Menu

Filter op
content
PONT | Data&Privacy

0

ECLI:NL:RBMNE:2026:4723

BNT WIA bezwaar gegrond

Rechtbank Midden-Nederland 27 July 2026

Jurisprudentie – Uitspraken

ECLI:NL:RBMNE:2026:4723
text/xml
public
2026-07-27T11:33:46
2026-07-24
Raad voor de Rechtspraak
nl
Rechtbank Midden-Nederland
2026-07-09
UTR 26/5838
Uitspraak
Eerste aanleg – enkelvoudig
NL
Utrecht
Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht

Rechtspraak.nl

http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:4723
text/html
public
2026-07-27T11:33:32
2026-07-27
Raad voor de Rechtspraak
nl
ECLI:NL:RBMNE:2026:4723 Rechtbank Midden-Nederland , 09-07-2026 / UTR 26/5838

BNT WIA bezwaar gegrond

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 26/5838

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 9 juli 2026 in de zaak tussen

[eiseres] , te [plaats] , eiseres

(gemachtigde: mr. G.A.R. Wieleman)

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, verweerder.

Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiseres heeft ingediend, omdat verweerder niet op tijd heeft beslist op haar bezwaar van 28 mei 2025 tegen het besluit van 23 april 2025.

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.

2. Als een bestuursorgaan niet op tijd beslist op een aanvraag of bezwaarschrift kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Wel moet de betrokkene dan eerst een ‘ingebrekestelling’ aan het bestuursorgaan sturen. Dat wil zeggen dat de betrokkene per brief aan het bestuursorgaan moet laten weten dat er binnen twee weken alsnog beslist moet worden op zijn aanvraag of bezwaar. Dit staat (onder andere) in de artikelen 6:2, 6:12 en 7:1 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

3. Niet in geschil is dat verweerder te laat is met het nemen van een beslissing op het bezwaar. Dat geeft verweerder ook toe in zijn verweerschrift van 23 juni 2026. De rechtbank stelt vast dat verweerder de ingebrekestelling op 10 december 2025 heeft ontvangen en sindsdien twee weken zijn verstreken. Eiseres heeft op 9 juni 2026 beroep ingesteld.

Verweerder moet alsnog een besluit nemen

4. Omdat verweerder nog geen besluit heeft genomen bepaalt de rechtbank dat verweerder dit alsnog moet doen. Het wettelijke uitgangspunt is op grond van het bepaalde in artikel 8:55d, eerste lid van de Awb een termijn van twee weken. In bijzondere gevallen kan de rechtbank een andere termijn bepalen of een andere voorziening treffen. Het is vaste rechtspraak dat die andere termijn niet onnodig lang, maar ook niet onrealistisch kort moet zijn.

5. Verweerder geeft in zijn verweerschrift aan dat hij door een tekort aan verzekeringsartsen tot op heden nog niet in staat is geweest om het bezwaar binnen de gestelde termijn af te handelen. Verweerder heeft de rechtbank verzocht om een beslistermijn vast te stellen die aansluit bij de termijn zoals gehanteerd in de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 30 juli 2025. De rechtbank ziet hier aanleiding om, gezien de omstandigheden die door verweerder zijn genoemd, de beslistermijn vast te stellen op twee maanden. De rechtbank sluit hiervoor aan bij haar uitspraak van de meervoudige kamer van 9 januari 2025. De rechtbank ziet geen aanleiding om in dit geval af te wijken van deze termijn. Dat de rechtbank Rotterdam in een andere zaak een langere termijn heeft gehanteerd, leidt niet tot een ander oordeel. Dit betekent dat verweerder binnen twee maanden na het verzenden van deze uitspraak een beslissing moet nemen.

Rechterlijke dwangsom

6. De rechtbank bepaalt dat verweerder een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag waarmee de beslistermijn nu nog wordt overschreden door verweerder. Daarbij geldt wel een maximum van € 15.000,-.

7. Het beroep is gegrond. Dat betekent dat eiseres gelijk krijgt en dat verweerder binnen een termijn van twee maanden na verzending van deze uitspraak een beslissing nemen op het bezwaar van eiseres.

8. Dat betekent ook dat eiseres een vergoeding krijgt voor de proceskosten die zij heeft gemaakt. Verweerder moet dit betalen. Volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht is dit een vast bedrag omdat eiseres een professionele (juridische) hulpverlener heeft ingeschakeld om voor haar een beroepschrift in te dienen. Omdat de zaak alleen gaat over de vraag of de beslistermijn is overschreden wordt een lager bedrag toegekend (wegingsfactor 0,5). Verder zijn er geen andere kosten gemaakt die vergoed kunnen worden. Toegekend wordt € 467,-.

9. Omdat het beroep gegrond is moet verweerder het griffierecht van € 54,- aan eiseres betalen.

De rechtbank:

– verklaart het beroep gegrond;

– vernietigt het, met een besluit gelijk te stellen, niet tijdig nemen van een besluit;

– draagt verweerder op binnen twee maanden na de dag van verzending van deze uitspraak alsnog een besluit bekend te maken;

– bepaalt dat verweerder aan eiseres een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag waarmee hij de hiervoor genoemde termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-;

– bepaalt dat verweerder het griffierecht van € 54,- dat eiseres heeft betaald moet betalen;

– veroordeelt verweerder tot betaling van € 467,- aan proceskosten. Verweerder moet dit bedrag betalen aan eiseres.

Deze uitspraak is gedaan door mr. R.C. Stijnen, rechter, in aanwezigheid van mr. E.J.H.C. Hui, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 9 juli 2026.

griffier rechter

Afschrift verzonden of digitaal ter beschikking gesteld aan partijen op:



Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.

Artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

ECLI:NL:RBROT:2025:9226.

ECLI:NL:RBMNE:2025:41.

Conform de uitspraak van de Afdeling van bijvoorbeeld 2 mei 2024, ECLI:NL:RVS:2024:1796.

Artikel delen