Verzoeker vraagt om het instellen van een bewind ten behoeve van betrokkene. Verzoeker is de mentor van betrokkene.
ECLI:NL:RBOBR:2026:5446
text/xml
public
2026-07-27T08:57:45
2026-07-27
Raad voor de Rechtspraak
nl
Rechtbank Oost-Brabant
2026-07-16
NL:TZ:2613368:IVB
Uitspraak
Beschikking
NL
‘s-Hertogenbosch
Civiel recht; Personen- en familierecht
Rechtspraak.nl
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOBR:2026:5446
text/html
public
2026-07-27T08:56:52
2026-07-27
Raad voor de Rechtspraak
nl
ECLI:NL:RBOBR:2026:5446 Rechtbank Oost-Brabant , 16-07-2026 / NL:TZ:2613368:IVB
Verzoeker vraagt om het instellen van een bewind ten behoeve van betrokkene. Verzoeker is de mentor van betrokkene.
Zittingsplaats ’s-Hertogenbosch
zaaknummer
:
NL:TZ:2613368:IVB
datum[griffier]
:
16 juli 2026
op verzoek van:
[mentor] ,
Postbus [postbus] , [postcode] [vestigingsplaats] ,
Kamer van Koophandel-nummer [kvk] ,
hierna te noemen: verzoeker,
met betrekking tot:
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] ,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
hierna te noemen: betrokkene.
– het verzoek met bijlagen, ontvangen op 27 mei 2026;
– de aanvullende informatie, ontvangen op 18 juni 2026 en op 25 juni 2026.
Het verzoek is besproken met de (senior) gerechtsjurist op 13 juli 2026. Van dit gesprek zijn aantekeningen gemaakt. De kantonrechter heeft kennisgenomen van de aantekeningen van dit gesprek en vervolgens bepaald dat het verzoek zonder mondelinge behandeling toewijsbaar is.
Verzoeker vraagt om het instellen van een bewind ten behoeve van betrokkene. Verzoeker is de mentor van betrokkene.
Betrokkene heeft tijdens het gesprek met de gerechtsjurist aangegeven dat hij niet wil dat zijn goederen onder bewind worden gesteld en hij wenst zijn financiën zelfstandig te blijven beheren.
De kantonrechter overweegt al volgt.
Uit de stukken en het verslag van het door de gerechtsjurist gehouden gesprek blijkt dat betrokkene vanwege zijn lichamelijke of geestelijke toestand onvoldoende in staat is zijn vermogensrechtelijke belangen te behartigen.
Betrokkene betaalt sommige facturen niet, omdat het hem niet meer zelfstandig (digitaal) lukt. Er is geen netwerk aanwezig die hem daarbij kan ondersteunen. De kantonrechter vindt het wel noodzakelijk dat betrokkene hulp krijgt bij zijn geldzaken. Daarom zal de kantonrechter een bewind instellen. Dit betekent niet dat betrokkene geen zeggenschap meer heeft over zijn geldzaken. Voor betrokkene zal er naar alle waarschijnlijkheid weinig veranderen.
Betrokkene is (op dit moment) niet in staat om de rekening en verantwoording te beoordelen. Betrokkene is (op dit moment) wel in staat om toestemming te geven voor de handelingen als bedoeld in artikel 1:441 van het Burgerlijk Wetboek.
De kantonrechter zal de beloning voor de aanvangswerkzaamheden vaststellen overeenkomstig het eerstgenoemde bedrag in artikel 3 lid 5 sub a van de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren.
De kantonrechter zal de jaarbeloning vaststellen overeenkomstig artikel 3 lid 2 sub a van de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren. Deze beloning is inclusief onkostenvergoeding.
De kantonrechter:
stelt met ingang van de dag na de datum van verzending van deze beschikking een bewind in over de goederen die [betrokkene] (zullen) toebehoren vanwege zijn lichamelijke of geestelijke toestand;
benoemt met ingang van de dag na de datum van verzending van deze beschikking tot bewindvoerder: [bewindvoerder 2] , Kvkno. [kvk] , Postbus [postbus] , [postcode] [vestigingsplaats] ;
– bepaalt dat de bewindvoerder voor de (aanvangs)werkzaamheden en voor de met het bewind gemoeide kosten in de Regeling beloning curatoren, bewindvoerders en mentoren vastgestelde forfaitaire tarieven ten laste van het vermogen van betrokkene mag brengen.
Deze beschikking is gegeven door mr. S.C.E.F. Moulen Janssen, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 16 juli 2026.
Tegen deze beschikking kan -uitsluitend door tussenkomst van een advocaat- hoger beroep worden ingesteld bij het Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch:
door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van deze beschikking (digitaal) is verstrekt of verzonden binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
door andere belanghebbenden binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat deze beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.