De vertrekvertraging is veroorzaakt door slotrestricties. De vertraging is vervolgens verder opgelopen doordat de vlucht geen toestemming kreeg om te landen. Dat is een buitengewone omstandigheid.
ECLI:NL:RBNHO:2025:16004
text/xml
public
2026-07-28T17:20:49
2026-04-16
Raad voor de Rechtspraak
nl
Rechtbank Noord-Holland
2025-12-10
11323630
Uitspraak
Bodemzaak
NL
Haarlem
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Rechtspraak.nl
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2025:16004
text/html
public
2026-07-28T17:20:19
2026-07-28
Raad voor de Rechtspraak
nl
ECLI:NL:RBNHO:2025:16004 Rechtbank Noord-Holland , 10-12-2025 / 11323630
De vertrekvertraging is veroorzaakt door slotrestricties. De vertraging is vervolgens verder opgelopen doordat de vlucht geen toestemming kreeg om te landen. Dat is een buitengewone omstandigheid.
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 11323630 CV EXPL 24-6709
Uitspraakdatum: 10 december 2025
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
de rechtspersoon naar buitenlands recht
AirHelp Germany GmbH
gevestigd te Berlijn (Duitsland)
eiseres
hierna te noemen: Airhelp
gemachtigde: mr. D.E. Lof
tegen
de rechtspersoon naar buitenlands recht
Finnair OYj
gevestigd te Helsinki (Finland)
gedaagde
hierna te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. T. Teke
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
– de dagvaarding:
– de conclusie van antwoord;
– de conclusie van repliek;
– de conclusie van dupliek;- de akte eiseres.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2.1.
[betrokkene 1] en [betrokkene 2] (hierna: de passagiers) hebben met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hen op 25 mei 2025 vervoeren vanaf Tallinn (Estland) via Helsinki (Finland) naar Amsterdam.
2.2.
Vlucht AY1020 van Tallinn naar Helsinki (hierna: de vlucht) is vertraagd uitgevoerd. De passagiers hebben hun aansluitende vlucht naar Amsterdam gemist.
2.3.
De passagiers hebben hun eventuele vorderingsrecht aan Airhelp overgedragen.
2.4.
Airhelp heeft compensatie van de vervoerder verzocht. De vervoerder heeft niet uitbetaald.
3. Het geschil
3.1.
Airhelp vordert dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 500,00, te vermeerderen met de wettelijke rente; – de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente.
3.2.
Airhelp baseert haar vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). Airhelp stelt dat de vervoerder vanwege de vertraging van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 250,00 per passagier (artikel 7 van de Verordening).
3.3.
De vervoerder betwist de vordering. Op zijn verweer wordt bij de beoordeling van het geschil ingegaan.
4.1.
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.
4.2.
De vlucht is met 26 minuten vertraging uit Tallinn vertrokken. Tussen partijen is niet in geschil dat de vertrekvertraging is veroorzaakt door slotrestricties afkomstig van de luchtverkeersleiding. De reden voor het opleggen van restricties door de luchtverkeersleiding (onderhoud aan de landingsbaan) is in beginsel niet relevant voor de kwalificatie als buitengewone omstandigheid. Wanneer een vlucht een gewijzigd slot krijgt opgelegd, heeft deze vlucht niet de mogelijkheid om toch eerder te vertrekken. Een slot moet immers altijd worden opgevolgd en is niet inherent aan de normale bedrijfsuitvoering van een luchtvaartmaatschappij. Gesteld noch gebleken is dat de luchtverkeersleiding de gewijzigde slottijden heeft opgelegd door toedoen van de vervoerder.
4.3.
De vervoerder heeft aangevoerd dat de vertraging vervolgens tijdens de uitvoering van de vlucht met 24 minuten is opgelopen als gevolg van een capaciteitsreductie en slechte weersomstandigheden. Ter onderbouwing hiervan heeft hij als productie 8 bij antwoord een schermafdruk van de afgelegde route overgelegd. Hieruit blijkt dat het toestel rondjes heeft gevlogen, voordat het toestemming kreeg om te landen. De vervoerder heeft daarmee voldoende aannemelijk gemaakt dat de langere vluchtduur is veroorzaakt door omstandigheden die buiten de invloedssfeer van de vervoerder liggen. De conclusie is dat het beroep op buitengewone omstandigheden slaagt.
4.4.
Resteert de vraag of de vervoerder alle redelijke maatregelen heeft genomen om de vertraging van de passagiers te voorkomen dan wel te beperken. Airhelp heeft in dit verband gesteld dat de vervoerder onvoldoende buffer in de overstaptijd heeft ingeruimd. Het uitgangspunt is dat de vervoerder in het stadium van de planning van de vlucht redelijkerwijs rekening moet houden met het risico op vertraging die het gevolg kan zijn van buitengewone omstandigheden. Om die reden wordt een buffer van ten minste twintig minuten bovenop de minimale overstaptijd noodzakelijk geacht. Hiervoor is geoordeeld dat de buitengewone omstandigheden tot een vertraging van 50 minuten hebben geleid. De kantonrechter concludeert dat, ook al had de vervoerder voldoende reservetijd in acht genomen, de passagiers hun aansluitende vlucht niet meer hadden kunnen halen. Deze stelling slaagt daarom niet. Airhelp heeft niet gesteld welke maatregelen de vervoerder nog meer of anders had kunnen nemen.
4.5.
De conclusie is dat de kantonrechter de vordering van Airhelp zal afwijzen.
4.6.
Airhelp is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van de vervoerder worden begroot op:
– salaris gemachtigde
€
164,00
(2 punten × € 82,00)
– nakosten
€
41,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
205,00
5. De beslissing
De kantonrechter:
5.1.
wijst de vordering af;
5.2.
veroordeelt Airhelp in de proceskosten van € 205,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als Airhelp niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;
5.3.
verklaart dit vonnis – voor wat de proceskostenveroordeling betreft – uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.J. Dijk, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter