Luchtvaart. De passagier vordert compensatie voor een geannuleerde vlucht. De vervoerder stelt dat de vlucht geannuleerd moest worden omdat de voorafgaande vluchten zo veel vertraging hadden opgelopen dat de vlucht in kwestie de nachtsluiting van Schiphol zou schenden. De passagier heeft daar tegenin gebracht dat het mogelijk was om een nachtslot voor de vlucht aan te vragen, waarmee deze, onda...
ECLI:NL:RBNHO:2026:5467
text/xml
public
2026-08-06T11:53:21
2026-05-15
Raad voor de Rechtspraak
nl
Rechtbank Noord-Holland
2026-05-06
11552441 CV EXPL 25-1186
Uitspraak
Bodemzaak
NL
Haarlem
Civiel recht; Verbintenissenrecht
Rechtspraak.nl
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:5467
text/html
public
2026-08-06T11:52:53
2026-08-06
Raad voor de Rechtspraak
nl
ECLI:NL:RBNHO:2026:5467 Rechtbank Noord-Holland , 06-05-2026 / 11552441 CV EXPL 25-1186
Luchtvaart. De passagier vordert compensatie voor een geannuleerde vlucht. De vervoerder stelt dat de vlucht geannuleerd moest worden omdat de voorafgaande vluchten zo veel vertraging hadden opgelopen dat de vlucht in kwestie de nachtsluiting van Schiphol zou schenden. De passagier heeft daar tegenin gebracht dat het mogelijk was om een nachtslot voor de vlucht aan te vragen, waarmee deze, ondanks de nachtsluiting, alsnog uitgevoerd kon worden. De vervoerder heeft dat onvoldoende weersproken. Daarom slaagt zijn verweer niet en wordt de vordering toegewezen.
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 11552441 CV EXPL 25-1186
Uitspraakdatum: 6 mei 2026
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
[eiseres]
wonende te [plaats]
eiseres
hierna te noemen: de passagier
gemachtigde: [gemachtigde] (Yource B.V.)
tegen
de vennootschap naar buitenlands recht
EasyJet Europe Airline GmbH
gevestigd te Wenen, Oostenrijk
gedaagde
hierna te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. J. Kumar
De zaak in het kort
De passagier vordert compensatie voor een geannuleerde vlucht. De vervoerder stelt dat de vlucht geannuleerd moest worden omdat de voorafgaande vluchten zo veel vertraging hadden opgelopen dat de vlucht in kwestie de nachtsluiting van Schiphol zou schenden. De passagier heeft daar tegenin gebracht dat het mogelijk was om een nachtslot voor de vlucht aan te vragen, waarmee deze, ondanks de nachtsluiting, alsnog uitgevoerd kon worden. De vervoerder heeft dat onvoldoende weersproken. Daarom slaagt zijn verweer niet en wordt de vordering toegewezen.
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
– de dagvaarding:
– de conclusie van antwoord;
– de conclusie van repliek;
– de conclusie van dupliek;- de akte eisers.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2.1.
De passagier heeft een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder haar op 3 januari 2025 vervoeren van Kopenhagen, Denemarken, naar Amsterdam-Schiphol Airport, met vlucht U27938 dan wel EZY7938 (hierna: de vlucht).
2.2.
De vervoerder heeft de vlucht geannuleerd.
2.3.
De passagier heeft daarom compensatie van de vervoerder gevorderd.
2.4.
De vervoerder heeft niet uitbetaald.
3.1.
De passagier vordert dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:- € 250,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de dag van het incident tot aan de dag der algehele voldoening;- € 48,40 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;- de proceskosten en de nakosten.
3.2.
De passagier baseert haar vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagier stelt dat de vervoerder haar vanwege de annulering van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 250,-.
3.3.
De vervoerder voert verweer. Hij voert aan dat de annulering het gevolg was van (de doorwerking van) buitengewone omstandigheden. Deze konden ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen worden.
4.1.
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat zij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.
4.2.
Vast staat dat de vlucht is geannuleerd. In beginsel moet de vervoerder dan compenseren. Dit is anders als de vervoerder kan aantonen dat de annulering het gevolg is geweest van (de doorwerking van) buitengewone omstandigheden die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden. Volgens vaste rechtspraak is een buitengewone omstandigheid een omstandigheid die niet inherent is aan de bedrijfsactiviteit van een luchtvaartmaatschappij en waar deze geen daadwerkelijke invloed op kan uitoefenen.
4.3.
