Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag van eiseres om een uitkering op grond van de WIA. Minder dan 35% arbeidsongeschikt is. Tussen uitspraak van 10 oktober 2025 een tussenuitspraak gedaan omdat het bestreden besluit in strijd is met artikelen 3:3 en 7:12 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). In deze einduitspraak komt de rechtbank tot de conclusie dat het UWV het gebrek nie...
ECLI:NL:RBOVE:2026:2600
text/xml
public
2026-05-25T18:00:21
2026-05-18
Raad voor de Rechtspraak
nl
Rechtbank Overijssel
2026-05-18
AK_25_1418
Uitspraak
Eerste aanleg – enkelvoudig
NL
Zwolle
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Rechtspraak.nl
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:2600
text/html
public
2026-05-22T12:21:16
2026-05-25
Raad voor de Rechtspraak
nl
ECLI:NL:RBOVE:2026:2600 Rechtbank Overijssel , 18-05-2026 / AK_25_1418
Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag van eiseres om een uitkering op grond van de WIA. Minder dan 35% arbeidsongeschikt is. Tussen uitspraak van 10 oktober 2025 een tussenuitspraak gedaan omdat het bestreden besluit in strijd is met artikelen 3:3 en 7:12 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). In deze einduitspraak komt de rechtbank tot de conclusie dat het UWV het gebrek niet heeft hersteld.
De verzekeringsarts bezwaar en beroep komt gedeeltelijk terug op de eerder gestelde en nog steeds in de FML opgenomen, ongeclausuleerde algemene beperking op item 1.8.6. (verhoogd persoonlijke risico). Tramadol gebruik. Bovendien is de argumentatie van de verzekeringsarts bezwaar en beroep dezelfde als de argumentatie die in de tussenuitspraak door de rechtbank niet is gevolgd. Uitgegaan moet dus worden van de in de FML gestelde algemene beperking op ‘verhoogd persoonlijk risico’, namelijk de cliënt kan niet in omstandigheden werken met verwondings- of ongevalsrisico, zoals verkeer / hete leidingen / open vuur / chemicaliën. De rechtbank acht het onaanvaardbaar dat de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep het acceptabel acht dat er een verhoogd risico is dat eiseres zich kan branden aan de soldeerbout, omdat dit slechts een kleine verbrandingsplek zou veroorzaken. Functies niet geschikt omdat eiseres volgens de beschrijving in het CBBS moet werken met epoxy of chemische vloeistof, waarvan in de FML expliciet is opgenomen dat zij dat niet kan. Dat eiseres in de geduide functies hittebestendige handschoenen kan gebruiken, acht de rechtbank niet goed gemotiveerd.
Het UWV moet opnieuw op het bezwaar van eiseres beslissen. Beroep gegrond.
Bestuursrecht
zaaknummer: ZWO 25/1418
einduitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres], uit [woonplaats], eiseres
(gemachtigde: mr. K. Aslan),
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen, het UWV
(gemachtigde: [gemachtigde]).
Samenvatting
Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag van eiseres om een uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA). Het UWV heeft de aanvraag afgewezen omdat eiseres minder dan 35% arbeidsongeschikt is. Eiseres is het hier niet mee eens en heeft beroep ingesteld. De rechtbank heeft op 10 oktober 2025 een tussenuitspraak gedaan omdat het bestreden besluit in strijd is met artikelen 3:3 en 7:12 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). In deze einduitspraak komt de rechtbank tot de conclusie dat het UWV het gebrek niet heeft hersteld. Het UWV moet opnieuw op het bezwaar van eiseres beslissen. Eiseres krijgt gelijk en het beroep is dus gegrond.
1. Voor het procesverloop van dit geschil verwijst de rechtbank naar de tussenuitspraak van 10 oktober 2025, waarin de rechtbank heeft geoordeeld dat het UWV er in het besluit van 25 april 2025 (het bestreden besluit) ten onrechte van uit is gegaan dat geen beperking voor verhoogd persoonlijk risico (item 1.8.6 van de FML) hoeft te worden aangenomen. De rechtbank heeft het UWV in de gelegenheid gesteld om binnen vier weken na verzending van de tussenuitspraak, met inachtneming van wat in de tussenuitspraak is overwogen, het geconstateerde gebrek in het bestreden besluit te herstellen.
