Naheffingsaanslag parkeerbelasting; gegrond.
ECLI:NL:RBMNE:2026:2244
text/xml
public
2026-05-26T11:51:01
2026-05-07
Raad voor de Rechtspraak
nl
Rechtbank Midden-Nederland
2026-04-20
UTR 25/4931
Uitspraak
Eerste aanleg – enkelvoudig
Mondelinge uitspraak
Proces-verbaal
NL
Utrecht
Bestuursrecht
Rechtspraak.nl
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:2244
text/html
public
2026-05-26T11:50:30
2026-05-26
Raad voor de Rechtspraak
nl
ECLI:NL:RBMNE:2026:2244 Rechtbank Midden-Nederland , 20-04-2026 / UTR 25/4931
Naheffingsaanslag parkeerbelasting; gegrond.
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 25/4931
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 april 2026 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [plaats] , eiseres,
en
de heffingsambtenaar van de gemeente Amersfoort, verweerder.
1.1
De heffingsambtenaar heeft aan eiseres een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd. Eiseres heeft tegen deze naheffingsaanslag bezwaar gemaakt.
1.2
Met de uitspraak op bezwaar van 12 augustus 2025 heeft de heffingsambtenaar het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.
1.3
Eiseres heeft tegen de uitspraak op bezwaar beroep ingesteld. De heffingsambtenaar heeft niet gereageerd op de verzoeken van de rechtbank om de stukken en het verweerschrift in te dienen. .
1.4
De zaak is behandeld op de zitting van 20 april 2026. Partijen zijn niet verschenen, zonder bericht van verhindering.
De rechtbank:
– verklaart het beroep gegrond;
– vernietigt de uitspraak op bezwaar;
– vernietigt de naheffingsaanslag;
– bepaalt dat deze uitspraak in de plaats komt van de uitspraak op bezwaar;
– draagt de heffingsambtenaar op het betaalde griffierecht van € 53,- aan eiseres te vergoeden.
2. Op 28 mei 2025 stond het voertuig van eiseres met kenteken [kenteken] geparkeerd aan de Leusderweg in Amersfoort, zonder dat de verschuldigde parkeerbelasting was voldaan. Naar aanleiding hiervan is de naheffingsaanslag met aanslagnummer [nummer] om 17:22 uur opgelegd.
3. Eiseres voert aan dat zij heeft betaald bij de parkeerautomaat. Zij heeft betaald om 17:22 uur en de naheffingsaanslag is om 17:22 uur opgelegd. In het bezwaarschrift geeft eiseres aan dat zij meteen van haar auto naar de parkeerautomaat is gelopen. De medewerker die het bewaar behandelde schrijft: ‘Bij belparkeren moet de bestuurder, direct nadat hij de auto heeft neergezet, zijn voertuig telefonisch aanmelden. Het spreekt min of meer voor zich dat dit vóór het verlaten van het voertuig gebeurt.’
Eiseres heeft geen belparkeren en moest dus naar de parkeerautomaat lopen, hetgeen zij
onmiddellijk deed. Betalen via een parkeerautomaat gaat nou eenmaal niet zonder
het voertuig te verlaten, voor zover bij eiseres bekend. Eiseres heeft een bewijs van de betaling bij de parkeerautomaat overgelegd.
4. De rechtbank is het met eiseres eens. Eiseres heeft aangetoond dat zij op 28 mei 2025 om 17:22 uur heeft betaald bij de parkeerautomaat. Van “belparkeren” is dan ook geen sprake. Aangezien de heffingsambtenaar juist vanwege het “belparkeren” en zijn visie daaromtrent het bezwaar van eiseres ongegrond heeft verklaard, en niet is ingegaan op de betaling van eiseres bij de parkeerautomaat waarvoor wel enige tijd gegund moet worden (naheffingsaanslag en betaling om 17:22 uur), kan de uitspraak op bezwaar geen standhouden. Het beroep is dan ook gegrond.
5. Omdat het beroep gegrond is moet de heffingsambtenaar het griffierecht aan eiseres vergoeden. Voor een proceskostenvergoeding is geen aanleiding.
6. Op de zitting is gewezen op de mogelijkheid om tegen deze uitspraak in hoger beroep te gaan op de manier zoals onderaan dit proces-verbaal staat omschreven.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 20 april 2026 door mr. J.W. Veenendaal, rechter, in aanwezigheid van P.W. Hogenbirk, griffier.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Digitaal beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (belastingkamer), Locatie Arnhem, Postbus 9030, 6800 EM Arnhem.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.