Menu

Filter op
content
PONT Data&Privacy

0

ECLI:NL:RBOVE:2026:2602

Wajong. Afwijzing Wajong-aanvraag. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft op inzichtelijke en overtuigende wijze gemotiveerd dat niet is uitgesloten dat de mogelijkheden tot arbeidsvermogen van betrokkene zich in de toekomst nog kunnen ontwikkelen. Beroep ongegrond.

Rechtbank Overijssel 25 May 2026

Jurisprudentie – Uitspraken

ECLI:NL:RBOVE:2026:2602
text/xml
public
2026-05-25T18:00:19
2026-05-18
Raad voor de Rechtspraak
nl
Rechtbank Overijssel
2026-05-18
AK_25_3342
Uitspraak
Eerste aanleg – enkelvoudig
NL
Almelo
Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht

Rechtspraak.nl

http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:2602
text/html
public
2026-05-20T12:55:47
2026-05-25
Raad voor de Rechtspraak
nl
ECLI:NL:RBOVE:2026:2602 Rechtbank Overijssel , 18-05-2026 / AK_25_3342

Wajong. Afwijzing Wajong-aanvraag. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft op inzichtelijke en overtuigende wijze gemotiveerd dat niet is uitgesloten dat de mogelijkheden tot arbeidsvermogen van betrokkene zich in de toekomst nog kunnen ontwikkelen. Beroep ongegrond.

RECHTBANK OVERIJSSEL

Zittingsplaats Almelo

Bestuursrecht

zaaknummer: ZWO 25/3342

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres], uit [woonplaats], eiseres,

gemachtigde: mr. M.P. Smit,

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV),

gemachtigde: [gemachtigde].

1.1

Bij besluit van 2 augustus 2024 heeft het UWV eiseres meegedeeld dat zij geen uitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong) kan krijgen.

1.2

Eiseres heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt. Met het bestreden besluit van 3 oktober 2025 op het bezwaar van eiseres is het UWV bij dit besluit gebleven.

1.3

Eiseres heeft beroep ingesteld dit besluit. Het UWV heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.

1.4

De rechtbank heeft het beroep op 25 februari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, vergezeld door haar moeder [naam], de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van het UWV.

2. Eiseres, geboren op [geboortedatum] 2004, heeft het UWV op 12 juni 2024 verzocht haar, naast een indicatie banenafspraak en een advies indicatie beschut werk, een Wajong-uitkering toe te kennen. Na verzekeringsgeneeskundig onderzoek heeft besluitvorming plaatsgevonden, zoals vermeld onder ‘Procesbelang’.

3.1

Het UWV stelt zich in het bestreden besluit op het standpunt dat eiseres geen recht heeft op een Wajong-uitkering. Eiseres is geen jonggehandicapte. Zij heeft nu weliswaar geen arbeidsvermogen, maar kan dit in de toekomst misschien nog wel ontwikkelen. Het UWV heeft verwezen naar het rapport van 19 september 2025 van de verzekeringsarts bezwaar en beroep en het rapport van 23 september 2025 van de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep.

3.2

Eiseres stelt dat de besluitvorming van het UWV op meerdere punten onjuist, onvolledig en onvoldoende gemotiveerd is. Het UWV erkent dat eiseres op dit moment geen arbeidsvermogen heeft en dat sprake is van een complexe medische situatie. Het UWV heeft niet met objectieve medische gegevens onderbouwd dat eiseres op termijn nog arbeidsvermogen zou kunnen ontwikkelen. Eiseres heeft gewezen op rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) en de Uniforme beoordeling duurzaamheid bij long covid/post covid syndroom in het kader van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA). Volgens eiseres zijn deze rechtspraak en deze memo ook relevant voor de Wajong.

Eiseres acht het onzorgvuldig dat meermaals is verwezen naar haar jonge leeftijd en eerdere werkervaring. Verder is de gezondheidssituatie van eiseres sinds de besluitvorming aantoonbaar verslechterd, hetgeen de veronderstelde mogelijkheid tot herstel weerspreekt. Eiseres verzoekt deze nieuwe omstandigheden te betrekken bij de beoordeling conform artikel 8:69, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht.

4. De wettelijke regels en het beoordelingskader die voor de beoordeling van het beroep belangrijk zijn, zijn te vinden in de bijlage bij deze uitspraak.