1.1.
Het UWV heeft op 30 oktober 2025 in reactie op de tussenuitspraak een aanvullende motivering ingediend. Daarbij zijn een rapportage van de verzekeringsarts bezwaar en beroep van 16 oktober 2025 en van de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep van 19 oktober 2025 gevoegd.
1.2.
Eiseres heeft op 9 december 2025 hierop schriftelijk gereageerd.
1.3.
Het UWV heeft op 23 december 2025 desgevraagd een nadere reactie ingediend. Daarbij zijn een rapportage van de verzekeringsarts bezwaar en beroep van 18 december 2025 en van de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep van 23 december 2025 gevoegd.
1.4.
De rechtbank heeft bepaald dat een nadere zitting achterwege blijft en het onderzoek gesloten.
Tussenuitspraak
2. Voor een weergave van de feiten, standpunten van partijen en haar overwegingen verwijst de rechtbank naar de tussenuitspraak. Deze uitspraak bouwt voort op de tussenuitspraak.
3. In rechtsoverweging 6.1 van de tussenuitspraak heeft de rechtbank overwogen dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep niet voldoende navolgbaar heeft gerapporteerd waarom in verband met het Tramadolgebruik van eiseres geen beperking voor ‘verhoogd persoonlijk risico’ aangenomen zou hoeven worden. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft daarover opgemerkt dat eiseres andere pijnstillers zou kunnen gebruiken, maar naar het oordeel van de rechtbank moet uitgegaan worden van de voorgeschreven medicatie (Tramadol). Ook heeft de verzekeringsarts bezwaar en beroep erop gewezen dat eiseres in de ochtend wel auto reed, maar dat zegt niets over de gevolgen van het Tramadolgebruik omdat zij dat in de middag nam. Tot slot heeft de verzekeringsarts bezwaar en beroep te kennen gegeven dat uit de beschikbare medische informatie en de bevindingen van de primaire verzekeringsarts en in bezwaar geen aanwijzingen blijken voor een verminderde concentratie. Ook dat heeft de rechtbank niet overtuigd, omdat de Tramadol ‘zo nodig’ was voorgeschreven en eiseres dit middel naar eigen zeggen ongeveer twee keer per week gebruikte. Niet duidelijk is geworden of zij dit middel had gebruikt toen ze de spreekuren bij het UWV bezocht. Gelet daarop heeft de rechtbank in de tussenuitspraak geoordeeld dat een beperking voor ‘verhoogd persoonlijk risico (item 1.8.6 van de FML)’ moet worden aangenomen.
Standpunten van partijen
4. In reactie op de tussenuitspraak heeft het UWV twee rapporten van de verzekeringsarts bezwaar en beroep en twee rapporten van de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep overgelegd.
4.1.
De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft in het rapport van 16 oktober 2025 opgenomen dat vanwege het gebruik van Tramadol item 1.8.6 ‘verhoogd persoonlijk risico’ toegevoegd moet worden aan de FML, geldig vanaf 17 december 2023, die toeziet op de datum in geding. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft op 16 oktober 2025 een nieuwe FML opgesteld. Daarbij is opgenomen onder item 1.8.6 : “ja, de cliënt is aangewezen op werk zonder verhoogd persoonlijk risico, namelijk de cliënt kan niet in omstandigheden werken met verwondings- of ongevalsrisico, zoals verkeer / hete leidingen / open vuur / chemicaliën.”.
4.2.
De arbeidsdeskundige bezwaar en beroep heeft in de rapportage van 19 oktober 2025 de eerder geduide functie ‘wikkelaar’ laten vervallen, omdat sprake is van een overbelasting op item 1.8.6 van de FML, gelet op verbrandingsgevaar bij het tinbad (circa 350 graden). De overige vier eerder geduide functies blijven wel geschikt, zodat het arbeidsongeschiktheidspercentage van eiseres 0,0% blijft. Ten aanzien van de functies ‘assemblagemedewerker elektrotechnische producten’ en ‘assemblagemedewerker besturingskasten en panelen’ heeft de arbeidsdeskundige opgemerkt dat in die functies wel gewerkt moet worden met een soldeerbout, maar dat ze toch geschikt zijn omdat: “sec gezien geen sprake van verwondings- of ongevalsrisico [bestaat] zoals omschreven door de verzekeringsarts bezwaar en beroep. Geen sprake van verhoogd persoonlijk risico. Kan vinger eventueel branden aan soldeerbout, maar dit is minimaal.”.
