ECLI:NL:RBOVE:2026:2643
Wegenverkeerswet. Verkeersbesluit. Maximumsnelheid verlaagd. Aanleg van de verkeersdrempels is in dit geval een feitelijke handeling. Beroep ongegrond.
Rechtbank Overijssel 26 May 2026
ECLI:NL:RBOVE:2026:2643
text/xml
public
2026-05-26T18:00:10
2026-05-19
Raad voor de Rechtspraak
nl
Rechtbank Overijssel
2026-05-19
ak_25_1713
Uitspraak
Eerste aanleg - enkelvoudig
NL
Zwolle
Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
Rechtspraak.nl
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:2643
text/html
public
2026-05-22T12:53:27
2026-05-26
Raad voor de Rechtspraak
nl
ECLI:NL:RBOVE:2026:2643 Rechtbank Overijssel , 19-05-2026 / ak_25_1713
Wegenverkeerswet. Verkeersbesluit. Maximumsnelheid verlaagd. Aanleg van de verkeersdrempels is in dit geval een feitelijke handeling. Beroep ongegrond.
RECHTBANK OVERIJSSEL
Zittingsplaats Zwolle
Bestuursrecht
zaaknummer: ZWO 25/1713
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], uit [woonplaats], eiser, hierna: [eiser]
(gemachtigde: mr. I.E. Nauta),
en
het college van burgemeester en wethouders van Almelo, hierna: het college.
Samenvatting
Het college heeft de maximumsnelheid in het gebied tussen de Entersestraat te Bornerbroek, de Kanaalweg/Slampsweg en de grenzen van de gemeenten Wierden en Hof van Twente in Almelo verlaagd van 80 km/u naar 60 km/u. [eiser] is het daar niet mee eens, omdat hierbij een verkeersdrempel voor zijn woning zal worden aangelegd en hij verwacht hiervan hinder te ondervinden. De rechtbank is van oordeel dat de aanleg van verkeersdrempels feitelijke handelingen zijn waartegen geen bezwaar en beroep bij de bestuursrechter openstaat. Het beroep is ongegrond. Dit betekent dat het bestreden besluit in stand blijft.
1. Het college heeft op 23 december 2024 een verkeersbesluit genomen. Met het bestreden besluit van 22 mei 2025 op het bezwaar van [eiser] is het college bij dat verkeersbesluit gebleven.
1.1.
[eiser] heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
1.2.
De rechtbank heeft het beroep op 9 april 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: [eiser], zijn moeder en zijn gemachtigde. Namens het college zijn verschenen [naam 1], [naam 2] en [naam 3].
Aanleiding en besluitvorming
2. Bewoners van de Slampsweg in Bornerbroek hebben bij het gemeentebestuur van Almelo gevraagd om snelheidsremmende maatregelen naar aanleiding van een dodelijk ongeval op de Slampsweg.
2.1.
Het college heeft daarop het verkeersbesluit van 23 december 2024 genomen. Met dit besluit is de maximumsnelheid in het gebied tussen de Entersestraat, het kanaal en de grens met de gemeenten Wierden en Hof van Twente verlaagd van 80 km/u naar 60 km/u om de verkeersveiligheid te verbeteren. Hiermee wordt aangesloten bij het bestaande snelheidsregime in de buurgemeenten, waardoor het sluipverkeer in dit gebied wordt ontmoedigd. Het begin en einde van de 60 km/u-zone wordt kenbaar gemaakt door verkeersborden. In het verkeersbesluit is verder vermeld dat daarnaast aan de Kanaalweg/ Slampsweg te Bornerbroek vier verkeersdrempels worden aangelegd.
2.2.
[eiser] woont aan de [adres]. Eén van de vier verkeersdrempels zal ter hoogte van zijn woning worden aangelegd.
2.3.
Naar aanleiding van de bezwaren van [eiser] tegen het verkeersbesluit heeft het college het bestreden besluit genomen. Volgens het college kunnen de tegen de inrichting van de weg en het aanleggen van verkeersdrempels gerichte bezwaargronden niet tot een herziening van het verkeersbesluit leiden, omdat het hierbij gaat om feitelijke werkzaamheden dan wel feitelijke handelingen. Het verkeersbesluit voor het instellen van een 60 km/u-zone tussen de Entersestraat te Bornerbroek, de Kanaalweg/Slampsweg en de grenzen van de gemeenten Wierden en Hof van Twente is in het bestreden besluit in stand gebleven.
Wettelijk kader
3. Artikel 15 van de Wegenverkeerswet 1994 (Wvw 1994) luidt:
1. De plaatsing of verwijdering van de bij algemene maatregel van bestuur aangewezen verkeerstekens, en onderborden voor zover daardoor een gebod of verbod ontstaat of wordt gewijzigd, geschiedt krachtens een verkeersbesluit.
