Menu

Filter op
content
PONT Data&Privacy

0

ECLI:NL:RBROT:2026:5388

Stedin levert elektriciteit aan Chane. Chane heeft bij Stedin een verhoging aangevraagd voor het gecontracteerd transportvermogen. Stedin heeft die aanvraag gedeeltelijk gehonoreerd. Stedin heeft daarna verklaard dat sprake was van een vergissing, omdat netcongestie aan de verhoging in de weg staat. Chane mocht vertrouwen dat Stedin de wil had om een aanbod te doen. Overeenkomst tot stand gekom...

Rechtbank Rotterdam 2 June 2026

Jurisprudentie – Uitspraken

ECLI:NL:RBROT:2026:5388
text/xml
public
2026-06-02T12:03:58
2026-05-11
Raad voor de Rechtspraak
nl
Rechtbank Rotterdam
2026-04-29
C/10/705110 / HA ZA 25-683
Uitspraak
Eerste aanleg – enkelvoudig
NL
Rotterdam
Civiel recht; Verbintenissenrecht

Rechtspraak.nl

http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBROT:2026:5388
text/html
public
2026-06-02T11:51:22
2026-06-02
Raad voor de Rechtspraak
nl
ECLI:NL:RBROT:2026:5388 Rechtbank Rotterdam , 29-04-2026 / C/10/705110 / HA ZA 25-683

Stedin levert elektriciteit aan Chane. Chane heeft bij Stedin een verhoging aangevraagd voor het gecontracteerd transportvermogen. Stedin heeft die aanvraag gedeeltelijk gehonoreerd. Stedin heeft daarna verklaard dat sprake was van een vergissing, omdat netcongestie aan de verhoging in de weg staat. Chane mocht vertrouwen dat Stedin de wil had om een aanbod te doen. Overeenkomst tot stand gekomen. Artikel 3:35 BW. Geen oneigenlijke dwaling.

RECHTBANK Rotterdam

Civiel recht

Team handel en haven

Zaaknummer: C/10/705110 / HA ZA 25-683

Vonnis van 29 april 2026

in de zaak van

CHANE TERMINAL BOTLEK B.V.,

te Rotterdam,

eisende partij in conventie,

verwerende partij in reconventie,

hierna te noemen: Chane,

advocaat: mr. M.R. het Lam en mr. M.A.R.I.A. Vreeke,

tegen

STEDIN NETBEHEER B.V.,

te Rotterdam,

gedaagde partij in conventie,

eisende partij in reconventie,

hierna te noemen: Stedin,

advocaat: mr. J.E. Janssen en mr. T.H.G. Kok.

<br /> 1De zaak in het kort

Chane heeft voor haar tankterminal een verhoging aangevraagd van het gecontracteerd transportvermogen. Stedin heeft deze aanvraag tot een vermogen van 1.500 kW gehonoreerd. Stedin heeft daarna verklaard dat sprake was van een vergissing, omdat een dergelijke verhoging als gevolg van netcongestie niet gehonoreerd had mogen worden. Stedin heeft aangevoerd dat Chane dat had moeten begrijpen. Stedin had eerder een standaardbrief had gestuurd, waarin stond dat aanvragers van extra vermogen op een wachtlijst geplaatst zouden worden. De rechtbank oordeelt dat Chane de verklaring van Stedin, waarin de verhoging werd aangeboden, redelijkerwijs mocht opvatten als een verklaring met die strekking en dat Stedin geen beroep toekomt op het ontbreken van een met die verklaring overeenstemmende wil (artikel 3:35 BW). De rechtbank verklaart voor recht dat de overeenkomst met Stedin Chane recht geeft op een gecontracteerd transportvermogen van 1.500kW. De tegenvordering van Stedin wordt afgewezen.

<br /> 2De procedure

2.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

– de dagvaarding van 4 augustus 2025 met producties 1-42;- de conclusie van antwoord, tevens eis in reconventie van 12 november 2025 met producties 1-11;

– de akte van Stedin van 31 maart 2026 met productie 12;

– de conclusie van antwoord in reconventie van 10 april 2026;

– de spreekaantekeningen van Chane en Stedin voor de mondelinge behandeling op 10 april 2026.

2.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

<br /> 3De feiten

3.1.

Chane heeft een tankterminal (KTB2) laten bouwen op een bedrijventerrein aan de Oude Maasweg 5 in de Botlek. De bouw heeft een investering gevergd van meer dan € 100 miljoen.

3.2.

Toen Chane het bedrijventerrein in 2018 kocht, beschikte het over een elektriciteitsaansluiting op het openbare net van Stedin. De aansluiting werd daarvoor gebruikt door Odfjell, die op het bedrijventerrein een tankterminal exploiteerde voordat Chane dat deed.

3.3.

De technische grens van de aansluiting van de terminal is 2.400 kVA.

3.4.

Op 1 november 2018 hebben Chane en Stedin voor deze aansluiting een “aansluit- en transportovereenkomst” gesloten. Het gecontracteerde transportvermogen onder deze overeenkomst is 151 kW. Dat vermogen was toereikend tijdens de bouw van de terminal.

3.5.

Op 19 maart 2021 is deze overeenkomst vervangen door een nieuwe aansluit- en transportovereenkomst (de ATO). Onder de ATO is het spanningsniveau van de aansluiting van Chane veranderd van 10 kV naar 23 kV. Voor het overige is de ATO identiek aan de overeenkomst van 1 november 2018. Het gecontracteerde transportvermogen bleef 151 kW.

3.6.

