Verdachte heeft de producenten van synthetische drugs gefaciliteerd en hierbij was hij een essentiële schakel in het geheel. Verdachte heeft door zijn handelen het mede mogelijk gemaakt dat er een drugslab werd opgericht waar ook daadwerkelijk mee geproduceerd is. Er was sprake van een grote hoeveelheid hennepplanten en daarnaast een synthetisch drugslab van het grootste formaat, namelijk twee ...
ECLI:NL:RBOBR:2023:6495
text/xml
public
2026-08-27T11:54:42
2024-07-04
Raad voor de Rechtspraak
nl
Rechtbank Oost-Brabant
2023-09-27
01.003054.23
Uitspraak
Eerste aanleg – meervoudig
NL
‘s-Hertogenbosch
Strafrecht
Rechtspraak.nl
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2023:6495
text/html
public
2026-08-27T11:51:55
2026-08-27
Raad voor de Rechtspraak
nl
ECLI:NL:RBOBR:2023:6495 Rechtbank Oost-Brabant , 27-09-2023 / 01.003054.23
Verdachte heeft de producenten van synthetische drugs gefaciliteerd en hierbij was hij een essentiële schakel in het geheel. Verdachte heeft door zijn handelen het mede mogelijk gemaakt dat er een drugslab werd opgericht waar ook daadwerkelijk mee geproduceerd is. Er was sprake van een grote hoeveelheid hennepplanten en daarnaast een synthetisch drugslab van het grootste formaat, namelijk twee vaten van 600 liter. Verdachte heeft het daarmee mogelijk gemaakt dat er op grote schaal (hard)drugs werden vervaardigd en verhandeld. Hij is veroordeeld tot een gevangenisstraf van 12 maanden waarvan 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.
vonnis
Locatie ‘s-Hertogenbosch
Strafrecht
Parketnummer: 01.003054.23
Datum uitspraak: 27 september 2023
Vonnis van de rechtbank Oost-Brabant, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, in de zaak tegen:
geboren te [geboorteplaats] ca op [1969] ,
wonende te [adres] .
Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 13 september 2023.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van hetgeen van de zijde van verdachte naar voren is gebracht.
Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
t.a.v. feit 1:
hij op of omstreeks 22 maart 2022 Vessem, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval (telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad, (een) hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende amfetamine, zijnde amfetamine middelen als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
een of meer onbekend gebleven perso(o)n(en) op of omstreeks 22 maart 22 te Vessem, in elk geval in Nederland, met elkaar, althans één van hen, opzettelijk heeft/hebben bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd en/of vervaardigd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft/hebben gehad een of meer hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende amfetamine, zijnde amfetamine middelen als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet, tot en/of bij het plegen van voornoemd misdrijf verdachte op of omstreeks 22 maart 2022 te Vessem, in elk geval in Nederland, opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen heeft verschaft, door aan die onbekend gebleven perso(o)n(en) een (deel van een) loods/schuur en/of een oplegger op [adres] ter beschikking te stellen;
t.a.v. feit 2:
hij op of omstreeks 22 maart 2022 Vessem, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden en/of te bevorderen één of meer voorwerpen en/of één of meer stoffen voorhanden heeft gehad, waarvan hij, verdachte, en/of zijn mededader(s) wist(en) of ernstig reden had(den) te vermoeden dat deze bestemd waren tot het plegen van dat/die feit(en), te weten, een of meer klemdekselvaten en/of twee, althans een, Intermediate Bulk Containers (IBC-containers) en/of een RVS reactieketel en/of een sproei-installatie en/of een of meer dompelpompen en/of een of meer gascilinders en/of gaswassers en/of afzuigapparatuur en/of een of meer jerrycans en/of chemicaliën (te weten BMK);
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
