Wahv, termijnoverschrijding administratief beroep. De termijnoverschrijding behoort inmiddels niet meer tot de omvang van het geding en wordt door de kantonrechter niet ambtshalve getoetst. Het administratief beroep is in het licht daarvan ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard.
ECLI:NL:RBMNE:2026:4710
text/xml
public
2026-07-28T08:39:36
2026-07-24
Raad voor de Rechtspraak
nl
Rechtbank Midden-Nederland
2026-07-22
11523021 UM VERZ 24-1847
Uitspraak
Eerste aanleg – enkelvoudig
NL
Utrecht
Bestuursrecht; Bestuursstrafrecht
Rechtspraak.nl
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:4710
text/html
public
2026-07-28T08:39:03
2026-07-28
Raad voor de Rechtspraak
nl
ECLI:NL:RBMNE:2026:4710 Rechtbank Midden-Nederland , 22-07-2026 / 11523021 UM VERZ 24-1847
Wahv, termijnoverschrijding administratief beroep. De termijnoverschrijding behoort inmiddels niet meer tot de omvang van het geding en wordt door de kantonrechter niet ambtshalve getoetst. Het administratief beroep is in het licht daarvan ten onrechte niet-ontvankelijk verklaard.
Strafrecht
zittingsplaats Utrecht
zaaknummer: 11523021 UM VERZ 25-1847
CJIB-nummer: 248902565
inzake
Aan de betrokkene is een administratieve sanctie opgelegd van € 370,00. De boete is opgelegd omdat uit een registercontrole van de RDW is gebleken dat de snorfiets van de betrokkene op 10 maart 2022 niet verzekerd was.
De officier van justitie heeft het administratief beroep van de betrokkene niet-ontvankelijk verklaard, omdat het te laat was ingesteld.
Tegen de beslissing van de officier van justitie heeft de betrokkene beroep ingesteld bij de kantonrechter. Zij heeft aangevoerd dat het om een kapotte scooter ging die in de tuin stond en heeft dat met foto’s onderbouwd.
Een andere kantonrechter heeft de zaak behandeld op de zitting van 16 mei 2025. De betrokkene heeft laten weten verhinderd te zijn en heeft verzocht om de zitting op een andere dag te plannen. Namens de officier van justitie was een zittingsvertegenwoordiger aanwezig, die het standpunt heeft ingenomen dat de opgelegde boete in deze omstandigheden niet billijk is en dat de boete moet worden gematigd naar € 100,00.
De andere kantonrechter heeft in een tussenbeslissing laten weten dat hij het voornemen heeft om de boete te matigen naar € 100,00, dat de betrokkene de gelegenheid krijgt om te laten weten of zij dit op een nieuwe zitting wil bespreken en dat de kantonrechter zonder zitting uitspraak zal doen als de betrokkene niets laat weten. De betrokkene heeft hierop niet gereageerd.
De zaak is toegewezen aan deze kantonrechter. Omdat de betrokkene geen gebruik heeft gemaakt van haar recht om op een nadere zitting te worden gehoord, sluit de kantonrechter nu het onderzoek.
De kantonrechter toetst niet zelf (‘ambtshalve’) of het administratief beroep op tijd is ingesteld (zie het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 22 juli 2021, ECLI:NL:GHARL:2021:7065). De zittingsvertegenwoordiger heeft op de zitting een inhoudelijk standpunt ingenomen over de billijkheid van het boetebedrag. Daaruit leidt de kantonrechter af dat de overschrijding van de termijn die gold voor het instellen van administratief beroep inmiddels niet meer tot de omvang van het geding behoort. De kantonrechter oordeelt daarom dat de officier van justitie het administratief beroep in het licht van het huidige standpunt ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard. Het beroep bij de kantonrechter is daarom gegrond en de kantonrechter zal de zaak inhoudelijk beoordelen.
De onverzekerde scooter van de betrokkene stond kapot in haar tuin en kon niet worden gebruikt op de openbare weg. Hoewel de scooter niet geschorst was en dus ook in deze situatie verzekerd had moeten zijn, is de overtreding onder deze omstandigheden minder ernstig. De kantonrechter is het met de betrokkene en de zittingsvertegenwoordiger eens dat het billijk is om het boetebedrag te matigen en zal dat doen tot het door de zittingsvertegenwoordiger voorgestelde bedrag van € 100,-.
De kantonrechter stelt vervolgens vast dat niet binnen een redelijke termijn uitspraak is gedaan, zoals bedoeld in artikel 17, eerste lid, van de Grondwet. De consequentie hiervan is dat de boete verder wordt gematigd met 25 procent.
De kantonrechter:
verklaart het beroep gegrond;
vernietigt de beslissing van de officier van justitie;
stelt het bedrag van de administratieve sanctie op € 75,-;
bepaalt dat de officier van justitie aan betrokkene het te veel betaalde teruggeeft.
Deze beslissing is genomen door mr. K. de Meulder, kantonrechter, en schriftelijk uitgesproken op 22 juli 2026, in tegenwoordigheid van de griffier.
de griffier, de kantonrechter,
H.A. van Gastel mr. K. de Meulder
Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem – Leeuwarden, maar alleen als:
de u opgelegde administratieve sanctie meer dan € 110,00 bedraagt, of
uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u niet of niet op tijd zekerheid heeft gesteld.
Het beroepschrift moet worden ingediend bij
de rechtbank Midden-Nederland, Afdeling Strafrecht,
locatie Utrecht, o.v.v. Mulderzaken, postbus 16005, 3500 DA Utrecht.
Let u erop dat u of uw gemachtigde het beroepschrift heeft ondertekend.
De procedure bij het gerechtshof verloopt geheel schriftelijk, tenzij u in uw beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting vraagt waarop u uw standpunt mondeling wilt toelichten.
Datum toezending proces-verbaal: