Luchtvaart. AirHelp vordert compensatie van de vervoerder vanwege een vertraagde vlucht. Hierdoor heeft een passagier een aansluitende vlucht gemist. De vervoerder voert aan dat de vertraging van de vlucht gedeeltelijk het gevolg was van buitengewone omstandigheden, namelijk een latere opgelegde vertrektijd door de luchtverkeersleiding. Hierdoor miste de passagier de aansluitende vlucht. Het ve...
ECLI:NL:RBNHO:2026:5441
text/xml
public
2026-08-06T08:47:55
2026-05-15
Raad voor de Rechtspraak
nl
Rechtbank Noord-Holland
2026-04-22
11737152 CV EXPL 25-3600
Uitspraak
Bodemzaak
NL
Haarlem
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Rechtspraak.nl
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:5441
text/html
public
2026-08-06T08:47:26
2026-08-06
Raad voor de Rechtspraak
nl
ECLI:NL:RBNHO:2026:5441 Rechtbank Noord-Holland , 22-04-2026 / 11737152 CV EXPL 25-3600
Luchtvaart. AirHelp vordert compensatie van de vervoerder vanwege een vertraagde vlucht. Hierdoor heeft een passagier een aansluitende vlucht gemist. De vervoerder voert aan dat de vertraging van de vlucht gedeeltelijk het gevolg was van buitengewone omstandigheden, namelijk een latere opgelegde vertrektijd door de luchtverkeersleiding. Hierdoor miste de passagier de aansluitende vlucht. Het verweer slaagt en de vordering wordt afgewezen.
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 11737152 CV EXPL 25-3600
Uitspraakdatum: 22 april 2026
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
de vennootschap naar het recht harer vestigingAirHelp Germany GmbH
gevestigd te Berlijn, Duitsland
eiseres
hierna te noemen: AirHelp
gemachtigde: mr. D.E. Lof (Lof Legal Services)
tegen
de buitenlandse vennootschap
Turk Havayollari A.O.
gevestigd te Ankara, Turkije
gedaagde
hierna te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. M.J. Leuvenink-Verwijs (LVH advocaten)
De zaak in het kort
AirHelp vordert compensatie van de vervoerder vanwege een vertraagde vlucht. Hierdoor heeft een passagier een aansluitende vlucht gemist. De vervoerder voert aan dat de vertraging van de vlucht gedeeltelijk het gevolg was van buitengewone omstandigheden, namelijk een latere opgelegde vertrektijd door de luchtverkeersleiding. Hierdoor miste de passagier de aansluitende vlucht. Het verweer slaagt en de vordering wordt afgewezen.
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
– de dagvaarding:
– de conclusie van antwoord;
– de conclusie van repliek;
– de conclusie van dupliek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2.1.
[betrokkene] (hierna: de passagier) heeft met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder haar op 25 december 2024 vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport, via Istanbul, Turkije, naar Elazig, Turkije.
2.2.
De vervoerder heeft vlucht TK1952 van Amsterdam naar Istanbul (hierna: de vlucht) vertraagd uitgevoerd. De passagier heeft de aansluitende vlucht gemist. Zij is omgeboekt naar een alternatieve vlucht waarmee zij met een vertraging van meer dan drie uur is aangekomen op de eindbestemming.
2.3.
De passagier heeft haar eventuele vorderingsrecht overgedragen aan AirHelp.
2.4.
AirHelp heeft daarom compensatie van de vervoerder gevorderd.
2.5.
De vervoerder heeft niet uitbetaald.
3.1.
AirHelp vordert dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 400,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de datum van de vlucht tot aan de dag der algehele voldoening;- € 60,00 aan buitengerechtelijke incassokosten;- de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente.
3.2.
AirHelp baseert haar vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). AirHelp stelt dat de vervoerder haar vanwege de vertraging van de vlucht de compensatie moet voldoen van € 400,-.
3.3.
De vervoerder voert verweer. Hij voert aan dat de vertraging het gevolg was van (de doorwerking van) buitengewone omstandigheden. Deze konden ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen worden.
4.1.
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat zij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.
4.2.
Vast staat dat de passagier met een vertraging van meer dan drie uur op de eindbestemming is aangekomen. In beginsel moet de vervoerder dan compenseren. Dit is anders als de vervoerder kan aantonen dat de vertraging het gevolg is geweest van (de doorwerking van) buitengewone omstandigheden die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden.
4.3.
De vervoerder voert aan dat de vlucht met 23 minuten vertraging is uitgevoerd. Tien minuten van deze vertraging waren het gevolg van de doorwerking van vertraging van een voorgaande vlucht. De voorgaande vlucht werd vertraagd doordat de luchtverkeersleiding een latere vertrektijd oplegde. Onderweg is de vertraging met 13 minuten opgelopen vanwege een langere taxitijd op de luchthaven van Istanbul. De kantonrechter begrijpt dat hij voor dit gedeelte van de vertraging geen beroep doet op buitengewone omstandigheden.
4.4.
AirHelp heeft niet weersproken dat tien minuten van de aankomstvertraging van de vlucht het gevolg waren van (de doorwerking van) buitengewone omstandigheden, zodat dit vast staat.
4.5.
Omdat de vertraging van de vlucht gedeeltelijk door buitengewone en gedeeltelijk door andere omstandigheden is veroorzaakt, moet worden vastgesteld of het missen van de aansluitende vlucht het gevolg was van de buitengewone omstandigheden. De passagier is met een vertraging van 23 minuten, om 17:43 uur, in Istanbul aangekomen. De aansluitende vlucht vertrok om 18:35 uur. Zonder de buitengewone omstandigheid zou de vlucht in kwestie om 17:33 uur, dus met een vertraging van 13 minuten, in Istanbul zijn aangekomen. Als onbetwist staat vast dat de minimale overstaptijd in Istanbul 60 minuten bedraagt. Dit betekent dat de passagier de aansluitende vlucht had kunnen halen als de buitengewone omstandigheid zich niet had voorgedaan. Daarmee was de uiteindelijke langdurig vertraagde aankomst van de passagier op de eindbestemming het gevolg van (de doorwerking van) buitengewone omstandigheden.
4.6.
Resteert de vraag of de vervoerder alle redelijke maatregelen heeft getroffen om de vertraging te voorkomen en te beperken. De vervoerder stelt dat hij geen invloed kon uitoefenen op de besluiten van de luchtverkeersleiding maar dat hij de passagier na het missen van de overstap heeft omgeboekt naar de eerst beschikbare alternatieve vlucht.
4.7.
Het verweer slaagt. Niet valt in te zien wat er onder deze omstandigheden meer of anders van de vervoerder kon worden verwacht. AirHelp heeft hierover ook niets aangevoerd. Daarom heeft de vervoerder alle redelijke maatregelen getroffen. De vordering zal dan ook worden afgewezen.
AirHelp zal in het ongelijk worden gesteld. Daarom zal zij worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Ook de nakosten komen voor rekening van AirHelp, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt.
De kantonrechter:
5.1.
wijst de vordering af;
5.2.
veroordeelt AirHelp tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de vervoerder worden vastgesteld op een bedrag van € 174,00 aan salaris van de gemachtigde van de vervoerder,en veroordeelt AirHelp tot betaling van € 43,50 aan nakosten, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt, te vermeerderen met de kosten van betekening als AirHelp niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;
5.3.
verklaart dit vonnis – voor wat de proceskostenveroordeling betreft – uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. S. Kleij, kantonrechter, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter
Artikel 7 van de Verordening.
Artikel 5 lid 3 van de Verordening.