Artikel 1.3 van de ATO luidt:

“Indien de afnemer, voor zover dat per aansluit-/overdrachtspunt technisch mogelijk is en vastgelegd in de bijlage Gegevens Afnemer als maximaal beschikbaar transportvermogen, feitelijk een grotere hoeveelheid elektriciteit laat transporteren dan overeenstemt met de omvang van het gecontracteerde transportvermogen, dan wordt het gecontracteerde transportvermogen conform het bepaalde in de Tarieven Code en binnen de technische

grenzen van de aansluiting c.q. de aansluit-/overdrachtspunten dienovereenkomstig verhoogd.”

3.7.

In artikel 6.1 onder c van de ATO zijn de Tarieven- en vergoedingsregeling van de netbeheerder en daarbij behorende Tariefbladen van toepassing verklaard. In artikel 5 lid 6 van die regeling staat:

“Het gecontracteerd transportvermogen wordt begrensd door de capaciteit van de aansluiting rekening houdend met een gebruikelijke waarde voor de arbeidsfactor (cos ɸ).”

3.8.

Bij een gebruikelijke arbeidsfactor van 0,85 en uitgaande van een technische grens van 2.400 kVA is het gecontracteerde transportvermogen begrensd op 2.040 kW.

3.9.

Bij email van 29 januari 2021 heeft Chane ( [persoon namens het bedrijf 1] ) aan Stedin ( [persoon namens de netbeheerder 1] ) vragen gesteld over de aansluiting op de terminal:

“Het betreft onze aansluiting KTB2 (is al eerdere correspondentie over geweest)

1. Wat is huidige energiecontact (contractueel vermogen)

2. Wat kan Stedin maximaal leveren aan MVA? (Is er genoeg vermogen beschikbaar op de ring?)

3. Verhogen contract tot 3MVA. Voor fase 1 en 2, is dit mogelijk en wat zijn de kosten?”

3.10.

Stedin heeft deze vragen op 2 februari 2021 als volgt beantwoord:

“• Capaciteit van de aansluiting is 2400 kVA

• Huidige contractwaarde is 151 kW

• Maximaal te leveren is 2000 kVA

Verhogen naar 3 MVA [=3000 kVA, rechtbank] kan niet op de bestaande aansluiting.”

3.11.

Op 23 februari 2021 heeft Chane ( [persoon namens het bedrijf 2] ) aan Stedin ( [persoon namens de netbeheerder 1] ) een email gestuurd met een kort verslag van een bespreking, waarop Stedin ( [persoon namens de netbeheerder 1] ) de volgende dag heeft gereageerd. [persoon namens de netbeheerder 1] heeft zijn reactie in rood in de email geplaatst (hier cursief weergegeven):

“In het rood onze terugkoppeling voor KTB-II.

A. KTB-2 (Oude Maasweg 5) H2882

• Locatie H2882 (andere aansluiting H2266 – gebouw 2. 400V blijft zoals het is)

• Trafo (23/10kV) lijkt eigendom [persoon namens het bedrijf 3] – Actie Stedin dit bevestigen. Dit laat [persoon namens het bedrijf 3] vrij om eventueel trafo te vervangen door 23KV verdeelstation.

• Plaats van het overdrachtspunt is de afgaande MS-schakelaar naar [persoon namens het bedrijf 3] toe in station H2882. De 23/10kV trafo is niet van Stedin.

• Wens is aansluiting contractueel te verhogen naar 3 MVA

• De bestaande aansluiting is geschikt tot 2,4 MVA. [persoon namens het bedrijf 3] kan de maximale capaciteit gebruiken.

• Bij een uitbreiding naar 3 MVA en later naar 4 MVA dient de aansluiting te worden verzwaard. Dat betekent een directe aansluiting op onze hoofdverdeelstation Botlek aan de Botlekweg 131.

• De kosten voor een aansluiting geschikt voor 4 MVA ramen wij op 2,5 mln. prijspeil 2021. De verwachte realisatie termijn na opdracht is zeker 2,5 jaar.

• Dit in verband met uitbreiding van op- en overslag activiteiten op terminal (nieuwe tankputten, nieuwe jetty, meer simultane activiteiten)

• Tijdslijn: uitbreiding naar 3000 kVA per juni 2022 (naar 4000 kVA in komende 5 jaar)

• Advies is om na te gaan of [persoon namens het bedrijf 3] toekomstbestendig is met de bestaande aansluiting tot 2,4 MVA.

• Voor de werkzaamheden die Stedin moet doen in het station kunt u contact opnemen met dhr. [persoon namens de netbeheerder 2] . Hij is te bereiken op [telefoonnummer] .

• Actie Stedin: doen van een nettoets (begin week 9 – deze heeft prio)”

3.12.

Op 23 maart 2021 heeft Chane ( [persoon namens het bedrijf 1] ) aan Stedin ( [persoon namens de netbeheerder 1] ) geschreven:

“Kan jij het volgende in gang zetten mbt Stedin contractuitbreiding.

(…)

• Oude Maasweg 5: Contractuele uitbreiding naar 2,4 MVA per april 2022 in gang zetten?

[EAN-code]

Kan dit in een voorstel va[n]uit Stedin verwoord worden of kan je dit zo doorzetten?”

3.13.

Dezelfde dag heeft Stedin ( [persoon namens de netbeheerder 1] ) teruggeschreven:

“Voor de aansluiting KTB-2 (Oude Maasweg 5) H2882 met [EAN-code] hebben wij

aangegeven dat [persoon namens het bedrijf 3] contact moet opnemen met dhr. [persoon namens de netbeheerder 2] ( [telefoonnummer] ) om na te

gaan of er aanpassingen aan de aansluiting moeten uitgevoerd voor het gebruik van de volledig

capaciteit. Zie bijgevoegd mailbericht.