5. De rechtbank beoordeelt of het besluit van het UWV om eiseres een Wajong-uitkering te weigeren in stand kan blijven. Zij doet dat aan de hand van de argumenten die eiseres in beroep heeft aangevoerd, de beroepsgronden. De rechtbank komt tot het oordeel dat het beroep niet slaagt en overweegt hiertoe als volgt.

5.1

Om recht te hebben op een Wajong-uitkering moet een betrokkene als jonggehandicapte kunnen worden aangemerkt. Op grond van artikel 1a:1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wajong is jonggehandicapte de ingezetene die op de dag waarop deze achttien jaar wordt als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte, gebrek, zwangerschap of bevalling duurzaam geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft. Op grond van het vierde lid wordt onder duurzaam geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie hebben de situatie verstaan waarin de mogelijkheden tot arbeidsparticipatie zich niet kunnen ontwikkelen.

5.2

Niet in geschil is dat eiseres op 1 september 2023 geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie (arbeidsvermogen) heeft, omdat zij niet tenminste 4 uur per dag belastbaar is (en ook geen 2 uur). Partijen zijn verdeeld over de vraag of het ontbreken van arbeidsvermogen duurzaam is.

5.3

De beoordeling van de duurzaamheid van het ontbreken van arbeidsvermogen betreft een inschatting van de kansen op verbetering van de mogelijkheden tot arbeidsparticipatie. Duurzaamheid op grond van de Wajong wordt aangenomen in een situatie waarin de mogelijkheden tot arbeidsparticipatie zich niet meer kunnen ontwikkelen. Gelet op de wetsgeschiedenis is hiervan sprake als een betrokkene geen enkel perspectief meer heeft op ontwikkeling en herstel is uitgesloten. Als het UWV stelt dat duurzaamheid ontbreekt, hoeft het UWV niet te onderbouwen dat een betrokkene in de toekomst zal beschikken over arbeidsvermogen. Het UWV moet in zo’n geval wel aannemelijk maken dat de mogelijkheden tot arbeidsparticipatie zich in de toekomst op een dusdanige wijze kunnen ontwikkelen dat niet uitgesloten is dat op termijn arbeidsvermogen zal kunnen ontstaan. Daarbij zijn van belang de bij betrokkene bestaande mogelijkheden tot verbetering van belastbaarheid, verdere ontwikkeling en toename van bekwaamheden. Anders dan bij een arbeidsongeschiktheidsbeoordeling op grond van de Wet WIA kan in een situatie waarbij op lange termijn slechts een geringe kans op herstel bestaat, voor de toepassing van de Wajong (vooralsnog) geen duurzaamheid worden aangenomen. In een situatie waarin het arbeidsvermogen tijdelijk ontbreekt wordt voor de toepassing van de Wajong de duurzaamheid na een periode van tien jaar alsnog verondersteld aanwezig te zijn.

5.4

Eiseres heeft verwezen naar rechtspraak van de CRvB en de Uniforme beoordeling duurzaamheid bij long covid/post covid syndroom. Deze zien echter op de Wet WIA. Zoals hiervoor in 5.3 vermeld geldt voor de Wajong ten aanzien van de duurzaamheid een ander criterium dan voor de Wet WIA. Voor de Wajong geldt dat om duurzaamheid van het ontbreken van arbeidsvermogen te kunnen aannemen de betrokkene geen enkel perspectief meer dient te hebben op ontwikkeling en dat verbetering uitgesloten dient te zijn.

5.5

De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft op inzichtelijke en overtuigende wijze gemotiveerd dat niet is uitgesloten dat de mogelijkheden tot arbeidsvermogen van eiseres zich in de toekomst nog kunnen ontwikkelen. Wat eiseres in beroep aanvoert, geeft de rechtbank geen reden om aan het medische oordeel van de verzekeringsartsen te twijfelen.

5.6

De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft informatie van Het Roessingh en Mediant in haar beoordeling betrokken. Daar is het niet gekomen tot een adequate behandeling. Dit betekent echter niet dat het UWV niet heeft kunnen aannemen dat er bij een behandeling die wel adequaat is mogelijkheden zijn tot verbetering en het weer krijgen van arbeidsvermogen in de omvang volgens het criterium voor de Wajong. Uit de informatie blijkt dat eiseres zich opnieuw kan melden voor behandeling. De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft naar aanleiding van de informatie van Het Roessingh en Mediant overwogen dat bij een goede therapie niet is uitgesloten dat verbetering zal optreden. Ook bij behandeling van de lichamelijke klachten is dit niet uitgesloten. Tot een goed plan voor therapie is het tot op heden niet gekomen. Dat eiseres in het verleden niet is geholpen met de gevolgde therapie, sluit niet uit dat zij mogelijk verbetering kan bereiken met de juiste therapie. Anders dan eiseres stelt, heeft de verzekeringsarts bezwaar en beroep daarbij de complexe situatie en ook de combinatie van psychische en lichamelijk klachten van eiseres wel meegewogen.

