Menu

Filter op
content
PONT | Data&Privacy

0

ECLI:NL:RBNHO:2026:9272

Kort geding. Huur. Gedragsaanwijzing.

Rechtbank Noord-Holland 4 August 2026

Jurisprudentie – Uitspraken

ECLI:NL:RBNHO:2026:9272
text/xml
public
2026-08-04T08:33:35
2026-07-23
Raad voor de Rechtspraak
nl
Rechtbank Noord-Holland
2026-06-16
12197107 VV EXPL 26-54
Uitspraak
Kort geding
NL
Haarlem
Civiel recht; Verbintenissenrecht

Rechtspraak.nl

http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:9272
text/html
public
2026-08-04T08:33:15
2026-08-04
Raad voor de Rechtspraak
nl
ECLI:NL:RBNHO:2026:9272 Rechtbank Noord-Holland , 16-06-2026 / 12197107 VV EXPL 26-54

Kort geding. Huur. Gedragsaanwijzing.


RECHTBANK
NOORD-HOLLAND

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Haarlem

Zaaknummer: 12197107 VV EXPL 26-54

Vonnis in kort geding van 16 juni 2026

in de zaak van

STICHTING WOONOPMAAT,

te Heemskerk,

eisende partij,

hierna te noemen: Stichting Woonopmaat,

gemachtigde: mr. G.P. Poiesz,

tegen

[gedaagde]
,

te [plaats],

gedaagde partij,

hierna te noemen: [gedaagde],

procederend in persoon.

<br /> 1De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

– de dagvaarding, met producties;- de conclusie van antwoord, met producties;- de mondelinge behandeling van 2 juni 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

<br /> 2De feiten

2.1.

[gedaagde] huurt van Stichting Woonopmaat de woning gelegen aan het adres [adres] te ([postcode]) [plaats]. Op de overeenkomst zijn algemene voorwaarden van toepassing.

2.2.

[gedaagde] moet zich als een goed huurder gedragen.

2.3.

Vanaf halverwege 2024 heeft [gedaagde] herhaaldelijk e-mails naar (de gemachtigde van Stichting Woonopmaat) gestuurd. Ook heeft [gedaagde] meermaals het door de Stichting Woonopmaat opgelegde kantoorverbod overtreden.

2.4.

Stichting Woonopmaat heeft gesprekken met [gedaagde] gevoerd, maar dat heeft niet tot een verbetering geleid.

<br /> 3Het geschil

3.1.

Stichting Woonopmaat vordert, samengevat,:

I: dat aan [gedaagde] een gedragsaanwijzing wordt opgelegd op straffe van een dwangsom;

II: ontruiming van het gehuurde als [gedaagde] vijf keer de gedragsaanwijzing overtreedt;

III: veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten.

3.2.

Stichting Woonopmaat legt aan de vordering ten grondslag dat [gedaagde] zich niet als een goed huurder gedraagt. Ondanks toezeggingen blijft [gedaagde] (de gemachtigde van) Stichting Woonopmaat bijna dagelijks mailen. Met de mate waarin en de wijze waarop [gedaagde] met Stichting Woonopmaat communiceert, overschrijdt hij alle fatsoensnormen. Medewerkers van Stichting Woonopmaat voelen zich geïntimideerd, gekleineerd, lastig gevallen en bekeken. De tekortkomingen van [gedaagde] rechtvaardigen ontruiming van het gehuurde. Om [gedaagde] een laatste kans te geven wordt om een gedragsaanwijzing gevraagd op straffe van een dwangsom.

3.3.

[gedaagde] betwist de vordering en voert daartoe aan dat hij de medewerkers van Stichting Woonopmaat niet lastig valt. Het steekt [gedaagde] dat hij als overlastgever te boek staat en dat hij bij Stichting Woonopmaat geen klacht kan indienen over zijn achterburen.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

<br /> 4De beoordeling

In het kort

4.1.