Als de aansluiting gereed is dan is de maximaal af te nemen contract vermogen 2.040kW. Dit is 2400

kVA x 0.85 = 2.040 kW (0,85 is de toegestane arbeidsfactor op het overdrachtspunt).”

3.14.

Bij brief van 17 november 2022 heeft Stedin Chane geïnformeerd over transportschaarste in de regio van de terminal. De brief is een standaardbrief, waarin onder meer staat:

“Het hoogspanningsnet van TenneT in uw regio bereikt de capaciteitsgrenzen. Het elektriciteitsnet van Stedin is

hiermee verbonden en hier afhankelijk van. Voor uw bedrijfsvoering heeft u op aansluitadres Oude Maasweg 5,

3197 KJ in BOTLEK ROTTERDAM een aansluiting op het elektriciteitsnet van Stedin in gebruik. In deze brief

vertellen we wat het bereiken van de capaciteitsgrenzen van het net van TenneT voor u betekent.

(…)

Gevolgen overschrijden gecontracteerd transportvermogen

Het is noodzakelijk dat u binnen uw gecontracteerde transportvermogen blijft. Overschrijding hiervan kan grote schade aan het elektriciteitsnet van TenneT en Stedin veroorzaken en impact hebben op andere klanten die op deze netten zijn aangesloten. U kunt hiervoor aansprakelijk worden gesteld.

(…)

Transportvermogen toekennen zodra beschikbaar en op volgorde van wachtlijst

Als u wilt groeien binnen uw aansluitcapaciteit kunt u contact met ons opnemen via [e-mailadres] . Wilt u groeien boven uw aansluitcapaciteit, vraag dan een offerte voor een verzwaring van uw aansluiting aan via www.mijnaansluiting.nl. Voor beide situaties geldt: na uw verzoek/aanvraag laten wij u weten wat er nodig is om op de wachtlijst te komen. Zodra er extra capaciteit beschikbaar komt, kennen wij transportvermogen toe op volgorde van deze wachtlijst.

(…)

Netverzwaring en mogelijk congestiemanagement

Netbeheerder TenneT gaat de komende tien jaar zo’n 700 miljoen euro investeren om de capaciteit van het netwerk structureel te vergroten in deze regio. De realisatie van de uitbreiding van capaciteit is naar verwachting

tussen 2027 en 2029 gereed. Naast noodzakelijke netuitbreidingen is flexibiliteit een essentiële schakel in de

energietransitie en kan flexibiliteit versneld extra (tijdelijke) ruimte opleveren. Daarom zal er met partijen gekeken worden hoe het elektriciteitsnet in het gebied optimaler benut kan worden, onder andere door flexibeler om te gaan de vraag naar en het aanbod van elektriciteit. Flexoplossingen kunnen al eerder mogelijkheden bieden om (nieuwe) grootverbruikklanten nieuw vermogen te geven. TenneT start daarvoor nu een congestieonderzoek en zal aanvullend hierop ook starten met een nationale marktconsultatie op zoek naar flexibel vermogen.

(…)”

3.15.

Bij email van 16 december 2022 heeft Chane ( [persoon namens het bedrijf 4] ) aanvragen gedaan voor de verhoging van de transportcapaciteit voor zes verschillende uitsluitingen. Eén ervan betrof de aansluiting van de terminal. Chane schreef in haar aanvraag voor de terminal:

“ [persoon namens het bedrijf 3] [Chane, rechtbank] wenst als gevolg van elektrificatieplannen van haar warmtebehoefte en uitbreidingen van haar activiteiten haar transportcapaciteit te verhogen. Voor de EAN code [EAN-code] willen wij een aanvraag indienen om de maximale technische capaciteit contracteren. De technische capaciteit van deze aansluiting is 2.400 kVA, dit komt bij een cos phi van 0,85 neer op 2.040 kW. Hierbij verzoeken wij bij eerste gelegenheid de huidige contractuele waarde van 151 kW te verhogen naar 2.040 kW. Graag ontvangen wij bevestiging dat het verzoek is ontvangen en terugkoppeling wanneer wij de nieuwe capaciteit kunnen verwachten.”

3.16.

Stedin ( [persoon namens de netbeheerder 3] ) heeft bij email van 21 december 2022 op deze email gereageerd. Stedin schreef:

“Hierbij reageer ik op uw e-mail van 16-12-2022: Helaas kunnen wij deze aanpassing niet verwerken. De aansluitcategorie van de aansluiting met eancode: [EAN-code] is MS-D. Dit betekent dat wij het gecontracteerd vermogen kunnen verhogen naar max. 1500 kW. Bijgaand stuur ik u de tarieven 2023 toe. Graag horen wij of wij de verhoging naar 1500 kW kunnen doorvoeren.

(…)”

3.17.

Ook op de aanvragen van Chane voor verhoging van de transportcapaciteit van vijf andere aansluitingen heeft Stedin gereageerd. Die reactie hield in vier gevallen in dat de capaciteit werd verhoogd zoals verzocht en in één geval dat Chane op een wachtlijst zou worden geplaatst.

3.18.

In de ochtend van 23 december 2022 heeft een Teams-gesprek plaatsgevonden tussen [persoon namens het bedrijf 5] en [persoon namens het bedrijf 4] van Chane en [persoon namens de netbeheerder 1] van Stedin. Bij die gelegenheid heeft Chane met [persoon namens de netbeheerder 1] gedeeld dat de aanvraag voor een verhoging van de transportcapaciteit van de aansluiting voor de terminal tot 1.500 kW was gehonoreerd en ook dat zij blij waren met de verhoging. [persoon namens de netbeheerder 1] heeft over de verhoging zijn verbazing uitgesproken en heeft gezegd dat hij intern bij Stedin ging uitzoeken hoe dit mogelijk was.

