Deze uitspraak gaat over het verkeersbesluit waarbij het college de maximumsnelheid op de Peperstraat in Zaandam heeft verlaagd van 50 km/uur naar 30 km/uur. Eiseres is het niet eens met dit besluit. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het college het verkeersbesluit in redelijkheid kon nemen. Eiseres heeft haar stelling dat het college de snelheid verder had moeten verlagen...
ECLI:NL:RBNHO:2026:9606
text/xml
public
2026-08-03T14:45:42
2026-07-30
Raad voor de Rechtspraak
nl
Rechtbank Noord-Holland
2026-07-30
HAA 25/3547
Uitspraak
Eerste aanleg – enkelvoudig
NL
Haarlem
Bestuursrecht
Rechtspraak.nl
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBNHO:2026:9606
text/html
public
2026-07-31T13:43:14
2026-08-03
Raad voor de Rechtspraak
nl
ECLI:NL:RBNHO:2026:9606 Rechtbank Noord-Holland , 30-07-2026 / HAA 25/3547
Deze uitspraak gaat over het verkeersbesluit waarbij het college de maximumsnelheid op de Peperstraat in Zaandam heeft verlaagd van 50 km/uur naar 30 km/uur. Eiseres is het niet eens met dit besluit. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het college het verkeersbesluit in redelijkheid kon nemen. Eiseres heeft haar stelling dat het college de snelheid verder had moeten verlagen niet onderbouwd. Ook slaagt de grond van eiseres niet dat het bestreden besluit samen moet worden beoordeeld met de (door eiseres gestelde gevolgen van de) herinrichting van de Peterstraat. Eiseres krijgt dus geen gelijk en het beroep is dus ongegrond
Zittingsplaats Haarlem
Bestuursrecht
zaaknummer: HAA 25/3547
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 30 juli 2026 in de zaak tussen
[eiseres] , uit [plaats] , eiseres
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zaanstad
(gemachtigde: mr. F.P. Brouwer).
Samenvatting
1. Deze uitspraak gaat over het verkeersbesluit waarbij het college de maximumsnelheid op de Peperstraat in [plaats] heeft verlaagd van 50 km/uur naar 30 km/uur. Eiseres is het niet eens met dit besluit. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank of het college het verkeersbesluit in redelijkheid kon nemen.
2. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het college het verkeersbesluit in redelijkheid kon nemen. Eiseres heeft haar stelling dat het college de snelheid verder had moeten verlagen niet onderbouwd. Ook slaagt de grond van eiseres niet dat het bestreden besluit samen moet worden beoordeeld met de (door eiseres gestelde gevolgen van de) herinrichting van de Peterstraat. Eiseres krijgt dus geen gelijk en het beroep is dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
2.1.
De wettelijke regels die van belang zijn voor deze zaak, staan in de bijlage bij deze uitspraak.
3.1.
Bij verkeersbesluit van 10 april 2024 heeft het college de maximumsnelheid op de Peperstraat verlaagd van 50 km/uur naar 30 km/uur. Hier heeft eiseres bezwaar tegen gemaakt.
3.2.
Bij het bestreden besluit van 2 juli 2025 heeft het college het verkeersbesluit in stand gelaten met een aanvulling van de motivering.
3.3.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
Het college heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. Eiseres heeft op 30 juni 2026 nadere stukken ingediend.
3.4.
De rechtbank heeft het beroep op 10 juli 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres en de gemachtigde van het college, vergezeld door [naam] (verkeersdeskundige bij de gemeente Zaanstad).
Onafhankelijkheid bezwarencommissie
4.1.
Eiseres voert aan dat het bestreden besluit onzorgvuldig tot stand is gekomen. De opsteller van het bestreden besluit was als secretaris ook onderdeel van de ambtelijke hoor- en adviescommissie. Dit tast volgens eiseres de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de commissie aan.
4.2.