Naar het voorlopig oordeel van de kantonrechter heeft Stichting Woonopmaat aan de hand van de stukken voldoende aannemelijk gemaakt dat [gedaagde] zich niet als een goed huurder heeft gedragen. [gedaagde] heeft Stichting Woonopmaat en haar gemachtigde veelvuldig gemaild en hij heeft meermaals de aan hem opgelegde kantoorverboden overtreden. De toon van de e-mails en de daarin door [gedaagde] gedane uitingen hoeft Stichting Woonopmaat niet te accepteren. Stichting Woonopmaat heeft pogingen gedaan om de situatie te doorbreken, maar dat heeft niet geholpen. Hoewel [gedaagde] ter zitting heeft toegezegd dat hij met dit gedrag gaat stoppen, ziet de kantonrechter in de gegeven situatie aanleiding om aan [gedaagde] een gedragsaanwijzing op te leggen. De door [gedaagde] ingediende reactie van 7 mei 2026 maakt dit niet anders. De kantonrechter licht dit als volgt toe.

Er is een spoedeisend belang

4.2.

Het gaat hier om een in kortgeding gevorderde voorlopige voorziening. De kantonrechter moet daarom eerst beoordelen of Stichting Woonopmaat ten tijde van dit vonnis bij die voorziening een spoedeisend belang heeft. Dat is het geval. Het kan in de gegeven omstandigheden niet van Stichting Woonopmaat worden verwacht dat zij een bodemprocedure afwacht.

[gedaagde] moet zich als een goed huurder gedragen

4.3.

De wet bepaalt dat [gedaagde] verplicht is ten aanzien van het gebruik van de gehuurde zaak als een goed huurder te gedragen. Deze verplichting kan ook betrekking hebben op gedragingen van de huurder buiten het gehuurde, mits er een voldoende verband bestaat met de huurovereenkomst. Als een huurder deze verplichting schendt, levert dat een tekortkoming op en dat kan grond zijn voor ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde.

[gedaagde] heeft zich niet als een goed huurder gedragen

4.4.

Niet in het geschil is dat [gedaagde] Stichting Woonopmaat en haar gemachtigde veelvuldig heeft gemaild. Daarnaast heeft [gedaagde] meermaals het kantoorverbod overtreden. Ook zou [gedaagde] medewerkers van Stichting Woonopmaat op straat naroepen en uitschelden. Volgens Stichting Woonopmaat gedraagt [gedaagde] zich hiermee niet als een goed huurder. [gedaagde] deelt deze mening niet. Het is volgens [gedaagde] slechts een gevoel dat Stichting Woonopmaat heeft. Volgens hem heeft hij nooit iemand bedreigd of beledigd en wordt hij (juist) door Stichting Woonopmaat lastig gevallen. Stichting Woonopmaat gaat volgens hem niet in op zijn voorwaarden. Zo heeft Stichting Woonopmaat tot op heden niet het woord ‘overlastgever’ uit zijn huurdossier gehaald en ook weigert Stichting Woonopmaat een klacht over zijn achterburen in behandeling te nemen.

4.5.

De kantonrechter volgt [gedaagde] niet in zijn stellingen. De hoeveelheid e-mails en de daarin door [gedaagde] gedane uitingen overschrijdt de fatsoensnormen en is onacceptabel. Dit gedrag hoeft Stichting Woonopmaat niet te accepteren en moet stoppen. Het valt goed te begrijpen dat medewerkers van Stichting Woonopmaat zich belemmerd voelen in de uitvoering van hun werk. Dit valt [gedaagde] aan te rekenen. [gedaagde] heeft ter zitting ook geen ander gedrag vertoond. [gedaagde] zegt wel dat hij een oplossing wil, maar hij blijft tegelijkertijd hangen in (oude) verwijten, waarop Stichting Woonopmaat al heeft gereageerd. [gedaagde] moet hiermee ophouden.

4.6.