3.19.

Bij email van 23 december 2022 om 10:21 uur – na het Teams-gesprek – heeft Chane het volgende aan Stedin geschreven:

“Bedankt voor deze bevestiging. Ideaal is en blijft 2040kW. Wat zou hiervoor gedaan moeten worden? In geval ingewikkeld of vertragend is 1500kW is akkoord als eerste stap. Wij gaan op basis hiervan onze plannen voor elektrificatie van onze terminals in gang zetten.”

3.20.

Direct na zijn gesprek bij Chane op 23 december 2022 heeft [persoon namens de netbeheerder 1] zich bij email van 10:47 bij zijn collega’s van Stedin beklaagd over de goedkeuring van de verhoging:

“Hedenochtend heb ik een gesprek gehad met [persoon namens het bedrijf 3] [Chane, rechtbank] over hun toekomstige plannen m.b.t. verduurzamen van de terminals met bv e-boilers. Tot mijn stomme verbazing wijst de klant mij erop dat Stedin het verzoek om de maximale capaciteit van hun aansluitingen (afname) voor 2023 te contracteren heeft goedgekeurd. De goedkeuring komt helaas af van [persoon namens de netbeheerder 3] . Hoe is dit mogelijk?

Wie heeft de nettoets gedaan?

Waarom is de klant niet op de wachtlijst gezet?

Hoe kunnen wij dit voor de toekomst voorkomen?

Hoe gaan wij de goedkeuring van Stedin terugdraaien?

Waarom ben ik of de GV hier niet op geattendeerd?

Wie coördineert de aanvragen voor transportvermogen voor het Havengebied bij Support?”

3.21.

Bij email van 28 december 2022 heeft Stedin aan Chane geschreven dat de verhoging abusievelijk is goedgekeurd en dat zij ongedaan wordt gemaakt. Chane heeft op 13 februari 2023 aan Stedin geschreven dat zij niet accepteert dat de goedkeuring van de verhoging ongedaan wordt gemaakt.

3.22.

Vanaf begin 2023 is Chane meer transportvermogen gaan afnemen. Aanvankelijk verbruikte Chane bij het proefdraaien van de terminal 191 kW en dat verbruik is bij ingebruikneming van de terminal gegroeid naar een maximum van 778 kW.

3.23.

Bij brief van 26 september 2023 heeft Stedin Chane gesommeerd om het afgenomen vermogen te beperken tot maximaal 151 kW. Stedin heeft Chane ingebreke gesteld met een termijn van twee weken na dagtekening van de brief. Bij brief van 18 oktober 2023 heeft Stedin die ingebrekestelling weer herroepen, maar zij heeft wel haar standpunt gehandhaafd dat Chane het gecontracteerde transportvermogen heeft overschreden.

3.24.

Bij brief van 31 juli 2024 heeft Stedin Chane alsnog ingebreke gesteld, deze keer met een termijn van 30 dagen na dagtekening van de brief.

3.25.

Een klachtenprocedure op grond van artikel 51 van de Elektriciteitswet 1998 bij de ACM heeft niet tot een oplossing geleid. De ACM heeft zich onbevoegd verklaard, omdat de beoordeling van de klacht uitleg van een overeenkomst vereist. De uitleg van een overeenkomst en een oordeel over de aan die overeenkomst verbonden gevolgen is voorbehouden aan de civiele rechter, aldus de ACM.

<br /> 4Het geschil

In conventie:

4.1.

Chane vordert – samengevat – een verklaring voor recht met de strekking dat Chane recht heeft op gecontracteerd transportvermogen van 1.500 kW, althans 778 kW, althans een door de rechtbank te bepalen transportvermogen. Chane vordert daarnaast een verklaring voor recht dat Stedin dat in strijd heeft gehandeld met de op haar rustende informatieplicht door Chane niet vóóraf te informeren over de aankomende congestie. Chane vordert dat Stedin in de proceskosten wordt veroordeeld met rente.

4.2.

Chane heeft het volgende aan haar vordering ten grondslag gelegd. Chane heeft meer dan € 100 miljoen geïnvesteerd in een terminal. Die terminal kan zonder voldoende elektriciteit niet worden geëxploiteerd. Zonder voldoende elektriciteit moet de investering als verloren worden beschouwd. Chane heeft die investering gedaan in vertrouwen op de ATO en de communicatie met Stedin over de mogelijkheid om het transportvermogen te verhogen. De aanvraag van Chane voor een verhoging van het gecontracteerde transportvermogen moet worden gezien als een aanbod, dat door Stedin bij email van 21 december 2022 is aanvaard. Daardoor is een overeenkomst tot stand gekomen, op grond waarvan Chane recht heeft op gecontracteerd transportvermogen van 1.500 kW. Subsidiair beroept Chane zich op artikel 1.3 van de ATO, waarin staat dat het gecontracteerde transportvermogen wordt verhoogd tot het vermogen dat Chane daadwerkelijk heeft afgenomen. Dat is 778 kW.

4.3.

Stedin voert verweer. Stedin concludeert tot niet-ontvankelijkheid van Chane, dan wel tot afwijzing van de vorderingen van Chane, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van Chane in de kosten van deze procedure.

In reconventie:

4.4.

Stedin vordert – samengevat – dat het Chane wordt verboden om het gecontracteerde transportvermogen van 151 kW te overschrijden op verbeurte van en dwangsom van € 15.000,00 per dag of gedeelte daarvan dat Chane niet aan dit verbod voldoet, met nevenvorderingen.

