Menu

Filter op
content
PONT | Data&Privacy

0

ECLI:NL:RBOVE:2026:4696

definitieve benoeming deskundige

Rechtbank Overijssel 3 August 2026

Jurisprudentie – Uitspraken

ECLI:NL:RBOVE:2026:4696
text/xml
public
2026-08-03T11:42:44
2026-08-01
Raad voor de Rechtspraak
nl
Rechtbank Overijssel
2026-07-21
C/08/344249 / HA RK 26-10
Uitspraak
Eerste aanleg – enkelvoudig
NL
Almelo
Civiel recht

Rechtspraak.nl

http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBOVE:2026:4696
text/html
public
2026-08-03T11:38:04
2026-08-03
Raad voor de Rechtspraak
nl
ECLI:NL:RBOVE:2026:4696 Rechtbank Overijssel , 21-07-2026 / C/08/344249 / HA RK 26-10

definitieve benoeming deskundige

RECHTBANK Overijssel

Civiel recht

Zittingsplaats Almelo

Zaaknummer / rekestnummer: C/08/344249 / HA RK 26-10

Beschikking van 21 juli 2026

in de zaak van

<br /> 1 [verzoeker] ,

te [woonplaats 1] ,2. [verzoekster],

te [woonplaats 2] ,

verzoekende partijen,

hierna samen te noemen: [verzoekers] ,

advocaat: mr. N. Wissink,

tegen

<br /> 1 [verweerder 1] ,

te [woonplaats 3] ,2. [verweerder 2] ,

te [woonplaats 4] ,

verwerende partijen,

hierna samen te noemen: [verweerders] ,

advocaat: mr. H.A. van Beilen.

<br /> 1De procedure

1.1

Het verloop van de procedure blijkt uit:

– de beschikking van 22 april 2026,

– de akte van [verzoekers] van 5 mei 2026, waarin bezwaar is geuit tegen de hoogte van het voorschot van de deskundige,

– de akte van [verweerders] van 6 mei 2026, waarin bezwaar is geuit tegen de hoogte van het voorschot van de deskundige,

– het e-mailbericht van de rechtbank aan partijen van 19 mei 2026, met daarbij de reactie van de deskundige de heer ir. ing. G.W.N. Jol (hierna ook: Jol) op de bezwaren van partijen,

– diverse e-mailberichten van partijen en de rechtbank over de benoeming van Jol of een alternatieve deskundige.

<br /> 2De verdere beoordeling

2.1

In de voornoemde beschikking heeft de rechtbank het voornemen geuit om Jol te benoemen als deskundige. Partijen zijn in de gelegenheid gesteld om hiertegen gemotiveerd bezwaar te maken. In eerste instantie hebben partijen allebei bezwaar gemaakt tegen de benoeming van Jol vanwege het door hem begrootte voorschot van € 11.253,000 (incl. btw).

2.2

De rechtbank heeft Jol verzocht om te reageren op de bezwaren van partijen. Jol heeft in zijn reactie van 18 mei 2025 aangegeven niet bereid te zijn om het voorschot aan te passen. Hij voert daartoe – kort samengevat – aan dat het uit te voeren onderzoek omvangrijk is omdat het op verschillende onderdelen ziet, waaronder de fundering geotechnisch, de constructie bovengronds (scheuren in muren), de ventilatie, bouwkunde (en onderhoud, ouderdom), bouwfysica (schimmel, vocht, aantasting), akoestiek en brandveiligheid. Dit komt tot uiting in zijn kostenbegroting, die volgens hem al zo laag mogelijk is gehouden.

2.3

Vervolgens heeft de rechtbank partijen bij e-mail van 19 mei 2026 in de gelegenheid gesteld om op de reactie van Jol te reageren. Daarbij heeft de rechtbank aangegeven dat zij begrijpt dat het voorschot van Jol voor partijen hoog is, maar dat alle andere benaderde deskundigen hebben aangegeven geen kennis te hebben van alle (technische) aspecten die in de onderzoeksvragen besloten liggen. De rechtbank kent geen andere deskundige meer die zij over deze kwestie kan benaderen en heeft partijen daarom gewezen op de mogelijkheid om gezamenlijk een deskundige te zoeken. Hierop is bij e-mail van 28 mei 2026 door mr. Wissink gereageerd dat [verzoekers] alsnog instemmen met de benoeming van Jol als deskundige. Mr. Van Beilen heeft aangegeven dat [verweerders] daarmee niet instemmen en hij contact gaat opnemen met mr. Wissink over het vinden van een alternatieve deskundige. De rechtbank heeft [verweerders] bij e-mail van 16 juni 2026 drie weken de tijd gegeven om een andere deskundige voor te dragen. Dat hebben zij nagelaten. Bij e-mail van 14 juli 2026 heeft mr. Van Beilen aangegeven dat partijen nog met elkaar in overleg zijn. Een collega van mr. Wissink heeft daarop bij e-mail van 16 juli 2026 gereageerd dat van overleg tussen partijen geen sprake is en [verzoekers] de rechtbank verzoeken om tot definitieve benoeming van Jol als deskundige over te gaan.

2.4

Nu [verweerders] er niet in zijn geslaagd tijdig een alternatieve deskundige voor te stellen, zal de rechtbank een beslissing nemen over de definitieve benoeming van Jol als deskundige. De rechtbank is, gelet op de nadere toelichting van Jol, van oordeel dat het door hem begrootte voorschot niet onredelijk voorkomt. Ook is de rechtbank van oordeel dat Jol over voldoende deskundigheid beschikt om het onderzoek te verrichten. Dit alles leidt ertoe dat de bezwaren van partijen ongegrond zullen worden verklaard en Jol als deskundige wordt benoemd.

2.5

Voor de hoogte van het voorschot en de andere aspecten van het deskundigenonderzoek (waaronder de onderzoeksvragen) wordt – kortheidshalve – verwezen naar de (inhoud van het dictum van de) beschikking van 22 april 2026.

<br /> 3De beslissing

De rechtbank

3.1

benoemt Jol als deskundige ter beantwoording van de in de beschikking van

22 april 2026 geformuleerde vragen en verwijst voor het overige (waaronder de hoogte van het te betalen voorschot) naar wat is beslist en bepaald in de beschikking van 22 april 2026.

Deze beschikking is gegeven door mr. U. van Houten en in het openbaar uitgesproken op

21 juli 2026.

Artikel delen