een of meer onbekend gebleven perso(o)n(en) op of omstreeks 22 maart 2022 Vessem, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden en/of te bevorderen één of meer voorwerpen en/of één of meer stoffen voorhanden heeft gehad, waarvan verdachte en/of zijn mededader(s) wist(en) of ernstig reden had(den) te vermoeden dat deze bestemd waren tot het plegen van dat/die feit(en), te weten, een of meer klemdekselvaten en/of twee, althans een, Intermediate Bulk Containers (IBC-containers) en/of een RVS reactieketel en/of een sproei-installatie en/of een of meer dompelpompen en/of een of meer gascilinders en/of gaswassers en/of afzuigapparatuur en/of een of meer jerrycans en/of chemicaliën (te weten BMK), tot en/of bij het plegen van voornoemd misdrijf verdachte op of omstreeks 22 maart 2022 te Vessem, in elk geval in Nederland, opzettelijk behulpzaam is geweest en/of opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft door aan die onbekend gebleven perso(o)n(en) een (deel van een) loods/schuur en/of een oplegger op [adres] ter beschikking te stellen ten behoeve van de uitvoering van bovengenoemd(e) strafbare feit(en) en/of voor de opslag van bovengenoemd(e) stoffen en/of materialen en/of goederen;
t.a.v. feit 3:
hij op of omstreeks 11 maart 2022 te Vessem, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of opzettelijk aanwezig heeft gehad in/op (een zolderverdieping van) een schuur gelegen aan [adres] ongeveer 995 hennepplanten, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
een of meer onbekend gebleven personen op of omstreeks 11 maart 2022 te Vessem, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk heeft/hebben geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 995 hennepplanten, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, bij het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 11 maart 2022 te Vessem, in elk geval in Nederland, opzettelijk behulpzaam is geweest, door aan die onbekend gebleven persoon/personen voornoemde (zolderverdieping van de) schuur voor de teelt van hennepplanten ter beschikking te stellen;
t.a.v. feit 4 primair:
hij op of omstreeks 11 maart 2022 te Vessem, in ieder geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening, heeft weggenomen een hoeveelheid elektriciteit, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [bedrijf] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren) onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
een of meer onbekend gebleven personen op of omstreeks 11 maart 2022 te Vessem, in ieder geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft/hebben weggenomen een hoeveelheid elektriciteit toebehorende aan [bedrijf] , waarbij die onbekend gebleven perso(o)nen zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft door middel van braak en/of verbreking, tot het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 11 maart 2022 te Vessem, opzettelijk behulpzaam is geweest door het ter beschikking stellen van zijn (zolderverdieping van de) schuur voor het kweken/de teelt van hennepplanten.
Inleiding:
Bij een controle op het perceel van het bedrijf van verdachte aan het [adres] te Vessem op 10 maart 2022 werd door bevoegde ambtenaren van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) een verdachte situatie aangetroffen op de zolder van een schuur. Hierbij werd een hennepgeur waargenomen. De NVWA medewerkers hebben dit gemeld bij de politie. De politie heeft vervolgens op 11 maart 2022 een onderzoek ingesteld en heeft ter plaatse een hennepkwekerij aangetroffen op de zolder van de schuur. Op 22 maart 2022 werd een hercontrole door de NVWA gedaan op het adres [adres] . Tijdens deze hercontrole werd achter in een loods een vrachtwagenoplegger aangetroffen. Bij het openen van de laadklep rook de politie de hen bekende chemische geur, die ze herkenden als van een synthetisch drugslab. Ook zagen ze meerdere blauw gekleurden vaten, een roestvrijstalen werktafel, gasmaskers, een koelkast, een IBC vat en een ketel, welke in de oplegger stonden. Het Landelijk Faciliteiten Ontmanteling team is ter plaatse gekomen en heeft onderzoek gedaan waaruit kwam vast te staan dat de ketels, aangetroffen in de oplegger, sporen bevatten van amfetamine en BenzylMethylKeton (BMK). De aangetroffen benodigdheden en afval passen volgens de interpretatie van LFO bij de omzetting van grondstoffen naar BMK en de vervaardiging van amfetamine.