De vervoerder voert aan dat de vlucht in kwestie onderdeel was van de rotatievluchten Amsterdam – Edinburgh – Amsterdam – Birmingham – Amsterdam – Londen – Amsterdam – Kopenhagen – Amsterdam. De voorgaande vluchten werden vertraagd uitgevoerd, onder meer door (de doorwerking van) latere opgelegde vertrektijden door de luchtverkeersleiding. Deze vertraging dreigde door te werken op de vlucht van Amsterdam naar Kopenhagen en de vlucht in kwestie. Daardoor kon de vlucht in kwestie niet meer uitgevoerd worden voor het ingaan van het nachtregime van Schiphol en moest de vervoerder de vlucht van Amsterdam naar Kopenhagen en de vlucht in kwestie annuleren.
4.4.
De passagier betwist dit. Zij voert onder meer aan dat het wel degelijk mogelijk is om op Schiphol te landen na het ingaan van de nachtsluiting. Een luchtvaartmaatschappij kan daarvoor gebruikmaken van zogenaamde ‘night slots’. Zij verwijst hierbij naar schermafbeeldingen waaruit blijkt dat ook na het ingaan van de nachtsluiting nog vluchten werden uitgevoerd.
4.5.
De vervoerder heeft daar tegenin gebracht dat de nachtsluiting van Schiphol streng is en dat er maar een beperkt aantal nachtslots beschikbaar zijn. Er zijn gevallen waarin dit is toegestaan, maar er moet dan sprake zijn van een reden van overmacht zoals bedoeld in de regels van de ILT.
4.6.
Het verweer slaagt niet. Hierbij kan in het midden blijven in hoeverre de vertraging van de voorgaande vluchten het gevolg was van (de doorwerking van) buitengewone omstandigheden. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft de vervoerder namelijk onvoldoende concreet gesteld en onderbouwd dat het vervolgens noodzakelijk was om de vlucht te annuleren. Bij dupliek heeft hij erkend dat het onder omstandigheden mogelijk is om een nachtslot aan te vragen en daarmee ook na het ingaan van de nachtsluiting vluchten uit te voeren. De enkele stelling dat het in zijn algemeenheid moeilijk is om een dergelijk nachtslot aan te vragen of dat het aantal beperkt is, maakt dat niet anders. Hij heeft namelijk in het geheel niet toegelicht of en in hoeverre hij de mogelijkheid van het aanvragen van een nachtslot voor deze vlucht heeft onderzocht, dan wel dat hij wel een aanvraag heeft gedaan en dat die is geweigerd. Bovendien heeft hij evenmin toegelicht waarom de vertraging van de vlucht, die volgens hem het gevolg was buitengewone omstandigheden, niet zou gelden als een situatie van overmacht, zoals bedoeld in de regels van de ILT. Dit had, gelet op de gemotiveerde betwisting door de passagier, wel op zijn weg gelegen. Daarom kan niet worden geoordeeld dat de vervoerder geen invloed had op de annulering van de vlucht en was deze niet het gevolg van een buitengewone omstandigheid. De gevorderde compensatie en de daarover gevorderde wettelijke rente zullen worden toegewezen.
4.7.
De passagier heeft een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten gevorderd. De vervoerder betwist deze vordering. De vordering heeft geen betrekking op één van de situaties waarin het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten van toepassing is. Daarom moet de kantonrechter de vraag of buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd zijn, toetsen aan het rapport Voorwerk II. De passagier heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de verrichte werkzaamheden meer hebben omvat dan de verzending van een enkele (eventueel herhaalde) aanmaning, het enkel doen van een schikkingsvoorstel, het inwinnen van eenvoudige inlichtingen of het op gebruikelijke wijze samenstellen van het dossier. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten (en de daarover gevorderde rente) moet daarom worden afgewezen.
4.8.
De vervoerder zal grotendeels in het ongelijk worden gesteld. Daarom zal hij worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Ook de nakosten worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de passagier worden gemaakt.
De kantonrechter:
5.1.
veroordeelt de vervoerder tot betaling aan de passagier van € 250,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 3 januari 2025 tot aan de dag van voldoening van dit bedrag;
5.2.
veroordeelt de vervoerder tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de passagier tot en met vandaag worden begroot op de bedragen zoals deze hieronder zijn gespecificeerd:
dagvaarding € 144,47;griffierecht € 90,00;salaris gemachtigde € 107,50;
5.3.
veroordeelt de vervoerder tot betaling van € 21,50 aan nakosten, voor zover de passagier daadwerkelijk nakosten zal maken;
5.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
5.5.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. S. Kleij, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter
Artikel 7 van de Verordening.
Artikel 5 lid 3 van de Verordening.
Zie onder meer HvJEU 22 december 2008, C-549/07, ECLI:EU:C:2008:771.