie mag houden, zal de overcompensatie in mindering worden gebracht op eventuele andere aanvullende compensatie. Volgens Dienst Toeslagen heeft eiseres ten onrechte een vergoeding ontvangen voor de gemaakte kosten (in de periode 2014 tot en met 2016) voor vervangende opvang en de daarmee samenhangende reiskosten. De kinderen gingen toen naar de middelbare school en waren 13 en 15 jaar oud. Indien reguliere opvang zou zijn afgenomen, bestond er evident geen recht op vergoeding van de vervangende opvang en de daarmee samenhangende kosten. De vergoeding van deze kosten heeft daarom volgens Dienst Toeslagen ten onrechte plaatsgevonden.
19. De rechtbank is van oordeel dat er geen sprake is van overcompensatie. De rechtbank begrijpt dat het verzoekformulier waarin eiseres vraagt om vergoeding van vervangende opvang verwarring kan veroorzaken. Met vervangende opvangkosten wordt in het verzoekformulier namelijk bedoeld, de kosten voor vervangende opvang omdat het kind geen gebruik kon maken van reguliere opvang. Enkel kinderen jonger dan 12 jaar komen in aanmerking voor reguliere opvang en daarom worden ook alleen de kosten voor vervangende opvang voor kinderen jonger dan 12 jaar vergoed. Echter, uit de uitleg van eiseres in het formulier blijkt dat zij niet vraagt om vergoeding van vervangende opvang, maar om vergoeding van kosten als gevolg van stopzetting van de kinderopvangtoeslag. Eiseres heeft in het verzoekformulier verzocht om vergoeding van reiskosten van haar kinderen naar het internaat. De kinderen gingen in het weekend naar het internaat, omdat eiseres niet in staat was om voor haar kinderen te zorgen. Uit het CWS-advies van 28 september 2021 volgt dat de CWS het verzoek ook op deze manier heeft opgevat. De CWS heeft aannemelijk geacht dat eiseres haar kinderen naar de opvang heeft laten brengen vanwege medische klachten als gevolg van de stopzetting van de kinderopvangtoeslag. Hieruit volgt dat de reiskosten zijn aangemerkt als gevolgschade die in voldoende causaal verband staat met de stopzetting van de kinderopvangtoeslag. Dienst Toeslagen heeft het advies van CWS overgenomen in de primaire beslissing. In beroep heeft eiseres gesteld dat het ophalen van de kinderen niet meegenomen is in de kilometervergoeding. Eiseres heeft de kosten onderbouwd met screenshots van de routeplanner waarop de kilometers vermeld staan. De nieuwe opgave van de kilometers komt uit op een hoger aantal. Dienst Toeslagen heeft deze opgave niet betwist. Dat betekent dat de rechtbank de opgave aannemelijk vindt, waardoor de hogere vergoeding onweersproken uitkomt op € 8.892,-.
Inkomensschade door misgelopen promotie
20. Eiseres voert aan dat zij vanwege een reorganisatie moest solliciteren voor een hogere functie. Hiervoor is bij haar een assessment afgenomen. Hoewel zij het assessment had gehaald, heeft zij de promotie niet gekregen. Volgens eiseres is zij niet aangenomen voor de functie vanwege haar ziekteverzuim. Eiseres was vaak ziek als gevolg van de problemen door de stopzetting van de kinderopvangtoeslag. Dat eiseres de promotie niet heeft gekregen komt daarom door de stopzetting van de kinderopvangtoeslag. De vergoeding van 40% van de inkomensschade is onvoldoende, omdat 100% van de schade vergoed moet worden.
21. De rechtbank is van oordeel dat van oordeel dat Dienst Toeslagen voldoende heeft gemotiveerd waarom slechts 40% van de schade wordt vergoed. Eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat het mislopen van de promotie enkel komt door het hoge ziekteverzuim. Dienst Toeslagen wijst terecht op het assessment waaruit blijkt dat het hebben van MBO+ niveau een belangrijke functie-eis is. Uit het assessment volgt dat eiseres niet beschikt over MBO+ niveau. Dienst Toeslagen gaat over tot vergoeding van 40% van de schade omdat de werkgever aangeeft dat het opleidingsverschil mogelijk gecompenseerd had kunnen worden met veel werkervaring. Eiseres had meer werkervaring gehad als zij minder vaak ziek was geweest. Een vergoeding van 40% van de inkomensschade vindt de rechtbank daarom redelijk.
Vergoeding inkomensschade tot pensioengerechtigde leeftijd
22. Tussen partijen is ook in geschil voor welke periode de inkomensschade vergoed moet worden. Eiseres vindt dat haar inkomensschade moet worden vergoed tot aan de pensioengerechtigde leeftijd. Dienst Toeslagen heeft de inkomensschade vergoed voor een periode van 6 jaar, omdat onvoldoende aanknopingspunten aanwezig zijn dat eiseres in de verdere toekomst schade zal lijden door verlies aan arbeidsvermogen. Na het mislopen van de promotie, heeft het inkomen van eiseres een positieve ontwikkeling doorgemaakt. Dat komt omdat eiseres sinds 2019 bijverdiensten had uit een andere inkomensbron. Eiseres had carrièreperspectief gezien de ontwikkeling in haar inkomsten, haar leeftijd en opleiding. De inkomensschade duurt 6 jaar. Dit is de periode die nodig is om in schaal 7, trede 10 te komen.