Het standpunt van de officier van justitie.
De officier van justitie concludeert tot bewezenverklaring van het onder feit 1 primair, feit 2 primair en feit 3 primair tenlastegelegde (in de vorm van medeplegen) en heeft vrijspraak gevorderd ter zake het onder feit 4 primair en subsidiair tenlastegelegde.
Het standpunt van de verdachte.
De verdachte heeft zich op het standpunt gesteld dat hij integraal dient te worden vrijgesproken. Hij had weliswaar het onderste deel van de schuur verhuurd, maar hij wist niets van de hennepkwekerij. Ook wist hij niets van het mobiele synthetische drugslab. Van de aftakking van de elektriciteit was hij evenmin op de hoogte.
Het oordeel van de rechtbank.
De rechtbank stelt vast dat uit het door [bedrijf] verrichte onderzoek is gebleken dat er een illegale aftakking was gemaakt op de hoofdleiding van [bedrijf] buiten het betreffende pand en buiten het perceel waarin de hennepkwekerij werd aangetroffen. De hoofdleiding voorzag meerdere panden van elektriciteit. De illegale aftakking (elektriciteitskabel) liep buiten de meetinrichting van [bedrijf] om naar de elektrische installatie (en de daarop aangesloten apparatuur) in het betreffende pand waarin de hennepkwekerij was gevestigd en voorzag deze van elektriciteit.
Verdachte stelt dat anderen die aftakking buiten zijn medeweten en waarneming hebben gemaakt. Dat kan ook, omdat de plaats waar de aftakking is gemaakt, is gelegen buiten zijn perceel waar iedereen bij kan, aldus de verdachte Hij stelt dat hij deze aftakking niet heeft gezien.
De rechtbank is op grond van de inhoud van het dossier en het onderzoek ter terechtzitting van oordeel dat de verdachte geen opzet heeft gehad (ook niet in voorwaardelijke zin) op het medeplegen van diefstal van elektriciteit (feit 4 primair) ten behoeve van de hennepteelt. In het dossier is onvoldoende wettig bewijs voorhanden dat verdachte direct betrokken is geweest bij de diefstal van stroom door de aftakking te maken of daaraan een zodanige substantiële bijdrage te hebben geleverd dat van medeplegen kan worden gesproken.
Ook kan uit de bewijsmiddelen niet volgen dat verdachte (al dan niet in voorwaardelijke zin) opzettelijk behulpzaam is geweest of gelegenheid, middelen of inlichtingen heeft verschaft (feit 4 subsidiair) die een dergelijke diefstal ten behoeve van de hennepteelt gemakkelijk kon maken of bevorderen.
Dit betekent dat het onder feit 4 primair en subsidiair tenlastegelegde niet is bewezen en dat de verdachte daarvan zal worden vrijgesproken.
Verdachte heeft hierover verklaard dat hij niet wist dat er een drugslab voor de productie van synthetische drugs in de oplegger aanwezig was.
Naast het aantreffen van het drugslab in de oplegger achterin een loods op het erf van verdachte, bevat het dossier naar het oordeel van de rechtbank geen aanknopingspunten dat verdachte zelf -al dan niet samen met anderen- dit synthetisch drugslab heeft opgebouwd en onderhouden. De enkele aanwezigheid daarvan op het erf van verdachte is daartoe onvoldoende. Daarom spreekt de rechtbank verdachte van het onder de feiten 1 primair en 2 primair tenlastegelegde vrij.
Uit het onderzoek blijkt het volgende.
Bij het openen van de deuren van de schuur roken verbalisanten een sterke hennepgeur. Aan de andere kant van de schuur zagen zij een manspersoon van een ladder af komen, niet zijnde de verdachte.
Zij zagen dat stroomkabels en waterslangen naar de zolderverdieping waren aangebracht.
Zij zagen dat de gehele zolderverdieping van de schuur, die via een losse trap was te bereiken, was ingericht als hennepkwekerij en dat de hennepkwekerij 995 planten bevatte. Zij zagen dat hennepplanten waren geknipt en waren opgehangen aan drooglijntjes.