4.5.

Stedin heeft het volgende aan haar vordering ten grondslag gelegd. De ATO geeft Chane recht op een transportvermogen van 151 kW. Chane heeft dat transportvermogen structureel overschreden. Stedin heeft er recht op en belang bij om dergelijke overschrijdingen te voorkomen.

4.6.

Chane voert verweer. Chane concludeert tot afwijzing van de vordering van Stedin, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van Chane in de kosten van deze procedure.

4.7.

Op de stellingen van partijen in conventie en in reconventie wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

<br /> 5De beoordeling

De toepasselijke normen

5.1.

De primaire vordering van Chane is gegrond op de stelling dat tussen haar en Stedin een overeenkomst tot stand is gekomen, die Chane recht geeft op een gecontracteerd transportvermogen van 1.500 kW. Stedin betwist dat een overeenkomst met die inhoud tot stand is gekomen. Of een overeenkomst tot stand is gekomen, moet worden beoordeeld aan de hand van de volgende normen.

5.2.

Artikel 6:217 lid 1 BW luidt:

“Een overeenkomst komt tot stand door een aanbod en de aanvaarding daarvan.”

5.3.

Het doen van een aanbod en het aanvaarden van een aanbod zijn rechtshandelingen. Artikel 3:33 BW luidt:

“Een rechtshandeling vereist een op een rechtsgevolg gerichte wil die zich door een verklaring heeft geopenbaard.”

5.4.

Artikel 3:35 BW luidt:

“Tegen hem die eens anders verklaring of gedraging, overeenkomstig de zin die hij daaraan onder de gegeven omstandigheden redelijkerwijze mocht toekennen, heeft opgevat als een door die ander tot hem gerichte verklaring van een bepaalde strekking, kan geen beroep worden gedaan op het ontbreken van een met deze verklaring overeenstemmende wil.”

Tussen Chane en Stedin is overeengekomen dat Chane recht heeft op een transportvermogen van 1.500 kW

5.5.

De rechtbank oordeelt dat tussen Chane en Stedin inderdaad een overeenkomst met de door Chane gestelde inhoud tot stand is gekomen en zij wijst de vordering van Chane op deze grondslag toe. Hiertoe heeft de rechtbank het volgende overwogen.

5.6.

De ATO tussen Chane en Stedin verplichtte Stedin tot het leveren van een gecontracteerd transportvermogen van 151 kW. De ATO was op 16 december 2022 van kracht.

5.7.

Bij email van 16 december 2022 heeft Chane aan Stedin gevraagd of het gecontracteerde transportvermogen verhoogd kon worden naar 2.040 kW, het maximale transportvermogen dat gegeven de technische beperkingen van de aansluiting van de terminal geleverd kon worden. Anders dan Chane merkt de rechtbank de verklaring van Chane die in de email van 16 december 2022 besloten ligt niet aan als een aanbod, maar als een uitnodiging aan Stedin tot het doen van een aanbod. Zo heeft Stedin de email ook opgevat (spreekaantekeningen Stedin onder 13).

5.8.

In haar email van 21 december 2022 heeft Stedin aan Chane het aanbod gedaan om het gecontracteerde transportvermogen te verhogen naar 1.500 kW. Dat het ging om een aanbod volgt uit de zin aan het slot van de email van Stedin (“Graag horen wij of wij de verhoging naar 1500 kW kunnen doorvoeren”); die zin nodigt Chane uit tot het al dan niet aanvaarden van het aanbod. Dat aanbod van Stedin kwam niet geheel tegemoet aan de wensen van Chane, maar had de kennelijke strekking om na aanvaarding door Chane de ATO zo aan te passen dat het daarin overeengekomen transportvermogen van 151 kW naar 1.500 kW werd verhoogd.

5.9.

Stedin heeft aangevoerd dat de verklaring in deze email van 21 december 2022 niet met haar wil overeenstemde, waardoor geen voor aanvaarding vatbaar aanbod voorlag (oneigenlijke dwaling). Zij heeft in dit verband gesteld dat de vooraankondiging bij brief van 17 november 2022 van de transportschaarste op afname in de regio van de terminal maakte dat Chane niet gerechtvaardigd mocht vertrouwen dat Stedin de wil had om het transportvermogen te verhogen.

5.10.

Chane heeft een beroep gedaan op artikel 3:35 BW en heeft in dit verband – samengevat – het volgende aangevoerd. Chane heeft de brief van 17 november 2022 zo uitgelegd dat verzoeken tot verhoging binnen de aansluitcapaciteit niet steeds tot plaatsing op de wachtlijst leiden en dat er maatwerkoplossingen mogelijk zijn. Op 21 december 2022 ontving Chane in reactie op haar zes aanvragen ook zes berichten van Stedin, waarvan er één inhield dat Chane op een wachtlijst werd geplaatst. Chane mocht daaruit afleiden dat Stedin met de transportschaarste die op 17 november 2022 was aangekondigd rekening had gehouden bij het formuleren van het aanbod met betrekking tot de terminal.

5.11.

De rechtbank oordeelt als volgt. Het beroep van Chane op artikel 3:35 BW slaagt. Chane mocht er in elk geval tot 17 november 2022 van uitgaan dat het gecontracteerde transportvermogen automatisch werd verhoogd als het daadwerkelijk afgenomen transportvermogen werd verhoogd. Dat was immers zo overeengekomen in artikel 1.3 van de ATO.

5.12.