2. Maatregelen op of aan de weg tot wijziging van de inrichting van de weg of tot het aanbrengen of verwijderen van voorzieningen ter regeling van het verkeer geschieden krachtens een verkeersbesluit, indien de maatregelen leiden tot een beperking of uitbreiding van het aantal categorieën weggebruikers dat van een weg of weggedeelte gebruik kan maken.
Gronden van beroep
4. [eiser] is het niet eens met de locatie waar de verkeersdrempels zullen worden aangelegd. Hij is van mening dat de verkeersdrempels voor een aantasting van zijn woonomgeving zorgen. Door de aanleg van de verkeersdrempels zullen het vrachtverkeer en het andere verkeer zorgen voor lichtoverlast, lawaaioverlast en luchtverontreiniging. Bovendien zal de door het college voorgenomen inrichting van de weg volgens [eiser] niet leiden tot de gewenste snelheidsreductie.
Overwegingen
Verkeersdrempels
5. De rechtbank ziet zich gesteld voor de vraag of zij de door [eiser] ingediende gronden tegen de aanleg van de verkeersdrempels kan beoordelen. Hierbij is van belang of de aanleg van de verkeersdrempels onderdeel uitmaakt van het bestreden besluit of als een feitelijke handeling moet worden beschouwd.
5.1.
[eiser] heeft in dit kader ter zitting gewezen op een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) van 21 oktober 2015. Volgens [eiser] volgt uit deze uitspraak dat als de aanleg van een verkeersdrempel onderdeel is van een verkeersbesluit daar wel tegen opgekomen kan worden bij de bestuursrechter.
5.2.
De rechtbank volgt dit betoog niet. Voor de aanleg van een verkeersdrempel is, gelet op artikel 15, tweede lid, van de Wvw 1994, slechts een verkeersbesluit vereist indien een verkeersdrempel leidt tot een beperking of uitbreiding van het aantal categorieën weggebruikers dat van een weg of weggedeelte gebruik kan maken. Dat gevolg doet zich hier niet voor. De aanleg van de verkeersdrempels is in dit geval daarom een feitelijke handeling en de vermelding van die aanleg in het verkeersbesluit en het bestreden besluit is slechts een mededeling. Deze mededeling is geen besluit in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht. De rechtbank verwijst hierbij naar een uitspraak van de Afdeling van 7 februari 2018. Tegen feitelijke handelingen kan geen bezwaar worden gemaakt en geen beroep bij de bestuursrechter worden ingesteld. Dit betekent dat de bezwaren van [eiser] die betrekking hebben op de ondersteunende maatregelen, zoals (de locatie van) de verkeersdrempels, niet in deze procedure kunnen worden beoordeeld.
Het verkeersbesluit
6. Op de zitting is duidelijk geworden dat [eiser] van mening is dat het betrokken gebied beter een 80 km/u-zone kan blijven gezien de door het college gekozen inrichting.
6.1.
Het college beoogt met het verkeersbesluit de verkeersveiligheid te verbeteren en sluipverkeer te ontmoedigen. Bij het verkeersbesluit en de daarmee gepaard gaande feitelijke inrichting van de weg zijn de CROW-normen aangehouden, waarbij verkeersdrempels buiten de bebouwde kom vooral worden geplaatst op of nabij gevarenpunten. Volgens het college leidt het instellen van een 60 km/u-zone op het weggedeelte waarop ook de woning van [eiser] is gelegen niet tot een onevenredige benadeling van [eiser].
6.2.
Zoals de rechtbank hiervoor onder 5.2 heeft overwogen, is de aanleg van verkeersdrempels hier geen maatregel waartegen bestuursrechtelijke rechtsbescherming openstaat. [eiser] kan daarom niet over de band van het verkeersbesluit, waarbij is besloten om de maximumsnelheid te verlagen van 80 km/u naar 60 km/u, de aanleg van de verkeersdrempels aanvechten. Daarom kunnen de bezwaren tegen de verkeersdrempels geen rol spelen bij de beoordeling van het bestreden besluit. [eiser] heeft geen andere gronden tegen het bestreden besluit naar voren gebracht. Naar het oordeel van de rechtbank heeft het college bij de afweging om het verkeersbesluit te nemen meer gewicht mogen toekennen aan de verkeersveiligheid dan aan de nadelige gevolgen van het verkeersbesluit voor [eiser].
7. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het college het bestreden besluit heeft kunnen nemen. [eiser] krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. V.P.K. van Rosmalen, rechter, in aanwezigheid van mr. H. Richart, griffier. Uitgesproken in het openbaar op
griffier
rechter
De griffer is niet in de gelegenheid deze
uitspraak te ondertekenen.
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
ECLI:NL:RVS:2015:3217
ECLI:NL:RVS:2018:415