4.3.
Namens eiseres is aangevoerd dat de rechtbank en de verzekeringsarts bezwaar en beroep een algemene beperking noodzakelijk achten ten aanzien van verhoogd persoonlijk risico. Dat betekent naar de mening van eiseres dat alle activiteiten die een verhoogd persoonlijk risico opleveren ongeschikt zijn voor haar. Daarbij komt dat de arbeidskundig analist als toelichting bij item 1.8.6 heeft opgenomen dat sprake is van verbrandings- dan wel brandgevaar. Ook de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep is van mening dat men zich kan branden aan de soldeerbout. Eiseres is dus niet geschikt voor de functies assemblagemedewerker elektrotechnische producten en assemblagemedewerker besturingskasten en panelen.
4.4.
In reactie op wat eiseres aanvullend heeft gesteld, hebben de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep en de verzekeringsarts bezwaar en beroep schriftelijk overleg gehad.
4.4.1.
De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft in een e-mailbericht van 18 december 2025 onder meer het volgende opgenomen: “Cliënt is juli 2023 (ongeveer een half jaar voor datum in geding 18-12-2023), gestart met Tramadol/Paracetamol 37,5/325mg zo nodig. Tramadol is een categorie II middel. Geneesmiddelen uit categorie II hebben een licht tot matig negatieve invloed op de rijvaardigheid. Bij Tramadol is, bij incidenteel of kortdurend gebruik, aangegeven: eerste 12 uur niet rijden, erna pas rijden als bijwerkingen verdwenen zijn. Uit het dagverhaal (…) blijkt dat cliënt haar echtgenoot (…) vroeg in de ochtend naar zijn werk bracht en weer ophaalde aan het eind van de ochtend met de auto. Uit de bevindingen van de primaire verzekeringsarts (…) en in bewaar blijkt dat er (…) bij anamnese, observatie geen aanwijzingen voor een verminderde concentratie, aandacht. De mate waarin er sprake is van een ‘verhoogd persoonlijk risico’, zoals de kans om zich te branden aan een föhn/ soldeerbout, is dan ook zeer beperkt.”.
4.4.2.
De arbeidskundige bezwaar en beroep heeft in de rapportage van 23 december 2025 te kennen gegeven dat de kans om zich licht te verbranden aan de elektrische soldeerbout klein is. Als het al gebeurt, dan is er hooguit sprake van een kleine verbrandingsplek. Daarbij kan er altijd gebruikt gemaakt worden van een algemeen gebruikelijke voorziening / hulpmiddel. Er zijn diverse hittebestendige handschoenen beschikbaar, bijvoorbeeld Weller WLACCSG-02.
Oordeel van de rechtbank
5. De rechtbank is van oordeel dat het UWV het in de tussenuitspraak geconstateerde motiveringsgebrek niet volledig heeft hersteld. De rechtbank licht dit als volgt toe.
5.1.
De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft in het e-mailbericht van 18 december 2025 te kennen gegeven dat de mate waarin sprake is van verhoogd persoonlijk risico zeer beperkt is. Hiermee komt de verzekeringsarts bezwaar en beroep gedeeltelijk terug op de eerder gestelde en nog steeds in de FML opgenomen, ongeclausuleerde algemene beperking op item 1.8.6. Bovendien is de argumentatie van de verzekeringsarts bezwaar en beroep dezelfde als de argumentatie die in de tussenuitspraak door de rechtbank niet is gevolgd. Uitgegaan moet dus worden van de in de FML gestelde algemene beperking op ‘verhoogd persoonlijk risico’, namelijk de cliënt kan niet in omstandigheden werken met verwondings- of ongevalsrisico, zoals verkeer / hete leidingen / open vuur / chemicaliën.
5.2.