Verdachte heeft verklaard dat hij voorafgaand aan het op 11 maart 2022 aantreffen van de hennepkwekerij in een loods/schuur (hierna: schuur), gelegen achter zijn woning op [adres] , omstreeks januari 2022 een deel van die schuur ter beschikking heeft gesteld aan derden. Verdachte stelt het onderste deel van de schuur ter beschikking gesteld te hebben en dat deel ook zelf te hebben gebruikt en te gebruiken voor opslag van goederen en stro. Volgens verdachte was hem gezegd dat de schuur zou worden gebruikt voor het vervaardigen en de opslag van deuren en als tegenprestatie voor het beschikbaar stellen van de schuur zouden nieuwe staldeuren worden geleverd en aangebracht.
Verdachte verklaart dat er af en toe twee personen kwamen en in dat deel van de schuur naar binnen gingen. Verdachte wil de namen van die personen niet noemen.
Verdachte stelt niets te hebben gemerkt van de inrichting van een hennepkwekerij en ook nimmer henneplucht te hebben geroken. Verder heeft verdachte verklaard nooit materialen ten behoeve van het maken van deuren en/of losse deuren in de schuur te hebben gezien. Evenmin heeft hij de personen aan wie hij de schuur ter beschikking had gesteld met dergelijke materialen gezien.
De rechtbank is van oordeel dat er geen aanknopingspunten in het dossier aanwezig zijn dat verdachte zelf -al dan niet samen met anderen- de hennepkwekerij heeft opgebouwd en onderhouden. Het aantreffen van de hennepkwekerij in combinatie met de verklaring van verdachte levert daartoe onvoldoende wettig en overtuigend bewijs op om tot een bewezenverklaring te kunnen komen. Daarom spreekt de rechtbank verdachte van het onder 3 primair tenlastegelegde vrij.
Feiten 1 subsidiair en 2 subsidiair:
De rechtbank acht de subsidiair tenlastegelegde feiten wel wettig en overtuigend bewezen en overweegt daartoe als volgt.
Door de politie is de oplegger die in de schuur stond en omgeven was door allerlei voorwerpen en materialen gefotografeerd. Op deze foto’s is te zien dat op een blauwe container naast de oplegger strobalen liggen.
Verder heeft de politie vastgesteld dat er stroomkabels onder de roldeur van de oplegger door de plegger binnen gingen. De roldeur was niet afgesloten. Bij het openen van de roldeur van de oplegger rook de verbalisant direct een chemische geur.
Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard eigenaar van de oplegger te zijn en die ongeveer 3 keer per jaar te gebruiken om daarmee stro zo’n 40 meter te verplaatsen naar de schapenwei. Hij laadt dan het stro in de oplegger en gaat met de oplegger (opgetild door een shovel) naar de wei. Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard de shovel dagelijks te gebruiken. Over het feit dat van de shovel een foto is opgenomen in de fotomap van de LFO, heeft de verdachte verklaard dat hij de shovel ter beschikking had gesteld aan het onderzoeksteam om de materialen van het terrein te kunnen verwijderen,
Verdachte heeft verklaard dat hij de strobalen die op de foto’s naast de container liggen daar zelf heeft neergelegd (met gebruik van de ter plaatse aangetroffen shovel). Dat heeft hij gedaan opdat de strobalen dan niet op de grond liggen en niet vochtig worden. Verdachte stelt dat de blauwe container op het moment van aantreffen niet door hem gebruikt werd en dat hij niet wist wat daarin zat. Hij heeft ook niets gezien of gemerkt van de door de politie aangetroffen inhoud van de oplegger, omdat hij vrijwel nooit achterin de loods komt waar de oplegger stond
De rechtbank acht de verklaring van verdachte dat hij geen weet had en niets gezien heeft van het drugslab en de in verband daarmee aangetroffen materialen in de schuur, niet geloofwaardig.
