De vlucht had (ondanks de vertraging) vóór het ingaan van de avondklok kunnen vertrekken, ware het niet dat de co-piloot vlak voor de pushback niet meer fit-to-fly bleek te zijn. De onverwachte afwezigheid van een of meer bemanningsleden vanwege ziekte levert géén buitengewone omstandigheid op.
ECLI:NL:RBNHO:2025:16020
text/xml
public
2026-07-30T08:57:50
2026-04-20
Raad voor de Rechtspraak
nl
Rechtbank Noord-Holland
2025-12-31
11546960
Uitspraak
Bodemzaak
NL
Haarlem
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Rechtspraak.nl
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2025:16020
text/html
public
2026-07-30T08:57:17
2026-07-30
Raad voor de Rechtspraak
nl
ECLI:NL:RBNHO:2025:16020 Rechtbank Noord-Holland , 31-12-2025 / 11546960
De vlucht had (ondanks de vertraging) vóór het ingaan van de avondklok kunnen vertrekken, ware het niet dat de co-piloot vlak voor de pushback niet meer fit-to-fly bleek te zijn. De onverwachte afwezigheid van een of meer bemanningsleden vanwege ziekte levert géén buitengewone omstandigheid op.
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 11546960 CV EXPL 25-1052
Uitspraakdatum: 31 december 2025
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
3. [eiser 3],
4. [eiser 4],
5. [eiser 5],allen wonende te [plaats],
eisers
hierna gezamenlijk te noemen: de passagiers
gemachtigde: Aviclaimrolgemachtigde: mr. A.Y. Lai
tegen
de rechtspersoon naar buitenlands recht
Swiss International Air Lines Ltd
gevestigd te Zwitserland
gedaagde
hierna te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. J. Nooij en mr. N. van der Graaf
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
– de dagvaarding:
– de conclusie van antwoord;
– de conclusie van repliek;
– de conclusie van dupliek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2.1.
De passagiers hebben met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder hen op 25 en 26 januari 2023 vervoeren van Hong Kong via Zürich (Zwitserland) naar Amsterdam, met vluchten LX139 en LX724 (hierna: de vlucht).
2.2.
De vervoerder heeft vlucht LX139 (van Hong Kong naar Zürich) geannuleerd.
2.3.
De passagiers hebben compensatie van de vervoerder gevorderd.
2.4.
De vervoerder heeft niet uitbetaald.
3.1.
De passagiers vorderen dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 3.000,00, te vermeerderen met de wettelijke rente; – € 425,00 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;- de proceskosten en de nakosten, te vermeerderen met wettelijke rente.
3.2.
De passagiers baseren hun vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat de vervoerder hen vanwege de annulering van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 600,00 per passagier (artikel 7 van de Verordening).
3.3.
De vervoerder betwist de vordering. Op zijn verweer wordt bij de beoordeling van het geschil ingegaan.
4.1.
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.
4.2.
De vervoerder heeft aangevoerd dat de direct voorafgaande vlucht (vanuit Zürich naar Hong Kong, LX138) dusdanig was vertraagd, dat het niet langer mogelijk was om die vlucht vóór het ingaan van de (verlengde) avondklok (om 23:30 uur UTC) van de luchthaven Zürich uit te voeren. Daarom zat er volgens de vervoerder niets anders op dan zowel vlucht LX138 als vlucht LX139 te annuleren.
4.3.
Uit de stellingen van de vervoerder volgt dat het toestel (ondanks de vertraging vanwege het eerdere technische mankement en het acute medische noodgeval bij de passagier) om 23:05 uur UTC klaar stond voor vertrek. Dat betekent dat vlucht LX138 vóór het ingaan van de avondklok had kunnen vertrekken, ware het niet dat de co-piloot vlak voor de pushback niet meer fit-to-fly bleek te zijn. De onverwachte afwezigheid van één of meerdere bemanningsleden wegens ziekte of overlijden levert naar het oordeel van de kantonrechter geen buitengewone omstandigheid op. Het Hof van Justitie heeft in haar uitspraak van 11 mei 2023 geoordeeld dat de onverwachte afwezigheid van een of meer bemanningsleden inherent is aan de normale uitoefening van de activiteit van de vervoerder, en dat het op de weg van de vervoerder ligt om daarmee bij zijn planning rekening te houden. De conclusie is dan ook dat het beroep op buitengewone omstandigheden faalt.
4.4.
Daarmee kan de vraag of de vervoerder voldoende redelijke maatregelen heeft genomen om de (vertraging als gevolg van de) annulering te voorkomen, onbeantwoord blijven. De gevorderde hoofdsom is toewijsbaar.
4.5.
De passagiers hebben een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten gevorderd. De vordering heeft geen betrekking op één van de situaties waarin het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit) van toepassing is. Daarom moet de kantonrechter de vraag of buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd zijn, toetsen aan het rapport Voorwerk II. De passagiers hebben voldoende aannemelijk gemaakt dat zij buitengerechtelijke werkzaamheden hebben laten verrichten en dat hiervoor kosten zijn gemaakt. De omvang van de buitengerechtelijke incassokosten moet worden getoetst aan de tarieven uit het Besluit in plaats van aan de tarieven van het rapport Voorwerk II. De tarieven uit het Besluit worden redelijk geacht. Omdat het gevorderde bedrag niet hoger is dan het volgens het Besluit berekende tarief, zullen de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten worden toegewezen. De wettelijke rente wordt toegewezen vanaf de datum van de dagvaarding.
4.6.
De vervoerder is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van de passagiers worden begroot op:
– kosten van de dagvaarding
€
144,47
– griffierecht
€
257,00
– salaris gemachtigde
€
476,00
(2 punten × € 238,00)
– nakosten
€
119,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
996,47
5. De beslissing
De kantonrechter:
5.1.
veroordeelt de vervoerder tot betaling aan de passagiers van € 3.425,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 3.000,00 vanaf 26 januari 2023 en over € 425,00 vanaf 22 januari 2025 tot de dag van de gehele voldoening;
5.2.
veroordeelt de vervoerder in de proceskosten van € 996,47, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als de vervoerder niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;
5.3.
veroordeelt de vervoerder tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald;
5.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter
Zie de uitspraak van het Hof van Justitie van 11 mei 2023 in de gevoegde zaken van TAP Portugal vs Flightright (C-156/22 tot en met C-158/22).