Dat [gedaagde] zich niet als een goed huurder gedraagt, blijkt ook uit het feit dat hij meermaals het kantoorverbod heeft overtreden. Het kantoorverbod is door Stichting Woonopmaat al een paar keer verlengd. Dit weerhoudt [gedaagde] er echter niet van om langs te komen. Ook maakt [gedaagde] sinds kort de huur handmatig over. Hij maakt steeds een paar cent teveel over en vraagt naderhand aan Stichting Woonopmaat om dit te corrigeren. Dit kost Stichting Woonopmaat onnodig veel tijd en is ook nergens voor nodig. [gedaagde] weet welk huurbedrag hij is verschuldigd. Het heeft er alle schijn van dat dit provocatie als doel heeft. Zo grijpt hij dit aan om langs te komen op kantoor om de ‘vergissing’ te corrigeren, terwijl hij weet dat hij niet welkom is. Ook hiermee moet [gedaagde] ophouden.

4.7.

Dat Stichting Woonopmaat [gedaagde] lastig valt, is voorts niet gebleken. Integendeel, Stichting Woonopmaat is [gedaagde] op verschillende manieren tegemoet gekomen om de situatie te doorbreken. Zo heeft Stichting Woonopmaat [gedaagde] twee keer uitgenodigd voor een gesprek op kantoor om de situatie (nader) toe te lichten, heeft zij aan [gedaagde] (per e-mail) bevestigd dat hij niet als overlastgever te boek staat en heeft Stichting Woonopmaat de schadenota van het raam tijdelijk ‘on hold’ gezet. Deze toezeggingen hebben niet tot een verbetering van het gedrag van [gedaagde] geleid. Ook na het uitbrengen van onderhavige dagvaarding blijft [gedaagde] (de gemachtigde van) Stichting Woonopmaat herhaaldelijk e-mailen. Door deze opstelling veroorzaakt [gedaagde] nu in ieder geval wél overlast. Het is aan [gedaagde] om dit gedrag te veranderen.

4.8.

Voor zover Stichting Woonopmaat al niet op de hoogte was van de klachten van [gedaagde] over zijn achterburen zijn deze ter zitting besproken. Stichting Woonopmaat is er dus mee bekend en het is vervolgens aan Stichting Woonopmaat om hier wel of niet op te acteren. Verder is ter zitting aan [gedaagde] uitgelegd dat hij voor vragen of klachten over zijn huurdossier terecht kan bij de geschillencommissie. [gedaagde] heeft hier al eerder een klacht neergelegd en is dus bekend met die procedure. [gedaagde] moet dan ook de juiste route volgen en ophouden Stichting Woonopmaat te bestoken met al bekende vragen of klachten.

4.9.

Gelet op het voorgaande heeft Stichting Woonopmaat voldoende aannemelijk gemaakt dat [gedaagde] zich niet als een goed huurder heeft gedragen.

[gedaagde] krijgt een gedragsaanwijzing

4.10.

Ter zitting heeft [gedaagde] aangegeven zich als een goed huurder te zullen gedragen. Stichting Woonopmaat is blij met de gedane toezegging maar wenst graag de gevorderde gedragsaanwijzing als ‘stok achter de deur’. Gelet op het feit dat [gedaagde] eerder op geen enkele wijze heeft laten zien dat hij bereid was om zijn gedrag te veranderen, de vergeefse pogingen van Stichting Woonopmaat om de situatie te doorbreken en het gedrag van [gedaagde] ter zitting, ziet de kantonrechter aanleiding om de door Stichting Woonopmaat gevorderde gedragsaanwijzing toe te wijzen. Dit op straffe van een dwangsom. De door [gedaagde] ingediende reactie van 7 mei 2026 maakt dit niet anders. Wel ziet de kantonrechter aanleiding om de dwangsom te beperken, zoals hierna te melden.

4.11.

Als [gedaagde] de gedragsaanwijzing niet nakomt, is het in hoge mate waarschijnlijk dat de kantonrechter de huurovereenkomst in een bodemzaak zal ontbinden. Aan het niet opvolgen van de gedragsaanwijzing wordt daarom de ontruiming van de woning gekoppeld.

4.12.

De kantonrechter drukt [gedaagde] op het hart om de gedragsaanwijzing na te komen.

4.13.