De rechtbank overweegt daarbij dat voor de productie van amfetamine en (voorbereiding van de productie van) BMK (telkens) meerdere dagen nodig zijn en dat bij de productie meerdere personen moeten zijn betrokken. Het is ten eerste volstrekt onaannemelijk dat de producenten van dergelijke drugs waar grote geldbedragen mee gemoeid gaan, een dergelijk lab gaan plaatsen op het perceel en in een oplegger van een onbekende derde, waarbij zij het grote risico van ontdekking lopen. Immers zou ontdekking en melding daarvan bij de politie door de eigenaar van de loods voor de producenten een enorm financieel risico opleveren en het risico van vervolging.
Voorts acht de rechtbank niet geloofwaardig dat verdachte niet wist dan wel kon vermoeden dat in zijn oplegger een synthetisch drugslab zat. De verklaring van verdachte dat hij de oplegger gebruikte voor het vervoeren van stro gelooft de rechtbank niet. De rechtbank ziet niet in waarom de verdachte gebruik zou maken van een dusdanig grote oplegger voor het verplaatsten van stro over een afstand van 40 meter. Dat verdachte het betreffende deel van de loods zoals hij zegt niet gebruikte en hij daar niets heeft gezien, strookt verder niet met de aangetroffen voorwerpen waarvan hij heeft verklaard die te gebruiken, waaronder de shovel die expliciet door de politie is gefotografeerd tijdens het onderzoek ter plaatse en welke foto in het dossier is opgenomen. De verklaring van verdachte dat hij de shovel ter beschikking had gesteld aan de opsporingsambtenaren om het drugslab te ontmantelen past daar niet bij. Datzelfde geldt voor de balen stro die direct naast de oplegger lagen, waarvan verdachte heeft verklaard dat hij die balen daar heeft neergelegd.
De rechtbank is op grond van voornoemde feiten en omstandigheden, vervat in de hierna genoemde bewijsmiddelen (in onderling verband en samenhang bezien) van oordeel dat verdachte de loods en oplegger beschikbaar heeft gesteld aan derden ten behoeve van het drugslaboratorium, dat de in de loods aangetroffen stoffen en goederen in de machtssfeer van verdachte zijn geweest en dat verdachte wist of redelijkerwijs kon vermoeden dat die goederen bestemd waren voor de productie van drugs en dat de bijdrage van verdachte van een zodanig gewicht is geweest dat van een bewuste en nauwe samenwerking tussen verdachte en de medeverdachten kan worden gesproken.
Voorwaardelijk opzet bij verdachte op het begaan van deze feiten acht de rechtbank dan ook aanwezig nu de gedragingen van verdachte naar hun uiterlijke verschijningsvorm kunnen worden aangemerkt als zozeer op het produceren van amfetamine en het voorbereiden of bevorderen van strafbare Opiumwetdelicten gericht te zijn dat het niet anders kan zijn dan dat verdachte de aanmerkelijke kans daarop bewust heeft aanvaard.
De rechtbank vindt daarmee bewezen dat hij als medeplichtige heeft te gelden, zowel ten aanzien feit 1 subsidiair als feit 2 subsidiair.
Feit 3 subsidiair.
De rechtbank acht het subsidiair tenlastegelegde bewezen en overweegt als volgt. Voornoemde omstandigheden wijzen zodanig op de aanwezigheid van een hennepkwekerij en de teelt van hennep, dat het niet anders kan zijn dan dat verdachte daarvan wetenschap moet hebben gehad en hij de aanmerkelijk te achten kans dat in de door hem ter beschikking gestelde schuur hennep werd geteeld, bewust heeft aanvaard.
