Menu

Filter op
content
PONT | Data&Privacy

0

ECLI:NL:RBMNE:2026:4753

Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak. Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen (Awir). De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat Dienst Toeslagen eiseres en de man waarmee zij op hetzelfde adres woont kon aanmerken als toeslagpartners. Het beroep is ongegrond.

Rechtbank Midden-Nederland 6 August 2026

Jurisprudentie – Uitspraken

ECLI:NL:RBMNE:2026:4753
text/xml
public
2026-08-06T11:49:51
2026-07-24
Raad voor de Rechtspraak
nl
Rechtbank Midden-Nederland
2026-07-13
UTR 26/2887
Uitspraak
Eerste aanleg – enkelvoudig
Mondelinge uitspraak
Proces-verbaal
NL
Utrecht
Bestuursrecht

Rechtspraak.nl

http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBMNE:2026:4753
text/html
public
2026-08-06T11:49:10
2026-08-06
Raad voor de Rechtspraak
nl
ECLI:NL:RBMNE:2026:4753 Rechtbank Midden-Nederland , 13-07-2026 / UTR 26/2887

Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak. Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen (Awir). De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat Dienst Toeslagen eiseres en de man waarmee zij op hetzelfde adres woont kon aanmerken als toeslagpartners. Het beroep is ongegrond.


RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht

Bestuursrecht

zaaknummer: UTR 26/2887

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 13 juli 2026 in de zaak tussen

</p> <p> [eiseres] , uit [plaats] , eiseres

en



(gemachtigden: [gemachtigden] ).

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar aanvraag voor herziening van haar recht op kindgebonden budget over de jaren 2023 en 2024.

2. Dienst Toeslagen heeft deze aanvraag met het besluit van 13 februari 2026 afgewezen. Met het bestreden besluit van 8 april 2026 op het bezwaar van eiseres is Dienst Toeslagen bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.

3. Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.

4. Dienst Toeslagen heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.

5. De rechtbank heeft het beroep van eiseres tegen het bestreden besluit op 13 juli 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, [A] (de zoon van eisers) en de gemachtigden van Dienst Toeslagen.

6. Na afloop van zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.

7. De rechtbank beoordeelt de vraag of Dienst Toeslagen het herzieningsverzoek mocht afwijzen, omdat eiseres en meneer [B] kunnen worden aangemerkt als toeslagpartners. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiseres.

8. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

9. Tussen partijen staat ter discussie of Dienst Toeslagen meneer [B] terecht heeft aangemerkt als de toeslagpartner van eiseres en daarom zijn inkomen heeft betrokken bij de berekening van haar recht op kindgebonden budget. Eiseres vindt dat meneer [B] niet als haar toeslagpartner kan worden aangemerkt, omdat zij weliswaar op hetzelfde adres wonen, maar geen relatie hebben, geen gemeenschappelijke huishouding voeren en geen financiën delen. Zij wonen alleen samen omdat eiseres en haar zoon woonruimte nodig hadden.

10. De rechtbank oordeelt dat Dienst Toeslagen meneer [B] terecht als de toeslagpartner van eiseres heeft aangemerkt. Volgens de wet is onder andere sprake van toeslagpartnerschap als twee meerderjarige personen op hetzelfde woonadres zijn ingeschreven en op dit adres ook een minderjarig kind van een van hen staat ingeschreven. Van dit uitgangspunt kan alleen worden afgeweken als de belanghebbende met een schriftelijke huurovereenkomst laat blijken dat een van hen op zakelijke gronden een gedeelte van de woning huurt van de ander of dat zij beiden op zakelijke gronden een eigen gedeelte van de woning huren van een derde. Het is daarom niet van belang of eiseres en meneer [B] een relatie hebben, een gezamenlijke huishouding voeren of hun financiën delen.

11. Vaststaat dat eiseres en haar minderjarige zoon staan ingeschreven op hetzelfde adres als meneer [B] en dat geen sprake is van een schriftelijke huurovereenkomst waaruit blijkt dat een van hen op zakelijke gronden de woning huurt van de ander of van een derde. Dienst Toeslagen heeft daarom gelet op de wet eiseres en meneer [B] terecht aangemerkt als toeslagpartners.

12. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.

13. Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid om tegen de mondelinge uitspraak in hoger beroep te gaan op de hieronder omschreven wijze.

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 13 juli 2026 door mr. J.J. Catsburg, rechter, in aanwezigheid van mr. B.J. van Rossum, griffier.

griffier

rechter

Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:



Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Dit volgt uit artikel 3, tweede lid, aanhef en onder e, van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen.

Artikel delen