Chane heeft onbetwist gesteld dat zij in vertrouwen op deze bepaling en de gesprekken en correspondentie met Stedin over de aansluiting van de terminal meer dan € 100 miljoen heeft geïnvesteerd. Stedin wist dat als de terminal eenmaal in bedrijf gesteld zou worden het benodigde transportvermogen zou stijgen. Dat wist Stedin uit haar mondelinge contacten met Chane en het blijkt ook uit de emailwisseling op 29 januari en 2 februari 2021, waarin Stedin op vragen van Chane heeft geantwoord dat zij maximaal 2.000 kVA kon leveren, en ook uit de emails van 23 februari en 23 maart 2021. In die correspondentie heeft Stedin de verwachting van Chane dat het gecontracteerde transportvermogen verhoogd zou kunnen worden op geen enkele manier bijgesteld. Op de “nettoets” die als actiepunt van Stedin voor “begin week 9” van 2021 als “prio” was geagendeerd, is Stedin nadien niet meer teruggekomen. Nadat Chane opdracht had gegeven om de verhoging “in gang te zetten” is wel gecorrespondeerd over de technische eigenschappen van de aansluiting, maar niet over de beschikbaarheid van voldoende capaciteit om het gewenste transportvermogen te kunnen leveren.

5.13.

Met haar brief van 17 november 2022 beoogde Stedin kennelijk om aan de regeling van artikel 1.3 van de ATO en de verwachtingen van Chane eenzijdig een einde te maken. Het betrof echter een standaardbrief, waarin ook staat dat Stedin op zoek gaat naar flexibel vermogen om grootgebruikklanten nieuw vermogen te geven. Tijdens de mondelinge behandeling heeft Chane gesteld dat zij in de praktijk de ervaring heeft dat energieleveranciers zoals Stedin welwillend staan tegenover maatwerkoplossingen voor grootgebruikklanten, ook als sprake is van transportschaarste. Stedin heeft dat niet weersproken.

5.14.

Chane ontving in reactie op haar aanvraag van 16 december 2022 voor verhoging van het transportvermogen voor de terminal een gedeeltelijke afwijzing: haar aanvraag werd immers niet tot het gewenste transportvermogen van 2.040 kW, maar slechts tot 1.500 kW gehonoreerd. Ten aanzien van een andere aanvraag kreeg Chane te horen dat zij op een wachtlijst werd geplaatst. Uit die gang van zaken mocht Chane begrijpen dat met de aangekondigde netcongestie rekening was gehouden. Daarom mocht Chane aan de email van Stedin waarin Chane voor de terminal een transportvermogen van 1.500 kW in het vooruitzicht werd gesteld ook tegen de achtergrond van de brief van 17 november 2022 de strekking toekennen dat haar een voor aanvaarding vatbaar aanbod werd gedaan.

5.15.

Stedin heeft nog aangevoerd dat Chane de aanvraag bewust naar een ander emailadres heeft gestuurd dan het emailadres dat in de brief stond van 17 november 2022 en ook dat [persoon namens de netbeheerder 3] niet bevoegd was om namens Stedin een dergelijk aanbod te doen. De rechtbank verwerpt dit verweer. Chane heeft onbetwist aangevoerd dat zij de aanvraag heeft gestuurd naar een emailadres dat zij vaker gebruikte voor communicatie met Stedin over deze aansluiting. Stedin heeft niet aangevoerd dat Chane wist of behoorde te begrijpen dat haar email terecht zou komen bij iemand die niet over de aanvraag mocht beslissen. Het is de verantwoordelijkheid van Stedin om haar bedrijfsprocessen zo in te richten dat berichten met een duidelijke strekking die uit haar naam worden verstuurd ook met haar wil overeenstemmen.

5.16.

Stedin heeft tenslotte gesteld dat het aanbod van 21 december 2022 tijdens het Teams-gesprek op 23 december 2022 door [persoon namens de netbeheerder 1] is herroepen. [persoon namens de netbeheerder 1] heeft tijdens de mondelinge behandeling verklaard dat hij tijdens dat gesprek zijn verbazing over de verhoging heeft uitgesproken en heeft aangekondigd intern navraag te zullen doen. Dat is naar het oordeel van de rechtbank geen herroeping. [persoon namens de netbeheerder 1] heeft na het Teams-gesprek aan zijn collega’s bij Stedin geschreven: “Hoe gaan wij de goedkeuring van Stedin terugdraaien?” en ook dat wijst er niet op dat het aanbod tijdens het Teams-gesprek is herroepen.

5.17.

In haar email van 23 december 2022 heeft Chane het aanbod van Stedin aanvaard. Het gevolg daarvan is dat de ATO per 23 december 2022 zo is aangepast dat Chane aanspraak kan maken op een gecontracteerd transportvermogen van 1.500 kW. Na de aanvaarding door Chane kon Stedin het aanbod niet meer herroepen, omdat het aanbod niet vrijblijvend was gedaan. De email van Stedin van 28 december 2022 is daarom zonder gevolg gebleven.

Geen strijd met de redelijkheid en billijkheid

5.18.

Stedin heeft aangevoerd de redelijkheid en billijkheid zich ertegen verzetten dat zij aan de overeenkomst met Chane wordt gehouden. Zij heeft in dit verband twee omstandigheden genoemd:

i) Stedin kan vanwege de congestie aan geen enkele partij in de haven van Rotterdam extra transportvermogen toekennen. Als Stedin dit wel zou doen, zou de netintegriteit in gevaar komen en zou Stedin in strijd handelen met haar wettelijke verplichting uit artikel 16, eerste lid, onder b, van de Elektriciteitswet 1998 om de veiligheid en betrouwbaarheid van de netten op de meest doelmatige wijze te waarborgen;

ii) Chane had eerder dan in 2022 een hoger gecontracteerd transportvermogen kunnen overeenkomen, maar Chane heeft daarvan afgezien omdat zij tijdens de bouw van de terminal de kosten van een hoger gecontracteerd transportvermogen wilde besparen. Daarmee heeft zij het risico op netcongestie aanvaard.