De rechtbank stelt vast dat verdachte zelf heeft verklaard dat hij de schuur ter beschikking heeft gesteld aan personen die hij niet goed kende, volgens hem voor de opslag en vervaardiging van houten deuren. De rechtbank acht de verklaring van verdachte dat hij niets heeft gezien van de (inrichting) van de hennepkwekerij en ook geen hennepgeur heeft geroken niet geloofwaardig gelet op hetgeen in de schuur is aangetroffen en waarneembaar was (weergegeven in het dossier en in de fotomap die deel uitmaakt van het dossier). De rechtbank neemt daarbij in aanmerking dat het gaat om een grote hoeveelheid hennepplanten die op dat moment aan het drogen was. Het is een feit van algemene bekendheid dat dit een sterke henneplucht met zich meebrengt. De controleurs hebben deze geur ook direct waargenomen op 10 maart 2022. Nu de woning van verdachte op korte afstand van de schuur is gelegen en verdachte naar eigen zeggen zelf regelmatig in de schuur kwam is het niet geloofwaardig dat hij de henneplucht niet heeft geroken. Daarbij had verdachte op zijn minst twijfels moeten hebben of de schuur daadwerkelijk werd gebruikt voor het vervaardigen van deuren, nu hij volgens zijn eigen verklaring nooit materialen heeft gezien die duidden op het vervaardigen van deuren, maar wel geregeld mensen bij de schuur zag. Tenslotte is niet aannemelijk dat verdachte de slangen en stroomkabels die naar de zolder waren aangelegd, nimmer heeft gezien nu hij zelf regelmatig in de schuur kwam. Gelet op deze omstandigheden verwerpt de rechtbank dit verweer en komt tot een bewezenverklaring van medeplichtigheid aan de hennepkwekerij door daarvoor zijn schuur ter beschikking te stellen
De bewijsbijlage.
Voor de leesbaarheid van het vonnis zijn de door de rechtbank gebruikte bewijsmiddelen uitgewerkt in een bewijsbijlage die onderdeel uitmaakt van dit vonnis. De inhoud van die bijlage geldt als hier herhaald en ingelast.
t.a.v. feit 1 subsidiair:
een of meer onbekend gebleven perso(o)n(en) op of omstreeks 22 maart 22 te Vessem, met elkaar, althans één van hen, opzettelijk heeft/hebben vervaardigd, hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende amfetamine, zijnde amfetamine een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I,
tot het plegen van voornoemd misdrijf verdachte op of omstreeks 22 maart 2022 te Vessem, opzettelijk behulpzaam is geweest en opzettelijk gelegenheid en middelen heeft verschaft, door aan die onbekend gebleven perso(o)n(en) een (deel van een) loods/schuur en een oplegger op [adres] ter beschikking te stellen;
t.a.v. feit 2 subsidiair:
een of meer onbekend gebleven perso(o)n(en) op of omstreeks 22 maart 2022 te Vessem, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden en/of te bevorderen voorwerpen en stoffen voorhanden heeft gehad, waarvan verdachte en zijn mededader(s) wist(en) of ernstig reden had(den) te vermoeden dat deze bestemd waren tot het plegen van dat/die feit(en), te weten, klemdekselvaten en twee Intermediate Bulk Containers (IBC-containers) en een RVS reactieketel en een sproei-installatie en dompelpompen en gascilinders en gaswassers en afzuigapparatuur en jerrycans en chemicaliën (te weten BMK),
tot het plegen van voornoemd misdrijf verdachte op of omstreeks 22 maart 2022 te Vessem, opzettelijk behulpzaam is geweest en opzettelijk gelegenheid en middelen heeft verschaft door aan die onbekend gebleven perso(o)n(en) een (deel van een) loods/schuur en een oplegger op [adres] ter beschikking te stellen ten behoeve van de uitvoering van bovengenoemd(e) strafbare feit(en) en voor de opslag van bovengenoemde stoffen en materialen en goederen;
t.a.v. feit 3 subsidiair:
een of meer onbekend gebleven personen op of omstreeks 11 maart 2022 te Vessem, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, opzettelijk heeft/hebben geteeld 995 hennepplanten, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II, bij het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 11 maart 2022 te Vessem, opzettelijk behulpzaam is geweest, door aan die onbekend gebleven persoon/personen voornoemde (zolderverdieping van de) schuur voor de teelt van hennepplanten ter beschikking te stellen.