Naar het oordeel van de rechtbank slaagt deze beroepsgrond niet. De rechtbank volgt het standpunt van het college dat de commissie en/of het advies onafhankelijk en onpartijdig was. In bezwaar heeft een volledige heroverweging plaatsgevonden. Hiertoe is eiseres gehoord door de ambtelijke hoor- en adviescommissie. De ambtelijke leden, en de secretaris, waren niet betrokken bij het primaire besluit. Het college heeft uiteindelijk – op advies van de commissie, dat op papier is gesteld door de secretaris – het bezwaar ongegrond verklaard. De rechtbank ziet in deze gang van zaken geen aanleiding voor een ander oordeel.
Verkeersbesluit onevenredig?
5.1.
Volgens vaste rechtspraak komt het college bij het nemen van een verkeersbesluit beoordelingsruimte toe bij de uitleg van de in artikel 2, eerste en tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994 genoemde begrippen. De bestuursrechter gaat niet na of hij in het concrete geval tot hetzelfde besluit zou zijn gekomen. De bestuursrechter beoordeelt aan de hand van de beroepsgronden of de voor een of meer belanghebbenden nadelige gevolgen van het verkeersbesluit niet onevenredig zijn in verhouding tot de met dat besluit te dienen doelen (artikel 3:4, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht).
5.2.
Eiseres voert aan dat het college het verkeersbesluit niet kon nemen, omdat de maatregel geen recht doet aan de situatie. Volgens eiseres is de maximumsnelheid van 30 km/uur eigenlijk nog te hoog. De snelheidsverlaging is immers vervroegd ingesteld vanwege de sloopwerkzaamheden rondom de Peperstraat. Voor de veiligheid zou de snelheid dan gemaximeerd moeten worden op 10 of 15 km/uur, aldus eiseres. De sloopwerkzaamheden zijn onderdeel van de nieuwe herinrichting zoals bepaald in het nieuwe bestemmingsplan Peperstraat. De snelheid van het verkeer kan volgens eiseres niet los worden gezien van de nieuwe wegindeling en verkeerscirculatie. Eiseres verwacht sluipverkeer langs, en spookrijden op, [straatnaam] , waar zij een woning bezit. Ook vreest zij dat de hulpdiensten minder snel over de Peperstraat kunnen.
5.3.
Naar het oordeel van de rechtbank slaagt deze grond niet. Eiseres heeft slechts gesteld, maar niet onderbouwd dat de maximumsnelheid van 30 km/uur te hoog is, gelet op de veiligheid tijdens de sloopwerkzaamheden. Dit is onvoldoende om het bestreden besluit op te vernietigen. Bovendien heeft eiseres erkend dat het onwenselijk is om het bestreden besluit te vernietigen, omdat dan de vorige hogere maximumsnelheid van 50 km/uur mogelijk weer aan de orde is.
5.4.
Ook heeft eiseres niet aannemelijk gemaakt dat de voorliggende verkeersmaatregel niet los kan worden gezien van de herinrichting en het verkeerscirculatieplan in de bestemmingsplanprocedure. Op de zitting heeft het college toegelicht dat het gehele project meerdere besluiten omvat, die elkaar soms opvolgen. Het verkeersbesluit is met het oog op de verkeersveiligheid tijdens de sloopwerkzaamheden eerder genomen dan het besluit ter vaststelling van het bestemmingsplan. Hierbij was een tijdelijke snelheidsverlaging geen optie, omdat de sloopwerkzaamheden langer duren dan drie maanden. Over het nieuwe bestemmingsplan Peperstraat loopt een procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS), waar eiseres ook partij is. De verkeersdeskundige van de gemeente Zaanstad heeft op de zitting verder toegelicht dat het definitieve ontwerp van de herinrichting en het bestemmingsplan tijdens de beroepsprocedure aan de hand van verkeersdeskundige adviezen op details nog wordt bijgeschaafd. Daarbij geldt het uitgangspunt dat de Peperstraat (beleidsmatig) is bedoeld als Gebiedsontsluitingsweg (GOW) met een maximumsnelheid van 30 km/uur. Hulpdiensten kunnen uitwijken over het fietspad en sluip- of spookverkeer over [straatnaam] wordt niet verwacht.
