Uitleg van het begrip 'aankomsttijd'. Omboeking naar dezelfde vlucht van precies één dag later.
ECLI:NL:RBNHO:2025:15930
text/xml
public
2026-06-04T11:54:37
2026-02-16
Raad voor de Rechtspraak
nl
Rechtbank Noord-Holland
2025-12-31
11387976
Uitspraak
Bodemzaak
NL
Haarlem
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Rechtspraak.nl
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2025:15930
text/html
public
2026-06-04T11:54:12
2026-06-04
Raad voor de Rechtspraak
nl
ECLI:NL:RBNHO:2025:15930 Rechtbank Noord-Holland , 31-12-2025 / 11387976
Uitleg van het begrip ‘aankomsttijd’. Omboeking naar dezelfde vlucht van precies één dag later.
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 11387976 CV EXPL 24-7766
Uitspraakdatum: 31 december 2025
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
[eiseres]
wonende te [plaats]
eiseres
hierna te noemen: de passagier
gemachtigde: Yource B.V.
tegen
de rechtspersoon naar buitenlands recht
Air Europa Lineas Aereas S.A.
gevestigd te Baleares (Spanje)
gedaagde
hierna te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. T. Estirado Fontalba
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
– de dagvaarding:
– de conclusie van antwoord;
– de conclusie van repliek;
– de conclusie van dupliek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2.1.
De passagier hebben met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder haar op 28 en 29 februari 2024 vervoeren van Buenos Aires (Argentinië) via Madrid (Spanje) naar Amsterdam, met vluchten UX42 en UX1091, hierna: de vlucht.
2.2.
De vervoerder heeft de vlucht geannuleerd.
2.3.
De passagier is omgeboekt naar dezelfde vlucht(combinatie) van één dag later.
2.4.
De passagier heeft compensatie van de vervoerder gevorderd.
2.5.
De vervoerder heeft niet uitbetaald.
3.1.
De passagier vordert dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 600,00, te vermeerderen met de wettelijke rente; – € 108,90 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;- de proceskosten en de nakosten.
3.2.
De passagier baseert haar vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagier stelt dat de vervoerder haar vanwege de annulering van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 600,00 (artikel 7 van de Verordening).
3.3.
De vervoerder betwist de vordering. Op zijn verweer wordt bij de beoordeling van het geschil ingegaan.
4.1.
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.
4.2.
De vervoerder heeft een beroep op buitengewone omstandigheden gedaan. De kantonrechter overweegt dat wat daar ook van zij, niet is gebleken dat de vervoerder alle redelijke maatregelen heeft genomen om de vertraging op de eindbestemming te voorkomen dan wel te beperken. Het is vaste rechtspraak dat indien passagiers met een door de vervoerder zelf uitgevoerde alternatieve vlucht de dag na de oorspronkelijk vastgestelde dag aankomen, dit in beginsel geen redelijke maatregel vormt.
4.3.
De passagier is omgeboekt naar dezelfde vlucht, maar dan van één dag later. Daarmee is de passagier op 1 maart 2024 om 09:39 uur (lokale tijd) – 23 uur en 59 minuten later dan oorspronkelijk gepland – in Amsterdam geland. Voor het begrip ‘aankomsttijd’ gaat de kantonrechter uit van het tijdstip waarop ten minste één vliegtuigdeur opent, met dien verstande dat de eerste passagiers op dat tijdstip het toestel kunnen verlaten. De vervoerder heeft niet betwist dat de eerste passagiers eerst na 09:40 uur (lokale tijd) het vliegtuig konden verlaten. De kantonrechter houdt het er dan ook voor dat de passagier met minstens 24 uur vertraging in Amsterdam is aangekomen.
4.4.
Het is aan de vervoerder om in een dergelijk geval voldoende aannemelijk te maken dat er geen enkele andere mogelijkheid voor een rechtstreekse of indirecte alternatieve vlucht bestond met een door hemzelf of door een andere luchtvaartmaatschappij uitgevoerde vlucht die op een minder laat tijdstip aankwam dan de aangeboden vlucht. De enkele (blote) stellingen van de vervoerder dat er geen eerdere vluchten beschikbaar waren en dat andere luchtvaartmaatschappijen aan dezelfde beperkingen onderworpen waren is daartoe onvoldoende. Zodoende heeft de vervoerder naar het oordeel van de kantonrechter niet aannemelijk gemaakt dat de alternatief aangeboden vlucht een redelijke maatregel vormt in de zin van bovengenoemd arrest.
4.5.
Het voorgaande betekent dat ook indien op enig moment zou komen vast te staan dat sprake was van een buitengewone omstandigheid, de vervoerder gehouden is de compensatie te betalen in verband met de vertraging op de eindbestemming. De vordering tot betaling van de hoofdsom (en de wettelijke rente daarover) zal worden toegewezen.
4.6.
De passagier heeft een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten gevorderd. De vordering heeft geen betrekking op één van de situaties waarin het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten van toepassing is. Daarom moet de kantonrechter de vraag of buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd zijn, toetsen aan het rapport Voorwerk II. De passagier heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de verrichte werkzaamheden meer hebben omvat dan de verzending van een enkele (eventueel herhaalde) aanmaning, het enkel doen van een schikkingsvoorstel, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen of het op gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten (en de daarover gevorderde rente) moet daarom worden afgewezen.
4.7.
De vervoerder is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van de passagier worden begroot op:
– kosten van de dagvaarding
€
135,97
– griffierecht
€
218,00
– salaris gemachtigde
€
270,00
(2 punten × € 135,00)
– nakosten
€
67,50
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
691,47
De kantonrechter:
5.1.
veroordeelt de vervoerder tot betaling aan de passagier van € 600,00 te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 29 februari 2024 tot aan de dag der algehele voldoening;
5.2.
veroordeelt de vervoerder in de proceskosten van € 691,47, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als de vervoerder niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;
5.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
5.4.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter
Hierbij gaat de kantonrechter voor de interpretatie van het hiervoor genoemde woord ‘dag’ uit van een tijdruimte en voor de uitleg ervan wordt aangesloten bij de algemeen geaccepteerde uitleg, zijnde een tijdsduur van 24 uur.
Hof van Justitie van 11 juni 2020 (C-74/19).