Het bewezen verklaarde levert op de in de uitspraak vermelde strafbare feiten.
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.
De rechtbank is van oordeel dat met betrekking tot feit 1 en feit 2 sprake is van eendaadse samenloop als bedoeld in artikel 55, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht. De bewezen verklaarde gedragingen leveren in die mate een samenhangend, zich min of meer op dezelfde tijd en plaats afspelend feitencomplex op dat de verdachte daarvan in wezen één verwijt wordt gemaakt, terwijl de strekking van de desbetreffende strafbepalingen slechts enigszins uiteenloopt.
De eis van de officier van justitie.
De officier van justitie vordert een gevangenisstraf voor de duur van twaalf (12) maanden onvoorwaardelijk.
Het oordeel van de rechtbank.
Bij de beslissing over de straf die aan verdachte dient te worden opgelegd, heeft de rechtbank gelet op de aard en de ernst van het bewezen verklaarde en de omstandigheden waaronder dit is begaan. Bij de beoordeling van de ernst van dedoor verdachte gepleegde strafbare feiten betrekt de rechtbank het wettelijke strafmaximum en de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd. Daarnaast houdt de rechtbank bij de strafbepaling rekening met de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.
De rechtbank heeft in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.
Verdachte heeft de producenten van synthetische drugs gefaciliteerd en hierbij was
hij een essentiële schakel in het geheel. Verdachte heeft door zijn handelen het mede mogelijk gemaakt dat er een drugslab werd opgericht waar ook daadwerkelijk mee geproduceerd is. Er was sprake van een grote hoeveelheid hennepplanten en daarnaast een synthetisch drugslab van het grootste formaat, namelijk twee vaten van 600 liter. Verdachte heeft het daarmee mogelijk gemaakt dat er op grote schaal (hard)drugs werden vervaardigd en verhandeld.
Het is algemeen bekend dat de productie van (synthetische) drugs, en verdovende middelen in het algemeen, zeer schadelijk is voor de volksgezondheid en bovenal voor de gezondheid van de gebruikers van deze middelen. Voornoemde drugs kunnen leiden tot een lichamelijke of geestelijke verslaving. Daar komt nog bij dat amfetamine een zeer verslavende drug is. Bovendien is het algemeen bekend dat verslaafde gebruikers misdrijven plegen om aan geld te komen om in hun verslaving te kunnen voorzien.
Het is een feit van algemene bekendheid dat de vervaardiging van en handel in (synthetische) drugs in handen is van grote, georganiseerde criminele verbanden die daarmee grote winsten maken en hun belangen in deze handel en productie beschermen met (grof) geweld en bedreiging met geweld, waarbij ook onschuldige slachtoffers vallen.
Verdachte heeft door zijn handelen bijgedragen aan een georganiseerde vorm van drugscriminaliteit die de laatste jaren in ons land grote vormen heeft aangenomen, die gepaard gaat met zwarte geldstromen en ondermijning van de Nederlandse samenleving.
Bovendien gaat de productie van harddrugs met andere vormen van criminaliteit gepaard, zoals het dumpen van chemisch afval in de natuur.
Ook het telen van hennep gaat steeds meer gepaard met andere, ook zware vormen van criminaliteit. Hennep kan gevaar opleveren voor de gezondheid van de gebruikers ervan, zeker nu het THC-gehalte in hennep steeds hoger wordt.
De rechtbank heeft er bij de strafbepaling ten voordele van verdachte rekening mee gehouden dat verdachte blijkens het uittreksel uit zijn justitiële documentatie (gedateerd 3 augustus 2023) niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke feiten.