5.19.

Chane heeft betwist dat de netintegriteit in gevaar komt als Stedin aan de overeenkomst wordt gehouden. Zij heeft in dit verband aangevoerd dat uit het door Stedin overgelegde congestierapport volgt dat de tekorten aan transportcapaciteit over een heel jaar beschouwd zeer beperkt van duur zijn. Met de inzet van congestiemanagement, waartoe Stedin verplicht is, kunnen alle tekorten ondervangen worden. Chane is er in goed vertrouwen van uitgegaan dat haar recht op transport binnen de grenzen van de aansluitcapaciteit automatisch zou meegroeien aan de hand van het werkelijk gebruik. Er was daarom voor Chane geen reden om eerder een hoger transportvermogen overeen te komen.

5.20.

De rechtbank oordeelt als volgt. Het buiten toepassing laten van een als gevolg van een overeenkomst tussen partijen geldende regel is alleen mogelijk voor zover toepassing ervan onder de omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar zou zijn (6:248 lid 2 BW). Volgens vaste rechtspraak is dit een strenge maatstaf die de rechter terughoudend moet toepassen. Dat geldt temeer als een professionele partij zoals Stedin daarop een beroep doet. De rechtbank verwerpt het beroep van Stedin op artikel 6:248 lid 2 BW op de volgende gronden.

5.21.

Tijdens de mondelinge behandeling heeft Stedin toegegeven dat de netintegriteit niet in gevaar komt als zij aan de overeenkomst met Chane wordt gehouden. Het gevaar dat Stedin schetst doet zich mogelijk voor, indien Stedin gehouden zou zijn op groter schaal aanvragen tot het verhogen van de transportcapaciteit te honoreren. Daarvan is geen sprake. Als de vordering van Chane wordt toegewezen, levert dat geen precedent op met betrekking tot de aanvragen van andere partijen dan Chane. Dat Stedin aan Chane een aanbod tot het verhogen van de transportcapaciteit heeft gedaan, berust volgens de eigen stellingen van Stedin immers op een fout. Aangenomen moet worden dat Stedin haar bedrijfsprocessen op orde heeft (gebracht) en dergelijke fouten niet, althans niet op een voor de beoordeling relevante schaal maakt. Ook de omstandigheid dat Chane eerder een verhoging had kunnen overeenkomen maakt niet onaanvaardbaar dat Stedin aan de overeenkomst wordt gehouden. Chane had geen reden om eerder een hoger transportvermogen overeen te komen, omdat artikel 1.3 ATO haar het recht gaf op automatische verhoging. Stedin heeft tijdens de mondelinge behandeling verklaard dat TenneT niet eerder dan in september 2022 aan een selecte groep personen heeft meegedeeld dat er netcongestie zat aan te komen. Stedin kan daarom niet aan Chane tegenwerpen dat Chane op netcongestie had moeten anticiperen. Andere omstandigheden die een beroep op artikel 6:248 lid 2 BW rechtvaardigen zijn niet gesteld of gebleken.

Geen nietigheid

5.22.

Stedin heeft gesteld dat een overeenkomst tot verhoging van de transportcapaciteit nietig is wegens strijd met artikel 24, tweede lid van de Elektriciteitswet 1998. Stedin mag geen transportvermogen aanbieden dat zij niet heeft. Doet zij dat wel, dan zou dit in strijd zijn met deze wetsbepaling.

5.23.

Chane heeft hiertegen aangevoerd dat artikel 24 van de Elektriciteitswet 1998 een dergelijk verbod niet bevat en dat daarom van nietigheid geen sprake is.

5.24.

De rechtbank oordeelt als volgt. De rechtbank begrijpt dat Stedin een beroep doet op artikel 3:40 lid 2 BW (nietigheid wegens strijd met een dwingende wetsbepaling). In artikel 24 van de Elektriciteitswet 1998 staat:

“1. De netbeheerder is verplicht aan degene die daarom verzoekt een aanbod te doen om met gebruikmaking van het door hem beheerde net ten behoeve van de verzoeker transport van elektriciteit uit te voeren tegen een tarief en tegen andere voorwaarden die in overeenstemming zijn met de paragrafen 5 en 6 van dit hoofdstuk.

2. De verplichting, bedoeld in het eerste lid, geldt niet voor zover de netbeheerder voor het gevraagde transport redelijkerwijs geen capaciteit ter beschikking heeft. Een weigering transport uit te voeren als bedoeld in de vorige volzin is met redenen omkleed. De netbeheerder verschaft degene aan wie transport is geweigerd desgevraagd en ten hoogste tegen kostprijs de relevante gegevens over de maatregelen die nodig zijn om het net te versterken. Indien ten aanzien van duurzame elektriciteit een weigering transport uit te voeren als bedoeld in de eerste volzin plaatsvindt, meldt de netbeheerder dit aan de Autoriteit Consument en Markt, waarbij de netbeheerder aangeeft welke maatregelen worden genomen om toekomstige weigeringen te voorkomen.

3. De netbeheerder onthoudt zich van iedere vorm van discriminatie tussen degenen jegens wie de verplichting, bedoeld in het eerste lid, geldt.”

5.25.