[gedaagde] krijgt dus een ‘laatste kans’ om ontruiming van het gehuurde te voorkomen door de volgende maatregelen na te komen:

het is [gedaagde] verboden om direct contact te hebben en/of te onderhouden met medewerkers van Stichting Woonopmaat en/of door haar ingeschakelde derden;

[gedaagde] mag uitsluitend contact hebben met de medewerkers van Stichting Woonopmaat (en/of door haar ingeschakelde derden) indien dat noodzakelijk is voor een reparatieverzoek en alleen in zakelijke bewoordingen via e-mail (post@woonopmaat.nl) en/of via de reparatielijn van Stichting Woonopmaat (0251-750900);

[gedaagde] betaalt de maandelijkse huur, zonder korting of verrekening, uiterlijk vóór de eerste van de maand aan Stichting Woonopmaat door overboeking op het bankrekeningnummer van Stichting Woonopmaat;

het is [gedaagde] verboden om tot en met 31 december 2026 het kantoor van Woonopmaat aan de Jan Ligthartstraat 5 te (1965 BE) Heemskerk te bezoeken/ te betreden.

Als [gedaagde] deze gedragsaanwijzing vijf keer overtreedt, moet hij de woning ontruimen.

4.14.

Tot slot nog het volgende. Mocht [gedaagde] na het kortgedingvonnis wederom te veel of te weinig huur overmaken, dan hoeft Stichting Woonopmaat daar niet meer op te reageren. Het is dan aan [gedaagde] om dit later te verrekenen. [gedaagde] kan er ook voor kiezen om de huur weer per automatische incasso te betalen. Dit wordt dringend geadviseerd.

Proceskosten

4.15.

[gedaagde] is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Stichting Woonopmaat worden begroot op:

– kosten van de dagvaarding

125,57

– griffierecht

139,00

– salaris gemachtigde

865,00

– nakosten

144,00

(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

1.273,57

<br /> 5De beslissing

De kantonrechter

5.1.

legt aan [gedaagde] vanaf de dag van betekening van dit vonnis de volgende gedragsaanwijzing op:

het is [gedaagde] verboden om direct contact te hebben en/of te onderhouden met medewerkers van Stichting Woonopmaat en/of door haar ingeschakelde derden;

[gedaagde] mag uitsluitend contact hebben met medewerkers van Stichting Woonopmaat (en/of door haar ingeschakelde derden) indien dat noodzakelijk is voor een reparatieverzoek en alleen in zakelijke bewoordingen via e-mail (post@woonopmaat.nl) en/of via de reparatielijn van Stichting Woonopmaat (0251-750900);

[gedaagde] betaalt de maandelijkse huur, zonder korting of verrekening, uiterlijk vóór de eerste van de maand aan Stichting Woonopmaat door overboeking op het bankrekeningnummer van Stichting Woonopmaat;

het is [gedaagde] verboden om tot en met 31 december 2026 het kantoor van Woonopmaat aan de Jan Ligthartstraat 5 te (1965 BE) Heemskerk te bezoeken/ te betreden.

5.2.

bepaalt dat [gedaagde] een dwangsom verbeurt van € 250,- per keer dat hij in strijd handelt met één van de hiervoor onder 5.1. bepaalde gedragingen, zulks tot een maximum van € 1.250,-,

5.3.

veroordeelt [gedaagde] in het geval hij de gedragsaanwijzing vijf keer heeft overtreden om binnen 14 dagen na aanzegging van de ontruiming de woning gelegen aan het adres [adres] te ([postcode]) [plaats] te ontruimen met alle daarin aanwezige personen en zaken, tenzij deze zaken van Stichting Woonopmaat zijn, en de sleutels af te geven aan Stichting Woonopmaat,

5.4.

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.273,57, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

5.5.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

5.6.

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.P.E. Oomens en in het openbaar uitgesproken op 16 juni 2026.

Algemene Huurvoorwaarden zelfstandige woonruimte van 21 juli 2004.

Artikel 7:213 BW en artikel 6.2 van de algemene voorwaarden.

Artikel 7:213 BW.

Hoge Raad 5 december 2025, ECLI:NL:HR:2025:1858.

Artikel delen