De rechtbank heeft ook gelet op de inhoud van het reclasseringsrapport betreffende
verdachte van 28 augustus 2023, waarin wordt gesteld dat het recidive-risico wordt ingeschat als laag gemiddeld, en op de omstandigheden dat verdachte een eenmansbedrijf en (hypotheek)schulden heeft. Verdachte weet goed wat de grenzen van het toelaatbare zijn en lijkt er bewust voor te kiezen om deze te overschrijden.
De rechtbank is van oordeel dat in verband met een juiste normhandhaving niet kan worden volstaan met het opleggen van een andersoortige of geringere straf dan een gevangenisstraf voor de duur van twaalf (12) maanden.
De rechtbank ziet hierin, mede gelet op de straffen die in soortgelijke zaken doorgaans worden opgelegd aanleiding af te wijken van de eis van de officier van justitie en ziet aanleiding om een deel van de op te leggen gevangenisstraf voorwaardelijk op te leggen. Hoewel het blijkens het reclasseringsrapport erop lijkt dat verdachte zijn eigen plan trekt, ziet de rechtbank wel aanleiding voor een voorwaardelijk strafdeel, om verdachte ervan te weerhouden opnieuw strafbare feiten te plegen.
De rechtbank is van oordeel dat de straf die de rechtbank zal opleggen de ernst van het bewezen verklaarde voldoende tot uitdrukking brengt.
De rechtbank zal verdachte veroordelen tot na te noemen straf, die de rechtbank passend en geboden acht.
Het standpunt van de officier van justitie.
De officier van justitie vordert de benadeelde partij [bedrijf] in de vordering (ten bedrage van € 8.396,37) niet ontvankelijk te verklaren omdat hij vrijspraak vordert voor feit 4 (waarop de vordering betrekking heeft).
Beoordeling.
De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in de vordering, aangezien de verdachte wordt vrijgesproken van het feit waarop de vordering van de benadeelde partij betrekking heeft. De rechtbank zal de benadeelde partij veroordelen in de kosten van de verdachte als bedoeld in artikel 592a van het Wetboek van Strafvordering. Deze kosten worden begroot op nihil.
De beslissing is gegrond op de artikelen:
14a, 14b, 14c, 47, 48, 55, 57, 63 Wetboek van Strafrecht;
2, 3, 10a, 11 Opiumwet.
De rechtbank:
Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte onder feit 1 primair, feit 2 primair, feit 3 primair en feit 4 primair en subsidiair is tenlastegelegd en spreekt hem daarvan vrij;
verklaart het onder feit 1 subsidiair, feit 2 subsidiair en feit 3 subsidiair tenlastegelegde bewezen zoals hiervoor is omschreven;
verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt hem daarvan vrij.
Het bewezen verklaarde levert op de misdrijven:
feit 1 subsidiair:
medeplichtigheid tot medeplegen van: opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2, onder D van de Opiumwet gegeven verbod;
feit 2 subsidiair:
medeplichtigheid tot medeplegen van: om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet voor te bereiden of te bevorderen, voorwerpen en stoffen voorhanden hebben, waarvan hij weet of ernstige reden heeft om te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit
(in eendaadse samenloop begaan met feit 1 subsidiair);
en feit 3 subsidiair:
medeplichtigheid bij medeplegen van: opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3, onder B van de Opiumwet gegeven verbod.
Verklaart verdachte hiervoor strafbaar.
Legt op de volgende straf:
t.a.v. feit 1 subsidiair, feit 2 subsidiair en feit 3 subsidiair:
een gevangenisstraf voor de duur van 12 maanden waarvan 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.
Voorwaarde is, dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig zal maken aan een strafbaar feit.
Veroordeelt de benadeelde partij in de proceskosten door verdachte ter verdediging tegen die vordering gemaakt, tot op heden begroot op nihil.
Dit vonnis is gewezen door:
mr. M.M.L.A.T. Doll, voorzitter,
mr. M.J.M.A. van der Put en mr. L.P. Stapel, leden,
in tegenwoordigheid van J.F.A. Verhagen, griffier,
en is uitgesproken op 27 september 2023.