Menu

Filter op
content
PONT | Data&Privacy

0

ECLI:NL:RBNHO:2025:16007

Het is niet gebleken dat het onmogelijk was om de vlucht in kwestie na het ingaan van het nachtregime uit te voeren, bijvoorbeeld door een nachtslot aan te vragen.

Rechtbank Noord-Holland 28 July 2026

Jurisprudentie – Uitspraken

ECLI:NL:RBNHO:2025:16007
text/xml
public
2026-07-28T17:56:19
2026-04-16
Raad voor de Rechtspraak
nl
Rechtbank Noord-Holland
2025-12-10
11123756
Uitspraak
Bodemzaak
NL
Haarlem
Civiel recht; Verbintenissenrecht

Rechtspraak.nl

http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2025:16007
text/html
public
2026-07-28T17:55:56
2026-07-28
Raad voor de Rechtspraak
nl
ECLI:NL:RBNHO:2025:16007 Rechtbank Noord-Holland , 10-12-2025 / 11123756

Het is niet gebleken dat het onmogelijk was om de vlucht in kwestie na het ingaan van het nachtregime uit te voeren, bijvoorbeeld door een nachtslot aan te vragen.

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie

locatie Haarlem

Zaaknr./rolnr.: 11123756 CV EXPL 24-3362

Uitspraakdatum: 10 december 2025

Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:

[eiseres]

wonende te [plaats]

eiseres

hierna te noemen: de passagier

gemachtigde: Yource B.V.

tegen

de rechtspersoon naar buitenlands recht

EasyJet Airline Company Limited

gevestigd te Londen Luton (Verenigd Koninkrijk)

gedaagde

hierna te noemen: de vervoerder

gemachtigde: mr. B. Koolhaas

<br /> 1Het procesverloop

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

– de dagvaarding:

– de conclusie van antwoord;

– de conclusie van repliek;

– de conclusie van dupliek;- de akte eiser.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

<br /> 2Feiten

2.1.

De passagier heeft met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder haar op 13 oktober 2023 vervoeren van Praag (Tsjechië) naar Amsterdam, met vlucht EZY7930 (hierna: de vlucht).

2.2.

De vervoerder heeft de vlucht geannuleerd.

2.3.

De passagier is omgeboekt naar vlucht EZY7930 van 14 oktober 2024, waarmee zij 24 uur en 5 minuten later dan oorspronkelijk gepland in Amsterdam is aangekomen.

2.4.

De passagier heeft compensatie van de vervoerder gevorderd.

2.5.

De vervoerder heeft niet uitbetaald.

3. Het geschil

3.1.

De passagier vordert dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 250,00, te vermeerderen met de wettelijke rente; – € 48,40 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;- de proceskosten en de nakosten.

3.2.

Daarnaast vordert de passagier afgifte van een certificaat zoals bedoeld in artikel 53 van de herziene EEX-Verordening.

3.3.

De passagier baseert haar vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagier stelt dat de vervoerder haar vanwege de annulering van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 250,00 (artikel 7 van de Verordening).

3.4.

De vervoerder betwist de vordering. Op zijn verweer wordt bij de beoordeling van het geschil ingegaan.

<br /> 4De beoordeling

4.1.

De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat zij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.

4.2.

De vervoerder heeft aangevoerd dat de voorafgaande vlucht (met hetzelfde toestel) niet tijdig kon vertrekken vanwege slotrestricties afkomstig van de luchtverkeersleiding. Vervolgens kon de onderhavige vlucht niet meer kon worden uitgevoerd omdat deze de avondklok te Amsterdam zou schenden. De passagier heeft hiertegen aangevoerd dat Schiphol geen harde nachtsluiting kent en ook ’s nachts is geopend.

4.3.

De kantonrechter is van oordeel dat de vervoerder, tegenover het gemotiveerde verweer van de passagier, onvoldoende heeft onderbouwd dat het niet mogelijk was om de vlucht in kwestie alsnog na het ingaan van het nachtregime uit te voeren, bijvoorbeeld door een nachtslot aan te vragen. Dit volgt ook niet uit de door hem overgelegde schermafbeelding van de website van de ILT. Uit deze schermafbeelding blijkt slechts dat het voor vluchten zonder nachtslot niet is toegestaan ’s nachts te landen en dat bij overtreding boetes kunnen volgen. Daaruit volgt echter niet dat het voor de vervoerder onmogelijk is om een nachtslot aan te vragen. Ook heeft de vervoerder niet toegelicht waarom een eventuele aanvraag volgens hem zou worden afgewezen. Bij deze stand van zaken kan daarom niet worden geoordeeld dat de vervoerder geen andere keuze had dan de vlucht te annuleren. Dit betekent dat de annulering niet het gevolg was van buitengewone omstandigheden. Daarmee kan het verweer van de vervoerder dat hij redelijke maatregelen had getroffen buiten beschouwing blijven.

4.4.

De conclusie is dat de kantonrechter de vordering tot compensatie zal toewijzen.

4.5.

De passagier heeft een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten gevorderd. De vordering heeft geen betrekking op één van de situaties waarin het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten van toepassing is. Daarom moet de kantonrechter de vraag of buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd zijn, toetsen aan het rapport Voorwerk II. De passagier heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de verrichte werkzaamheden meer hebben omvat dan de verzending van een enkele (eventueel herhaalde) aanmaning, het enkel doen van een schikkingsvoorstel, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen of het op gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten (en de daarover gevorderde rente) moet daarom worden afgewezen.

4.6.

Het gevorderde certificaat wordt wegens een gebrek aan belang afgewezen.

4.7.

De vervoerder is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van de passagier worden begroot op:

– kosten van de dagvaarding

135,97

– griffierecht

87,00

– salaris gemachtigde

80,00

(2 punten × € 40,00)

– nakosten

20,00

(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

322,97

5. De beslissing

De kantonrechter:

5.1.

veroordeelt de vervoerder tot betaling aan de passagier van € 250,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 13 oktober 2023 tot de dag van de gehele betaling;

5.2.

veroordeelt de vervoerder in de proceskosten van € 322,97, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als de vervoerder niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;

5.3.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

5.4.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.J. Dijk, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter

Artikel delen