5.5.
Omdat de snelheid van een GOW30-weg overeenkomt met het bestreden (niet-tijdelijke) verkeersbesluit, is een nieuw verkeersbesluit niet aan de orde. Eiseres kan dus na de sloopwerkzaamheden niet opnieuw bezwaar maken tegen de verkeerssnelheid in de nieuwe situatie. Deze omstandigheid maakt echter niet dat eiseres in deze procedure gronden naar voren kan brengen over de geplande herinrichting van de Peperstraat, nu haar gronden daarover juist onderwerp zijn van de planologische besluitvorming, die ter beoordeling voorligt bij de ABRvS. Eiseres heeft haar gronden bovendien niet onderbouwd. Alles overziende kan de geschetste samenhang met het bestemmingsplan niet leiden tot vernietiging van het verkeersbesluit, genomen voor in de eerste plaats de periode van de sloopwerkzaamheden.
Onredelijk laat op het bezwaar beslist?
6.1.
Eiseres voert aan dat het college onredelijk laat op haar bezwaar heeft beslist. Op 29 juli 2024 is telefonisch contact geweest met de gemachtigde van het college. Daarna heeft eiseres pas op 4 maart 2025 weer van haar vernomen. Hierom verzoekt eiseres de rechtbank om het college, en in het bijzonder de burgemeester, te veroordelen tot een vergoeding in de vorm van een donatie van € 3000,-. Die donatie zou dan moeten zijn aan een of meerdere door eiseres gekozen goede doelen en persoonlijk door de burgemeester overhandigd moeten worden.
6.2.
De rechtbank is gelet op artikel 8:70 van de Algemene wet bestuursrecht niet bevoegd om een dergelijke uitspraak te doen. Daarom kan de rechtbank geen gevolg geven aan het verzoek van eiseres, wat er verder ook zij van het geschil tussen partijen over de inhoud van de genoemde contactmomenten over het bezwaar van eiseres.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.M. Janse van Mantgem, rechter, in aanwezigheid van mr. I.A. Bakker, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 30 juli 2026.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Algemene wet bestuursrecht
Artikel 3:4
1 Het bestuursorgaan weegt de rechtstreeks bij het besluit betrokken belangen af, voor zover niet uit een wettelijk voorschrift of uit de aard van de uit te oefenen bevoegdheid een beperking voortvloeit.
2 De voor een of meer belanghebbenden nadelige gevolgen van een besluit mogen niet onevenredig zijn in verhouding tot de met het besluit te dienen doelen.
Artikel 8:70
De uitspraak strekt tot:
a. onbevoegdverklaring van de bestuursrechter,
b. niet-ontvankelijkverklaring van het beroep,
c. ongegrondverklaring van het beroep, of
d. gegrondverklaring van het beroep.
Wegenverkeerswet 1994
Artikel 2, eerste en tweede lid
1 De krachtens deze wet vastgestelde regels kunnen strekken tot:
a. het verzekeren van de veiligheid op de weg;
b. het beschermen van weggebruikers en passagiers;
c. het in stand houden van de weg en het waarborgen van de bruikbaarheid daarvan;
d. het zoveel mogelijk waarborgen van de vrijheid van het verkeer.
2 De krachtens deze wet vastgestelde regels kunnen voorts strekken tot:
a. het voorkomen of beperken van door het verkeer veroorzaakte overlast, hinder of schade alsmede de gevolgen voor het milieu, bedoeld in de Wet milieubeheer;
b. het voorkomen of beperken van door het verkeer veroorzaakte aantasting van het karakter of van de functie van objecten of gebieden.