Uitgaande van deze beperking, zijn de functies ‘assemblagemedewerker elektrotechnische producten’ en ‘assemblagemedewerker besturingskasten en panelen’ niet geschikt voor eiseres. De rechtbank acht het onaanvaardbaar dat de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep het acceptabel acht dat er een verhoogd risico is dat eiseres zich kan branden aan de soldeerbout, omdat dit slechts een kleine verbrandingsplek zou veroorzaken. Omdat eiseres in beide genoemde functies met een soldeerbout moet werken, zijn ze niet geschikt voor haar.
5.2.1.
De ongeschiktheid voor de functie ‘assemblagemedewerker elektrotechnische producten’ geldt te meer omdat eiseres in deze functie volgens de beschrijving in het CBBS moet werken met epoxy of chemische vloeistof, waarvan in de FML expliciet is opgenomen dat zij dat niet kan.
5.2.2.
Dat eiseres in beide genoemde functies hittebestendige handschoenen kan gebruiken, acht de rechtbank niet goed gemotiveerd. Bij de functie ‘assemblagemedewerker elektrotechnische producten’ is namelijk onder punt 3.3 opgenomen dat 80% van de werkzaamheden zonder handschoenen moet. In de functie ‘assemblagemedewerker besturingskasten en panelen’ staat onder punt 3.4 dat eiseres maxiflexhandschoenen moet gebruiken. Dit zijn kennelijk andere handschoenen dan de door de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep genoemde handschoenen. Niet gemotiveerd is of deze handschoenen ook hittebestendig zijn.
5.3.
Gelet op het voorgaande is het bestreden besluit nog steeds niet goed gemotiveerd.
6. Gelet op het in de tussenuitspraak geconstateerde gebrek is het beroep gegrond. De rechtbank vernietigt daarom het bestreden besluit. De rechtbank ziet geen aanleiding om de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand te laten of zelf in de zaak te voorzien. De rechtbank ziet ook geen aanleiding om een tweede bestuurlijke lus toe te passen.
6.1.
De rechtbank bepaalt met toepassing van artikel 8:72, vierde lid, van de Awb dat het UWV een nieuwe beslissing op bezwaar moet nemen met inachtneming van deze uitspraak en de tussenuitspraak. De rechtbank geeft het UWV hiervoor een termijn van vier weken. De rechtbank is van oordeel dat het UWV inmiddels voldoende in de gelegenheid is geweest te motiveren dat eiseres alle geduide functies kan uitvoeren, maar het UWV is daarin niet geslaagd. Omdat de rechtbank het niet aannemelijk acht dat het UWV hierin alsnog zal slagen, ziet de rechtbank aanleiding te bepalen dat het UWV bij het nieuw te nemen besluit uit moet gaan van de inmiddels in de FML opgenomen beperkingen. Daarnaast moet het UWV ervan uit gaan dat de functies ‘assemblagemedewerker elektrotechnische producten’ en ‘assemblagemedewerker besturingskasten en panelen’ komen te vervallen.
6.2.
Omdat de rechtbank het beroep gegrond verklaart, moet het UWV aan eiseres het door haar betaalde griffierecht vergoeden en krijgt eiseres een vergoeding voor de proceskosten die zij heeft gemaakt. Het UWV moet die vergoeding betalen. De vergoeding wordt met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. De bijstand door een gemachtigde levert 2,5 punten op (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, 1 punt voor het verschijnen op de zitting en 0,5 punt voor het indienen van een schriftelijke zienswijze na de tussenuitspraak) met een waarde per punt van € 934,-, bij een wegingsfactor 1. Toegekend wordt € 2.335,-.
De rechtbank:
– verklaart het beroep gegrond;
– vernietigt het bestreden besluit van 25 april 2025;
– draagt het UWV op binnen vier weken een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen met inachtneming van deze uitspraak;
– draagt het UWV op het betaalde griffierecht van € 53,- aan eiseres te vergoeden;
– veroordeelt het UWV tot betaling van € 2.335,- aan proceskosten aan eiseres.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Eikelenboom, rechter, in aanwezigheid van mr.E.G.M. ten Kate, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
ECLI:NL:RBOVE:2025:6021