5.7

De rechtbank is van oordeel dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep, in overleg met de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep, heeft kunnen concluderen dat eiseres zowel mogelijkheden heeft ter verbetering van de belastbaarheid, als tot verdere ontwikkeling en tot toename van bekwaamheden. In dit verband ziet de rechtbank geen aanleiding te oordelen dat de jonge leeftijd en de werkervaring van eiseres niet betrokken hadden mogen worden bij de inschatting van de ontwikkelmogelijkheden van eiseres in het kader van de Wajong. Dit zijn persoonlijke factoren waarmee juist rekening wordt gehouden volgens het Compendium Participatiewet.

5.8

Gesteld is dat mogelijk sprake is van prikkelbare darmsyndroom. Dit dateert van na het bestreden besluit, maar ook al zou die diagnose worden gesteld, dan is daarmee niet gezegd dat op voorhand is uitgesloten dat geen verbetering meer mogelijk is. Mocht hiervan wel sprake blijken, dan kan eiseres dit opnieuw voorleggen aan het UWV bij een nieuw verzoek om beoordeling van de duurzaamheid.

6. Het beroep is ongegrond. Dit betekent dat het bestreden besluit in stand blijft.

7. Omdat het beroep ongegrond is, krijgt eiseres het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. J.H.M. Hesseling, rechter, in aanwezigheid van

W. Veldman, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op

griffier

rechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:



Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hoger beroepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hoger beroepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.

Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.

Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Artikel 1a:1, eerste lid, van de Wajong

Jonggehandicapte is de ingezetene die:

a. op de dag waarop hij achttien jaar wordt als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte, gebrek, zwangerschap of bevalling duurzaam geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft;

b. na de in onderdeel a bedoelde dag als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte, gebrek, zwangerschap of bevalling duurzaam geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft en in het jaar, onmiddellijk voorafgaand aan de dag waarop dit is ingetreden, gedurende ten minste zes maanden studerende was.

Artikel 1a:1, vierde lid, van de Wajong

Onder duurzaam geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie hebben wordt in dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen de situatie verstaan waarin de mogelijkheden tot arbeidsparticipatie zich niet kunnen ontwikkelen.

Beoordelingskader uit Bijlage 1 van het Compendium Participatiewet

“Stap 1 – voor de verzekeringsarts

De verzekeringsarts stelt vast of er sprake is van een progressief ziektebeeld.

Als het antwoord bevestigend is, ontbreekt het arbeidsvermogen duurzaam. De beoordeling is afgerond.

Stap 2 – voor de verzekeringsarts

De verzekeringsarts stelt vast of de situatie van cliënt aan beide volgende voorwaarden voldoet:

* er is sprake van een stabiel ziektebeeld zonder behandelmogelijkheden;

* de aandoening is zodanig ernstig dat geen enkele toename van bekwaamheden mag worden verwacht.

Als aan deze beide voorwaarden wordt voldaan, ontbreekt het arbeidsvermogen duurzaam. De beoordeling is afgerond.

Stap 3 – voor de verzekeringsarts en de arbeidsdeskundige samen

De verzekeringsarts en de arbeidsdeskundige stellen in gezamenlijk overleg vast of het ontbreken van arbeidsvermogen van de cliënt duurzaam is. Zij betrekken daarbij ten minste de volgende aspecten in onderlinge samenhang:

* het al dan niet ontbreken van mogelijkheden ter verbetering van de belastbaarheid;

* het al dan niet ontbreken van mogelijkheden tot verdere ontwikkeling;

* het al dan niet ontbreken van mogelijkheden tot toename van bekwaamheden.

Op grond van hun gezamenlijk overleg concluderen de verzekeringsarts en de arbeidsdeskundige of het arbeidsvermogen al dan niet duurzaam ontbreekt. De beoordeling is afgerond.”

ECLI:NL:CRVB:2009:BH1896

Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de CRvB van 15 maart 2023, ECLI:NL:CRVB:2023:508.

Artikel delen