Verzoek om een voorlopige voorziening. Verzoeker heeft gevraagd om bijzondere bijstand voor stofferingskosten van zijn nieuwe woning en het college heeft deze aanvraag afgewezen. Verzoeker heeft nog recht op een bedrag van € 5.000,- van de gemeente voor schilderkosten als kindgedupeerde van het toeslagenschandaal. Dit is een voorliggende voorziening en veel meer dan verzoeker zou kunnen krijgen...
ECLI:NL:RBROT:2026:5301
text/xml
public
2026-05-28T14:55:16
2026-05-07
Raad voor de Rechtspraak
nl
Rechtbank Rotterdam
2026-05-07
ROT 26/1758
Uitspraak
Proces-verbaal
NL
Rotterdam
Bestuursrecht
Rechtspraak.nl
http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:5301
text/html
public
2026-05-28T14:54:11
2026-05-28
Raad voor de Rechtspraak
nl
ECLI:NL:RBROT:2026:5301 Rechtbank Rotterdam , 07-05-2026 / ROT 26/1758
Verzoek om een voorlopige voorziening. Verzoeker heeft gevraagd om bijzondere bijstand voor stofferingskosten van zijn nieuwe woning en het college heeft deze aanvraag afgewezen. Verzoeker heeft nog recht op een bedrag van € 5.000,- van de gemeente voor schilderkosten als kindgedupeerde van het toeslagenschandaal. Dit is een voorliggende voorziening en veel meer dan verzoeker zou kunnen krijgen via de bijzondere bijstand. Het verzoek wordt afgewezen.
Bestuursrecht
zaaknummer: ROT 26/1758
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van 7 mei 2026 op het verzoek om een voorlopige voorziening in de zaak tussen
[verzoeker], uit Rotterdam, verzoeker
en
1. Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor bijzondere bijstand voor inrichtings- en stofferingskosten. Het college heeft deze aanvraag met het besluit van 19 februari 2026 afgewezen. Verzoeker heeft hiertegen bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.
2. De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 7 mei 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoeker, de gemachtigde van verzoeker, de gemachtigde van het college en mr. I. Plaisier (namens het college).
3. Na afloop van de zitting heeft de voorzieningenrechter onmiddellijk uitspraak gedaan.
Waar gaat het in deze zaak om?
4. Verzoeker heeft eind december 2025 via een urgentieverklaring een woning toegewezen gekregen. Verzoeker heeft op 12 januari 2026 een aanvraag ingediend voor bijzondere bijstand voor inrichtings- en stofferingskosten (€ 6.000,-). Het college heeft de aanvraag afgewezen. Volgens het college heeft verzoeker al een volledige woninginrichting toegekend gekregen via de brede ondersteuning van de gemeente. Verzoeker is het niet eens met dit besluit. Hij wil met het verzoek om een voorlopige voorziening bereiken dat de gevraagde bijzondere bijstand wordt toegekend in de vorm van een voorschot.
5. Verzoeker heeft tijdens de zitting verklaard dat het hem alleen nog gaat om de schilderkosten (stofferingskosten). Volgens verzoeker heeft hij na het indienen van zijn aanvraag lekkage gehad van de bovenbuurvrouw. Hij heeft nu ook schimmel in de badkamer en hij voelt zich niet prettig in zijn woning. Verzoeker heeft het gevoel dat niemand hem helpt. Volgens verzoeker had hij geen inboedelverzekering op het moment van de lekkage.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek af
6. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe hij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.
7. Verzoeker heeft vanuit de brede ondersteuning een toezegging gekregen dat hij nog € 5.000,- zal krijgen voor een schilder. Dit is een voorliggende voorziening en ook veel meer dan wat verzoeker zou kunnen krijgen via de bijzondere bijstand. Via de bijzondere bijstand wordt hoogstens een bedrag van € 1.200,- toegekend voor stofferingskosten en dat is dan voor de gehele stoffering van de woning (gordijnen, vloer en verf). Verzoeker heeft een pro forma factuur overgelegd voor schilderwerk en de grootste herstelwerkzaamheden zou hij met het bedrag van € 5.000,- kunnen betalen. Het gewone schilderwerk zou verzoeker zelf kunnen doen en wordt hij ook geacht om zelf te doen. Als iemand bijzondere bijstand krijgt voor stofferingskosten, dan wordt van die persoon ook verwacht dat die het schilderwerk zelf oppakt.
Voor de (water)schade zou verzoeker de bovenbuurvrouw kunnen aanspreken of de verhuurder van de woning. Daarnaast zou verzoeker via de brede ondersteuning kunnen kijken of er nog een bedrag beschikbaar is voor de extra herstelwerkzaamheden. Op dit moment is het namelijk ook niet duidelijk hoe het zit met de inboedelverzekering en of verzoeker bij het tekenen van de huurovereenkomst door zijn begeleiders is gewezen op het afsluiten van een inboedelverzekering. Als het toegezegde bedrag van € 5.000,- geheel opgaat aan de herstelwerkzaamheden aan de woning, dan zou verzoeker wellicht nog bij het college kunnen aankloppen voor een bijdrage voor het aankopen van verf. Maar dat is op dit moment nog niet aan de orde, omdat verzoeker dus eerst moet kijken of hij de problemen in zijn woning op een andere manier kan oplossen.
8. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Dat betekent dat het college vooralsnog geen bijzondere bijstand hoeft te verstrekken voor stofferingskosten. Voor vergoeding van het griffierecht of een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
9. Partijen zijn erop gewezen dat tegen deze mondelinge uitspraak geen hoger beroep openstaat.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 7 mei 2026 door mr. V. van Dorst, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van E.C. Petrusma, griffier.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Via de kindregeling als gedupeerde van het toeslagenschandaal.