Lid 2 van dit artikel bevrijdt de netbeheerder van de verplichting om een aanbod tot transport van elektriciteit te doen in het geval de netbeheerder redelijkerwijs geen capaciteit heeft om dat aanbod gestand te doen. In lid 2 staat niet dat het de netbeheerder verboden is om een aanbod te doen in het geval de netbeheerder daartoe geen capaciteit ter beschikking heeft. Er is dus geen sprake van strijd met enige wetsbepaling. Anders dan Stedin heeft betoogd, komt de rechtbank daarom niet toe aan toetsing aan de criteria die de Hoge Raad heeft ontwikkeld om te beoordelen of strijd met een wettelijke bepaling nietigheid tot gevolg heeft.

5.26.

Een verbod tot het verhogen van het gecontracteerde transportvermogen volgt ook niet uit de bepalingen in de Elektriciteitswet 1998 die – kortweg – de strekking hebben om de veiligheid en betrouwbaarheid van de levering van elektriciteit te waarborgen, zoals artikel 16 lid 1 onder b van de Elektriciteitswet 1998. Het is evident dat de taak van de netbeheerder om de veiligheid en betrouwbaarheid van de netten en van het transport van elektriciteit over de netten op de meest doelmatige wijze te waarborgen kan meebrengen dat Stedin aanvragen afwijst, maar dat maakt het verhogen van de transportcapaciteit in een individueel geval, zoals hier aan de orde, niet tot een verboden prestatie. Voor zover Stedin ook een beroep heeft willen doen op artikel 3:40 lid 1 BW (nietigheid wegens strijd met de goede zeden of de openbare orde) gaat dat beroep dus niet op.

Slotsom in conventie

5.27.

Stedin heeft Chane een aanbod gedaan tot verhoging van het gecontracteerde transportvermogen. Chane heeft dat aanbod aanvaard. Daardoor is een overeenkomst tot stand gekomen met de strekking dat het in de ATO overeengekomen transportvermogen per 23 december 2022 wordt verhoogd van 151 kW naar 1.500 kW. De ATO geeft Chane dus met ingang van 23 december 2022 recht op levering van een gecontracteerd transportvermogen van 1.500 kW onder de voorwaarden van de ATO. De primair gevorderde verklaring voor recht zal daarom worden toegewezen zoals in de beslissing is verwoord. Over de subsidiaire vorderingen van Chane hoeft de rechtbank niet meer te beslissen.

5.28.

Chane heeft tijdens de mondelinge behandeling verklaard dat als haar primaire vordering wordt toegewezen, geen behoefte meer bestaat aan een verklaring voor recht dat Stedin in strijd heeft gehandeld met de op haar rustende informatieplicht door Chane niet vóóraf te informeren over aankomende congestie. Dit deel van de vordering is dus ingetrokken.

In reconventie:

5.29.

De vordering van Stedin in reconventie wordt afgewezen. De motivering van deze beslissing volgt uit hetgeen in conventie is beslist. Omdat Chane op grond van de ATO recht heeft op een transportvermogen van 1.500 kW heeft zij de ATO niet geschonden door meer dan 151 kW af te nemen. Voor het gevorderde verbod om meer transportvermogen te gebruiken dan 151 kW is geen grond. Stedin heeft niet gesteld dat Chane het gecontracteerde transportvermogen van 1.500 kW heeft overschreden.

In conventie en in reconventie:

5.30.

Stedin is overwegend in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) in conventie en in reconventie betalen. Er zijn duidelijke aanwijzingen dat de zaak onder een ander tarief valt dan Tarief II, dat in beginsel geldt voor zaken van onbepaalde waarde. De zaak gaat in de kern om de vraag of Chane haar terminal, waarin zij meer dan € 100 miljoen heeft geïnvesteerd, kan blijven exploiteren. De rechtbank past daarom Tarief VIII toe. De proceskosten van Chane worden begroot op:

– dagvaarding

119,40

– griffierecht

714,00

– salaris advocaat

13.893,00

(3 punten × € 4.631,00)

– nakosten

296,00

(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

15.022,40

5.31.

De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

<br /> 6De beslissing

De rechtbank

in conventie

6.1.

verklaart voor recht dat de Overeenkomst inzake aansluiting en transport van elektriciteit van 19 maart 2021 tussen Chane en Stedin, zoals geamendeerd bij overeenkomst van 23 december 2022, (de ATO) Chane op de aansluiting met [EAN-code] met ingang van 23 december 2022 recht geeft op een gecontracteerd transportvermogen van 1.500 kW,

in reconventie

6.2.

wijst de vorderingen van Stedin af,

in conventie en in reconventie

6.3.

veroordeelt Stedin in de proceskosten van € 15.022,40, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als Stedin niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet Stedin € 98,00 extra betalen, plus de kosten van betekening,

6.4.

veroordeelt Stedin in de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn voldaan.

6.5.

verklaart de veroordelingen onder 6.3 en 6.4 uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. P.D. Olden. Het is ondertekend door de rolrechter en in het openbaar uitgesproken op 29 april 2026.3669/1729

kVA en kW zijn niet hetzelfde. kVA is de eenheid van schijnbaar vermogen, kW de eenheid van nuttig vermogen. De zogenaamde ‘arbeidsfactor’ brengt tot uitdrukking wel deel van het schijnbaar vermogen daadwerkelijk nuttig wordt ingezet.

Wet van 2 juli 1998, houdende regels met betrekking tot de productie, het transport en de levering van elektriciteit (Elektriciteitswet 1998). De Elektriciteitswet 1998 is per 14 februari 2026 vervangen door de Wet van 11 december 2024, houdende regels over energiemarkten en energiesystemen (Energiewet).

HR 1 juni 2012, ECLI:NL:HR:2012:BU5609.

Artikel delen