23. De rechtbank is van oordeel dat Dienst Toeslagen onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de inkomensschade van eiseres niet vergoed wordt tot de pensioengerechtigde leeftijd. Op zitting heeft eiseres verklaard dat de inkomensgroei is ontstaan doordat zij mantelzorgwerkzaamheden verrichtte. De tijdelijke inkomsten vanwege de mantelzorgwerkzaamheden had Dienst Toeslagen buiten beschouwing moeten laten bij de beoordeling van de ontwikkeling van het inkomen. Hierbij merkt de rechtbank op dat de inkomsten uit mantelzorg wel als gevolg hebben dat de schade minder groot is, waardoor Dienst Toeslagen de inkomsten uit mantelzorg wel mag betrekken in het totaal te vergoeden schadebedrag.
Inkomensschade door minder werken
24. Eiseres voert aan dat zij genoodzaakt was om minder uren te werken vanaf november 2020, om verslechtering van haar gezondheid te voorkomen. Volgens eiseres is haar schade niet volledig vergoed door Dienst Toeslagen
25. De rechtbank stelt vast dat eiseres de kosten waar zij om heeft verzocht volledig vergoed heeft gekregen. Hetgeen aan eiseres is toegekend, heeft eiseres ook niet betwist. De stelling dat haar schade hoger ligt dan zij eerder had gesteld, heeft eiseres niet met stukken onderbouwd.
Immateriële schade
26. Volgens eiseres heeft Dienst Toeslagen nagelaten om aan de hand van de recente bouwstenen uit het nieuwe schadekader de hoogte van de immateriële schadevergoeding te bepalen. De beoordeling is onvolledig omdat bij de vaststelling van de immateriële schadevergoeding geen rekening is gehouden met de gedwongen verkoop van haar woning en sieraden. Daarnaast ontwikkelde zij een hernia waardoor zij haar kinderen niet meer kon verzorgen en de kinderen naar een internaat moesten in het weekend. Door de problemen met de kinderopvangtoeslag is de dochter van eiseres ook ziek geworden. De toegekende immateriële schadevergoeding van € 26.450,- is te laag. Volgens eiseres bedraagt de werkelijke immateriële schade € 50.000,-
27. De rechtbank stelt vast dat uit de bestreden beslissing niet volgt hoe Dienst Toeslagen de immateriële schadevergoeding heeft berekend. In het verweerschrift heeft Dienst Toeslagen de berekening van de immateriële schadevergoeding nader gemotiveerd, aan de hand van het per 1 juli 2024 gewijzigde schadekader. Hierin heeft Dienst Toeslagen de ziekte van eiseres en het emotionele leed van de kinderen meegewogen. Op basis van het nieuwe schadekader komt de immateriële schadevergoeding uit op een bedrag van € 33.000,-. Dienst Toeslagen heeft de immateriële schade als gevolg van de verkoop van de woning en de sieraden niet meegenomen in de beoordeling, omdat deze schadeposten worden behandeld in het tweede verzoek. Deze schadeposten vallen daarom buiten de omvang van het geding. Dienst Toeslagen zal in het tweede verzoek beoordelen of er causaal verband bestaat tussen de stopzetting van de kinderopvangtoeslag en de verkoop van de woning en de sieraden. Als er een causaal verband bestaat kan voor deze schadeposten immateriële schadevergoeding worden toegekend. De rechtbank is van oordeel dat de door Dienst Toeslagen vastgestelde immateriële schadevergoeding € 33.000,- , vermeerderd met de wettelijke rente, redelijk en billijk is. Dienst Toeslagen heeft al een bedrag van € 26.450,- aan immateriële schadevergoeding toegekend. Hierdoor bestaat er nog aanspraak op € 6.550,-. Dit bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente, is redelijk en billijk.
28. Het beroep is gegrond. Het bestreden besluit kan niet in stand blijven omdat het, voor zover het gaat om de schadeposten ‘de kilometervergoeding’, ‘vergoeding inkomensschade tot pensioengerechtigde leeftijd’ en ‘immateriële schadevergoeding’, in strijd is met het zorgvuldigheidsbeginsel en omdat het niet berust op een deugdelijke motivering. Dienst Toeslagen zal opnieuw op het bezwaar moeten beslissen en de rechtbank zal daarvoor een termijn van 12 weken stellen. Tegelijk merkt de rechtbank op dat Dienst Toeslagen nog moet beslissen op het bezwaar van eiseres tegen het besluit van 29 januari 2025 op haar tweede schadeverzoek van eiseres. De rechtbank kan zich voorstellen dat partijen afspreken dat nadere beslissing die op basis van deze uitspraak genomen moet worden en de beslissing op het bezwaar over het tweede schadeverzoek tegelijkertijd worden genomen. Zij kunnen daarbij afwijken van de termijn die de rechtbank in deze uitspraak stelt.
29. Omdat het beroep gegrond is, krijgt eiseres een vergoeding voor de proceskosten die zij heeft gemaakt. Dienst Toeslagen moet die vergoeding betalen. De vergoeding wordt met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. De bijstand door een gemachtigde levert 2 punten op (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het bijwonen van de zitting, met een waarde per punt van € 907,-) Toegekend wordt € 1.814,-.
De rechtbank:
– verklaart het beroep gegrond;
– vernietigt het besluit van 24 november 2023 voor zover dat betrekking heeft op de schadeposten ‘de kilometervergoeding’, ‘vergoeding inkomensschade tot pensioengerechtigde leeftijd’ en ‘immateriële schadevergoeding’;
– draagt Dienst Toeslagen op binnen 12 weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op het bezwaar met inachtneming van deze uitspraak;
– veroordeelt Dienst Toeslagen in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 1.814,-.
– bepaalt dat Dienst Toeslagen het griffierecht van € 50,- aan eiseres moet vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.J. Catsburg, rechter, in aanwezigheid van mr. N.A.P. Vrijsen, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 8 augustus 2025
De griffier is verhinderd
deze uitspraak te ondertekenen.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: